Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX4106

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
11-06-2012
Datum publicatie
16-08-2012
Zaaknummer
233236
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Publicatie van foto van medewerkers bedrijf op website van dat bedrijf. Schending van auteursrecht fotograaf. Oude foto. Schadevergoeding bepaald op € 500, waarvan € 250 gederfde licentievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

Locatie Middelburg

zaak/rolnr.: 233235 / 12-611

vonnis van de kantonrechter d.d. 11 juni 2012

in de zaak van

[partij A],

wonende te [adres],

handelende onder de naam “[A]”,

eisende partij,

verder te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. K.M. van Boven,

t e g e n :

de besloten vennootschap

[partij B].,

gevestigd te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

verschenen bij [B].

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 8 februari 2012,

- mondeling antwoord,

- conclusie van repliek,

- schriftelijke toelichting.

de beoordeling van de zaak

1. [Eiser] is professioneel fotograaf. De door hem gemaakte foto’s exploiteert hij via zijn eenmanszaak [A]. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de auteursrechten van [eiser] doordat [gedaagde] zonder toestemming daarvoor van [eiser] een door [eiser] in 2002 gemaakte foto op haar website heeft geplaatst. [Eiser] heeft voor het eerst per toeval in 2011 de inbreuk geconstateerd. [Eiser] stelt schade te hebben geleden, in de vorm van gederfde licentie-inkomsten van € 782,00. Dit bedrag is conform de richtprijzen fotografie 2011.

Daarnaast stelt [eiser] ook (immateriële) schade te hebben geleden door de inbreuk op zijn exclusieve recht om zelf te bepalen waar en hoe zijn foto wordt gebruikt. [Eiser] heeft bovendien zelf de inbreuk moeten constateren en moeite moeten doen om zijn rechten te handhaven. Deze schade wordt, naar analogie van de door hem gehanteerde algemene voorwaarden, vastgesteld op € 782,00.

2. [Eiser] vordert de verklaring voor recht dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser]. Tevens vordert [eiser] de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.564,00 aan schadevergoeding voor de inbreuk van deze rechten, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ad € 300,00, de wettelijke rente vanaf de datum van betekening van het vonnis, alsmede de veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten en de nakosten.

3. [Gedaagde] heeft verweer gevoerd. De foto van [eiser] betreft een foto van de eigen medewerkers van [gedaagde] op een eigen werk van [gedaagde]. [Eiser] heeft toestemming gekregen van [gedaagde] om een foto te mogen maken, en [gedaagde] stelt dat hij die daarom mag gebruiken. De foto is bij een krantenartikel geplaatst. Dit krantenartikel is door [gedaagde] gescand en geplaatst op haar website onder de rubriek “[gedaagde] in het nieuws”. [Gedaagde] stelt dat de foto pas in 2010 op haar website kwam, omdat de website pas sedert 2010 in de lucht is. Ter bescherming van haar naam is deze naam wel al in 2003 vastgelegd bij het SIDN. De foto is meteen verwijderd nadat [gedaagde] een brief van [eiser] had ontvangen. [Gedaagde] betwist de door [eiser] geleden schade.

4. [Eiser] stelt dat hij toestemming heeft gegeven voor plaatsing van de foto in de krant en hij daarvoor ook betaald heeft gekregen. [Eiser] is nog steeds exclusief auteursrechthebbende op zijn foto. Voor iedere nieuwe openbaarmaking van de foto is voorafgaande toestemming nodig van [eiser] en dient de geldende licentievergoeding betaald te worden. [Eiser] wijst er op dat bij het originele artikel van 14 januari 2002 naast de betreffende foto een colofon is vermeld over het auteursrecht.

De stelling dat de website van [gedaagde] pas sedert 2010 in de lucht is, betwist [eiser] bij gebrek aan wetenschap. [Eiser] stelt dat de inbreuk op 29 juli 2011 is geconstateerd en dat het voor [eiser] onmogelijk is om de duur van de inbreuk vast te stellen. De foto heeft in ieder geval langer dan een jaar op de website van [gedaagde] gestaan en op grond van de richtprijzen van de Nederlandse Vakfotografie blijkt dat fotografen voor openbaarmaking die langer duurt dan een jaar het licentietarief voor gebruik voor onbepaalde tijd hanteren.

4. De kantonrechter overweegt het volgende.

Ingevolge artikel 1 van de Auteurswet heeft [eiser] als maker van de foto het uitsluitend recht die foto openbaar te maken. Omdat de foto auteursrechtelijk is beschermd, stond het [gedaagde] niet vrij om deze foto openbaar te maken zonder toestemming van [eiser]. Nu voorts vaststaat dat [gedaagde] zonder toestemming van [eiser] de foto heeft gepubliceerd op haar website, heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de auteursrechten van [eiser].

Dat [gedaagde] hiervan geen kennis had, doet hieraan niet af. [Eiser] heeft onweersproken gesteld dat de foto eerder openbaar is gemaakt in een krant met vermelding van zijn naam als maker en dat daarbij tevens was vermeld dat publicatie zonder toestemming niet was toegestaan. [Gedaagde] had dus kunnen weten wie de maker van de foto was en toestemming kunnen vragen voor publicatie op haar website. Daar komt bij dat, ook als het gebruik van de foto te goeder trouw is gebeurd, openbaarmaking zonder toestemming van de rechthebbende een inbreuk op het auteursrecht oplevert. De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

5. Door publicatie zonder toestemming op de website van [gedaagde] heeft [eiser] schade geleden. Voor begroting van de schade zal de kantonrechter aansluiting zoeken bij de doorgaans gehanteerde tarieven, maar deze zijn niet leidend. Er zijn immers geen tarieven overeengekomen.

Het door [eiser] gevorderde bedrag acht de kantonrechter niet redelijk. Hierbij acht de kantonrechter van belang dat er geen sprake is van recent werk. Niet in geschil is dat de foto dateert uit 2002. Aangenomen mag worden dat de foto inmiddels opbrengst heeft kunnen opleveren voor [eiser] en dat de opbrengst van toekomstig gebruik beperkt zal zijn. Bovendien gaat het hierbij om een foto van (medewerkers van) [gedaagde] zelf op een werk van [gedaagde]. De kantonrechter acht, mede in aanmerking genomen het door een aantal fotografen gehanteerde tarief voor publicatie op internet zoals dit blijkt uit door [eiser] overgelegde e-mailberichten bij productie 7 bij dagvaarding, een vergoeding van € 250,00 in dit geval redelijk.

6. [Eiser] heeft daarnaast voldoende onderbouwd dat door inbreuk op zijn auteursrecht hem de mogelijkheid is ontnomen om vooraf over de exploitatie van zijn werk te onderhandelen. Voorts heeft hij tijd en kosten moeten maken om staking van de inbreuk en betaling van een vergoeding te bewerkstelligen. Deze schade, als door [eiser] gesteld en voldoende aannemelijk gemaakt, kan niet inbegrepen worden geacht in de vergoeding die hem ook zonder inbreuk zou zijn toegekomen. De kantonrechter acht in dit geval eenzelfde vergoeding gerechtvaardigd zoals de hiervoor naar redelijkheid vastgestelde gederfde licentievergoeding voor het plaatsen van de foto, derhalve eveneens

€ 250,00.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] een schadevergoeding toekomt van € 500,00 wegens inbreuk op zijn auteursrecht.

7. De buitengerechtelijke incassokosten komen niet voor toewijzing in aanmerking nu de verrichtingen waren gericht op de inning van een veel te hoog bedrag.

8. Nu partijen over en weer op enige punten in het ongelijk worden gesteld, zullen tussen hen de proceskosten worden verdeeld, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De nakosten worden afgewezen nu deze zich vooraf niet laten begroten, omdat thans niet te voorzien is dat er substantiële werkzaamheden zullen worden verricht die de gevraagde nakosten rechtvaardigen.

de beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser];

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 500,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van betekening van het vonnis tot de dag der voldoening;

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten moet dragen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.