Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX8205

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
81602 / HA ZA 11-453
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Staat en de heer Coutinho hebben Van der Linde gedagvaard. Zij stellen dat hij Coutinho ten onrechte heeft beschuldigd van belangenverstrengeling en/of privé belangen bij vaccinatie adviezen.

Die uitlatingen heeft Van der Linde niet kunnen waarmaken.De rechtbank oordeelt dat dit afhankelijk van de context onrechtmatig kan zijn jegens Coutinho. De rechtbank gaat na in welke context die uitlatingen zijn gedaan. Uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat gezien die context Van der Linde niet onrechtmatig heeft gehandeld. Zo heeft hij afstand genomen van de suggestie dat Coutinho niet integer zou zijn. Van belang is ook dat de uitlatingen zijn gedaan in een publiek debat. Hierbij zijn de grenzen ruimer dan wanneer het een privé persoon betreft.

De vordering van Van der Linde, gebaseerd op de stelling dat de staat handelt in strijd met art. 10 EVRM, is afgewezen. De staat mag uitlatingen van derden die hij kwetsend vindt, ter toetsing voorleggen aan een rechter.Daarin schuilt geen beperking van de vrijheid van meningsuiting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2012/161
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 81602 / HA ZA 11-453

Vonnis van 26 september 2012

in de zaak van

1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VWS, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

gevestigd te Den Haag,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

2. ROELAND ARNOLD COUTINHO,

wonende te Nigtevecht,

eisers in conventie,

advocaat mr. drs. S.M. Kingma te Den Haag,

tegen

HANS VAN DER LINDE,

wonende te Burgh-Haamstede,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie jegens de staat,

advocaat mr. A.C. van der Bent te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “de staat”, Coutinho en als “eisers” voor de staat en Coutinho gezamenlijk en als Van der Linde.

1. De procedure

De rechtbank beschikt over de volgende processtukken:

- de dagvaarding

- de akte overlegging producties van eisers d.d. 14 december 2011

- de akte aanvulling ontbrekende producties van eisers d.d. 14 december 2011

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

- het tussenvonnis van 29 februari 2012

- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte in conventie

- de antwoordakte in conventie

- de per brief van 8 en 22 maart 2012 namens Van der Linde toegezonden producties XXXIX tot en met XXXVI

- het proces-verbaal van comparitie van 28 maart 2012 inclusief de reacties van partijen

- de pleitnotities van beide partijen.

2. De feiten

2.1. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft onder meer taken ten behoeve van de monitoring, het onderzoek, de advisering ten behoeve van beleid en de regievoering op het terrein van de volksgezondheid in Nederland. De meeste activiteiten op het gebied van de bestrijding van infectieziekten zijn gebundeld in het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb), een onderdeel van het RIVM. Dit CIb voert de regie op de toetsing en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en is inhoudelijk betrokken bij het Nationaal Programma Grieppreventie. Het CIb staat sinds 1 februari 2005 onder leiding van Coutinho.

2.2. Het CIb is verantwoordelijk voor de jaarlijkse influenzavaccinatie, ook wel griepprik genoemd. De Gezondheidsraad, een onafhankelijk adviesorgaan van de minister van VWS, heeft in een advies van 28 september 2011, de eerdere aanbeveling griepvaccinatie aan risicogroepen aan te bieden, gehandhaafd.

2.3. Van der Linde is huisarts. In een interview in Trouw van 26 oktober 2011 met als titel “Wel of geen griepprik, dat is de vraag” heeft Van der Linde gesteld dat er geen valide bewijs is dat jaarlijkse vaccinatie van gezonde ouderen en risicopatiënten effectief is. Vervolgens is in dat artikel opgenomen: “Ik denk niet dat huisartsen zo goed wetenschappelijk zijn onderlegd of op de hoogte zijn van nieuwste wetenschappelijke inzichten. De praktijk leert dat vooral richtlijnen van de beroepsgroep of adviezen van de Gezondheidsraad worden opgevolgd. Ik heb twaalf jaar lang in opdracht van het Nederlands Huisartsen Genootschap allerlei verre oorden bezocht om bijscholingscursussen op kwaliteit te controleren. Daar heb ik zelf kunnen zien hoe de farmaceutische industrie de voorschrijver wil beïnvloeden. In dertig jaar tijd zijn de grenzen steeds meer opgeschoven, ook door de rol van adviseurs op het terrein van vaccinatie, zoals Ab Osterhaus of Roel Coutinho. Over hoe Osterhaus’ commerciële belangen zijn rol als adviseur bij de Mexicaanse griep beïnvloedden, is al veel bericht. Maar ook Coutinho heeft als wetenschapper veel onderzoek gedaan in opdracht van de industrie.”

2.4. In een uitzending van het radioprogramma ‘Avondspits’ op 26 oktober 2011 was de stelling waarop luisteraars konden reageren: “De griepprik helpt alleen de pillenindustrie”. Van der Linde was in de studio te gast om deze stelling te verdedigen. Nadat de presentator had gezegd dat de industrie natuurlijk wel baat zou hebben bij de griepprik, antwoordde een voorstander van de jaarlijkse griepprik, huisarts Van Essen: “Ik ben niet industrie. Dus ik weet niet wat de industrie voor drijfveer heeft. Maar het gaat hier erom of diegenen die de overheid adviseren dat onafhankelijk doen vanuit hun eigen kennis en eigen verantwoordelijkheid, of dat ze, zoals u ook weer beweert, dat ze worden gedreven door financiële belangen van de farmaceutische industrie. En dat bestrijd ik ten enenmale. Dit zijn deskundigen die de overheid adviseren die dat doen omdat ze vinden dat de overheid een goed advies moet krijgen.”

Van der Linde heeft daarop gereageerd met: “Daar is wel iets op af te dingen. [ ] Meneer Osterhaus die heeft gewoon aandelen met de bedrijven die alle belangen erbij had, vorig jaar dat de Mexicaanse griep verkocht werd. Eh, Coutinho is iemand die op een gegeven moment zijn hele aids-onderzoek in het verleden is door de industrie betaald. Hij heeft grote belangen om op een gegeven moment, dat die goed, die relatie goed te houden, voor nu en vooral ook in de toekomst. Daar is absoluut een belangenverstrengeling. En wat een heel andere categorie van mensen is, dat zij dat in de publieke discussie mengen zich niet commissieleden, die in het verleden verantwoordelijk waren voor de vaccin adviezen die nu onder vuur liggen. En eh, deze mensen die zou je zeggen, stellen zich open voor nieuwe analyses die in binnen- en buitenland breed gedaan zijn. Het is niet zo dat een klein clubje mensen op staat. Een meerderheid van de mensen gelooft hier absoluut niet meer in, aan artsen. En dat krijg je op een gegeven moment nu polemieken die meer imponeren als de hakken in het zand dan open staan voor nieuwe evaluaties. En ik ben dus bang dat de angst voor reputatieschade momenteel de discussie aan het domineren is. En dat geldt ook voor collega van Essen trouwens, die zeer ver is meegegaan daarin.”

2.5. Het televisieprogramma ‘De Moraalridders’ van diezelfde dag ging ook over een publicatie van een onderzoek naar het effect van de griepprik in “Geneesmiddelenbulletin”.

Het voor dit geschil relevante deel van het interview is als volgt:

Interviewer: “en Trouw suggereert dus zelfs dat meneer Coutinho van het RIVM zelfs persoonlijke belangen heeft bij die griepprikken. Hierop antwoordt Van der Linde: “Een heleboel mensen hebben belangen. Natuurlijk.”

Interviewer vervolgt: “ook meneer Coutinho?” waarna Van der Linde antwoordt: “Coutinho heeft op een gegeven moment.. al zijn onderzoek vroeger tegen AIDS, heel verdienstelijk en knap onderzoek, werd wel door de farmaceutische industrie gefinancierd en…”

Interviewer: “Maar dan hoeft dit onderzoek toch niet…?”

en Van der Linde vervolgens: “Nee, maar goed, nu als RIVM heeft hij zakelijk grote belangen bij de griep en ook voor zijn toekomst is een profijtelijke relatie met de industrie voor hem belangrijk. Het zijn mensen die op een gegeven moment zeer terdege rekening houden met hoe een farmaceutische industrie aankijkt tegen hun uitlatingen.”

Intervierwer: “Hij is niet integer, dat is wat u zegt?” Gedaagde: “Nee, dat is iets anders…” Interviewer: “Hij is niet zuiver op de graat?””. Gedaagde antwoordt: ‘Als u een zakelijke onderneming heeft en u doet zaken met iemand, dan zult u die zakelijke partner nooit voor zijn hoofd stoten en zult u hem vriendelijk proberen te bejegenen. En dan gaat ’t te ver om te zeggen: hij is niet integer, nee je streeft goede relaties na en in dat kader van die goede relaties krijg je bedenkelijke zaken als lippendienst en te vriendelijk zijn voor. En dan komt het op een gegeven moment zover dat er een…, dit is heel langzaam de afgelopen 30 jaar gegroeid.”

3. Het geschil

in conventie

3.1. De Staat vordert samengevat – een verklaring voor recht dat Van der Linden jegens het RIVM en Coutinho onrechtmatig heeft gehandeld door uitlatingen te doen met de strekking dat het RIVM en/of Coutinho bij hun (deskundigen) advies over (het nut van ) de influenzavaccinatie:

1. zich mede laten leiden door zakelijke (grote) belangen en/of belangen als privé persoon bij de farmaceutische industrie en/of profijtelijke relaties met de farmaceutische industrie;

2. lippendienst betonen aan zakelijke partners.

Verder wordt een proceskostenveroordeling gevorderd.

3.2. Eisers stellen dat Van der Linde met zijn uitlatingen tijdens de radio- en televisie-uitzendingen, zoals die hierboven zijn geciteerd, de reputatie van het RIVM en Coutinho ernstige schade toebrengt.

De uitspraken missen feitelijke grondslag en ondermijnen het vertrouwen dat de Nederlandse bevolking moet kunnen hebben in het RIVM/CIb als leidinggevende instantie bij het voorkomen en bestrijden van ziekten. Hij handelt daarmee onrechtmatig jegens eisers.

RIVM heeft als werkgever van Coutinho belang bij de vordering omdat zij ervoor moet zorgen dat haar werknemers in de uitoefening van hun functie verstoken blijven van onterechte verdachtmakingen, die zowel die werknemer als het RIVM in een kwaad daglicht kunnen stellen.

3.3. Eisers hebben ter onderbouwing van hun stelling dat de uitlatingen van Van der Linde feitelijke grondslag missen, onder andere een overzicht gegeven van de wetenschappelijke prestaties van Coutinho en van zijn betrokkenheid bij diverse onderzoeksprojecten. Verder hebben zij gesteld dat indien een onderzoek van Coutinho door de farmaceutische industrie zou zijn gefinancierd, dat nog geen grond oplevert voor de beschuldiging zoals Van der Linde die heeft geuit.

Coutinho heeft zelf ook geen zakelijke belangen. Hij heeft een volledige aanstelling bij het RIVM en is daarnaast nog parttime hoogleraar.

Het RIVM heeft als instituut evenmin een financieel belang bij de omvang van de griepvaccinatie. Zij ontvangt € 0,50 per vaccin ter dekking van de kosten. Winst wordt er als overheidslichaam niet gemaakt. Voor de gunning van de levering van de vaccins worden de regels van de Europese aanbesteding gevolgd.

3.4. Eisers stellen dat het gezag en de positie die RIVM en Coutinho innemen worden ondermijnd door de onterechte beschuldigingen van Van der Linde. Het uiteindelijke effect hiervan kan zijn dat mensen komen te overlijden.

3.5. In reactie op het verweer van Van der Linde hebben eisers gesteld, dat hij zijn uitlatingen aan het adres van Coutinho verdraait, door te stellen dat “belangenverstrengeling” slechts een neutrale betekenis heeft in medisch- wetenschappelijke zin. Hij wil daarmee de aandacht afleiden van wat hij werkelijk heeft gezegd.

3.6. Van der Linde stelt dat hij zich sinds 2001 toelegt op het signaleren en aan de kaak stellen van praktijken van beïnvloeding door de farmaceutische industrie. Hij heeft daarbij diverse successen geboekt.

Het kan nu alleen gaan om uitlatingen die hij heeft gedaan op 26 oktober 2011 in het radioprogramma ‘Avondspits’ en het televisieprogramma ‘Moraalridders’. Het dagblad Trouw heeft een artikel gepubliceerd dat niet eerst aan hem is voorgelegd. Hij is voor dat artikel dan ook niet verantwoordelijk.

Hij erkent dat hij publiekelijk heeft beweerd dat Coutinho belangenverstrengeling heeft. “Belangenverstrengeling” is volgens hem een neutrale benaming die in de geneeskunde een gangbare en waardevrije aanduiding is. In dat kader heeft Van der Linde zijn uitlatingen gedaan.

Hij betwist dat hij Coutinho privé ervan heeft beschuldigd dat deze zich laat leiden door persoonlijke, zakelijke en profijtelijke belangen en dat Coutinho privé lippendienst betoont aan zakelijke partners.

Hij houdt vol dat het RIVM zakelijk belang heeft bij de griepprik omdat het gevolgen heeft voor de exploitatierekening van het RIVM.

De publieke bewering door Van der Linde dat Coutinho belangenverstrengelingen heeft, kan nauwelijks bijdragen aan verslechtering van het imago van eisers. Hij verwijst daarbij naar de wetenschappelijke, journalistieke en publieke opinie over de rol van het RIVM, Coutinho en de Gezondheidsraad in het kader van de Mexicaanse griep en naar onderzoek naar het nuttig effect van vaccinatie tegen griep.

Zijn beweringen zijn voldoende onderbouwd en op feiten gebaseerd volgens Van der Linde.

Door belangenverstrengeling hebben farmaceutische bedrijven een overheersende invloed in de geneeskunde gekregen. Dit heeft grote gevolgen voor het welzijn van mensen.

Verder stelt hij dat het RIVM een overheidsinstelling is en Coutinho een publiek persoon. De grenzen van acceptabele kritiek zijn daarbij ruimer dan wanneer het om privé personen gaat. De uitlatingen aan het adres van Coutinho zijn neutraal van toonzetting geweest.

in reconventie

3.7. Van der Linde vordert zijnerzijds jegens de staat:

- een verklaring voor recht dat de staat jegens hem een ongeoorloofde inbreuk heeft gemaakt op artikel 10 EVRM;

- de staat te veroordelen tot betaling aan hem van € 5.000,- ter vergoeding van immateriële schade en € 10.932,- ter vergoeding van gederfde inkomsten en een nader te specificeren bedrag ter zake van kosten van rechtsbijstand;

- veroordeling van de staat in de kosten van de procedure.

3.8. Van der Linde stelt dat de overheid door het dreigen met het aanhangig maken van een procedure de vrijheid van meningsuiting beperkt. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft daar voorwaarden aan gesteld. Dit geschil voldoet niet aan die voorwaarden.

Van der Linde stelt dat groot gewicht toegekend moet worden aan de vrijheid van meningsuiting. Zijn uitlatingen zijn noodzakelijk in een democratische samenleving. Hij stelt een maatschappelijke kwestie aan de orde, namelijk het nut van een griepvaccinatie en het functioneren van ambtenaren en overheidsorganen met betrekking tot een nationale aangelegenheid. Die vrijheid van meningsuiting vraagt om bescherming..

3.9. De staat stelt dat zij het recht heeft de door Van der Linde gedane uitlatingen door een rechter te laten toetsen. Bij de vraag of sprake is van een inbreuk op art. 10 EVRM gaat het om toetsing van een overheidsmaatregel. Hier is geen sprake van een overheidsmaatregel, maar van uitlatingen aan het adres van de overheid of een medewerker van die overheid. Zij heeft het recht te laten toetsen of de uitlatingen van Van der Linde hun eer en goede naam beschadigen of dat diens vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen. Het maakt daarbij geen verschil of de vordering van de staat wordt toe- of afgewezen. Verder wijst de staat erop dat hij heeft geprobeerd vóór de procedure tot een vergelijk met Van der Linde te komen door middel van het opstellen van een gezamenlijke verklaring.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Eisers leggen ter toetsing voor de uitlatingen van Van der Linde tijdens de radio-uitzending en de televisie-uitzending op 26 oktober 2011. De inhoud van het interview in dagblad Trouw blijft bij de beoordeling buiten beschouwing, ook al omdat het een niet door Van der Linde geautoriseerde weergave van een interview is.

Gelet op de ingestelde vorderingen zal de rechtbank alleen de uitlatingen van Van der Linden beoordelen. Hoewel partijen ruime aandacht besteden aan de vraag wie in de discussie over de griepprik en andere landelijke vaccinatieprogramma’s gelijk heeft, valt dat debat buiten de beoordeling door de rechtbank.

De discussie speelt wel een rol bij de algehele beoordeling van het geschil. De uitlatingen van Van der Linde staan kennelijk niet op zich, maar zijn gedaan in de bredere context van de discussie tussen de voor- en tegenstanders van vaccinatieprogramma’s, met name, maar niet alleen, de griepprik.

De directe aanleiding voor de interviews was een artikel in “Geneesmiddelenbulletin” van oktober 2011, nummer 10. In dit artikel werd de conclusie getrokken dat er geen valide bewijs is uit gerandomiseerd onderzoek of meta-analysen daarvan, dat de jaarlijkse influenzavaccinatie bij ouderen en risicopatiënten werkzaam en effectief is, en dat de noodzaak bestaat de indicaties voor influenzavaccinatie beter te funderen.

4.2. De uitlating van Van der Linde over de financiering van het aidsonderzoek dat Coutinho destijds heeft gedaan, is niet juist. Van der Linde heeft dat ook erkend. De onjuistheid van die mededeling is op zich niet onrechtmatig ten opzichte van Coutinho. Zijn eer en goede naam worden er niet door aangetast. Een onderzoek mag worden gefinancierd door een derde, dat is niet negatief.

De uitlating over de financiering van het aidsonderzoek staat echter niet op zich. Van der Linde zegt dat als opmaat naar de stelling dat Coutinho er een groot belang bij heeft de relatie met de industrie goed te houden, om vervolgens te concluderen dat er een belangenverstrengeling is.

Het verweer van Van der Linde dat “belangenverstrengeling” een neutrale term is in de wetenschappelijke wereld gaat niet op. Hij wist dat hij zijn uitlatingen niet deed in een wetenschappelijke context, maar voor radio- respectievelijk televisiepubliek. Voor dit publiek heeft de uitdrukking een negatieve klank.

Van der Linde heeft de genoemde belangenverstrengeling niet kunnen onderbouwen. Hij heeft Coutinho dus ten onrechte in verband gebracht met een belangenverstrengeling. Dit kan, afhankelijk van de verdere context waarin Van der Linde dit heeft gezegd, onrechtmatig zijn ten opzichte van Coutinho.

De rechtbank zal daarom hierna de uitlatingen van Van der Linde beoordelen in de context waarin deze zijn gedaan.

4.3. De uitlatingen van Van der Linde die in deze procedure onderwerp van geschil zijn, worden niet in hun samenhang beoordeeld. Het programma “Avondspits” is een radioprogramma, het programma “De Moraalridders” is een televisieprogramma. Tussen beide programma’s bestaat geen verband niet vanuit de programmakant en niet vanuit de luisteraar/kijker. Deze programma’s hebben dus geen elkaar versterkend effect. Eveneens moet buiten de beoordeling blijven wat verder in de media nog over dit geschil is geschreven omdat Van der Linde daar geen invloed op heeft.

4.4. De radio-uitzending had als stelling: “De griepprik helpt alleen de pillenindustrie”. Naast deze uitdagende stelling is van belang dat de opponent van Van der Linde in dezelfde uitzending, de arts Van Essen, eerder had beweerd, dat degenen die de overheid adviseren, dat doen vanuit de eigen kennis en eigen verantwoordelijkheid, omdat zij vinden dat de overheid goed advies moet krijgen.

Van der Linde reageert daarop. Hij zegt dat daar wel wat op af te dingen valt, waarna de gewraakte eerder geciteerde passages volgen.

Naar het oordeel van de rechtbank valt uit een en ander niet meer op te maken dan dat de ene spreker, Van Essen, zegt dat alles bij de advisering van de overheid geheel neutraal verloopt, terwijl de andere spreker, Van der Linde, daar vraagtekens bij zet.

Hierbij is van belang dat er sprake is van een publiek debat over het nut van de griepprik en dat kritiek wordt geleverd op de overheid (RIVM) en een bij die overheid werkzame persoon (Coutinho). De grenzen van de wijze waarop de kritiek mag worden verwoord, zijn in zo’n geval ruimer dan wanneer het een privé persoon betreft.

Van der Linde deed zijn uitlatingen in een context van de tegenstelling tussen voor- en tegenstanders van de griepprik. Gezien die context en gezien wat hiervoor werd overwogen ten aanzien van kritiek op de overheid, heeft Van der Linde de grenzen van het betamelijke niet overschreden.

4.5. Het programma “de Moraalridders”, dat ook op 26 oktober 2011 werd uitgezonden, had ook de griepprik als onderwerp. Van der Linde verwijst in dat op de televisie uitgezonden interview, naar het ‘Geneesmiddelenbulletin’ waarin wordt gesteld dat niet is aangetoond dat de griepprik werkt. Hij stelt dat 3,5 miljoen mensen in Nederland een zinloze griepprik krijgen. Vervolgens gaat het interview over belangen.

Na de onjuiste mededeling over de financiering van het aidsonderzoek van Coutinho, stelt Van der Linde dat Coutinho nu als RIVM zakelijk grote belangen heeft en dat voor zijn toekomst een profijtelijke relatie met de industrie belangrijk is. In deze mededeling ligt de suggestie van persoonlijk voordeel, welke suggestie Van der Linde niet kan waarmaken. Hij vervolgt echter met mededeling dat “het mensen zijn die terdege rekening houden met hoe een farmaceutische industrie aankijkt tegen hun uitlatingen”. De vraag of Coutinho niet integer is, wordt door Van der Linde met “nee” beantwoord. Daarmee neemt hij de eerdere suggestie dat Coutinho persoonlijk voordeel heeft, weer terug. Het vervolg van dit interview houdt niet meer in dan dat Van der Linde vindt dat het RIVM niet kritisch genoeg staat ten opzichte van de farmaceutische industrie die belangen heeft bij de vaccinatie. Hij noemt dat belangenverstrengeling. Dat is een opvatting van hem die hij naar voren mag brengen en waarvoor geldt wat reeds onder 4.4. is overwogen ten aanzien van kritiek op de overheid. Daarbij heeft hij de grens van wat geoorloofd is niet overschreden, met name niet omdat hij afstand neemt van de suggestie van de interviewer dat Coutinho niet integer zou zijn.

4.6. De vorderingen van eisers zullen dus worden afgewezen. Zij zullen worden veroordeeld in de proceskosten van Van der Linde.

De rechtbank zal de staat niet veroordelen in de werkelijke proceskosten, zoals Van der Linde die in reconventie vordert. De rechtbank verwerpt de stelling van Van der Linde dat de staat heeft gehandeld in strijd met art. 10 EVRM. De staat mag uitlatingen van derden die hij kwetsend vindt naar zijn organen of medewerkers, ter toetsing aan de rechter voorleggen. Daarin schuilt geen beperking van de vrijheid van meningsuiting. Alleen wanneer de staat voortdurend, zonder voldoende reden, langdurige procedures voert tegen een burger, zou daarin een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting kunnen worden gezien. De burger kan dan feitelijk monddood worden gemaakt. Daarvan is hier geen sprake. Een werknemer van de staat, Coutinho, en diens werkgever (RIVM) leggen eenmalig uitlatingen van Van der Linde ter toetsing voor aan een rechter. Daarmee wordt de vrijheid van meningsuiting van Van der Linde niet geschonden.

Ook de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.

4.7. Eisers zullen in conventie worden veroordeeld in de proceskosten van Van der Linde. Deze kosten worden begroot op:

Van der Linde zal worden veroordeeld in de proceskosten van de staat in reconventie. Deze kosten worden begroot op:

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt eisers gezamenlijk in de proceskosten aan de zijde van Van der Linde gevallen zijnde € 1.616,00 en bepaalt dat eisers hierover wettelijke rente verschuldigd zijn indien niet binnen veertien dagen na heden deze kosten zijn voldaan;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Van der Linde in de proceskosten aan de zijde van de staat gevallen zijnde

€ 678,00;

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2012.?