Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BV6479

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
218722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Na negen jaar kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wegens financieel onvermogen, wordt deze in het tiende jaar geweigerd omdat er een gering bedrag aan spaargeld is (€ 558).

In dit geval is er aanleiding voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter.

De gemeente is na jaren overgegaan tot een strikte toepassing van de kwijtscheldingsregels. Dat is aan te merken als een beleidswijziging, maar bij marginale toetsing daarvan is de beslissing van de gemeente niet aan te merken als onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

Locatie Terneuzen

zaak/rolnr.: 218722 / 11-711

vonnis van de kantonrechter d.d. 23 november 2011

in de zaak van

[partij A],

wonende te [adres],

eisende partij,

verder te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. K.P.T.G. Flos,

t e g e n :

het college van Burgemeester en Wethouders

van de rechtspersoon naar publiek recht

de gemeente Sluis,

met zetel te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: B&W Sluis,

in persoon verschenen.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 30 maart 2011,

- schriftelijk antwoord,

- conclusie van repliek,

- schriftelijke toelichting,

- tussenvonnis van 31 augustus 2011,

- akte en antwoordakte.

de beoordeling van de zaak

1. De kantonrechter handhaaft hetgeen is overwogen en beslist bij het tussenvonnis. De inhoud van dat vonnis moet als hier ingelast worden beschouwd.

2. B&W Sluis hebben erop gewezen dat de beslissing op het verzoek om kwijtschel-ding wordt genomen door de ontvanger en de beslissing in het administratief beroep door het college van B&W. In dit geval is de beslissing op het verzoek om kwijtschelding genomen door de invorderingsambtenaar van de gemeente Sluis en de beslissing in het administratief beroep door het college van B&W van diezelfde gemeente Sluis. Daarom is de schijn aanwezig dat in administratief beroep niet is beslist door een onpartijdige en onafhankelijke instantie. In dit geval is de rechtsgang niet met voldoende waarborgen omkleed, in het bijzonder waarborgen voor de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid. Daarom is er reden voor een aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter. De kantonrechter acht zich in deze zaak bevoegd.

3. In haar bezwaar heeft [eiseres] er een punt van gemaakt dat zij sinds 2001, dus al negen jaren, voor kwijtschelding in aanmerking was gekomen en dat er in haar werkelijke financiële situatie niet of nauwelijks iets is veranderd. In administratief beroep zijn B&W Sluis daarop niet ingegaan. Gewezen is slechts naar de door de gemeente gehanteerde normen, aan de hand waarvan de betalingscapaciteit van [eiseres] is vastgesteld. De beslissing van B&W Sluis op het bezwaar is daarom niet, althans onvoldoende gemotiveerd. B&W Sluis hadden moeten ingaan op de argumenten van [eiseres]. Het is daarom te begrijpen dat zij zich voor aanvullende rechtsbescherming heeft gewend tot de burgerlijke rechter.

4. In deze procedure heeft B&W Sluis bij haar schriftelijke toelichting d.d. 6 juli 2011 meegedeeld:

Van een beleidswijziging is in 2010 geen sprake geweest. Wel wordt sedertdien aan de kwijtscheldingsregeling uitvoering gegeven zoals de kwijtscheldingsregeling voorschrijft. Deze wijze van uitvoering heeft er inderdaad aanleiding toe gegeven dat [eiseres] voor het belastingjaar 2010 niet in aanmerking kwam voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

5. Een en ander wordt aldus opgevat dat [eiseres] in de jaren vanaf 2001 heeft kunnen profiteren van een minder strikte toepassing van de kwijtscheldingsregeling, maar dat de gemeente Sluis vanaf 2010 is overgegaan tot een strikte toepassing daarvan. Dit komt neer op een beleidswijziging, tenzij de gemeente in de voorgaande jaren slechts in enkele gevallen naar willekeur coulant is geweest. Maar ook dan is het rechtmatig dat de gemeente ertoe overgaat om de teugels aan te halen door een strikte toepassing van de kwijtscheldingsregels. Een en ander is van tevoren niet aangekondigd, maar dat is jegens [eiseres] niet onrechtmatig.

6. [Eiseres] heeft aangevoerd:

[Eiseres] heeft de keuze gemaakt geld opzij te zetten om noodsituaties het hoofd te kunnen bieden, die niet met een extra uitkering van de WWB kunnen worden gefinancierd. Wanneer [eiseres] een vermogen van afgerond € 550,- aanhoudt, loopt zij jaarlijks een kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van afgerond € 350,- mis. Op die wijze straft de gemeente [eiseres] voor haar spaarzaam gedrag. Het sparen van geld is niet verboden. Effectief houdt de handelwijze van de gemeente in dat een WWB-gerechtigde een keuze dient te maken tussen kwijtschelding van gemeentelijke belastingen of sparen voor noodsituaties. Degene die lang-durig WWB-gerechtigd is is zo altijd in het nadeel, want uiteindelijk komt de langdurig WWB-gerechtigde uit op een lager besteedbaar inkomen dan de wetgever heeft bedoeld.

7. De argumenten van [eiseres] zijn goed te volgen, maar B&W Sluis hebben terecht opgemerkt dat de burgerlijke rechter zich niet behoort te begeven op het terrein van de bestuurlijke afweging door de gemeente. Slechts indien B&W Sluis in redelijkheid niet had kunnen komen tot beleidswijziging, dan wel handhaving door een strikte toepassing van de wettelijke kwijtscheldingsregels in 2010, is er reden voor ingrijpen door de burgerlijke rechter. Hetgeen [eiseres] heeft aangevoerd is niet toereikend om de handelwijze van B&W Sluis aan te merken als onrechtmatig jegens [eiseres]. Dat wordt niet anders doordat [eiseres] zich heeft beroepen op diverse grondrechten, te weten: art. 8, jo 17 EVRM, art. 2 jo 25 EVRM en art 13 ESH.

8. De conclusie is dat de burgerlijke rechter bevoegd is en dat de vordering moet worden afgewezen. Door de beslissing in administratief beroep niet, althans onvoldoende te motiveren, heeft B&W Sluis [eiseres] ertoe gebracht aanvullende rechtsbescherming bij de burgerlijke rechter te zoeken. Een en ander is reden om de proceskosten te verdelen in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten zal moeten dragen.

de beslissing

De kantonrechter:

verklaart zich bevoegd om van de zaak kennis te nemen;

wijst de vordering af;

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten moet dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.