Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX7783

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
20-09-2012
Datum publicatie
20-09-2012
Zaaknummer
12/700172-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontuchtzaak Westkapelle

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/700172-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 september 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1952],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting ‘Torentijd’ in Middelburg,

ter terechtzitting verschenen,

raadsman mr. Bals, advocaat te Kloetinge,

ter terechtzitting aanwezig.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 september 2012, waarbij de officier van justitie mr. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

Voor de leesbaarheid van het vonnis heeft de rechtbank de vier tekstblokken in feit 6 van de letters A tot en met D voorzien.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 27 september 1993 tot en met

27 september 1997 te Westkapelle/Klein Valkenisse, gemeente Veere, in elk

geval in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum I]), die

toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 1], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 1] (aftrekken),

en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 1] (pijpen), en/of

-zich door die [slachtoffer 1] laten betasten van zijn, verdachtes, penis,

en/of

-(vervolgens) zich door die van [slachtoffer 1] laten masturberen (aftrekken)

van zijn, verdachtes, penis;

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 18 februari 1999 tot en met

17 februari 2000 te Westkapelle/Domburg/Veere /Meliskerke, gemeente Veere

en/of Vlissingen en/of Goes , in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 2]

(geboren [geboortedatum II]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet

had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande

(telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 2], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 2] (aftrekken), en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 2] (pijpen);

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 4 mei 2008 tot en met 3 mei

2009 te Westkapelle, gemeente Veere en/of Middelburg, in elk geval in

Nederland, met [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum III]), die toen de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, bestaande (telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 3], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 3] (aftrekken), en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 3] (pijpen);

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5

september 2011 te West-Kapelle, gemeente Veere en/of Souburg, gemeente

Vlissingen en/of Middelburg, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 4]

(geboren [geboortedatum IV]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande

(telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 4], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 4] (aftrekken), en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 4] (pijpen), en/of

-zich door die [slachtoffer 4] laten betasten van zijn, verdachtes, penis, en/of

-(vervolgens) zich door die [slachtoffer 4] laten masturberen (aftrekken) van zijn,

verdachtes, penis;

art 247 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5

september 2011 te Westkapelle, gemeente Veere en/of Souburg, gemeente

Vlissingen en/of Middelburg, met [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum IV]) die toen de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, welke

handelingen bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de mond

gebracht/geduwd van die [slachtoffer 4], althans die [slachtoffer 4] zijn, verdachtes, penis

in de mond laten nemen;

art 245 Wetboek van Strafrecht

6.

A.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 27 september 1993 tot en met

30 augustus 2000 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein

Valkenisse/Buttinge, gemeente Veere en/of Souburg/Vlissingen, gemeente

Vlissingen en/of Goes en/of Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en/of

Nieuwdorp, gemeente Borsele, in elk geval in Nederland, (telkens) door giften

en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten het

(telkens) geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van

één of meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van sigaretten en/of het geven/betalen van hoeveelheden weed, althans het

geven/betalen van (een) goed(eren) en/of het beloven één of meer geldbedragen

te geven/betalen en/of het beloven één of meer hoeveelheden beltegoed te

geven/betalen en/of het beloven/aanbieden van een baan/werk, aan (een) (onbekend

gebleven en/of niet nader te noemen) minderjarige(n) en/of perso(o)n(en) van onbesproken gedrag waaronder:

-meermalen in de periode van 27 september 1993 tot en met 26 september 1999 [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum I]), en/of

-meermalen in de periode van 18 februari 1999 tot en met 30 augustus 2000 [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum II]),

wiens minderjarigheid verdachte (telkens) kende of redelijkerwijs moest

vermoeden, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen met hem,

verdachte, te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

248ter (oud) Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2000 tot en met 30

september 2002 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein

Valkenisse/Buttinge, gemeente Veere en/of Souburg/Vlissingen, gemeente

Vlissingen en/of Goes en/of Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en/of

Nieuwdorp, gemeente Borsele, in elk geval in Nederland, (telkens) door giften

en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten het

(telkens) geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van

één of meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van sigaretten en/of het geven/betalen van hoeveelheden weed, althans het

geven/betalen van (een) goed(eren) en/of het beloven één of meer geldbedragen

te geven/betalen en/of het beloven één of meer hoeveelheden beltegoed te

geven/betalen en/of het beloven/aanbieden van een baan/werk, aan (een)

(onbekend gebleven en/of niet nader te noemen) minderjarige(n) en/of perso(o)n(en) waaronder:

-meermalen in de periode van 1 oktober 2000 tot en met 17 februari 2002 [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum II]),

wiens minderjarigheid verdachte (telkens) kende of redelijkerwijs moest

vermoeden, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen met hem,

verdachte, te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

248a (oud) Wetboek van Strafrecht

en/of

C.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 31

december 2005 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein

Valkenisse/Buttinge, gemeente Veere en/of Souburg/Vlissingen, gemeente

Vlissingen en/of Goes en/of Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en/of

Nieuwdorp, gemeente Borsele, in elk geval in Nederland, (telkens) door giften

en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten het (telkens)

geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van één of

meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van sigaretten en/of het geven/betalen van hoeveelheden weed, althans het

geven/betalen van (een) goed(eren) en/of het beloven één of meer geldbedragen

te geven/betalen en/of het beloven één of meer hoeveelheden beltegoed te

geven/betalen en/of het beloven/aanbieden van een baan/werk, aan (een) (onbekend

gebleven en/of niet nader te noemen) minderjarige(n) en/of perso(o)n(en), wiens minderjarigheid hij kende of redelijkerwijs

moest vermoeden, (telkens) opzettelijke heeft bewogen ontuchtige handelingen

te plegen en/of zodanige handelingen van hem te dulden;

248a (oud) Wetboek van Strafrecht

en/of

D.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 5

september 2011 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein

Valkenisse/Buttinge, gemeente Veere en/of Souburg/Vlissingen, gemeente

Vlissingen en/of Goes en/of Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en/of

Nieuwdorp, gemeente Borsele, in elk geval in Nederland, (telkens) door giften

en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten het

(telkens) geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van

één of meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van sigaretten en/of het geven/betalen van hoeveelheden weed, althans het

geven/betalen van (een) goed(eren) en/of het beloven één of meer geldbedragen

te geven/betalen en/of het beloven één of meer hoeveelheden beltegoed te

geven/betalen en/of het beloven/aanbieden van een baan/werk, aan (een) (onbekend gebleven en/of niet nader te noemen) minderjarige(n) en/of

perso(o)n(en) waaronder:

-meermalen in de periode van 13 maart 2009 tot en met 5 september 2011 [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum V]), en/of

-meermalen in de periode van 1 juli 2011 tot en met 28 juli 2011 [slachtoffer 6]

(geboren [geboortedatum VI]), en/of

-meermalen in de periode van 1 mei 2010 tot en met 21 december 2010 [slachtoffer 7],

en/of

-meermalen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 september 2011 [slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum VIII]), en/of

-meermalen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 september 2011 [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum IV]),

waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat

voornoemde perso(o)n(en) de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden/had

bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen

en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

art 248a Wetboek van Strafrecht

7.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 5

september 2011 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein

Valkenisse/Buttinge, gemeente Veere en/of Souburg/Vlissingen, gemeente

Vlissingen en/of Goes en/of Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en/of

Nieuwdorp, gemeente Borsele, in elk geval in Nederland,

(telkens) op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, te weten

verschillende binnenwegen en/of parkeerplaatsen/parkeerterreinen in voornoemde

plaatsen, en/of

op een niet openbare plaats, te weten in een pand aan de [adres a] te

Westkapelle, gemeente Veere en/of een pand gelegen aan de [adres b] te

Oost-Souburg, gemeente Vlissingen, waarbij een ander of anderen daarbij zijns

ondanks tegenwoordig was/waren,

(telkens) zich opzettelijk oneerbaar heeft gedragen door (telkens) zijn

(stijve) geslachtsdeel te tonen en/of (daarbij) masturberende bewegingen te

maken;

art 239 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 239 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

3 Inleiding

De rechtbank zal vanwege de leesbaarheid van het vonnis aangevers en getuigen in deze zaak, in het vonnis mede bij hun achternaam noemen.

4 De voorvragen

4.1 Geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit 6

4.1.1 Het standpunt van de verdediging

Aangevoerd is dat de tenlastelegging onder feit 6 onvoldoende feitelijk is, omdat het begrip ontuchtige handelingen niet nader is omschreven. Nu een nadere omschrijving van de feitelijke gedraging ontbreekt, dient de dagvaarding nietig te worden verklaard.

Subsidiair is door de verdediging aangevoerd dat het onder 6 C ten laste gelegde deel van de dagvaarding nietig dient te worden verklaard wegens strijd met het in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) besloten liggende vereiste van duidelijkheid. Voor verdachte is niet duidelijk waartegen hij zich heeft te verdedigen, temeer daar het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen destilleren om welke onbekend gebleven personen het gaat. Niet alleen is de dagvaarding voor dit gedeelte onvoldoende duidelijk, maar ook onvoldoende feitelijk nu uit de tekst van de tenlastelegging niet blijkt waar, wanneer en met wie welke handelingen zouden zijn gepleegd.

4.1.2 Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie wist en weet verdachte waartegen hij zich heeft te verdedigen en is om die reden aan de kern van artikel 261 Sv voldaan.

Ook kan op basis van het onderliggende dossier en in het bijzonder de tapgesprekken en de bekennende verklaring van verdachte worden afgeleid dat het voor verdachte duidelijk is geweest dat sprake is geweest van meer slachtoffers dan diegenen die in de tenlastelegging met name zijn genoemd.

Van nietigheid van de dagvaarding is geen sprake.

4.1.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat – hoewel het begrip ontuchtige handelingen niet feitelijk is omschreven in het onder 6 ten laste gelegde feit - het voor verdachte in samenhang met het onderliggende dossier voldoende duidelijk is waartegen hij zich dient te verweren. Daarbij geldt in het bijzonder dat de ontuchtige handelingen wél nader zijn omschreven in de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en dat deze kunnen worden bezien in samenhang met het onder 6 ten laste gelegde. Verdachte heeft over deze handelingen gedetailleerde bekennende verklaringen afgelegd en ook overigens is tijdens het behandelde ter terechtzitting gebleken dat verdachte wist waartegen hij zich diende te verdedigen.

Dit geldt niet voor het onder 6 C ten laste gelegde feit. Hier wordt verdachte verweten gedurende ruim drie jaar op diverse plaatsen onbekend gebleven minderjarigen te hebben verleid en hen te hebben bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem te dulden. Dit onderdeel van de tenlastelegging maakt onvoldoende duidelijk welke gedragingen ten aanzien van welke minderjarigen of andere personen op welk moment en op welke plaats aan verdachte worden verweten. De rechtbank acht dit deel van de dagvaarding nietig.

Voor het overige deel is de dagvaarding geldig.

4.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

4.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

4.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de verklaringen van de diverse aangevers en getuigen, de tapverslagen en de bekennende verklaringen van verdachte. De verklaringen van verdachte

- over het seksueel misbruik door hem van slachtoffers die niet met naam op de tenlastelegging staan genoemd - worden ondersteund door de tapverslagen en verklaringen van aangevers en getuigen in onderlinge samenhang bezien.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor de onder 4, 5 en – indien niet nietig: - 6 C ten laste gelegde feiten. Niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van lichamelijk contact tussen verdachte en [slachtoffer 4] als onder 4 en 5 is ten laste gelegd. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat er wel degelijk handelingen zijn verricht door hem bij [slachtoffer 4], maar [slachtoffer 4] ontkent dit in alle toonaarden. De verklaring van verdachte alleen is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Het onder 6 C ten laste gelegde kan ook niet worden bewezen, omdat het dossier – naast de enkele verklaring van aangever dat ‘het vaker is voorgekomen’ - onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de identiteit van de personen die bedoeld worden in dat deel van de tenlastelegging. Voor een bewezenverklaring moet zekerheid bestaan over de leeftijd van de mogelijke slachtoffers en die is er niet.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte kende alle acht in de tenlastelegging met name genoemde jongens. Met in ieder geval zeven van hen heeft hij seksuele handelingen verricht. Hij betastte die jongens en liet zich door hen betasten en ook aftrekken. Hij trok die jongens af en met een aantal van hen heeft hij daarnaast orale seks gehad. Toen verdachte de seksuele handelingen verrichte, waren die jongens tussen de 12 en 18 jaar en dat wist verdachte. Verdachte was veel ouder dan die jongens en had daardoor overwicht op hen. Door verdachte werd in het cafetaria of in het café het eten of drinken betaald. Veel van de jongens wilden wel iets terughebben voor de verrichte seksuele handelingen. Verdachte drong aan op seksueel contact en als zijn vraag - of ze er nog een slinger aan zouden geven of elkaar af zouden trekken - niet met ja werd beantwoord, bood hij de jongere 20 euro aan.

Feit 1

In de periode van 27 september 1993 tot en met 27 september 1997 heeft verdachte wekelijks ontuchtige handelingen verricht met [slachtoffer 1]. Dit is begonnen toen [slachtoffer 1] twaalf was en met deze frequentie doorgegaan totdat hij zestien jaar was. Daarna is verdachte niet gestopt met het plegen van ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1], maar is het minder vaak voorgekomen. Verdachte betastte de penis van [slachtoffer 1] en trok hem af. Ook heeft hij de penis van die [slachtoffer 1] in de mond genomen en zijn penis door die [slachtoffer 1] laten betasten en zich door die [slachtoffer 1] laten aftrekken. De handelingen zijn verricht in het dorp Westkapelle, op binnenwegen en op een open plek in het bos bij Klein Valkenisse.

Feit 2

In de periode van 18 februari 1999 tot en met 17 februari 2000 heeft verdachte meermalen ontuchtige handelingen verricht met [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] was toen 15 jaar oud. Verdachte heeft de penis van [slachtoffer 2] vastgepakt en hem gemasturbeerd. Ook heeft hij orale seks met hem gehad. De handelingen zijn verricht in Westkapelle, Domburg, Veere, Meliskerke en in Vlissingen.

Feit 3

In de periode van 4 mei 2008 tot en met 3 mei 2009 heeft verdachte ontuchtige handelingen verricht met [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] was toen 15 jaar. In Westkapelle op het terrein bij De Hooizolder en later bij de kreek in Westkapelle heeft verdachte de penis van [slachtoffer 3] betast en gemasturbeerd. Daarnaast heeft verdachte met [slachtoffer 3] orale seks gehad. De ontuchtige handelingen hebben ook in Middelburg plaatsgehad.

Feiten 4 en 5

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij aan het begin van het jaar 2010 samen met verdachte was. In de buurt van de Nieuwe Vlissingseweg bij West-Souburg op het lange fietspad pakte verdachte biertjes uit zijn auto. Toen ‘vroeg hij het en bood er geld voor. Toen gebeurde het. Hij zei dat als ik hem er uit zou halen hij mij geld zou geven’. [slachtoffer 4] heeft zich vervolgens afgetrokken in aanwezigheid van verdachte. Hij heeft nadrukkelijk verklaard dat verdachte zijn, [slachtoffer 4], penis niet heeft aangeraakt en hij niet die van verdachte, en dat zij niet elkaar hebben afgetrokken. [slachtoffer 4] spreekt over het gebeuren als slechts een eenmalig incident.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij met [slachtoffer 4] seksueel contact heeft gehad op een binnenweggetje in de buurt van de bunkers richting Middelburg en dat zij elkaar hebben afgetrokken. Ook is er op enig moment over en weer orale seks geweest. In totaal heeft hij met [slachtoffer 4] een keer of vier seksueel contact gehad. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat het mogelijk is dat hij zich tijdens zijn verhoor bij de politie heeft vergist en dat hij mogelijk de broer van [slachtoffer 4] heeft bedoeld.

Nu [slachtoffer 4] stellig heeft verklaard dat verdachte geen ontuchtige handelingen met hem en hij niet met verdachte heeft gepleegd, acht de rechtbank – op grond van de enkele verklaring van verdachte bij de politie – voor deze feiten onvoldoende aanknopingspunten aanwezig en zal zij verdachte van deze feiten vrijspreken.

Feit 6 A

[slachtoffer 1]

Verdachte had altijd geld of telefoonkaarten in zijn borstzak. Als [slachtoffer 1] hem tegenkwam, bood verdachte hem te drinken aan. Als [slachtoffer 1] zijn penis aan verdachte liet zien en verdachte deze betastte, kreeg [slachtoffer 1] geld van verdachte.

Feit 6 A en 6 B

[slachtoffer 2]

Verdachte heeft de penis van [slachtoffer 2] vastgepakt en hem gemasturbeerd. Ook heeft hij orale seks met hem gehad. Voor het hebben van seksuele handelingen met [slachtoffer 2] gaf verdachte meestal 20 euro. Soms gaf verdachte ‘een rondje’ en mocht je het wisselgeld houden. Ook gaf hij wel sigaretten of een telefoonkaart.

Feit 6 D

[slachtoffer 5]

In de periode van 13 maart 2009 tot en met 5 september 2011 heeft verdachte meermalen ontuchtige handelingen verricht met [slachtoffer 5]. De eerste keer dat verdachte seksueel contact had met [slachtoffer 5], was deze nog 15 jaar. Hij heeft de penis van die [slachtoffer 5] vastgepakt en hem afgetrokken en ook heeft hij orale seks gehad met [slachtoffer 5]. Dit is gebeurd in de schuur van verdachte in Westkapelle, in een woning waar zij aan het werk waren, in Buttinge op een binnenweg en in de buurt van het vliegveld Midden-Zeeland. [slachtoffer 5] liet verdachte de seksuele handelingen verrichten omdat verdachte dingen voor hem betaalde. Hij kreeg bier van verdachte en contant geld. Verdachte gaf [slachtoffer 5] 10 of 20 euro als zij seksueel contact hadden.

[slachtoffer 6]

[slachtoffer 6] was in de maand juli 2011 op vakantie in Westkapelle. Hij is in die maand 17 jaar geworden. Verdachte heeft hem geld gegeven en op een landweggetje bij de vuurtoren seksuele ‘dingen’ bij hem gedaan. [slachtoffer 6] moest zijn broek naar beneden doen en verdachte raakte met zijn mond de penis van [slachtoffer 6] aan en deed die in zijn mond.

[slachtoffer 7]

[slachtoffer 7] kent verdachte vanaf mei 2010. Hij was toen 17 jaar. Vanaf die tijd ging hij bijna wekelijks wat met verdachte drinken. Verdachte betaalde. In iedere sms-sessie zei verdachte dat hij naar [slachtoffer 7] verlangde. Hij wilde aan hem zitten en bleef hiervoor geld aanbieden. Voor de zomervakantie gebeurde het één keer in de drie weken dat [slachtoffer 7] met verdachte meereed in de auto, dat hij door verdachte naar huis werd gebracht in Nieuwdorp en dat zij op een zijweggetje vlak buiten Lewedorp bleven staan en dat verdachte en [slachtoffer 7] zichzelf aftrokken . Na de zomervakantie is het niet zo vaak meer voorgekomen. Als [slachtoffer 7] zich aftrok in het bijzijn van verdachte kreeg hij geld van verdachte. Op [datum] is [slachtoffer 7] 18 jaar geworden.

[slachtoffer 8]

In de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 september 2011 heeft verdachte ontuchtige handelingen gepleegd met [slachtoffer 8]. Verdachte was aan het werk in de woning van de moeder van die [slachtoffer 4 en 8] aan de [adres b] in Oost-Souburg. Daar hebben verdachte en [slachtoffer 8] elkaar meermalen afgetrokken. Als verdachte [slachtoffer 8] had afgetrokken, kreeg hij daar geld voor om sigaretten of een biertje te kopen. Verdachte gaf hem 10 of 20 euro. Ook is het voorgekomen dat verdachte de penis van die [slachtoffer 8] met zijn mond aanraakte en dat zijn penis in de mond van verdachte ging. Daarnaast heeft [slachtoffer 8] verdachte moeten aftrekken en pijpen. De ontuchtige handelingen hebben niet alleen in Oost-Souburg plaatsgevonden, maar ook net buiten Vlissingen. [slachtoffer 8] was toen 16 of 17 jaar.

[slachtoffer 4]

Verdachte gaf [slachtoffer 4] en zijn vrienden in het café in Souburg te drinken. Als [slachtoffer 4] met zijn vrienden was, was verdachte de sponsor voor de drank. Als overwogen bij feit 4 en 5 heeft verdachte aan het begin van het jaar 2010 [slachtoffer 4] ertoe bewogen dat deze zichzelf heeft afgetrokken ([slachtoffer 4] was toen 13 jaar oud ). Dit is gebeurd in de buurt van de Nieuwe Vlissingseweg bij West-Souburg. [slachtoffer 4] zou er een zakcentje mee verdienen. [slachtoffer 4] heeft er 40 euro voor gekregen.

Feit 7

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op de hiervoor genoemde verklaringen van aangevers en getuigen, de bekennende verklaring van verdachte en de plattegronden waarop verdachte heeft aangegeven waar het ten laste gelegde is gepleegd.

5.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 27 september 1993 tot en met

27 september 1997 te Westkapelle/Klein Valkenisse, gemeente Veere, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum I]), die

toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 1], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 1] (aftrekken),

en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 1] (pijpen), en/of

-zich door die [slachtoffer 1] laten betasten van zijn, verdachtes, penis,

en/of

-(vervolgens) zich door die van [slachtoffer 1] laten masturberen (aftrekken)

van zijn, verdachtes, penis;

2.

op tijdstippen in de periode van 18 februari 1999 tot en met

17 februari 2000 te Westkapelle/Domburg/Veere /Meliskerke, gemeente Veere

en Vlissingen met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum II]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 2], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 2] (aftrekken), en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 2] (pijpen);

3.

op tijdstippen in de periode van 4 mei 2008 tot en met 3 mei

2009 te Westkapelle, gemeente Veere en/of Middelburg met [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum III]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het:

-betasten en/of vastpakken van de penis van die [slachtoffer 3], en/of

-(vervolgens) masturberen van de penis van die [slachtoffer 3] (aftrekken), en/of

-in mond nemen van de penis van die [slachtoffer 3] (pijpen);

6.

A.

op tijdstippen in de periode van 27 september 1993 tot en met 30 augustus 2000 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein Valkenisse, gemeente Veere en/of Vlissingen, gemeente Vlissingen en/of Middelburg, gemeente Middelburg, (telkens) door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten het

(telkens) geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van

één of meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van aan minderjarigen van onbesproken gedrag te weten:

-meermalen in de periode van 27 september 1993 tot en met 26 september 1999 [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum I]), en

-meermalen in de periode van 18 februari 1999 tot en met 30 augustus 2000 [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum II]), wiens minderjarigheid verdachte (telkens) kende, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen met hem, verdachte, te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

en

B.

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2000 tot en met 30 september 2002 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke, gemeente Veere en/of Vlissingen, gemeente

Vlissingen en Middelburg, gemeente Middelburg, (telkens) door giften

en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten het

(telkens) geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van

één of meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van, aan een minderjarige te weten:

-meermalen in de periode van 1 oktober 2000 tot en met 17 februari 2002 [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum II]),

wiens minderjarigheid verdachte (telkens) kende, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen met hem, verdachte, te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

en

D.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 5

september 2011 te Westkapelle, Buttinge, gemeente Veere en/of Souburg/Vlissingen, gemeente Vlissingen en/of Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en/of

gemeente Borsele, (telkens) door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijkem verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten het (telkens) geven van één of meer hoeveelheden geld en/of het geven/betalen van

één of meer hoeveelheden beltegoed(en) en/of het geven/betalen van één of meer

alcoholische dranken en/of het geven/betalen van eten en/of het geven/betalen

van sigaretten aan minderjarigen te weten:

-meermalen in de periode van 13 maart 2009 tot en met 5 september 2011 [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum V]), en

-meermalen in de periode van 1 juli 2011 tot en met 28 juli 2011 [slachtoffer 6]

(geboren [geboortedatum VI]), en

-meermalen in de periode van 1 mei 2010 tot en met 21 december 2010 [slachtoffer 7],

en

-meermalen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 september 2011 [slachtoffer 8] (geboren [geboortedatum VIII]), en

-meermalen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 september 2011 [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum IV]), waarvan verdachte (telkens) wist dat

voornoemde personen de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden

bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen

en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

7.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 5

september 2011 te Westkapelle/Domburg/Veere/Meliskerke/Klein

Valkenisse/Buttinge, gemeente Veere en Souburg/Vlissingen, gemeente

Vlissingen en Arnemuiden/Middelburg, gemeente Middelburg en

gemeente Borsele, (telkens) op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd, te weten verschillende binnenwegen en/of parkeerplaatsen/parkeerterreinen in voornoemde

plaatsen, en op een niet openbare plaats, te weten in een pand aan de [adres a] te

Westkapelle, gemeente Veere en een pand gelegen aan de [adres b] te

Oost-Souburg, gemeente Vlissingen, waarbij een ander of anderen daarbij zijns

ondanks tegenwoordig was/waren,

(telkens) zich opzettelijk oneerbaar heeft gedragen door (telkens) zijn

(stijve) geslachtsdeel te tonen en/of (daarbij) masturberende bewegingen te

maken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

In het Pieter Baan Centrum in Utrecht (PBC) is door psychiater A.E. Grochowska en psycholoog P.A.E.M.T. Cremers, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte. Hieruit komt naar voren dat verdachte ten tijde van de aan hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een seksuele stoornis niet anderszins omschreven (NAO). Er was sprake van hyperseksualiteit en een obsessieve preoccupatie met deviant seksuele voorkeur voor puberale jongens. Zijn seksuele verlangens naar puberjongens moeten worden beschouwd als een sterke drang waar hij moeilijk weerstand aan kon bieden. Hij is vergroeid met zijn seksuele belevingen en gedragingen. Zijn alcoholgebruik is verweven geraakt met zijn seksuele problematiek en faciliteert tevens zijn seksuele activiteiten. Door zijn seksuele stoornis en ook door zijn rigide opvattingen over wat is toegestaan op seksueel gebied had hij weinig gezonde alternatieven. Geadviseerd wordt verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt deze conclusie uit het PBC-rapport over. Dit leidt tot het oordeel dat verdachte tijdens het plegen van de hiervoor bewezen verklaarde feiten verminderd toerekeningsvatbaar was.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vierentwintig maanden met aftrek van voorarrest en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de aanbevelingen van het PBC over te nemen en vraagt in het bijzonder aandacht voor de overweging te streven naar een vervroegde plaatsing in een kliniek. Verdachte wil worden behandeld.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf en/of maatregel houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Vanaf september 1993 tot aan zijn aanhouding op 6 september 2011 heeft verdachte zich op grote schaal schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarige jongens en het verleiden van die jongens tot het plegen van die ontuchtige handelingen. Hij trakteerde in cafés, gaf de jongens geld en sigaretten, betastte de penissen van die jongens, trok hen af, trok zichzelf af, liet die jongens zichzelf in zijn bijzijn aftrekken en liet zichzelf ook door hen aftrekken. Ook heeft hij zich bij sommige slachtoffers schuldig gemaakt aan het hebben van orale seks met hen. Met het plegen van genoemde feiten heeft verdachte zich ook op grote schaal schuldig gemaakt aan openbare schennispleging.

Verdachte heeft, mede gelet op zijn uit het leeftijdsverschil voortvloeiende overwicht, door het verrichten van ontuchtige handelingen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van deze jonge jongens geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, in negatieve zin doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers van dit soort delicten. Een van de slachtoffers van verdachte heeft ter zitting gebruik gemaakt van zijn spreekrecht. Hij vertelde dat zijn leven door verdachte is verwoest. Hij heeft niet geleefd, maar overleefd. Pas toen hij 22 jaar was, heeft hij zijn vader en moeder durven te vertellen dat hij was misbruikt en vanaf die tijd stond zijn leven op zijn kop. Een psycholoog liet hem weten dat hij zwaar getraumatiseerd was.

Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen lustgevoelens laten prevaleren boven de gevoelens en het welzijn van de jonge slachtoffers.

De rechtbank acht het bijna niet voor te stellen dat verdachte gedurende een zo lange periode zo frequent met deze – en volgens zijn eigen verklaring ook vele andere - jongens ontuchtige handelingen heeft kunnen plegen, temeer daar hij de feiten in en in de omgeving van zijn eigen dorp heeft gepleegd en hij voorts eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Ook acht de rechtbank het moeilijk voorstelbaar dat niemand in de leefomgeving van verdachte van zijn activiteiten op de hoogte is geweest.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de over verdachte opgemaakte rapporten. Zij houdt dan ook rekening met de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte en het feit dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is, zoals hiervoor reeds is overwogen. Anderzijds heeft zij meegewogen dat verdachte nimmer geweld heeft gebruikt jegens zijn slachtoffers.

Volgens psycholoog Cremers heeft verdachte weinig controle over zijn seksuele drang en heeft hij meer te lijden onder de kerkelijke verwerping dan de juridische strafbaarheid ervan. Psychiater Grochowska rapporteert dat verdachte door zijn christelijk geloof weliswaar een goed besef van normen en waarden heeft, maar toch ervoor kiest een dubbelleven te leiden en risico’s te nemen. Verdachte is egocentrisch en sterk gericht op het bevredigen van zijn eigen behoeftes. Voorts blijkt uit het PBC-rapport dat de kernproblematiek bij verdachte een combinatie is van een deviante seksuele voorkeur voor puberale jongens en hyperseksualiteit. Hij is lijdende aan een seksuele stoornis NAO. Verdachte is vergroeid met zijn seksuele belevingen en gedragingen, waardoor ook zijn zelfbeeld is beïnvloed. Vanaf zijn jongvolwassenheid heeft verdachte zijn leven ingericht rondom zijn seksuele activiteiten. Hij heeft een dubbelleven geleid waarbij hij zijn seksuele gedrag gescheiden hield van zijn sociale en gezinsleven. Zijn alcoholgebruik is gedurende zijn levensloop verweven geraakt met zijn seksuele problematiek. Ten tijde van het ten laste gelegde waren bij verdachte genoemde stoornissen aanwezig. De kans op herhaling van delicten als thans ten laste gelegd is groot.

Geadviseerd wordt verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging op te leggen. Voor een behandeling in een minder gedwongen kader ontbreekt bij verdachte inzicht in zijn eigen problematiek en consistente motivatie voor een psychiatrische behandeling. Bij de rechter-commissaris heeft Cremers uitgelegd dat verdachte wel wil veranderen, maar dat de intrinsieke motivatie om behandeld te worden niet zo groot is. De reden voor de keuze TBS met dwangverpleging is de langdurige stoornis, het gebrek aan behandelmotivatie, de extra beveiliging en het falen van een eerdere ambulante behandeling. Grochowska heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de wil om te veranderen niet sterk genoeg is en dat verdachte eerst gedwongen moet worden opgenomen.

Gelet op de inhoud van de rapporten, de verhoren van Cremers en Grochowska bij de rechter-commissaris, de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte is de rechtbank van oordeel dat een TBS-maatregel noodzakelijk is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten een seksuele stoornis NAO;

- op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel.

De rechtbank acht, gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, dwangverpleging noodzakelijk.

De rechtbank overweegt voorts dat de TBS-maatregel zal worden opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Daarnaast acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden passend en noodzakelijk. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de mate waarin de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend enerzijds en de impact die de feiten op de diverse slachtoffers en de samenleving hebben gehad anderzijds. Het is daarom, alsmede de combinatie met bovengenoemde maatregel van TBS met dwangverpleging, dat de rechtbank tot dezelfde strafmodaliteit komt als door de officier van justitie gevorderd, ook al heeft de rechtbank anders dan de officier van justitie uiteindelijk minder feiten bewezen geoordeeld.

8 De benadeelde partij

8.1 Het standpunt van de officier van justitie

[slachtoffer 1]

De officier van justitie vordert toewijzing van de door [slachtoffer 1] gevorderde materiële schade ad € 5.623,00. Deze is nader onderbouwd. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade voert hij aan dat deze niet nader is onderbouwd. Hoewel sprake is van psychiatrische problematiek bij het slachtoffer die in causaal verband staat tot het seksueel misbruik door verdachte, is - naar de mening van de officier van justitie - het gevorderde bedrag van € 9.500,00 bovenmatig. Hij verzoekt naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 4.000,00 aan immateriële schade toe te wijzen.

In totaal kan aldus een bedrag van € 9.623,00 worden toegekend en toegewezen. Daarbij wordt verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[slachtoffer 2]

De officier van justitie vordert toewijzing van de door [slachtoffer 2] gevorderde immateriële schade ad € 1.750,00. De vordering is onderbouwd waarbij verwezen is naar hetgeen in een soortgelijke zaak werd toegekend. Verzocht wordt daarbij tevens de schadevergoedings-maatregel op te leggen.

[slachtoffer 4]

De officier van justitie is van mening dat de door [slachtoffer 4] gevorderde immateriële schade ad € 7.000,00 thans bovenmatig is. Verzocht wordt naar redelijkheid en billijkheid een bedrag toe te wijzen van € 2.000,00, met daarbij oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

[slachtoffer 8]

De officier van justitie is van mening dat de door [slachtoffer 8] gevorderde immateriële schade ad € 9.000,00 thans bovenmatig is. Verzocht wordt naar redelijkheid een bedrag toe te wijzen van € 2.000,00. Daarnaast vordert de officier van justitie toewijzing van een deel van de gevorderde materiële schade, te weten de gevorderde kosten voor de hypnotherapie van € 210,00. In totaal kan een bedrag van € 2.210,00 worden toegekend en toegewezen. Daarbij wordt verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.2 Het standpunt van de verdediging

[slachtoffer 1]

De verdediging is van mening dat de beoordeling van de onderbouwing van de gevorderde schade van [slachtoffer 1] een onredelijke belasting is van het strafproces. Verzocht wordt een bedrag toe te kennen voor immateriële schadevergoeding en hiervoor aansluiting te zoeken bij de vordering van [slachtoffer 2].

[slachtoffer 2]

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

[slachtoffer 4]

De verdediging heeft aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van het plegen van ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 4] waarbij sprake is geweest van lichamelijk contact door verdachte. Indien dit wel bewezen kan worden, is de beoordeling van de vordering van [slachtoffer 4] een onredelijke belasting van het strafproces. Subsidiair wordt verzocht een bedrag voor immateriële schadevergoeding toe te kennen en hiervoor aansluiting te zoeken bij de vordering van [slachtoffer 2].

[slachtoffer 8]

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 8] heeft de verdediging zich ter terechtzitting niet uitgelaten.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 15.123,05, bestaande uit € 5.623,05 aan materiële schade en € 9.500,00 aan immateriële schade voor de feiten 1 en 6 A, vermeerderd met de wettelijke rente.

De gevorderde materiële schade (€ 5.623,05) is een rechtstreeks gevolg van die bewezen verklaarde feiten en verdachte is aansprakelijk voor die schade. Tot een bedrag van

€ 4.000,00 is de immateriële schade naar redelijkheid aannemelijk gemaakt. Verdachte is ook hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 9.623,05 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van die schade. Voor het overige is de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering omdat verdere behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding op zou leveren. Voor dat deel kan de benadeelde partij zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal tevens de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.750,00 voor de feiten 2 en 6 onder A en B, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De schade is een rechtstreeks gevolg van die bewezen verklaarde feiten en verdachte is aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een immateriële schadevergoeding van € 7.000,00 voor de feiten 4, 5 en 6 onder D.

Verdachte zal worden vrijgesproken van de feiten 4 en 5, zodat de vordering in zoverre niet kan worden toegewezen. Ter zake feit 6 onder D is de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,00 naar redelijkheid aannemelijk gemaakt. Verdachte is hiervoor aansprakelijk en de vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. Voor het overige is de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet ontvankelijk in zijn vordering omdat verdere behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding op zou leveren. Voor dat deel kan de benadeelde partij zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] zal tevens de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

[slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] vordert een schadevergoeding van € 9.798,00, bestaande uit € 798,00 aan materiële schade en € 9.000,00 aan immateriële schade voor feit 6 onder D, vermeerderd met de wettelijke rente.

De gevorderde materiële schade is een rechtstreeks gevolg van dit bewezen verklaarde feit en verdachte is aansprakelijk voor die schade. Tot een bedrag van € 2.000,00 is de immateriële schade naar redelijkheid aannemelijk gemaakt. Verdachte is ook hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal derhalve de vordering tot een bedrag van € 2.798,00 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van die schade. Voor het overige is de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet ontvankelijk in zijn vordering omdat verdere behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding op zou leveren. Voor dat deel kan de benadeelde partij zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

9 Het beslag

9.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen.

9.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van het beslag aan het oordeel van de rechtbank.

9.3 Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde, in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat de op de beslaglijst vermelde personenauto aan verdachte toebehoort en dat de bewezen verklaarde feiten begaan of voorbereid zijn met behulp van die auto. Met betrekking tot de in beslag genomen broeken is niet vastgesteld kunnen worden aan wie deze toebehoren. Wel is gebleken dat de feiten begaan of voorbereid zijn met behulp van die voorwerpen.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 37a, 37b, 57, 239, 247, 248ter (oud), 248a (oud) en 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding nietig voor zover deze betrekking heeft op het onder 6 C ten laste gelegde;

- verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3, 6 A, 6 B, 6 D en 7 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Feit 2: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Feit 3: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Feit 6 onder A: Door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding een minderjarige van onbesproken gedrag, wiens minderjarigheid hij kent, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen met hem te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Feit 6 onder B: Door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding een minderjarige, wiens minderjarigheid hij kent, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen met hem te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Feit 6 onder D: Door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Feit 7

Schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd,

en

Schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, terwijl een ander daarbij zijns ondanks tegenwoordig is, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte met verpleging van overheidswege;

Beslag

- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten een personenauto Mercedes Benz, kenteken [nummer], en twee mannenbroeken;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] ([adres I]) van € 9.623,05, waarvan € 5.623,05 ter zake van materiële schade en € 4.000,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 september 1993 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], € 9.623,05 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 83 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] ([adres II]) van € 1.750,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 februari 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], € 1.750,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 27 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 4]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] ([adres IV]) van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 1 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], € 1.000,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 8]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] ([adres VIII]) van € 2.798,00, waarvan € 798,00 ter zake van materiële schade en € 2.000 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 1 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8], € 2.798,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 37 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Jager, voorzitter, mr. Van Oijen en mr. Lameijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Paulus, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 september 2012.

Mr. Lameijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.