Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX7952

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
15-02-2012
Datum publicatie
21-09-2012
Zaaknummer
78552 / HA ZA 11-217
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over de bevoegheid van de rechtbank tussen een te Tholen gevestigde vennootschap en een Roemeense vennootschap. Omdat de betaling van de lening die de Nederlandse vennootschap haar verstrekt in Nederland moet plaatsvinden is de Nederlandse rechter bevoegd (EEX-Vo art. 5 lid 2 sub a.).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2012-0237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 78552 / HA ZA 11-217

Vonnis van 15 februari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROJECTONTWIKKELING THOLEN B.V.,

statutair gevestigd te Tholen en kantoorhoudende te 1076 AZ, Amsterdam, Locatellikade 1,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. M.P. Zuijderwijk te Breda,

tegen

de vennootschap naar Roemeens recht

SC GEPA CONSULT S.R.L.,

statutair gevestigd te Boekarest en kantoorhoudende te 1e District, Roemenië,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. J. Boogaard te Middelburg.

Partijen zullen hierna Tholen en Gepa genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 maart 2011;

- de incidentele conclusie houdende onbevoegdheid van de rechtbank van 20 juli 2011;

- de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid van

17 augustus 2011;

- de akte uitlating producties tevens akte overlegging producties 9 t/m 19 van 31 augustus

2011;

- de nadere akte in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid van 28 september

2011;

- de akte uitlating tevens akte overlegging producties 20 t/m 22 tevens verzoek ex artikel 85

juncto 22 Rv van 12 oktober 2011;

- de nadere akte in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid van 26 oktober 2011;

- het faxbericht van 16 december 2011 met bijlagen;

- het proces-verbaal van pleidooi van 13 januari 2012.

2. De feiten in het incident

2.1. Tholen is een houdermaatschappij die geldleningen verstrekt aan dochtermaatschappijen en derden ten behoeve van het ontwikkelen van bouwprojecten in onder meer Roemenië.

2.2. Gepa is een vennootschap naar Roemeens recht die participeert in de ontwikkeling van bouwprojecten.

2.3. Tholen en Gepa hebben voor een aantal nieuwbouwprojecten in Roemenië met elkaar samengewerkt.

2.4. Tussen Tholen en Gepa is op 6 maart 2008 een geldleningsovereenkomst gesloten op grond waarvan Tholen € 850.000,00 aan Gepa heeft geleend.

2.5. In artikel 2 van de overeenkomst is vastgelegd dat de lening moet worden terugbetaald binnen een termijn van drie jaar vanaf het moment dat het geleende bedrag door de leninggever, Tholen, is betaald aan de leningnemer, Gepa. Tholen heeft voornoemd bedrag op 10 maart 2008 aan Gepa betaald.

2.6. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de terugbetaling van de lening door Gepa. Terugbetaling van de lening door Gepa is tot op heden uitgebleven.

2.7. In artikel 6 van de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard.

2.8. Tholen vordert in de hoofdzaak het totale bedrag van de lening inclusief de daarover geaccumuleerde rente ad € 1.012.236,20 vermeerderd met rente en kosten.

3. Het geschil in het incident

3.1. Gepa vordert dat de rechtbank Middelburg zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vordering van Tholen. Gepa is van mening dat de Roemeense rechter bevoegd is en stelt daartoe het navolgende.

3.2. Op grond van artikel 2 lid 1 van de verordening (EG) nummer 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo) is de rechtbank van de vestigingsplaats van de gedaagde, Gepa, bevoegd van de geschillen tussen Gepa en Tholen kennis te nemen. Dit betekent dat de rechtbank Boekarest, Roemenië, de bevoegde rechter is.

Daarnaast kan Tholen geen beroep doen op het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo. Uit de tekst van de overeenkomst blijkt dat het om een bedrijfsmatige lening gaat, welke is gesloten ten behoeve van de financiering van een gezamenlijk bouwproject van Gepa en Tholen in Roemenië. De afbetaling van de lening zou geschieden door middel van verrekening met toekomstige winsten uit Roemeense projectvennootschappen waarin Gepa en Tholen participeerden. Gepa verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar een

e-mailbericht van 15 februari 2010 van de heer Musch namens Tholen (productie 13 bij de akte uitlating producties tevens akte overlegging producties 9 t/m 19). Een beroep op verrekening kan ook mondeling en stilzwijgend worden gedaan. Van separate geldstromen en een meest karakteristieke prestatie is geen sprake. De prestaties van Tholen en Gepa waartoe de overeenkomst verplicht zijn gelijk. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank Middelburg niet alternatief bevoegd is en dat terugbetaling van de lening niet in Nederland dient te geschieden, maar door verrekening in Boekarest.

Voorts zijn er diverse procedures aanhangig bij de rechtbank Boekarest die verband houden met bouwprojecten in Boekarest waar Gepa en Tholen zakenpartners in zijn. Er is sprake van connexiteit tussen de reeds aanhangige procedures in Boekarest en de onderhavige procedure. Voor een goede rechtsbedeling is het noodzakelijk dat alle samenhangende procedures tussen Gepa en Tholen met betrekking tot deze bouwprojecten worden behandeld door de rechtbank Boekarest. Ingevolge artikel 28 EEX-Vo is de rechtbank Boekarest dan ook bevoegd.

Gepa stelt tot slot dat, indien en voor het geval de Nederlandse rechter bevoegd is van de geschillen tussen Gepa en Tholen kennis te nemen, op grond van artikel 6:116 juncto artikel 6:118 BW, uitsluitend de rechter bevoegd is van de plaats waar Tholen kantoor heeft. Tholen houdt kantoor te Amsterdam. Derhalve is in geval van bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet de rechtbank Middelburg, maar de rechtbank Amsterdam bevoegd van de zaak kennis te nemen.

3.3. Tholen bestrijdt gemotiveerd dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om van de vordering van Tholen kennis te nemen. Tholen voert daartoe het navolgende aan.

3.4. De rechtbank Middelburg is bevoegd om kennis te nemen van het geschil op grond van artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo. Op basis van dit artikel is het mogelijk om ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst (rechts-)personen die woonplaats hebben in een lidstaat in een andere lidstaat op te roepen voor de rechtbank van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of dient te worden uitgevoerd. Die verbintenis is de verplichting tot terugbetaling van de lening. Ex artikel 6:116 lid 1 BW dient terugbetaling te geschieden aan de woonplaats van de schuldeiser. Tholen is statutair gevestigd te Tholen. Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de onderhavige vordering kennis te nemen.

Tholen betwist voorts dat bij de toetsing van artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo de vraag aan de orde komt wat de kenmerkende prestatie is, omdat partijen in de overeenkomst een rechtskeuze voor Nederlands recht hebben opgenomen.

Daarnaast betwist Tholen gemotiveerd dat er afspraken zijn gemaakt over verrekening van de onderhavige vordering met toekomstige winsten uit projectvennootschappen dan wel met vorderingen van Gepa op Tholen. Uit het e-mailbericht van 15 februari 2010 van de heer Musch (productie 13 bij de akte uitlating producties tevens akte overlegging producties 9 t/m 19) kan dit niet worden afgeleid. In deze e-mail worden twee verschillende zaken behandeld die geen verband houden met elkaar en die niet zien op verrekening. Gepa heeft verder geen andere stukken overgelegd die deze stelling onderbouwen.

Verder betwist Tholen gemotiveerd dat er sprake is van connexiteit tussen de reeds aanhangige procedures bij de rechtbank Boekarest en de onderhavige procedure. Artikel 28 EEX-Vo is niet van toepassing. Op grond van artikel 31 EEX-Vo mag voorts door Tholen een beslagprocedure worden gevoerd in Roemenië naast de bodemprocedure in Nederland, omdat er geen gevaar bestaat dat er feitelijk tegenstrijdige uitspraken zullen worden gedaan.

Tot slot betwist Tholen dat artikel 6:118 BW van toepassing is. De overeenkomst is namelijk geen verbintenis die is ontstaan in de bedrijfs- of beroepsuitoefening van Tholen.

De lening is verstrekt aan Gepa ten behoeve van de bestuurder van Gepa, [naam bestuurder]. [bestuurder] wilde deze lening gebruiken voor privédoeleinden, namelijk voor het kopen van een kavel om daar een privéwoning op te laten bouwen. Tholen verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar twee e-mails van 4 maart 2008 (bijlagen bij het faxbericht van 16 december 2011). Op expliciet verzoek van [bestuurder] is de lening aan Gepa verstrekt. De lening zou niet worden aangewend voor een van de bouwprojecten. Het betreft geen bedrijfsmatige lening. Dit blijkt ook uit het feit dat er in het geheel geen verdere documentatie over deze lening is, terwijl dit bij zakelijke leningen tussen Tholen en Gepa wel het geval is.

Indien de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de lening aan Gepa toch is verstrekt in de uitoefening van bedrijfs- of beroepsbezigheden, dan is Tholen van mening dat artikel 6:118 eveneens niet van toepassing is. Voor de relatieve bevoegdheid op grond van dat artikel moet er sprake zijn van kenmerkende activiteiten die vanuit een filiaal van de schuldeiser plaatsvinden. De totstandkoming van de leningsovereenkomst is echter niet een specifieke aangelegenheid die op het vestigingsadres in Amsterdam ziet. Artikel 6:118 vloeit voort uit artikel 1:14 BW. Op grond van dit artikel dient de vestiging waar de bezigheden worden uitgevoerd als woonplaats te worden aangemerkt. Tholen heeft haar statutaire zetel in Tholen en staat aldaar geregistreerd op het adres van een trustkantoor, welk kantoor op verzoek van Tholen haar zaken behartigt. Gepa wordt niet in haar rechtsgang belemmerd door Tholen als plaats voor voldoening van de schuld aan te wijzen.

4. De beoordeling in het incident

4.1. De rechtbank stelt vast dat Tholen en Gepa in verschillende landen van de Europese Unie zijn gevestigd, te weten in Nederland en Roemenië. De vraag of deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Tholen dient derhalve te worden beoordeeld aan de hand van de EEX-Vo.

4.2. De eerste vraag die aan de orde komt is of Tholen een beroep kan doen op de alternatieve bevoegdheidsbepaling, zoals neergelegd in artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo.

De verbintenis uit overeenkomst die aan de eis ten grondslag ligt, betreft de terugbetaling van de lening door Gepa aan Tholen. Teneinde te kunnen beoordelen of deze rechtbank bevoegd is van het geschil kennis te nemen, dient te worden vastgesteld waar de plaats van uitvoering van de betreffende verbintenis ligt. Deze plaats zal de rechtbank vaststellen aan de hand van het Nederlandse recht, omdat partijen hier in artikel 6 van de overeenkomst een rechtskeuze voor hebben gemaakt. Aan de vraag wat de kenmerkende prestatie is en wie deze moet verrichten, komt de rechtbank daardoor niet toe.

De terugbetaling moet worden gedaan aan de woonplaats van de schuldeiser. Tholen is statutair gevestigd te Tholen en kantoorhoudende te Amsterdam. Derhalve kan de plaats Tholen als woonplaats van Tholen worden aangemerkt. Het kantoor in Amsterdam kan mede als woonplaats worden aangemerkt. De plaats van uitvoering van de aan de eis ten grondslag liggende verbintenis is dus gelet op de plaatsen die als woonplaats kunnen worden aangemerkt in beginsel in Nederland gelegen.

4.3. Vervolgens komt aan de orde of de afbetaling van de lening zou geschieden door middel van verrekening. De rechtbank is van oordeel dat niet op voorhand is vast te stellen dat er tussen partijen afspraken over verrekening zijn gemaakt, onder meer omdat dit gemotiveerd wordt betwist door Tholen. Vooralsnog overweegt de rechtbank dat uit de

e-mail van 15 februari 2010 van de heer Musch (productie 13 bij de akte uitlating producties tevens akte overlegging producties 9 t/m 19) niet blijkt dat tussen partijen is overeengekomen dat verrekening zou plaatsvinden. De rechtbank concludeert dat de gegrondheid van dit verweer van Gepa niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en passeert dan ook het beroep van Gepa op verrekening. Dit heeft tot gevolg dat de plaats van uitvoering van de verbintenis in Nederland is gelegen en dat Gepa op basis van artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo in Nederland kan worden gedagvaard.

4.4. De rechtbank overweegt verder dat Gepa gezien de gemotiveerde betwisting van Tholen en de vereisten voor samenhang zoals neergelegd in artikel 28 EEX-Vo onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van connexiteit tussen de reeds aanhangige procedures bij de rechtbank Boekarest en de onderhavige procedure. Dit verweer van Gepa wordt aldus verworpen.

4.5. Gelet op het overwogene in punt 4.2 kunnen zowel Tholen als Amsterdam als woonplaats van Tholen worden aangemerkt. Amsterdam kan slechts bij uitsluiting als plaats van betaling gelden, indien vast komt te staan dat sprake is van een verbintenis die is ontstaan bij de uitoefening van bedrijfs- of beroepsbezigheden van Tholen en van kenmerkende activiteiten die vanuit het kantoor in Amsterdam hebben plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat niet op voorhand is vast te stellen dat er sprake is van een verbintenis die is ontstaan bij de uitoefening van bedrijfs- of beroepsbezigheden, onder meer omdat dit gemotiveerd wordt betwist door Tholen. Daarnaast overweegt de rechtbank dat Gepa gezien de gemotiveerde betwisting van Tholen onvoldoende heeft onderbouwd dat er kenmerkende activiteiten met betrekking tot de geldleningsovereenkomst vanuit het kantoor in Amsterdam hebben plaatsgevonden. Het enkele gegeven dat Tholen in Amsterdam kantoor houdt, is daartoe onvoldoende. De stelling van Gepa dat de rechtbank Amsterdam uitsluitend bevoegd is, slaagt daarom niet. Het staat Tholen vrij om als woonplaats de plaats Tholen aan te wijzen, omdat zij daar statutair is gevestigd. De rechtbank Middelburg is dientengevolge bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen.

4.6. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de exceptie van onbevoegdheid ten onrechte is voorgesteld. De incidentele vordering zal worden afgewezen.

4.7. Gepa zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Tholen worden begroot op:

- salaris advocaat: € 1356,00 (3 punten x tarief II, € 452,00).

5. De beoordeling in de hoofdzaak

Gepa heeft in de hoofdzaak nog geen conclusie van antwoord genomen. De zaak zal daarom worden verwezen naar de rol om Gepa in de gelegenheid te stellen deze conclusie van antwoord te nemen.

6. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt Gepa in de proceskosten, aan de zijde van Tholen tot op heden begroot op

€ 1356,00.

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 maart 2012 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Gepa;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2012.?

EZ