Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BW0364

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
29-03-2012
Datum publicatie
29-03-2012
Zaaknummer
82865 KG ZA 2012-51
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Arbeidsgeschil

Omroep stelt werkneemster op non-actief. Tijdens radio-uitzending heeft zij gezegd dat zij de locatie van waaruit wordt gewerkt wel goed vindt. Werkgeefster vindt dat zij daarmee de doelstelling van de Omroep niet onderschrijft. De directie is namelijk voor verplaatsing van de locatie. Haar wordt verboden uitzendingen te presenteren. Zij mag alleen redactiewerk doen. Twee dagen later wordt werkneemster op non-actief gesteld omdat de Omroep een beëindigingverzoek bij de kantonrechter heeft ingediend. De kort geding rechter oordeelt dat er onvoldoende grond was voor de eerste gedeeltelijke non-actiefstelling. Zij had de vrijheid haar eigen mening te verkondigen. Het beroep dat de Omroep doet op de cao slaagt niet omdat art. 4 CAO Omroeppersoneel voor een ander doel is geschreven. Werkgeefster wordt veroordeeld de werkneemster weer aan het werk te laten.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2012/221
RAR 2012/94
JAR 2012/221
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 82865 / KG ZA 12-51

Vonnis in kort geding van 29 maart 2012

in de zaak van

WILHELMINA GERMAINE PRINSEN,

wonende te Vlissingen,

eiseres,

advocaat jhr. mr. W. van der Meer de Walcheren te Maartensdijk,

tegen

de stichting

STICHTING OMROEP ZEELAND,

gevestigd te Oost-Souburg, gemeente Vlissingen

gedaagde,

advocaat mr. N.H. van Everdingen te Middelburg.

Partijen zullen hierna Prinsen en Omroep Zeeland genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord van Omroep Zeeland.

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Prinsen

2. De feiten

2.1. Prinsen is tweeëntwintig jaar werkzaam voor Omroep Zeeland. Haar functie is die van redacteur-presentator. Op de overeenkomst met Omroep Zeeland is de CAO voor Omroeppersoneel van toepassing. De relevante passages zijn:

Artikel 4: overige verplichtingen werknemer

Lid 2: Werknemer sluit zich in woord en gedrag aan bij de doelstelling van de werkgever.

Artikel 5: plichtsverzuim

Lid 1: Indien de werkgever het vermoeden heeft dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten te handelen, zal de werkgever alvorens maatregelen of sancties te treffen een onderzoek verrichten waarbij partijen worden gehoord. Indien dat in het belang van het onderzoek noodzakelijk is en er sprake is van een vermoeden van ernstig plichtsverzuim, kan de werkgever de werknemer ten hoogste twee weken preventief schorsen met behoud van salaris.

Lid 2: De werkgever kan de werknemer die verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten te handelen de volgende sancties opleggen:

- schriftelijke berisping;

- schorsing met behoud van salaris gedurende ten hoogste vier weken;

- schorsing met gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris gedurende ten hoogste twee weken

- terugzetting met een salarisschaal gedurende ten hoogste één jaar;

- terugzetting in functie met plaatsing in de aan de nieuwe functie verbonden salarisschaal.

Dit onverminderd de bevoegdheid van de werkgever de arbeidsovereenkomst deswege, al dan niet wegens dringende reden, te beëindigen. In dat geval kan de werknemer tot het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt, worden geschorst met behoud van salaris.

Lid 3: De werknemer zal binnen redelijke termijn via aangetekende brief op de hoogte worden gesteld welke maatregel de werkgever hem oplegt.

Lid 4: Indien het vermoeden, op grond waarvan de in lid 2 van dit artikel preventieve schorsing is opgelegd, achteraf niet juist blijkt te zijn, volgt op verzoek van de werknemer rehabilitatie.

2.2. Op 18 januari 2012 om ongeveer 19.00 uur is op Omroep Zeeland radio een live uitzending geweest waaraan werd deelgenomen door de eindredacteur Jan Sandberg, presentator Corneel en Prinsen. Dat gesprek vond plaats nadat bekend was geworden dat de omroep niet naar de Timmerfabriek in Vlissingen zou verhuizen. Prinsen heeft daarbij ook gesproken. Het transscript van het gesprek is overgelegd en voor zover het Prinsen betreft is gezegd na een vraag wat haar is opgevallen die dag: “Nou allereerst de timmerfabriek natuurlijk, een beetje nieuws uit eigen keuken. Omroep Zeeland gaat niet meer naar dat prachtige gebouw op het Scheldekwartier in Vlissingen. Dus daar is hier allemaal, ja dat vinden wij allemaal niet zo leuk, tenminste de meeste. Zelf vind ik het hier wel gezellig in Souburg, maar helaas gaan wij hier ook niet blijven, dus ik zou dat dan een mooi alternatief vinden maar nee er wordt nu naar een nieuwe locatie gezocht maar waar die locatie gaat komen is nog een grote verrassing ergens in Zeeland.”

Verder zegt zij in reacties “is gezellig”, ’t is afgeschreven”, “ja ’t is , het is inderdaad niet functioneel, maar wel gezellig en we zitten als kippen in een hok, en toch denk ik laat ons hier maar blijven” . Verder gaat het gesprek over vestiging in het midden van Zeeland.

2.3. Op 24 januari 2012 heeft er een gesprek plaatsgevonden waarbij aanwezig waren Prinsen en van de kant van Omroep Zeeland de heer K. Mijnheer en E. de Kort. In een brief van dezelfde datum wordt Prinsen meegedeeld dat zij niet meer ingezet zal worden als presentator van de nieuwsuitzendingen op radio en televisie “omdat je niet handelt overeenkomstig de bij jouw rol van nieuwslezer passende verantwoordelijkheden”.

Verder vermeldt de brief: “De afgelopen jaren is meerdere keren gebleken dat je niet handelt conform de verantwoordelijkheden die Omroep Zeeland van alle werknemers verwacht. Daarbij verwijs ik naar punt 2 van artikel 4 van de cao voor het omroeppersoneel waar het volgende staat beschreven: “Werknemer sluit zich in woord en gedrag aan bij de doelstelling van de werkgever.”

Het meest recente voorbeeld is het live gesprek bij Omroep Zeeland (18 januari, omstreeks 18:50 uur) waarin je openlijk op zender verklaart dat Omroep Zeeland wat jou betreft op de huidige locatie in Oost-Souburg kan blijven. Tijdens dat gesprek ben je – live op de radio – gecorrigeerd door de eindredacteur. Met je uitspraken op zender neem je afstand van de strategische koers van de leiding van Omroep Zeeland om te verhuizen naar een nieuwe locatie. Op diezelfde 18 januari, ’s middags, heeft de directie het personeel en ook jou geïnformeerd over het feit dat Omroep Zeeland niet in Oost-Souburg kan blijven en gaat verhuizen.”

2.4. In een namens haar geschreven brief van 25 januari 2012, heeft Prinsen geprotesteerd tegen de non-actiefstelling, zowel inhoudelijk als procedureel.

In een brief van 26 januari 2012 van de directeur van Omroep Zeeland aan Prinsen wordt haar meegedeeld dat Omroep Zeeland het vertrouwen in een verdere vruchtbare samenwerking met Prinsen heeft verloren en dat er geen basis is voor continuering van het dienstverband. Prinsen werd daarbij vrijgesteld van werkverplichtingen met behoud van salaris en overige arbeidsvoorwaarden.

2.5. Omroep Zeeland is een procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gestart. De behandeling van het verzoek zal 5 april 2012 plaatsvinden.

3. Het geschil

3.1. Prinsen vordert - samengevat - intrekking van de maatregel van non-actiefstelling en toelating tot haar werkzaamheden, op straffe van een dwangsom.

Ter onderbouwing stelt zij het volgende. Met haar opmerkingen in het radioprogramma van 18 januari 2012 heeft zij zich niet tegen de doelstelling van de werkgever gekeerd. De CAO art. 4 bedoelt daar iets anders mee. Overigens heeft zij zich niet negatief uitgelaten over de verhuizing naar de Timmerfabriek zoals de directie voorstond.

De non-actiefstelling heeft een belastende werking, die niet gegrond kan zijn op de argumenten die Omroep Zeeland aanvoert over het radioprogramma van 18 januari 2012.

Er is niets gesteld dat een dergelijke verstrekkende maatregel kan rechtvaardigen, een belang is ook niet gesteld.

3.2. Omroep Zeeland voert het volgende aan.

Aanleiding voor het gesprek met Prinsen is de radiouitzending van 18 januari 2012 geweest. Op 24 januari is Prinsen uitgenodigd voor een gesprek op diezelfde dag. In dat gesprek heeft zij te horen gekregen dat zij niet meer als presentator zou worden ingezet. Omdat het gesprek ontaardde in een stroom van verwijten en een agressieve opstelling van Prinsen zijn, na overleg met de directie, verdere maatregelen genomen. Omroep Zeeland beroept zich daarbij op art. 5 van de CAO Omroeppersoneel. Zij stelt dat Prinsen geen recht heeft op tewerkstelling. Verder heeft Omroep Zeeland gelet op art. 4 CAO een redelijke grond voor de inactiviteit van Prinsen. Een bevel tot hervatting van het werk zal leiden tot een onwerkbare situatie. Bovendien is te verwachten dat de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter ontbonden zal worden. Omroep Zeeland concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Prinsen in de kosten.

4. De beoordeling

4.1. De gedeeltelijke non-actiefstelling is gegrond op de uitlatingen van Prinsen in het radioprogramma van 18 januari 2012. Op die dag was bekend geworden dat Omroep Zeeland niet naar de Timmerfabriek in Vlissingen zou verhuizen.

De belangrijkste passages van dat gesprek zijn hierboven geciteerd.

De opmerkingen van Prinsen komen erop neer dat zij het liefst in Oost-Souburg zou blijven maar wel inziet dat dat niet gaat gebeuren. In deze opmerkingen kan, gezien de context waarin deze zijn gedaan, in redelijkheid niet een ondermijning van het beleid van de directie worden gezien. De uitlatingen van Prinsen zijn daar niet naar. Prinsen mag in zo’n radiopraatje een eigen mening verkondigen. De wijze waarop Prinsen dat heeft gedaan valt ruimschoots binnen de redelijke grenzen die zij daarbij als werknemer en journalist in acht moet nemen.

Ook formeel vallen de opmerkingen van Prinsen niet binnen het bereik van artikel 4 CAO Omroeppersoneel. “Doelstelling” in dat artikel is niet hetzelfde als beleid van de directie ten aanzien van de locatie van waaruit Omroep Zeeland opereert.

De door Omroep Zeeland genoemde reden voor de gedeeltelijke non-actiefstelling, waarbij Prinsen geen presentatiewerk meer mocht verrichten, is dus ondeugdelijk. Indien Prinsen daar sterk op heeft gereageerd, dan is dat onder de gegeven omstandigheden begrijpelijk en kan haar dat niet worden verweten.

4.2. De grondslag voor de algehele non-actiefstelling is art. 5 lid 2 CAO Omroeppersoneel. Omroep Zeeland verbindt aan de laatste alinea van lid 2 ten onrechte de bevoegdheid Prinsen te schorsen tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Zij ziet daarbij over het hoofd dat artikel 5 handelt over “plichtsverzuim”. Het door Omroep Zeeland gestelde “plichtsverzuim” vindt zijn oorzaak in de reactie van Omroep Zeeland op het radiopraatje van 18 januari 2012. Zoals hierboven overwogen wordt ten aanzien daarvan Prinsen ten onrechte een verwijt gemaakt. Deze grondslag kan dan ook de algehele non-actiefstelling niet dragen.

4.3. Omroep Zeeland gaat er vanuit dat de arbeidsovereenkomst met Prinsen door de kantonrechter ontbonden zal worden. De behandeling van het verzoekschrift vindt 5 april 2012 plaats. De uitkomst van die procedure is vooralsnog ongewis. Uit de producties die Omroep Zeeland bij haar verzoekschrift heeft overgelegd blijkt wel dat er in het verleden wrijvingen zijn geweest tussen Prinsen en directie en/of medewerkers. Dat hoeft echter niet te leiden tot ontslag. Van een medewerker die journalistiek werk bedrijft kan verwacht worden dat zij zich kritisch opstelt, ook ten opzichte van de werkgever. Van de werkgever mag verwacht worden dat die daarmee om kan gaan en de werknemer die vrijheid laat.

De gedeeltelijke en later gehele schorsing van Prinsen hebben een beschadigende werking. Prinsen heeft groot belang bij de wedertewerkstelling, ook voor haar positie in het geschil over beëindiging van haar arbeidsovereenkomst. Voor de directie van Omroep Zeeland zal het moeilijk zijn haar weer aan het werk te laten, maar handhaving van de huidige situatie zou erop neerkomen dat Prinsen de dupe wordt van een verkeerde reactie van de directie op haar optreden van 18 januari 2012. Die belangen afwegend moeten die van Prinsen voorgaan.

4.4. De voorzieningrechter zal de vorderingen op na te melden wijze toewijzen. De dwangsom zal gematigd worden. Omroep Zeeland zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure die aan de zijde van Prinsen zijn gevallen. Deze kosten zijn: dagvaarding

€ 90,64, griffierechten € 267,00 en salaris advocaat € 860,00.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt Omroep Zeeland om binnen 12 uur na betekening van dit vonnis de opgelegde maatregel van non-actiefstelling in te trekken en Prinsen toe te laten tot haar normale en gebruikelijke werkzaamheden;

bepaalt dat Omroep Zeeland een dwangsom van € 1.000,00 verbeurt voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Omroep Zeeland in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

bepaalt het maximum van de dwangsom op € 50.000,00;

veroordeelt Omroep Zeeland in de proceskosten aan de zijde van Prinsen gevallen zijnde

€ 1.217,64;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2012.

--------------------------------------------------------------------------------