Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BW2175

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
72809 / HA ZA 10-174
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over de vraag of ouderdomspensioen van de man is ingegaan op 60 of 65-jarige leeftijd. Belang is of de vrouw al recht heeft op een deel van dit pensioen vanaf zijn 60-jarige leeftijd. Gelet op het pensioenreglement van de werkgever van de man gaat de rechtbank er vanuit dat de pensioenleeftijd 60 jaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2012/121
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 72809 / HA ZA 10-174

Vonnis van 21 december 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Appingedam,

eiseres,

advocaat mr. R.I.A. Paul te Groningen,

tegen

[gedaagde],

wonende te Terneuzen,

gedaagde,

advocaat mr. L.E. van Hevele te Terneuzen.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 juni 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 13 oktober 2010

- de akte overleggen producties van de man

- de antwoordakte tevens wijziging c.q. vermeerdering van eis van de vrouw

- de antwoordakte van de man

- de antwoordakte van de vrouw.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen zijn ex-echtgenoten. Zij waren van 19 december 1975 tot [datum] 1993 in gemeenschap van goederen getrouwd. Bij beschikking d.d. [datum] 1993 is door de rechtbank Groningen de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op [datum] 1993 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2. Betreffende de gevolgen van de echtscheiding hebben partijen afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. Dit convenant luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Door de man zijn pensioenaanspraken opgebouwd.

Partijen komen te dezer zake overeen dat verrekening van deze pensioenaanspraken plaatsvindt in dier voege, dat aan de vrouw een voorwaardelijk recht op het oudedagspensioen van de man wordt toegekend.

De hoogte van deze voorwaardelijke uitkering zal door het pensioenfonds berekend worden overeenkomstig de op de datum van de pensionering geldende wettelijke regelingen, rekening houdende met de voor en tijdens het huwelijk van partijen tot de datum van de echtscheiding opgebouwde pensioenaanspraken.”

2.3. Momenteel is de man 62 jaar oud. Hij ontvangt sinds zijn 60e levensjaar een maandelijkse uitkering van het pensioenfonds.

3. Het geschil

3.1. De vrouw vordert samengevat en na vermeerdering van eis- veroordeling van de man tot het overleggen van een specificatie van het door hem maandelijks te ontvangen pensioen, waaronder het levenslange en tijdelijke ouderdomspensioen, het overbruggingspensioen en/of het vroegpensioen op straffe van een dwangsom, met terugwerkende kracht over te gaan tot verdeling van de helft van het voor en tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen, waaronder het tijdelijke en levenslange ouderdomspensioen, het overbruggingspensioen en/of het vroegpensioen vanaf de datum van eerste ontvangst van het (vroeg)pensioen, betaling van de wettelijke rente over de aan de vrouw toekomende bedragen en veroordeling van de man in de proceskosten en nakosten.

Zij stelt daartoe dat zij aanspraak maakt op de helft van het voor en tijdens het huwelijk door de man opgebouwde pensioen, waaronder ook de door hem thans ontvangen pensioenuitkering valt. Volgens de vrouw hebben partijen uitdrukkelijk de bedoeling gehad om het pensioen van de man te verdelen conform de wet VPS. Zij verwijst daarbij naar het echtscheidingsconvenant in combinatie met de inhoud van de brieven van mr. Van Eck.

3.2. De man voert verweer. Hij stelt dat het pensioen dat hij thans ontvangt buiten de verdeling dient te blijven, nu ten tijde van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar was ingevolge het destijds geldende reglement en nu de opbouw van dit pensioen na de echtscheiding heeft plaatsgevonden. Bovendien is de wet VPS volgens de man niet van toepassing aangezien zij haar toepassing voor echtscheidingen ingeschreven vóór 30 april 1995 uitsluit. De man is van mening dat de vrouw geen aanspraak kan maken op een specificatie van het door hem thans ontvangen pensioen, nu zij thans nog geen aanspraak kan maken op een deel van het door hem ontvangen pensioen.

4. De beoordeling

4.1. Ter beoordeling staat de vraag of de thans door de man van het pensioenfonds ontvangen uitkering (deels) voor verdeling in aanmerking komt. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende. Uit de stellingen van partijen volgt dat zij het erover eens zijn dat de afspraken die zij in het echtscheidingsconvenant met betrekking tot de verdeling van het pensioen van de man hebben gemaakt leidend zijn.

Uit de tekst van het echtscheidingsconvenant volgt dat de vrouw aanspraak maakt op een gedeelte van het ouderdomspensioen van de man en dat de hoogte daarvan zal worden berekend overeenkomstig de op de datum van pensionering geldende wettelijke regelingen, rekening houdend met de voor en tijdens het huwelijk van partijen opgebouwde pensioenaanspraken. Uit de begeleidende brief van mr. Van Eck d.d. 21 juli 1993 volgt ten aanzien van de hoogte van de aanspraak van de vrouw dat verwacht mag worden dat de helft van het ouderdomspensioen, dat voor en tijdens het huwelijk is opgebouwd, doorbetaald zal moeten worden.

Partijen verschillen van mening omtrent de vraag of het ouderdomspensioen van de man is ingegaan toen hij 60 jaar werd of pas ingaat als hij 65 jaar wordt. De rechtbank acht bij de beoordeling daarvan van belang welke bedoeling partijen ten tijde van het opstellen van het echtscheidingsconvenant op dit punt moeten hebben gehad. Uit pagina 6 van het als productie 12 bij de dagvaarding overgelegde pensioenreglement blijkt dat sinds 1987 bij Dow, de werkgever van de man, al de mogelijkheid bestond om met 60 jaar met pensioen te gaan. Daarbij staat ook vermeld dat in de vervroegde pensioenregeling is opgenomen dat het Dow Pensioenfonds een uitkering als voorloper van de AOW-uitkering betaalt tot 65 jaar. Gelet daarop concludeert de rechtbank dat partijen ten tijde van het opstellen van het convenant kennelijk met de mogelijkheid van een vervroegde pensionering op 60 jarige leeftijd rekening hebben gehouden. Ook de later in werking getreden wet VPS sluit niet uit dat van een ouderdomspensioen sprake kan zijn wanneer dat vóór het 65e jaar ingaat.

4.2. De rechtbank gaat ervan uit dat het pensioenreglement 2006, versie 2010, zoals overgelegd bij akte d.d. 26 januari 2011 de ten tijde van pensionering van de man geldende regeling weergeeft. Uit dat reglement volgt dat de man vanaf zijn 60e levensjaar een ouderdomspensioen ontvangt dat wordt aangevuld met een zogenaamd overbruggingspensioen en dat het overbruggingspensioen is opgebouwd tussen het 50e en 60e levensjaar. Dit wordt in feite ook bevestigd door de heer Weelen in zijn schrijven d.d. 3 januari 2011, overgelegd bij akte d.d. 26 januari 2011. Nu slechts de voor en tijdens het huwelijk van partijen opgebouwde pensioenaanspraken voor verdeling in aanmerking komen, kan aan de hand van het vorenstaande worden geconcludeerd dat de vrouw geen aanspraak kan maken op een deel van het overbruggingspensioen dat de man ontvangt, maar wel op een deel van het ouderdomspensioen dat hij vanaf zijn 60e levensjaar ontvangt.

Dit betekent dat de vordering betreffende het overleggen van een specificatie voor zover het betreft het door de man maandelijks ontvangen ouderdomspensioen zal worden toegewezen.

Nu het overleggen van een dergelijke specificatie, waar ook in het kader van de onderhavige procedure diverse malen om verzocht is, tot op heden steeds door de man geweigerd is, zal de rechtbank de mede gevorderde dwangsom op na te melden wijze toewijzen.

Ook de vordering betreffende betaling aan de vrouw van de helft van het voor en tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen zal gelet op het vorenstaande worden toegewezen.

Hetzelfde geldt voor de vorderingen betreffende betaling van de wettelijke rente over de aan de vrouw toekomende bedragen en betaling van het aan haar toekomende deel van de toekomstige pensioenuitkeringen voor zover deze ouderdomspensioen betreffen, nu de man tot nu toe heeft geweigerd een deel van het door hem ontvangen pensioen aan de vrouw te betalen.

4.3. Gelet op het vorenstaande zullen de vorderingen op na te melden wijze worden toegewezen. De rechtbank ziet in het feit dat dit een procedure tussen ex-echtgenoten betreft aanleiding de proceskosten te compenseren zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt de man om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de vrouw een specificatie over te leggen van het door hem maandelijks te ontvangen ouderdomspensioen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,--;

5.2. veroordeelt de man om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met terugwerkende kracht, dat wil zeggen vanaf de datum van ontvangst daarvan, aan de vrouw te betalen de helft van de door hem ontvangen termijnen van het voor en tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen;

5.3. veroordeelt de man tot betaling van de wettelijke rente over de aan de vrouw toekomende bedragen vanaf de datum van ontvangst van de respectievelijke termijnen van het ouderdomspensioen tot de datum van betaling voor zover het achterstallige termijnen betreft;

5.4. veroordeelt de man telkens binnen zeven dagen na ontvangst van de uitkering van het ouderdomspensioen, aan de vrouw het haar toekomende deel daarvan te voldoen;

5.5. compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2011.(