Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BY0017

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
12-10-2012
Zaaknummer
67591 / HA ZA 09-233
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Van het terrein van gedaagde waren 24 bigbags met inhoud gestolen.

Eigenaar van de bigbags stelt gedaagde aansprakelijk. Omdat gedaagde het terrein niet heeft beveiligd volgens de in de branche gebruikelijke eisen wordt zij aansprakelijk gehouden voor de schade van eisers.

(zie ook vonnis van 14 september 2011)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 67591 / HA ZA 09-233

Vonnis van 2 mei 2012

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van haar plaats van vestiging

COMMEXIM GROUP A.S.,

gevestigd te Praag, Tjechië,

eiseres,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,

procesadvocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PACORINI METALS TERMINALS B.V.,

(voorheen: Arrow Terminals B.V.),

gevestigd te Vlissingen,

gedaagde,

advocaat mr. B.S. Jansen te Rotterdam,

procesadvocaat mr. A.J.K. Fluit te Middelburg.

Partijen zullen hierna Commexim en Pacorini (voorheen Arrow) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 september 2011

- akte houdende uitlating van Arrow d.d. 30 november 2011

- antwoordakte van Commexim d.d. 28 december 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Commexim heeft in haar antwoordakte meegedeeld dat haar uit een notariële akte van 22 september 2011, die zij via de Kamer van Koophandel heeft verkregen, is gebleken dat ingevolge een aandeelhoudersbesluit van 16 september 2011 de naam van Arrow Terminals B.V. op die dag is gewijzigd in “Pacorini Metals Terminals B.V.” maar dat de rechtspersoon niet is gewijzigd. De rechtbank heeft gelet op het vorenstaande de naam van gedaagde in dit vonnis gewijzigd in “Pacorini Metals Terminals B.V.”. Ter verduidelijking zal zij gedaagde in dit vonnis verder aanduiden als Pacorini (voorheen Arrow).

2.2. Bij het tussenvonnis van 14 september 2011 is Paconini (voorheen Arrow) in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat de beveiliging van haar terrein ten tijde van de diefstal van de goederen van Commexim in de nacht van 23 op 24 december 2008 voldeed aan de in de branche gebruikelijke eisen, de vermissing van de 24 big bags in september 2008, de aard van de goederen en de opslag buiten daarbij in aanmerking genomen.

2.3. Pacorini (voorheen Arrow) heeft meegedeeld dat zij om haar moverende redenen geen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om dit bewijs te leveren.

2.4. Commexim stelt dat nu Pacorini (voorheen Arrow) bij akte afgezien heeft van het haar opgedragen bewijs, de vordering voor toewijzing gereed ligt op de basis van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. Commexim stelt dat in de onderhavige zaak, anders dan in de praktisch gelijkluidende zaak die eveneens bij deze rechtbank aanhangig is, niet (duidelijk) bezwaar tegen uitvoerbaarverklaring van het te wijzen vonnis is gemaakt en dat dat terecht is. Volgens Commexim is er geen reden om aan te nemen dat in een eventueel hoger beroep het hof anders over de aansprakelijkheid van Pacorini (voorheen Arrow) voor de diefstalschade zal denken dan overwogen in het tussenvonnis van deze rechtbank.

2.5. De rechtbank verwijst naar rechtsoverweging 4.3. in het vonnis van 14 september 2011. De rechtbank heeft overwogen dat Pacorini (voorheen Arrow) grove schuld verweten kan worden tenzij de wijze waarop het terrein ten tijde van de diefstal in de nacht van 23 op 24 december was beveiligd voldeed aan de in de branche gebruikelijke eisen, de vermissing van de 24 big bags in september 2008, de aard van de goederen en opslag buiten daarbij in aanmerking genomen. Nu Pacorini (voorheen Arrow) afgezien heeft van de haar geboden mogelijkheid bewijs te leveren moet aangenomen worden dat de beveiliging van het terrein ten tijde van de diefstal in de nacht van 23 op 24 december 2008 niet voldeed aan de in de branche gebruikelijke eisen en Arrow grove schuld verweten kan worden. Gelet op het vorenstaande komt Pacorini (voorheen Arrow) geen beroep toe op het in de door haar gehanteerde algemene voorwaarden opgenomen exoneratiebeding. Arrow is mitsdien aansprakelijk voor de schade die Commexim heeft geleden als gevolg van de diefstal.

2.6. Ten aanzien van het door Pacorini (voorheen Arrow) aan Commexim te betalen bedrag overweegt de rechtbank het navolgende. Met betrekking tot het door Pacorini (voorheen Arrow) aan Commexim ter zake van de hoofdsom te betalen bedrag verwijst de rechtbank naar hetgeen in het vonnis van 14 september 2011 onder rechtsoverweging 4.7. is overwogen. De rechtbank merkt met betrekking tot die rechtsoverweging op dat voor DDK in de eerste zin, zoals ook Commexim opmerkt, Commexim moet worden gelezen. Gelet op hetgeen is overwogen zal Pacorini (voorheen Arrow) worden veroordeeld om aan hoofdsom aan Commexim te voldoen een bedrag van USD 32.613,00.

Pacorini (voorheen Arrow) heeft gemotiveerd betwist dat door Commexim kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op werkzaamheden waarvoor de proceskostenvergoeding ex art. 241 Rv geen vergoeding inhoudt. De rechtbank overweegt met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke kosten dat uit de door Commexim gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden niet blijkt dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op werkzaamheden die meer omvatten dan het adviseren van Commexim en correspondentie met de makelaar van Commexim en haar advocaat. De kosten waarvan Commexim vergoeding vordert moeten dan ook worden aangemerkt als kosten die betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten zal dan ook worden afgewezen.

2.7. Met betrekking tot het door Arrow tegen de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad gevoerde verweer overweegt de rechtbank als volgt. Een veroordeling tot betaling van een geldsom leent zich in beginsel tot uitvoerbaarverklaring ervan bij voorraad. In het algemeen mag worden aangenomen dat, zolang niet van het tegendeel blijkt, degene die uitvoerbaarverklaring bij voorraad verlangt van een op zijn/haar verzoek uitgesproken veroordeling tot betaling van een geldsom, het vereiste belang bij een zodanige verklaring heeft. Pacorini (voorheen Arrow) voert tegen uitvoerbaarverklaring bij vooraad aan dat zij bij veroordeling de geldsom moet betalen aan het in Tsjechië gevestigde bedrijf van Commexim. Het gevolg daarvan is volgens Pacorini (voorheen Arrow) dat zij met een aanzienlijk restitutierisico wordt geconfronteerd omdat het eventueel verkrijgen van terugbetaling na vernietiging van het vonnis extra kosten en risico’s oplevert. Naar het oordeel van de rechtbank kan hetgeen Pacorini (voorheen Arrow) stelt niet tot het oordeel lijden dat sprake is van een restitutierisico. Door Pacorini (voorheen Arrow) is niet gesteld dat Commexim niet in staat zal zijn tot terugbetaling van het uitgekeerde bedrag. Gelet op het vorenstaande zal het verweer van Pacorini (voorheen Arrow) tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad worden gepasseerd en het verzoek de uitvoerbaarverklaring bij voorraad slechts toe te staan tegen het stellen van zekerheid worden afgewezen.

2.8. In de omstandigheid dat een substantieel deel van de vordering van Commexim zal worden afgewezen ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank

- veroordeelt Pacorini (voorheen Arrow) tot betaling aan Commexim van een bedrag van

USD 32.613,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2009

tot de dag van algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de

eigen kosten draagt;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2012.(