Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BY0234

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
16-10-2012
Zaaknummer
73709 / HA ZA 10-265
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst.

Uit de aard en inhoud van de overeenkomst volgt niet dat opzegging slechts mogelijk was indien daarvoor voldonede zwaarwegende grond was.

Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid volgt wel dat een bepaalde opzegtermijn in acht genomen moet worden.

Het vonnis vult die omstandigheden in.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 73709 / HA ZA 10-265

Vonnis van 25 april 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap

ENZA ZADEN BENELUX B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Enkhuizen,

eiseres,

advocaat mr. H.W. Wefers Bettink te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap

KWEKERIJ VAN ANTWERPEN VAN VEEN B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Rilland,

gedaagde,

advocaat mrs. W.H. Lindhout en H.E. Goedegebuur te Bergen op Zoom.

Partijen zullen hierna Enza en Agro Care genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 juli 2011

- de conclusie van repliek tevens wijziging van eis

- de conclusie van dupliek

- het verkort proces-verbaal en de aanvullende processen-verbaal van het op 31 januari 2011 gehouden pleidooi en de ter gelegenheid van het pleidooi overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De rechtbank verwijst naar de in het vonnis in incident d.d. 1 december 2010 opgenomen feiten en stelt daarnaast nog de volgende feiten vast.

2.2. Bij brief d.d. 11 juni 2007 heeft de toenmalige raadsman van Enza namens Enza onder meer aan Agro Care laten weten dat voor het geval er van zou moeten worden uitgegaan dat sprake is van een overeenkomst inzake de levering van Sunstream tomaten, zij middels dat schrijven die overeenkomst opzegt per 31 juli 2008.

3. Het geschil

3.1. Enza vordert - samengevat na wijziging van eis - dat de rechtbank:

- verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen Enza en Agro Care, indien en voor zover in kracht van gewijsde komt vast te staan dat deze tussen hen op 17 augustus 2005 tot stand is gekomen, door Enza’s opzegging bij brief d.d. 11 juni 2007 is geëindigd primair op 31 januari 2008, subsidiair op een door de rechtbank te bepalen datum;

- voor de jaren waarin de overeenkomst niet door Enza’s opzegging is beëindigd en voor het jaar 2010 de prijs voor het Sunstreamzaad bepaalt op € 17.500,-- voor 100.000 zaden en de prijs voor licentie bepaalt op € 0,175 per m2 per maand voor een te telen oppervlakte van 4,2 hectare;

- voor het jaar 2011 de prijs voor het Sunstreamzaad bepaalt op € 19.000,-- voor 100.000 zaden en de prijs voor licentie bepaalt op € 0,179375 per m2 per maand voor een te telen oppervlakte van 4,2 hectare;

- voor recht verklaart dat op de overeenkomst tot levering van Sunstreamzaad de voorwaarden die zijn opgenomen in de Speciale Ras Overeenkomst en Enza’s algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat Agro Care daaraan gebonden is;

- Agro Care veroordeelt in de proceskosten en de nakosten vermeerderd met wettelijke rente.

Enza stelt daartoe dat, voor zover al sprake is van een tussen partijen gesloten overeenkomst op 17 augustus 2005, deze overeenkomst door haar opzegging bij brief d.d. 11 juni 2007 is geëindigd. Onder verwijzing naar de rechtspraak van de Hoge Raad betreffende beëindiging van duurovereenkomsten stelt Enza dat zij de overeenkomst mocht opzeggen zoals zij heeft gedaan en dat zij daarvoor, gezien de omstandigheden van het geval, geen zwaarwegende grond nodig had, hetgeen onverlet laat dat zij wel degelijk een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging had.

Enza is van mening dat op de overeenkomst tot levering van Sunstreamzaad de voorwaarden die zijn opgenomen in de Speciale Ras Overeenkomst en Enza’s algemene voorwaarden van toepassing zijn, nu zij voor speciale rassen als Sunstream en Aranca steevast dergelijke afspraken maakt. Zij verwijst daarbij naar de Speciale Ras Overeenkomst die zij met Agro Care heeft gesloten ten aanzien van het ras Aranca. Agro Care heeft er volgens Enza dan ook niet op mogen of kunnen vertrouwen dat een overeenkomst tot levering van Sunstreamzaad zou worden gesloten zonder dat Agro Care daarbij gebonden zou zijn aan de voorwaarden die gebruikelijk gelden voor speciale rassen.

Bij het bepalen van een redelijke prijs voor het Sunstreamzaad kan volgens Enza niet worden uitgegaan van de prijs die zij bij Red Star Trading in rekening brengt, nu deze prijs is gebaseerd op de mede door Red Star geleverde inspanningen om het Sunstreamras tot een succes te maken en op bijzondere omstandigheden die enkel aan de orde zijn in de relatie tussen Enza en Red Star. Ook dient bij het bepalen van de prijs volgens Enza rekening te worden gehouden met de licentievergoeding.

3.2. Agro Care voert verweer. Zij stelt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst op grond van de feiten en omstandigheden (nog) niet opzegbaar is, zodat de opzegging van Enza niet rechtsgeldig is en derhalve zonder rechtsgevolg is gebleven. Voorts betwist Agro Care dat sprake is van een of meer voldoende zwaarwegende gronden voor opzegging. Daarnaast is de opzegging volgens haar zonder rechtsgevolg nu deze een ongeoorloofd doel heeft en derhalve nietig is. Subsidiair is Agro Care van mening dat Enza geen redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen en aan haar een financiële compensatie en aanvullende schadevergoeding verschuldigd is, nu ze het Sunstreamzaad niet op een andere manier dan via Enza kan verkrijgen en zij een groot financieel belang heeft bij het kunnen telen van het Sunstreamras. Agro Care betwist de toepasselijkheid van de Speciale Ras Overeenkomst en algemene voorwaarden van Enza.

Ten aanzien van de prijs voor het Sunstreamzaad stelt Agro Care dat op de ten tijde van het sluiten van de overeenkomst door Enza gehanteerde lijst voor de klanten de prijs van het Sunstreamzaad vermeld stond en dat deze prijs, vermeerderd met de index, gehanteerd zou moeten worden. Zij betwist de verschuldigdheid van een licentievergoeding en de stelling van Agro Care dat een jaarlijkse prijsverhoging van 2,5% van de licenties gebruikelijk is.

4. De beoordeling

4.1. Nu Agro Care zich niet heeft verzet tegen de wijziging van eis door Enza, zal de rechtbank op de gewijzigde eis beslissen.

4.2. De rechtbank gaat er voor de onderhavige beoordeling van uit dat tussen partijen op 17 augustus 2005 een overeenkomst is gesloten, zoals door de rechtbank Alkmaar bij vonnis d.d. 30 september 2009 is beslist. Beoordeeld dient te worden of de opzegging van deze overeenkomst bij brief d.d. 11 juni 2007 door Enza het beoogde rechtsgevolg heeft gehad. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

4.3. Uit hun stellingen volgt dat tussen partijen niet in geschil is dat de overeenkomst d.d. 17 augustus 2005 dient te worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Of, en zo ja, onder welke voorwaarden een dergelijke overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

Indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

(HR 28 oktober 2011, LJN BQ9854).

4.4. Gelet op het vorenstaande en gezien de discussie tussen partijen zal de rechtbank eerst beoordelen of in casu een zwaarwegende grond voor opzegging vereist was. Uit voornoemd arrest van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet te snel mag worden aangenomen dat de partij die een overeenkomst opzegt een zwaarwegende grond voor die opzegging zal dienen te hebben. Een zwaarwegende grond zal bijvoorbeeld vereist zijn in een situatie waarin de opgezegde partij voor haar bedrijfsvoering in overwegende mate afhankelijk is van de voortzetting van de overeenkomst. Zulks is in casu gesteld noch gebleken. De stelling van Enza dat Agro Care in haar algemene bedrijfsvoering niet afhankelijk is van de overeenkomst is door Agro Care ook niet gemotiveerd betwist.

Voorts is ook niet gebleken dat Agro Care voor de teelt van Sunstreamtomaten afhankelijk is van de overeenkomst. De stelling van Agro Care dat zij voor levering van het Sunstreamzaad afhankelijk is van Enza, is gelet op haar eigen mededeling dat zij de betreffende zaden de afgelopen jaren toen zij niet geleverd kreeg van Enza uit het buitenland heeft betrokken en toch in staat is geweest diverse hectaren (in 2011 zelfs 13 hectare) Sunstreamtomaten te telen, niet houdbaar.

De overige argumenten die Agro Care aandraagt als reden voor het vereist zijn dan wel ontbreken van een zwaarwegende grond voor opzegging, namelijk een gesteld gebrek aan belang bij beëindiging van de overeenkomst aan de zijde van Enza en de stellingen dat feitelijk is opgezegd zonder opzeggrond, nu niet is gebleken van een heroverwogen verkoopbeleid waar zij zich op beriep bij de opzegging en dat een overeenkomst als de onderhavige eindig is vanwege de beperkte periode waarin een tomatenras commercieel interessant is, leveren naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden op die er toe kunnen leiden dat opzegging in casu niet mag plaatsvinden zonder zwaarwegende grond.

De enkele omstandigheid dat de opzegging van de overeenkomst een nadelig effect heeft voor Agro Care en voor haar schade oplevert is eveneens onvoldoende om te kunnen concluderen dat een zwaarwegende grond voor opzegging vereist was. Met de nadelige gevolgen van het beëindigen van de overeenkomst voor Agro Care dient rekening te worden gehouden middels de in acht te nemen opzegtermijn, zoals hierna zal worden overwogen.

4.5. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank in de aard en inhoud van de onderhavige overeenkomst en de omstandigheden van het geval geen aanleiding ziet te oordelen dat in casu opzegging van die overeenkomst slechts mogelijk was indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestond. De conclusie is dan ook dat Enza de overeenkomst mocht opzeggen zonder dat zij daarvoor een zwaarwegende grond behoefde te hebben.

4.6. Uiteraard kon van Enza verwacht worden dat zij bij haar opzegging rekening hield met de gerechtvaardigde belangen van Agro Care. Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid vloeit dan ook voort dat een bepaalde opzegtermijn in acht genomen diende te worden.

In casu is sprake van een overeenkomst die is aangegaan op 17 augustus 2005 en bij brief d.d. 11 juni 2007 is opgezegd tegen 31 juli 2008. De opzegtermijn die in acht is genomen bedraagt derhalve ruim een jaar, terwijl de overeenkomst tussen partijen minder dan twee jaar van kracht is geweest. Agro Care heeft haar standpunt dat Enza een langere opzegtermijn in acht had moeten nemen en schadevergoeding aan Agro Care verschuldigd is, niet onderbouwd met enige concrete stelling waaruit kan volgen dat, gelet op haar belangen, in casu een langere opzegtermijn of schadevergoeding op zijn plaats zou zijn. Agro Care heeft niet aangevoerd bepaalde investeringen te hebben gedaan die nog moeten worden terugverdiend of in haar bedrijfsvoering tijd of kosten kwijt te zijn met de omschakeling naar de nieuwe situatie die door de opzegging is ontstaan. Zoals hiervoor al is overwogen is het bovendien nog maar de vraag of er een nieuwe situatie is ontstaan door opzegging van de overeenkomst, aangezien gebleken is dat Agro Care ook nadat de overeenkomst was opgezegd en zonder dat zij van Enza zaad geleverd kreeg, in staat is geweest diverse hectares Sunstreamtomaten te telen.

Verder is van belang dat het voor Agro Care van meet af aan duidelijk moet zijn geweest dat Enza de overeenkomst niet wilde en dat partijen ernstig van mening verschillen over een verschuldigde licentievergoeding en over de vraag of Enza doorlevering van de zaden zou mogen beperken.

Mede gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden was Enza, de (beperkte) periode waarin de overeenkomst tussen partijen van kracht was in aanmerking genomen, naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval bevoegd de overeenkomst te doen beëindigen met inachtneming van de door haar gehanteerde opzegtermijn van 13 maanden.

4.7. Ten aanzien van het beroep van Agro Care op nietigheid van de opzegging door Enza overweegt de rechtbank het volgende. Agro Care stelt dat de opzegging door Enza nietig is nu deze een ongeoorloofd doel heeft, namelijk na het vonnis van de rechtbank Alkmaar d.d. 30 september 2009 alsnog gelijk krijgen. Zij verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar een uitspraak van de Hoge Raad waarin opzegging in strijd kwam met het mededingingsrecht, waardoor deze opzegging nietig was.

De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige situatie daarmee niet vergelijkbaar is, nu gesteld noch gebleken is dat de opzegging in casu in strijd komt met enige mededingingsrechtelijke dan wel anderszins dwingende rechtsregel. Het voeren van de onderhavige procedure, waarin een andere rechtsvraag voorligt dan die waarop door de rechtbank Alkmaar bij vonnis van 30 september 2009 is beslist, kan overigens niet worden aangemerkt als een ongeoorloofd doel dan wel een middel om een ongeoorloofd doel te bereiken. Het beroep van Agro Care op nietigheid van de opzegging gaat dan ook niet op.

4.8. Uit het vorenstaande volgt dat de gevorderde verklaring voor recht betreffende de opzegging van de overeenkomst door Enza voor toewijzing in aanmerking komt.

4.9. De gevorderde verklaring voor recht dat op de overeenkomst tot levering van Sunstreamzaad de voorwaarden die zijn opgenomen in de Speciale Ras Overeenkomst en Enza’s algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat Agro Care daaraan gebonden is, is niet toewijsbaar. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Zoals hiervoor is overwogen, is de overeenkomst tussen partijen door opzegging beëindigd. Nergens uit blijkt dat de Speciale Ras Overeenkomst deel heeft uitgemaakt van hetgeen partijen waren overeengekomen. Uit hun stellingen volgt dat de algemene voorwaarden en Speciale Ras Overeenkomst ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 17 augustus 2005 niet aan de orde zijn geweest. De enkele stelling van Enza dat het sluiten van een Speciale Ras Overeenkomst bij rassen als Arcanca en Sunstream gebruikelijk was, onder verwijzing naar de overeenkomst met betrekking tot het Aranca zaad is onvoldoende, zeker nu door Agro Care onweersproken is gesteld dat de Speciale Ras Overeenkomst betreffende het Arancazaad niet bij aanvang van de levering daarvan aan Agro Care is gesloten, maar pas vele jaren later.

4.10. Vast staat dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst (nog) geen overeenstemming hadden bereikt omtrent de prijs van de door Enza aan Agro Care te leveren Sunstreamzaden.

Uit hun stellingen volgt dat tussen partijen niet in geschil is dat de vaste prijs per 100.000 zaden voor de jaren tot 2011 €17.500,-- bedraagt.

Zij verschillen echter van mening omtrent de vraag of Agro Care naast de vaste prijs voor de zaden ook een licentievergoeding verschuldigd is en of per 1 juli 2011 de vaste prijs per 100.000 zaden met € 15,-- per 1.000 zaden verhoogd mag worden en de eventueel verschuldigde licentievergoeding met 2,5 %.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de stellingen van partijen zowel in de onderhavige procedure als in de procedure bij de rechtbank Alkmaar als onvoldoende weersproken is komen vast te staan dat Red Star vanwege haar bijdrage in de ontwikkeling van het Sunstreamras een speciale positie inneemt ten opzichte van Enza en dat er tussen Enza en Red Star exclusiviteitsafspraken golden betreffende het Sunstreamzaad.

Bij het bepalen van de door Agro Care aan Enza te betalen prijs voor het Sunstreamzaad kan dan ook niet worden uitgegaan van de prijs die Enza bij Red Star Trading in rekening brengt. Voorts staat als onweersproken vast dat er ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tussen partijen prijslijsten waren waarop de voor anderen dan Red Star geldende prijs voor het Sunstreamzaad vermeld stond. De rechtbank is van oordeel dat de op deze lijsten vermelde prijs, eventueel verhoogd met de indexering, een belangrijk uitgangspunt dient te zijn voor de door Agro Care voor het Sunstreamzaad te betalen prijs.

De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen om aan de hand van voornoemde uitgangspunten met partijen te onderzoeken of zij tot een vergelijk kunnen komen omtrent de door Agro Care aan Enza te betalen prijs voor het Sunstreamzaad in de jaren dat Enza dit zaad aan Agro Care geleverd heeft. De rechtbank verzoekt Enza daartoe, overeenkomstig haar daaromtrent ter gelegenheid van het pleidooi op 31 januari 2012 gedane aanbod, inzichtelijk te maken hoe de prijs van het Sunstreamzaad tot stand komt en deze uitleg samen met de hiervoor genoemde prijslijsten een week voorafgaand aan de zitting aan de rechtbank en de wederpartij te doen toekomen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen Enza en Agro Care, indien en voor zover in kracht van gewijsde komt vast te staan dat deze tussen Enza en Agro Care op 17 augustus 2005 tot stand is gekomen, door Enza’s opzegging bij brief van 11 juni 2007 is geëindigd op 31 juli 2008;

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. M.M. Steenbeek in het gerechtsgebouw te Middelburg aan Kousteensedijk 2

op 14 juni 2012 te 13.30 uur,

5.4. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

5.5. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op het uitstelverzoek,

5.6. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2012.(