Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2012:BV5711

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
16-02-2012
Datum publicatie
16-02-2012
Zaaknummer
Awb 11/145
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

handhaving bestemmingsplan; handhavingstraject in relatie tot aard en omvang van de overtredingen van de voorschriften volstrekt onvoldoende;

besluit om handhavend op te treden moet materieel worden aangemerkt als een weigering om handhavend op te treden.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Gemeentewet
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/2940
JOM 2012/439
OGR-Updates.nl 2012-0224
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 11/145

Uitspraak van de meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

Exploitatie-Coöperatie van Eigenaren van Villapark de Oesterbaai U.A.,

statutair gevestigd te Wemeldinge,

eiseres,

gemachtigde mr. J.W. van Koeveringe, advocaat te Middelburg,

tegen

het College van burgemeester en wethouders van Kapelle,

verweerder.

gemachtigde mr. U.T. Hoekstra, advocaat te Middelburg.

I. Procesverloop

Op 22 januari 2010 heeft eiseres aan verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van recreatiewoningen op villapark De Oesterbaai te Wemeldinge in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Stormezandpolder”. Volgens eiseres worden 35 recreatiewoningen illegaal gebruikt voor huisvesting van Zuid- en Oost Europese werknemers en voor permanente bewoning.

Bij besluit van 30 juli 2010 heeft verweerder dit geweigerd. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 5 januari 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

Het beroep is op 16 augustus 2011 behandeld ter zitting. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam], bijgestaan door mr. J.W. van Koeveringe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Maas, bijgestaan door mr. U.T. Hoekstra.

Ter zitting is de behandeling aangehouden. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank een hernieuwd onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Het onderzoek is vervolgens gesloten.

II. Overwegingen

1. Volgens het geldende bestemmingsplan “Stormezandpolder” (hierna: het bestemmingsplan) zijn - voor zover van belang - de gronden in het villapark De Oesterbaai te Wemeldinge bestemd voor verblijfsrecreatie met de subbestemming recreatiewoning.

Ingevolge artikel 1, achtste lid, van de planvoorschriften is een recreatiewoning een als woning aan te merken gebouw, bestemd voor verblijfsrecreatie door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de planvoorschriften is het verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming en/of deze voorschriften.

Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de planvoorschriften wordt onder strijdig gebruik in elk geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken als uitstallings- of opslag-, stand- of ligplaats voor kampeermiddelen alsmede zomerhuizen en stacaravans te gebruiken of te laten gebruiken voor permanente bewoning.

2. Niet in geschil is dat meerdere recreatiewoningen in strijd met de bovenstaande planvoorschriften permanent worden bewoond, zodat verweerder ter zake handhavend kan optreden. Ook niet in geschil is dat geen concreet zich op legalisatie bestaat.

Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving zal, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift, het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan het bestuursorgaan hiervan afzien.

Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhaving zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, voor zover van belang, aan eiseres meegedeeld dat handhavend wordt opgetreden tegen het strijdig gebruik van recreatiewoningen op villapark De Oesterbaai. Vanwege de aanzienlijke inspanningen die moeten worden geleverd bij de handhaving en gelet op het besluit van de raad om de mogelijkheden van een dubbelbestemming te onderzoeken, heeft verweerder besloten om de handhaving te faseren en prioriteit te leggen bij handhaving van die gevallen waarin een aangevraagde gedoogbeschikking is geweigerd.

4. Eiseres kan zich hiermee niet verenigen en stelt dat verweerder ten onrechte op verkapte wijze van handhaving afziet. Volgens eiseres worden 45 recreatiewoningen in strijd met het bestemmingsplan gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten en permanente bewoning en blijkt uit het bestreden besluit dat verweerder niet zal (en wil) optreden tegen het grootste gedeelte van de overtredingen.

5. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank op de zitting van 16 augustus 2011 tot de conclusie gekomen dat verweerder weliswaar het bezwaar van eiseres gegrond heeft verklaard en stelt te hebben besloten om handhavend op te treden, maar dat de wijze waarop de handhaving vorm heeft gekregen feitelijk niet of nauwelijks tot enig effect kan leiden. De rechtbank acht daartoe verweerders inspanningen ontoereikend en onvoldoende voortvarend.

Ter zitting heeft de rechtbank partijen daarom het voorstel gedaan om verweerder in de gelegenheid te stellen om binnen twee maanden alsnog een concreet, gefaseerd handhavingsplan voor te leggen met als prioriteit de illegale bewoning van recreatiewoningen door arbeidsmigranten, teneinde dit plan van aanpak en de concrete stand van uitvoering ervan te betrekken bij de boordeling van het bestreden besluit. Partijen hebben ingestemd met dit voorstel.

6. Bij brief van 14 oktober 2011 heeft verweerder, aan de hand van een notitie van de burgemeester van Kapelle van 11 oktober 2011, uiteengezet hoe aan deze afspraak uitvoering is gegeven. Uit die notitie blijkt, voorzover relevant voor de onderhavige procedure, het volgende.

Bij brief van 2 september 2011 is aan alle eigenaren van de recreatiewoningen (142) op villapark De Oesterbaai, en aan eiseres, gevraagd op welke wijze de recreatiewoningen worden gebruikt. Uit de antwoorden blijkt dat 76 woningen conform de bestemming worden gebruikt. Van 31 woningen is vastgesteld dat zij niet conform de bestemming worden gebruikt. Van de overige 35 woningen bestaat het ernstige vermoeden dat zij in strijd met de bestemming worden gebruikt.

In eerste instantie zijn vijf recreatiewoningen gecontroleerd. Naar aanleiding van deze controle heeft verweerder op 13 oktober 2011 de eigenaren van de woningen Binnendijk [huisnummers] de mogelijkheid geboden om binnen een termijn van drie maanden het illegale gebruik van de woningen te beëindigen en zodoende oplegging van een last onder dwangsom, ten bedrage van € 17.500 respectievelijk € 10.000 ,met een begunstigingstermijn van vier weken, te voorkomen.

Tenslotte is in de notitie het voornemen uitgesproken om nog in 2011 een toekomstvisie voor villapark De Oesterbaai aan de gemeenteraad voor te leggen.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat hiermee de kwestie voortvarend en krachtdadig is opgepakt.

7. Eiseres heeft in reactie hierop, kort samengevat, meegedeeld dat zij het handhavend optreden van verweerder te onsamenhangend, te traag en te beperkt acht en derhalve nog steeds onvoldoende.

8. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder weliswaar een aanzet tot een handhavingstraject heeft gegeven, maar dat dit in relatie tot de bij verweerder bekende aard en omvang van de overtredingen van de voorschriften volstrekt onvoldoende is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat slechts met betrekking tot een zeer klein aantal woningen een vooraankondiging is uitgegaan, waarbij overigens nog een ruime termijn is gegund. Voorts is er, afgezien van het vage voornemen van een toekomstvisie voor het villapark, geen enkel zicht op de vervolgstappen die verweerder van plan is te nemen. Al bij al is er dan ook nog steeds geen duidelijkheid over de termijn waarop aan de illegale bewoning van de recreatiewoningen een einde kan komen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet voldaan aan het tot stand brengen van een passend handhavingsplan dat binnen redelijke termijn tot resultaat kan leiden.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit materieel moet worden aangemerkt als een weigering om handhavend op te treden tegen het in strijd met het bestemmingplan gebruiken van recreatiewoningen op villapark De Oesterbaai te Wemeldinge.

Het voornemen van verweerder om op korte termijn een toekomstvisie met betrekking tot het villapark aan de gemeenteraad voor te leggen leidt niet tot het oordeel dat sprake is van een zodanige bijzondere omstandigheid dat verweerder van handhaving heeft kunnen afzien.

De conclusie van het voorgaande is dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de beginselplicht tot handhaving en dat het bestreden besluit in rechte geen stand houdt.

Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd.

9. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om te bepalen dat verweerder binnen 8 weken na het verzenden van deze uitspraak een passend nieuw handhavingsbesluit neemt.

10. In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 874,-, uitgaande van een zaak van gemiddelde zwaarte en van twee proceshandelingen.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,- (driehonderdentwee) vergoedt;

veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiser begroot op

€ 874,- (achthonderdvierenzeventig euro), te betalen door verweerder aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.M. Reinarz, als voorzitter en mr. J.C.K.W. Bartel en mr. A.J. van der Knijff als leden, in tegenwoordigheid van W.J. Steenbergen, als griffier, en op 16 februari 2012 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Nota bene:

In deze uitspraak is het beroep (deels) gegrond verklaard en is het bestreden besluit vernietigd.

Als de rechtbank daarbij gronden van uw beroep uitdrukkelijk heeft verworpen en u wilt daarin niet berusten, moet daartegen binnen bovengenoemde termijn hoger beroep worden ingesteld.

Afschrift verzonden op: 16 februari 2012