Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX8006

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-02-2012
Datum publicatie
21-09-2012
Zaaknummer
72731 / HA ZA 10-156
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagden doet beroep op onbevoegdheid van de rechtbank. Het cognossement luidt "Any dispute arising under this Bill of Lading shall be decided in the country where the Carrier has its principal place of business and the law of such country shall apply except as provided elsewhere herein".

Het beroep wordt afgewezen omdat uit de tekst van het cognossement niet blijkt waar gedaagden haar "principle place of business" heeft. De plaats van vestiging wordt niet in het cognossement vermeld maar is alleen via internet te achterhalen. Dit is onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 72731 / HA ZA 10-156

Vonnis in incident van 1 februari 2012

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

HEITMANN STAHLHANDEL GMBH & CO,

gevestigd te Münster (Duitsland),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERBRUGGGE ZEELAND TERMINALS B.V.,

gevestigd te Vlissingen,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. J.G. Cabboort te Middelburg,

tegen

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

SAMSUN LOGIX CORPORATION,

gevestigd te Seoul (Zuid Korea),

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. K.M. Moeliker te Middelburg,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

FENGSHENGHAI SHIPPING INC.,

gevestigd te (300010)Tianjin (China), Ocean Plaza, 1, Haihe Donglu, Hebei Qu, Room 901A,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Heitmann, Verbrugge, gezamenlijk: Heitmann c.s., en Samsun genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid

- de conclusie van antwoord in het incident

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid

1.2. Tenslotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten in het incident

2.1. Heitmann c.s. vorderen in de hoofdzaak, kort samengevat, hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van een bedrag van € 20.368,14, vermeerderd met rente en kosten en ten aanzien van gedaagde sub 2 te bepalen dat zij dient te gehengen en gedogen dat de vordering van eiseressen, of één van hen, als toegewezen tegen Samsun wordt verhaald op/uitgewonnen tegen het ms Sea Flourish. Heitmann c.s. hebben aan die vorderingen, kort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd:

- op of omstreeks 6 oktober 2008 is aan Samsun in de haven van Ingong (Zuid-Korea) voor het vervoer naar de haven van Vlissingen een partij stalen profielen overgegeven;

- Samsun heeft ten behoeve van deze partij profielen twee cognossementen afgegeven, die door Samsun en door de kapitein van het ms Sea Flourish, aan boord van welk schip de lading is geladen, zijn ondertekend;

- de lading is met het ms Sea Flourish, varend onder de vlag van Panama, van Ingong naar Vlissingen vervoerd;

- op 17 en 18 december 2008 is de lading in de haven van Vlissingen door Verbrugge gelost. Hierbij werd geconstateerd dat een gedeelte van de profielen was beschadigd, welke schade bestaat uit roestschade ten gevolge van zoutwaterbesmetting, en deformatieschade. Tevens is er een tekort van één profiel opgetreden;

- Heitmann is naast ladingbelanghebbende tevens cognossementhouder;

- Heitmann c.s. stellen dat de deformatieschade is ontstaan ten gevolge van onzorgvuldige behandeling van de lading bij het aan boord laden van het schip en dat gedaagden als vervoerder onder het cognossement jegens hen aansprakelijk zijn voor het ontstaan van de schade.

2.2. Artikel 32 van de tussen partijen overeengekomen cognossementsvoorwaarden luidt als volgt:

“Jurisdiction: Any dispute arising under this Bill of Lading shall be decided in the country where the Carrier has its principal place of business and the law of such country shall apply except as provided elsewhere herein.”

3. Het geschil in het incident

3.1. Samsun vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij stelt daartoe dat nu zij als ‘carrier’ moet worden aangemerkt en zij haar ‘principal place of business’ in Seoul heeft, het forumkeuzebeding uit artikel 32 van de cognossementsvoorwaarden de rechter te Seoul als exclusief bevoegde rechter aanwijst. Volgens Samsun is dit forumkeuzebeding gelet op artikel 629 lid 2 sub a en b Rv rechtsgeldig. Zij acht in dit verband van belang dat haar bedrijfsgegevens op zeer eenvoudige wijze kunnen worden achterhaald door haar website te raadplegen en dat Heitmann c.s. geen enkele moeite hebben gehad om haar ‘principal place of business’ te achterhalen teneinde haar te dagvaarden.

3.2. Heitmann c.s. voeren verweer. Zij stellen dat het forumkeuzebeding in artikel 32 van de cognossementsvoorwaarden nietig is in de zin van artikel 629 lid 2 Rv, nu er geen sprake is van een forumkeuze neergelegd in een afzonderlijk geschrift waarmee partijen uitdrukkelijk hebben ingestemd en nu in het beding niet verwezen wordt naar een met name genoemde plaats en bovendien de ‘principal place of business’ niet kenbaar is uit het cognossement.

4. De beoordeling in het incident

4.1. Samsun heeft voor alle weren de exceptie van onbevoegdheid voorgesteld ten aanzien van de vordering van Heitmann c.s. De rechtbank overweegt het volgende.

Nu in casu sprake is van zeevervoer van een buiten Nederland gelegen plaats naar een binnen het rechtsgebied van deze rechtbank gelegen plaats van eindbestemming ontleent de rechtbank haar bevoegdheid aan het bepaalde in artikel 629 lid 1 Rv. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat slechts met een geldig beding van deze bevoegdheid kan worden afgeweken.

Voor de geldigheid van een forumkeuzebeding waarbij wordt afgeweken van de door artikel 629 lid 1 Rv bepaalde bevoegdheid van de Nederlandse rechter als de rechter van de eindbestemming, is ingevolge het tweede lid van dit artikel vereist dat uit het cognossement duidelijk kenbaar is welke rechter in hetzij het land van de vervoerder hetzij het land van de ontvanger op grond van het beding als de exclusief bevoegde rechter is aangewezen dan wel dat het desbetreffende beding is neergelegd in een afzonderlijk, niet naar algemene voorwaarden verwijzend, geschrift.

De jurisdictieclausule uit artikel 32 van de onderhavige cognossementsvoorwaarden voldoet niet aan voormelde vereisten, nu zij slechts verwijst naar de rechter van het land waar de vervoerder, in dit geval Samsun, zijn ‘principal place of business’ heeft. In het beding wordt niet verwezen naar een met name genoemde plaats, zoals artikel 629 lid 2 sub a voorschrijft. De forumkeuze in de jurisdictieclausule verklaart de gerechten van een bepaald land bevoegd, maar de clausule wijst niet een bepaalde uitdrukkelijk bevoegde rechter in Zuid Korea aan. Ook uit de tekst van het cognossement blijkt niet waar Samsun zijn ‘principal place of business’ heeft. De plaats van vestiging van Samsun, kennelijk Seoul, Zuid Korea, wordt niet, althans niet in verband met de naam Samsun, uitdrukkelijk in het cognossement genoemd. Op de voorzijde van het cognossement staat slechts de naam Samsun vermeld, maar ontbreken verdere bedrijfsgegevens zoals de vestigingsplaats. Uit het cognossement is dan ook niet voldoende duidelijk kenbaar welke rechter in Zuid Korea als de exclusief bevoegde rechter is aangewezen. Omstandigheden die niet uit het cognossement kenbaar zijn, zoals de eenvoudige traceerbaarheid van de bedrijfsgegevens van Samsun via internet, zijn niet relevant bij de beantwoording van de vraag of de exclusief bevoegde rechter voldoende duidelijk is aangewezen.

Gelet op het vorenstaande kan dan ook niet worden geconcludeerd dat sprake is van een geldig beding in de zin van artikel 629 lid 2 Rv.

4.2. Uit het voorgaande volgt dat de exceptie van onbevoegdheid ten onrechte is voorgesteld, zodat de rechtbank bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen.

4.3. Samsun zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 452,-- (1 punt x tarief II).

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. veroordeelt Samsun in de kosten van het incident, aan de zijde van Heitmann tot op heden begroot op € 452,00,

5.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 maart 2012 voor conclusie van antwoord,

5.5. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2012.(