Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX2749

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
12/705388-11[P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging van G. Wilders. Videoclip met raptekst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/705388-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1987] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

ter terechtzitting verschenen,

raadsman mr. Van Schaik, advocaat te Utrecht,

ter terechtzitting aanwezig.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is op de zitting van 14 maart 2012 inhoudelijk behandeld door de politierechter te Middelburg die de zaak heeft verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank Middelburg.

De zaak is vervolgens inhoudelijk behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van 12 juli 2012 waarbij de officier van justitie mr. Van der Hofstede en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 maart 2010

tot en met 14 maart 2011 te Axel en/of Enschede, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, G. Wilders

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn

mededader(s) opzettelijk die Wilders bedreigd door op de internetsite

www.youtube.com een door [mededader] gemaakte video-/muziekclip en/of een

door [medeverdachte] en [verdachte] gemaakt/gezongen/gesproken rap-/muzieknummer,

met als koptekst '[artiestennamen]- Geert Wilders Diss!' te plaatsen en/of

laten plaatsen, welk(e) rap/muzieknummer en/of video-/muziekclip (onder

andere) het volgende beeld- en geluidmateriaal bevat:

1. de gesproken woorden:

"Geert Wilders bitch wat ben je toch net,

neem een man of 6, trek je kogelvrije vest.

Het is aan van hier tot aan Satans buitenlanders staan klaar,

Wilders kan ons niks maken.

Turkie, turkie is niet dom

Geert, Turkie heeft een gordelbom.", en/of waarbij een afbeelding wordt

getoond van een wekker met vijf staven voorzien van bedrading, gelijkend op

een (gordel)bom, en/of

2. de gesproken woorden:

"En dan...en dan...zegt het niets meer.

Daar lig je dan, bij connection.

Welkom bij de Prins journaal, breaking news (geluid van sirenes hoorbaar), er

is iemand dood aangetroffen. Het varken in een varkensstal hahahaha.", en/of

waarbij een van het hoofd van G. Wilders wordt getoond met daaronder de tekst

"knor knor Wilders de varken" en/of waarbij het geluid van schoten van

vallende patronen hoorbaar is, en/of

3. een afbeelding van een pakje sigaretten met daarop de afbeelding van het

hoofd van G. Wilders met de tekst "Geert Wilders, EXTREMIST, brengt u en de

samenleving ernstige schade toe", waarbij het geluid van een pistoolschot

klinkt en vervolgens op de hiervoor genoemde, van G. Wilders getoonde,

afbeelding een inschot van een patroon van een vuurwapen in de keel/nek op de

afbeelding van G. Wilders verschijnt,

althans woorden en/of daden en/of afbeeldingen/vertoningen van gelijke

dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Hij heeft daartoe verwezen naar de aangifte van G. Wilders (verder: aangever) alsmede de verklaringen van verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en mededader [mededader]. Uit deze verklaringen volgt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen de raptekst hebben geschreven en dat mededader [mededader], in opdracht van verdachte en medeverdachte [medeverdachte], een bijbehorende videoclip heeft gemaakt die hij vervolgens op 9 maart 2010 op YouTube heeft gezet. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben naar de videoclip gekeken en hebben deze goedgekeurd. De officier van justitie is van mening dat daarmee sprake is van medeplegen.

Voor wat betreft de vraag of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan bedreiging heeft de officier van justitie gesteld dat uit de gebruikte bewoordingen, het vermelden van de naam en de foto van aangever, de vertoonde handelingen (beelden) en het feit dat op enig moment een pistoolschot is te horen, geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat dit bij aangever de redelijke vrees kon doen ontstaan dat hij het leven zou verliezen dan wel zwaar zou worden mishandeld. Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat aangever politicus is en lid van de Tweede Kamer. Voorts dat voormalig politicus,Fortuyn, is vermoord om zijn politieke opvattingen. Aangever, die kennis heeft genomen van de videoclip, verklaart ook dat hij zich bedreigd voelde door de videoclip en teksten.

Ten aanzien van het opzet op de bedreiging heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich, door het bewust plaatsen van de videoclip met bijbehorende raptekst op YouTube, willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de in de videoclip geuite bedreigingen terecht zouden komen bij aangever. Hiermee is minimaal sprake van voorwaardelijk opzet bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Dit wordt nog eens versterkt door de omstandigheid dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] nadat zij hoorden dat mededader [mededader] was gehoord door de politie en het filmpje van YouTube had verwijderd, zich op geen enkele wijze hebben gedistantieerd van de videoclip. Integendeel, ze hebben gezamenlijk besloten om de videoclip weer op YouTube te zetten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de tenlastelegging zo is ingericht dat impliciet primair het plaatsen of laten plaatsen van de combinatie van songtekst, geluidseffecten en videobeelden, de videoclip als geheel, ten laste is gelegd. Impliciet subsidiair is het plaatsen of laten plaatsen van enkel de songtekst – het gesproken rapnummer – als bedreiging verweten. De raadsman heeft allereerst onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 november 2011, LJN BO3350, gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het impliciet subsidiair ten laste gelegde, nu in de aangifte nadrukkelijk wordt aangegeven dat een combinatie van de tekst, de geluidseffecten en de beelden voor aangever reden zijn geweest om aangifte te doen. De tekst op zichzelf beschouwd kan en heeft bij aangever niet de redelijke vrees doen ontstaan dat hij van het leven zou worden beroofd. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben verklaard dat zij het rapnummer slechts geschreven hebben als uiting van onvrede onder Nederlandse burgers over politiek geladen uitspraken van aangever met betrekking tot moslims en de Islam, en waarschuwen hem voor die onvrede. Daar komt bij dat het nummer op het sociale medium YouTube is geplaatst, een online platform voor – onder meer – artiesten. Ook dat gegeven tekent de context. Het geeft aan dat de plaatsing van het rapnummer primair muzikale expressie ten doel heeft gehad.

Ten aanzien van het impliciet primair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de videoclip als geheel mogelijk wel een bedreiging oplevert. Daarbij zijn twee momenten van belang, te weten het plaatsen van de videoclip door [mededader] te Axel op 9 maart 2010 en het plaatsen van de videoclip op YouTube door verdachte op 9 september 2010. Bij het plaatsen van de videoclip door [mededader] is geen sprake geweest van medeplegen, nu verdachte en medeverdachte [medeverdachte] geen instructies hebben gegeven over de wijze waarop de clip moest worden bewerkt. [mededader] heeft dit individueel gedaan en pas nadat [mededader] de clip op YouTube heeft geplaatst, zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met de inhoud bekend geraakt. Er kan onder die omstandigheden niet worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking met [mededader]. De raadsman heeft derhalve verzocht verdachte vrij te spreken van het medeplegen van het (laten) plaatsen van de videoclip door [mededader].

Voor wat betreft de plaatsing van de videoclip door verdachte op 9 september 2010, heeft de raadsman gesteld dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid vanaf welk IP-adres de videoclip op YouTube geplaatst is. De videoclip kan vanaf elke willekeurige computer, laptop of mobiele telefoon op YouTube geplaatst zijn. Nu niet is vast te stellen wat de pleegplaats (of het pleegland) is geweest, heeft de raadsman verzocht verdachte ook voor dit onderdeel van de tenlastelegging vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte, die de rapnaam “[artiestennaam 1]” gebruikt en medeverdachte [medeverdachte], die de rapnaam “[artiestennaam 2]” gebruikt , hebben samen een rapnummer gemaakt, getiteld: “[artiestennamen]-Geert Wilders Diss” dat zij aan [mededader] hebben gestuurd. [mededader] heeft het rapnummer tot videoclip bewerkt door daar onder meer beelden en geluid bij te maken. Op 9 maart 2010 heeft [mededader] de videoclip op YouTube geplaatst . Begin september 2010, na door de politie te zijn gehoord, heeft [mededader] de videoclip van YouTube verwijderd. Verdachte heeft de videoclip op 9 september 2010 opnieuw op YouTube gezet.

Op 15 maart 2010 doet aangever aangifte van bedreiging . Hieruit volgt dat aangever op 13 maart 2010 op de hoogte is geraakt van het bestaan van de videoclip. Hij heeft de videoclip op YouTube bekeken en deze als bedreigend ervaren.

Ter terechtzitting op 12 juli 2012 heeft de rechtbank de videoclip, getiteld: '[artiestennamen]- Geert Wilders Diss!' bekeken. De rechtbank heeft waargenomen dat de inhoud van de videoclip overeenkomt met hetgeen onder 1. tot en met 3. in de tenlastelegging is beschreven.

Bedreiging

Voor de beoordeling of met deze videoclip sprake is van bedreiging van aangever met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling, is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen, danwel dat hij zwaar mishandeld zou worden en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.

De rechtbank overweegt als volgt.

De teksten die de rechtbank op de videoclip heeft gehoord, de daarbij getoonde beelden en de overige geluidsfragmenten verwijzen ondubbelzinnig naar de dood van aangever. De rechtbank acht de inhoud van de videoclip van dien aard dat daardoor bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen. Blijkens de aangifte is aangever op de hoogte geraakt van de videoclip en voelde hij zich hierdoor ook daadwerkelijk bedreigd. Bovendien hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ter zitting bij de politierechter aangegeven zich te kunnen voorstellen dat aangever zich door de videoclip bedreigd voelde.

Voor zover de verdediging met verwijzing naar YouTube en muzikale expressie heeft bedoeld zich te beroepen op de ontzenuwende rol van de context, verwerpt de rechtbank dat verweer. De aard en inhoud van de videoclip die op een openbaar toegankelijk en veel bekeken medium is geplaatst en die uitsluitend en individueel gericht is tegen aangever, een lid van de Tweede Kamer van wie algemeen bekend is dat hij vaker wordt bedreigd en derhalve streng beveiligd wordt, is van dien aard dat veeleer gesproken kan worden van een de bedreiging versterkende dan van een ontzenuwende context.

Medeplegen

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting leidt de rechtbank af dat verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en [mededader] al enige tijd samenwerkten bij het maken van videoclips en het plaatsen daarvan op YouTube. Zo verklaarde [mededader] onder meer: “Ik ken de rappers via MSN. Zij zeiden dat ik mooie video’s maakte en zodoende vroegen zij aan mij of ik voor hun video’s wilde maken. Het eerste contact was volgens mij in de herfst van 2009. Sindsdien heb ik voor hen 30 à 40 video’s op YouTube geplaatst met mijn laptop vanaf mijn woonhuis in Axel.”

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politierechter op 14 maart 2012 verklaard: “[mededader] maakte al meer clips voor ons. Het was een soort automatisme dat hij een clip maakte en op YouTube zette. We deden wat dat betreft vaker zaken met [mededader].”

Ook bij het maken van de onderhavige videoclip kwam de opdracht van verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Zij hadden de tekst gemaakt en vroegen [mededader] om de tekst verder te bewerken met geluid en beelden tot een videoclip en deze vervolgens op YouTube te plaatsen. [mededader] verklaart hierover: ”Ik kreeg als opdracht van hun om passende beelden bij de rapsong op te zoeken en bij de rapsong te plaatsen. De rappers hebben de rapsong met de beelden bekeken. Via MSN kreeg ik als reactie dat dit goed was”.

Op de opmerking van de verbalisant: “[mededader] heeft verklaard dat hij de rapsong met de beelden en het geluidsfragment van het pistoolschot met jullie goedvinden op YouTube heeft gezet”, verklaart verdachte: “Ja, dat is zo. Ik heb het filmpje gezien. Ik vond het mooi man.”

Het verweer dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] geen invloed hadden op de beelden en de geluidsfragmenten op de videoclip nadat de videoclip op YouTube was geplaatst, treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel. Mochten zij zich niet kunnen vinden in de videoclip of in onderdelen daarvan dan hadden zij [mededader] opdracht kunnen geven om de videoclip te veranderen. [mededader] verklaart hierover: “Het is een keer gebeurd dat ik een filmpje heb aangepast op hun verzoek. Zij vonden het lettertype niet mooi genoeg, waarna ik dit heb aangepast.” Medeverdachte [medeverdachte] verklaart hierover: “[artiestennaam 1] en ik bekijken dat filmpje dan normaal en zeggen of het wel of niet goed is. Als er dingen niet kloppen, dan vragen wij het filmpje te verwijderen. Dit filmpje hebben we kennelijk goed gevonden.”

Van deze mogelijkheid om de videoclip te wijzigen heeft verdachte noch zijn medeverdachte [medeverdachte] gebruik gemaakt. Integendeel, toen [mededader] begin september 2010 de videoclip van YouTube verwijderde, heeft verdachte, zoals hij zelf bij de politie heeft verklaard, op 9 september 2010 dezelfde videoclip opnieuw op YouTube gezet.

Op basis van de hiervoor beschreven langere samenwerking tussen verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en [mededader], waarbij telkens dezelfde werkwijze werd gebruikt en er voor verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de mogelijkheid bestond wijzigingen aan te laten brengen in het door [mededader] geproduceerde gedeelte in combinatie met de hiervoor beschreven concrete gang van zaken in deze, is de rechtbank van oordeel dat tussen verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en [mededader] sprake was van nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van de totstandkoming van de videoclip als geheel, te weten, de tekst, beelden èn de geluidsfragmenten. De rechtbank is zodoende van oordeel dat sprake is van medeplegen.

Opzet

Met het plaatsen van de videoclip op YouTube, dat zoals als hiervoor reeds overwogen, een algemeen toegankelijk en veel bekeken medium is, hebben verdachten op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever op enigerlei wijze bekend zou raken met de videoclip en dat daardoor bij hem de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat er sprake is van (voorwaardelijk) opzet.

De rechtbank acht op grond van het bovenstaande bewezen dat verdachte zich met anderen schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door het plaatsen van de videoclip op YouTube in de periode van 9 maart 2010 tot en met 9 september 2010, zoals primair ten laste is gelegd.

Voor zover de tenlastelegging ziet op de periode na 9 september 2010 wordt verdachte vrijgesproken, nu niet kan worden vastgesteld waar de video na verwijdering door [mededader] weer op internet is geplaatst en dus ook niet of dit in Nederland is gebeurd.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 9 maart 2010 tot en met 9 september 2010 te Axel tezamen en in vereniging met anderen, G. Wilders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk die Wilders bedreigd door op de internetsite www.youtube.com een door [mededader] gemaakte videoclip en een

door [medeverdachte] en [verdachte] gemaakt/gezongen/gesproken rap-/muzieknummer,

met als koptekst '[artiestennamen]- Geert Wilders Diss!' te plaatsen welke videoclip (onder andere) het volgende beeld- en geluidmateriaal bevat:

1. de gesproken woorden:

"Geert Wilders bitch wat ben je toch net,

neem een man of 6, trek je kogelvrije vest.

Het is aan van hier tot aan Satans buitenlanders staan klaar,

Wilders kan ons niks maken.

Turkie, turkie is niet dom

Geert, Turkie heeft een gordelbom.", en waarbij een afbeelding wordt

getoond van een wekker met vijf staven voorzien van bedrading, gelijkend op

een (gordel)bom, en

2. de gesproken woorden:

"En dan...en dan...zegt het niets meer.

Daar lig je dan, bij connection.

Welkom bij de Prins journaal, breaking news (geluid van sirenes hoorbaar), er

is iemand dood aangetroffen. Het varken in een varkensstal hahahaha.", en

waarbij een van het hoofd van G. Wilders wordt getoond met daaronder de tekst

"knor knor Wilders de varken" en waarbij het geluid van schoten van

vallende patronen hoorbaar is, en

3. een afbeelding van een pakje sigaretten met daarop de afbeelding van het

hoofd van G. Wilders met de tekst "Geert Wilders, EXTREMIST, brengt u en de

samenleving ernstige schade toe", waarbij het geluid van een pistoolschot

klinkt en vervolgens op de hiervoor genoemde, van G. Wilders getoonde,

afbeelding een inschot van een patroon van een vuurwapen in de keel/nek op de

afbeelding van G. Wilders verschijnt

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

In de tenlastelegging komen taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voor. Deze zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd een werkstraf voor de duur van 80 uren op te leggen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren. De voorwaardelijke straf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals schuldig te maken aan strafbare feiten. Hij heeft bij het bepalen van zijn eis ten nadele van verdachte rekening gehouden met de ernst van het feit en zijn strafblad.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf of maatregel aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft met twee anderen een politicus bedreigd met de dood. Door aldus te handelen heeft hij in ernstige mate inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en hem op onaanvaardbare wijze gehinderd in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Een dergelijke handelen kan een bedreiging betekenen voor het ongestoord functioneren van de parlementaire democratie, onrust teweeg brengen in de samenleving en ondermijnt tevens de rechtsorde.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf passend en noodzakelijk is. Voorts is de rechtbank evenals de officier van justitie van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk is, teneinde verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals schuldig te maken aan een strafbaar feit.

De officier van justitie is bij zijn eis uitgegaan van een bewezenverklaring van de periode van 9 maart 2010 tot en met 14 maart 2011. Nu de rechtbank een kortere periode bewezen acht, zal zij een lagere werkstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd betrokken en ten nadele van verdachte zijn inmiddels forse strafrechtelijke verleden, zoals dat blijkt uit zijn strafblad, meegewogen

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een werkstraf van 50 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van twee jaar.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 50 (vijftig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 25 (vijfentwintig) dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Nomes, voorzitter, mr. Haesen en mr. Gieben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Verdonk, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 26 juli 2012.

Mr. Gieben is buiten staat het vonnis te ondertekenen