Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BX2016

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
10-02-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
82291 / HA RK 12014
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking van R-C in strafzaken. Van twee getuigen was de medebrenging gelast. Eén getuige werd door de politie te laat aangevoerd. Daarop besloot de R-C het verhoor van de meegebrachte getuige met één uur te vervroegen. De advocaat van verdachte heeft om 8.30 uur althans 8.45 uur laten weten niet tijdig om 09.00 uur aanwezig te kunnen zijn. De griffier heeft hem meegedeeld dat vanwege de volle agenda van de R-C toch om 09.00 uur zal worden begonnen. De advocaat heeft aanstonds geprotesteerd en verlangd dat het verhoor niet zou beginnen voordat hij zou zijn gearriveerd. De R-C is om 09.10 uur met het verhoor begonnen. De advocaat is om 9.25 uur bij de R-C verschenen die het verhoor toen bijna had afgerond. De advocaat heeft geëist dat de R-C opnieuw zou beginnen met het verhoor. De R-C heeft dat afgewezen, maar heeft de advocaat gelegenheid gegeven vragen te stellen. Daarop heeft de advocaat de R-C gewraakt, stellende dat de rechten van de verdediging door de R-C bewust zijn geschonden door het verhoor vijftig minuten eerder te beginnen ondanks uitdrukkelijk protest van de advocaat. De agenda van de R-C rechtvaardigt deze gang van zaken niet.

Het wrakingsverzoek is afgewezen. De R-C heeft voor haar beslissing heel begrijpelijke argumenten aangevoerd. In de bodemzaak zal haar beslissing getoetst kunnen worden. Indien die beslissing al onjuist zou zijn geweest, dan nog levert dat geen grond op voor wraking. Slechts een ernstige schending van de rechten van de verdediging zou onder bijzondere omstandigheden een zodanige zwaarwegende aanwijzing kunnen opleveren, dat twijfel aan de rechterlijke onpartijdigheid gerechtvaardigd is. Dat is hier niet aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDELBURG

wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 82291 / HA RK 12-14

Beschikking van 10 februari 2012

op het mondeling verzoek tot wraking ter zitting gedaan door

[partij A],

gevestigd en kantoor houdende te [adres],

verzoeker,

in persoon,

gericht tegen mr. [B], rechter-commissaris, belast met strafzaken in deze rechtbank.

1. De procedure

1.1. Ter gelegenheid van het verhoor van getuigen door de rechter-commissaris op 31 januari 2012 in de zaak tegen de verdachte [X], heeft [partij A] – verder verzoeker te noemen – tijdens het getuigenverhoor van getuige [Y], wraking verzocht van mr. [B]. Het getuigenverhoor is vervolgens geschorst. Van het getuigenverhoor is proces-verbaal opgemaakt.

1.2. Bij brief van 1 februari 2012 is aan verzoeker meegedeeld dat het wrakingsverzoek door de wrakingskamer zal worden behandeld op woensdag 8 februari 2012 om 10.00 uur en is verzoeker opgeroepen om bij de behandeling aanwezig te zijn. Bij brief van 2 februari 2012 zijn de officier van justitie en [verdachte X] opgeroepen om bij de behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig te zijn. Mr. [B] is bij brief van 1 februari 2012 de datum en tijdstip van de behandeling meegedeeld. Mr. [B] heeft bij brief van 2 februari 2012 meegedeeld niet in het wrakingsverzoek te berusten en bij de behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig te zijn.

1.3. Het wrakingsverzoek is behandeld ter terechtzitting van 8 februari 2012. Bij die gelegenheid zijn verschenen verzoeker, [verdachte X] en mr. [B]. Bij de gelegenheid heeft verzoeker het verzoek nader toegelicht en heeft mr. [B] haar standpunt toegelicht.

2. Het verzoek

2.1. Verzoeker legt aan zijn verzoek het navolgende ten grondslag. Op 31 januari 2011 zouden in de zaak tegen de verdachte [X], cliënte van verzoeker, twee getuigen worden gehoord, om 09.00 uur de door het Openbaar Ministerie voorgedragen getuige de heer [Z] en om 10.00 uur de door de verdediging voorgedragen getuige [Y]. Verzoeker heeft om omstreeks 08.30 uur, althans omstreeks 08.45 uur, getelefoneerd met de griffier van de rechter-commissaris en meegedeeld dat hij vertraging opgelopen had en niet tijdig om 09.00 uur aanwezig kon zijn. De vertraging van verzoeker is deels het gevolg van privé omstandigheden en deels het gevolg van oponthoud onderweg. De griffier heeft verzoeker meegedeeld dat de rechter-commissaris, gelet op haar drukke agenda die dag, zou beginnen met het horen van de door de verdediging voorgedragen getuige [Y]. De getuige [Y] was door de politie al aangevoerd en in het cellenblok aanwezig, terwijl de getuige [Z] waarvan het verhoor om 09.00 uur zou beginnen nog niet door de politie was aangevoerd. Verzoeker heeft tegen deze gang van zaken uitdrukkelijk, formeel, bezwaar gemaakt en verlangd dat het verhoor van de getuige [Y] niet zou beginnen voordat hij zou zijn gearriveerd. Verzoeker heeft de griffier meegedeeld dat hij wenste dat zijn bezwaar opgenomen zou worden in het proces-verbaal van het verhoor van de getuige. Toen verzoeker om 09.25 uur in het kabinet van de rechter-commissaris arriveerde was het verhoor van de getuige al vrijwel afgerond. Hij heeft de rechter-commissaris met nadruk verzocht om het getuigenverhoor in zijn aanwezigheid opnieuw aan te vangen. De rechter-commissaris heeft dat geweigerd. Zij heeft verzoeker meegedeeld dat zij het verhoor wilde schorsen zodat hij de reeds afgelegde verklaring kon bestuderen waarna zij hem in de gelegenheid wilde stellen om de getuige [Y] vragen te stellen. Daarop heeft verzoeker opnieuw met nadruk verzocht het getuigenverhoor opnieuw aan te vangen, hetgeen hem vervolgens weer is geweigerd. Daarop heeft verzoeker de rechter-commissaris gewraakt. De rechten van de verdediging zijn bewust geschonden, doordat verzoeker door de gang van zaken niet bij het verhoor van de op zijn verzoek voorgedragen getuige aanwezig heeft kunnen zijn, terwijl hij van te voren had meegedeeld dat te willen. Op die manier is verzoeker de mogelijkheid ontnomen om waar te nemen hoe de getuige op door de rechter-commissaris gestelde vragen reageert, de getuige daar mee te confronteren en daarop in te springen. De geboden mogelijkheid tot het stellen van vragen achteraf kan daarin geen verandering brengen. Gelet op de mate van schending van het belang van de verdediging is de beslissing van de rechter-commissaris zo onbegrijpelijk dat op grond hiervan aangenomen moet worden dat zij (subjectief) partijdig is, dan wel er een objectieve schijn van partijdigheid door haar is gewekt. Doorslaggevend hiervoor is dat het verhoor van de getuige [Y] niet op het daarvoor geplande tijdstip is begonnen maar zeker vijftig minuten eerder, terwijl verzoeker daar bij voorbaat tegen had geprotesteerd en uitdrukkelijk had meegedeeld bij het verhoor van de door hem voorgedragen getuige [Y] aanwezig te willen zijn. De rechten van de verdediging zijn aldus bewust geschonden. De agenda van de rechter-commissaris rechtvaardigt een dergelijke gang van zaken niet. Gebrek aan capaciteit om zaken te behandelen bij rechtbanken is nooit een reden om rechten van de verdediging te schenden.

2.2. De rechter-commissaris betwist dat de gang van zaken ter gelegenheid van het verhoor van getuigen in de zaak van verdachte [X] een grond voor wraking oplevert als volgt:

Beide te horen getuigen zijn gedagvaard om te verschijnen waarbij tevens hun medebren-ging was gelast. Getuige [Z] die tegen 09.00 uur was gedagvaard, bleek niet door de politie te zijn aangevoerd. Getuige [Y] die tegen 10.00 uur was gedagvaard was door de politie aangevoerd en bevond zich al geruime tijd, vanaf 06.00 uur, in het cellenblok. De rechter-commissaris heeft de politie verzocht de getuige [Z] alsnog aan te voeren. Daaraan zou gevolg worden gegeven. De rechter-commissaris heeft toen besloten de volgorde van de getuigen om te draaien. De reden daarvoor was de overvolle agenda van die dag, mede in aanmerking genomen dat de getuige [Y] al vanaf 06.00 uur in de cel zat. Verzoeker zou aanwezig zijn bij het getuigenverhoor dat om 09.00 uur zou beginnen. Hij had echter gebeld dat hij iets later zou komen. Met het verhoor van de getuige [Y] is nog gewacht tot 9.10 uur. Overigens was sneeuwval telefonisch opgegeven als oorzaak van de vertraging van verzoeker, terwijl het de rechter-commissaris uit eigen wetenschap bekend was dat er op het door verzoeker af te leggen traject geen sneeuwoverlast was en ook de treinen volgens de dienstregeling reden. Maar het laatste terzijde latende, is de rechter-commissaris van mening dat door de gang van zaken de verdediging niet in haar rechten is geschaad. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om de door de getuige afgelegde verklaring door te lezen en daarna de getuigen alle vragen te stellen die verzoeker in het kader van het onderzoek van belang acht. De rechter-commissaris heeft verzoeker daarbij op geen enkele wijze restricties opgelegd. Verzoeker was daardoor in de gelegenheid om het hele verhoor over te doen. Ook de inhoud van de door getuige [Y] afgelegde verklaring geeft geen aanleiding om aan te nemen dat de verdediging als gevolg van de gang van zaken in haar rechten is geschaad.

3. De beoordeling

3.1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, de subjectieve toets. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn, de objectieve toets. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2. Over de feiten zijn verzoeker en de rechter-commissaris het in hoge mate eens. Bij de behandeling van het wrakingsverzoek is gebleken dat verzoeker ter zitting niet had begrepen dat hem geen enkele beperking zou zijn opgelegd wanneer hij gebruik zou hebben gemaakt van de geboden gelegenheid om de getuige [Y] vragen te stellen. Maar achteraf bezien achtte verzoeker ook de gelegenheid om onbeperkt vragen te stellen niet toereikend. Het verhoor had volgens hem geheel opnieuw moeten worden begonnen.

3.3. In het algemeen geldt dat de rechter-commissaris niet behoeft te wachten, reeds omdat de raadsman te laat komt. Een raadsman dient praktische maatregelen te treffen om zelf zijn rechten te realiseren: hij dient op tijd op weg te gaan. Wanneer hij daarin tekort schiet, leveren zijn rechten geen grond op om uitstel af te dwingen.

3.4. In dit geval echter gaat het verzoeker erom dat het getuigenverhoor waarbij verzoeker per se aanwezig wilde zijn, bijna een uur eerder is begonnen. Maar de beslissing daartoe is gelet op de toelichting van de rechter-commissaris goed te begrijpen. Zij heeft dat gedaan vanwege haar overvolle agenda van die dag, mede gelet op het feit dat de getuige [Y] al vanaf 06.00 uur in de cel zat. De wrakingskamer sluit niet uit dat in de bodemprocedure wellicht zal worden geoordeeld dat de rechter-commissaris na het uitdruk-kelijke verzoek van verzoeker op haar beslissing had moeten terugkomen. De beoordeling daarvan zal worden overgelaten aan de strafrechter in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte [X]. Voor de beslissing van de rechter-commissaris zijn echter heel begrijpelijke argumenten aangevoerd. Daaraan doet niet af dat verzoeker die argumenten niet kan begrijpen of wil honoreren. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.5. Ook indien het niet juist zou zijn geweest dat de rechter-commissaris niet is terug-gekomen op haar beslissing om het verhoor van de getuige [Y] eerder te beginnen, levert dat geen grond op voor wraking van de rechter-commissaris. In het algemeen geldt niet dat een onjuiste rechterlijke beslissing, waardoor de rechten van de verdediging worden geschaad, op zich reeds een grond voor wraking oplevert. De rechter wordt uit hoofde van zijn aanstelling vermoed onpartijdig te zijn. Slechts een ernstige schending van de rechten van de verdediging zou onder bijzondere omstandigheden een zodanige zwaarwegende aanwijzing kunnen opleveren, dat twijfel aan de rechterlijke onpartijdigheid gerechtvaardigd is. Als er al in dit geval zou moeten worden gesproken van een schending van de rechten van de verdediging, dan is die schending in dit geval toch niet ernstig. De rechter-commissaris heeft verzoeker aangeboden om de getuige vragen te stellen en het getuigen-verhoor te schorsen opdat verzoeker eerst de tot dan opgemaakte getuigenverklaring zou kunnen lezen. Met dit aanbod is klaarblijkelijk beoogd onder de omstandigheden zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de rechten van de verdediging. Verzoeker had dit aanbod in deze zin behoren op te vatten.

3.6. Uit de gang van zaken kan in redelijkheid niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris jegens verzoeker een persoonlijke vooringenomenheid zou koesteren. Verzoe-ker heeft dienaangaande ook niets gesteld. De subjectieve toets levert geen grond voor wraking op.

3.7. Gelet op de begrijpelijke redenen die de rechter-commissaris heeft gegeven om niet terug te komen op haar beslissing om het verhoor van de getuige [Y] eerder te begin-nen, is er ook geen uiterlijke schijn gewekt dat de rechter-commissaris partijdig is in deze zaak. Ook de objectieve toets levert geen grond voor wraking op.

3.8. Gelet op het vorenstaande zal het verzoek tot wraking worden afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek tot wraking van mr. [B] af;

- beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, mr. [B], [X] en aan de officier van justitie een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing te zenden;

- bepaalt dat het getuigenverhoor wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het mondelinge wrakingsverzoek.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J.M. Klarenbeek, mr. K.M. de Jager en B.F.Th. de Roos en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2012.