Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BV0526

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
10-01-2012
Zaaknummer
79852 / KG ZA 11-153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers hebben in dienst van gedaagde sub 2 en in opdracht van gedaagden sub 1 en 2 werkzaamheden verricht aan boord van het schip tegen gages in USD.

De genoemde dagvaardingstermijn van drie maanden kan op grond van artikel 117 Rv op verzoek van eiser door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden verkort. Aan eisers is toestemming verleend om gedaagden op verkorte termijn te dagvaarden, te weten tegen de zitting van 11 augustus 2011, in plaats van de wettelijke termijn van drie maanden in acht te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 79852 / KG ZA 11-153

Vonnis in kort geding van 16 augustus 2011

in de zaak van

1 [eiser sub 1], wonende te Sveti Filip I Jakov, Kroatië;

2 [eiser sub 2], wonende te Korcula, Kroatië;

3 [eiser sub 3], wonende te Trilj, Kroatië;

4 [eiser sub 4], wonende te Split, Kroatië;

5 [eiser sub 5], wonende te Podstrana, Kroatië;

6 [eiser sub 6], wonende te Racisce, Kroatië;

7 [eiser sub 7], wonende te Korcula, Kroatië;

8 [eiser sub 8], wonende te Korcula, Kroatië;

9 [eiser sub 9], wonende te Krapanj, Kroatië;

10 [eiser sub 10], wonende te Racisce, Kroatië;

11 [eiser sub 11], wonende te Korcula, Kroatië;

12 [eiser sub 12], wonende te Lumbarda, Kroatië;

13 [eiser sub 13], wonende te Korcula, Kroatië;

14 [eiser sub 14], wonende te Podstrana, Kroatië;

15 [eiser sub 15], wonende te Korcula, Kroatië;

16 [eiser sub 16], wonende te Split, Kroatië;

17 [eiser sub 17], wonende te Split, Kroatië;

18 [eiser sub 18], wonende te Vela Luka, Kroatië;

19 [eiser sub 19], wonende te Jenlenje, Kroatië;

20 [eiser sub 20], wonende te Korcula, Kroatië;

21 [eiser sub 21], wonende te Korcula, Kroatië;

22 [eiser sub 22], wonende te Sveti Filip I Jakov, Kroatië;

23 [eiser sub 23], wonende te Racisce, Kroatië;

24 [eiser sub 24], wonende te Racisce, Kroatië ;

25 [eiser sub 25], wonende te Korcula, Kroatië;

26 [eiser sub 26], wonende te Korcula, Kroatië;

27 [eiser sub 27], wonende te Orebic, Kroatië;

28 [eiser sub 28], wonende te Trpanj, Kroatië;

29 [eiser sub 29], wonende te Dubrovnik, Kroatië;

30 [eiser sub 30], wonende te Racisce, Kroatië;

31 [eiser sub 31], wonende te Mlini, Kroatië;

32 [eiser sub 32], wonende te Pula, Kroatië;

33 [eiser sub 33], wonende te Zrnovo, Kroatië;

34 [eiser sub 34], wonende te Korcula, Kroatië;

eisers,

advocaat mr. H.T. Kruijt te Rotterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar het recht van het land van vestiging

VALA SHIPPING INC.,

gevestigd te Monrovia, Liberia, Broadstreet 80,

2. de rechtspersoon naar het recht van het land van vestiging

FARNOMAR COMPANIA NAVIERA S.A.,

gevestigd te Panama,

kantoorhoudende te Mediteranska Plovida d.d., Fosa 2 in 20260 Korcula, Kroatië,

gedaagden,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van eisers.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 augustus 2011, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

2. De feiten

2.1. Gedaagde sub 1 is eigenaresse van het onder de vlag van Cyprus varende ms. “Atlantik Frigo”, verder te noemen “het schip”. Het schip is thans gelegen te Terneuzen, in de Autichehaven.

2.2. Op het schip bevinden zich als opvarenden (bemanning) eisers sub 1 tot en met 34.

Gedaagde sub 2 is de formele werkgever van de bemanningsleden.

2.3. Eisers hebben in dienst van gedaagde sub 2 en in opdracht van gedaagden sub 1 en 2 werkzaamheden verricht aan boord van het schip tegen gages in USD.

2.4. Op 28 juli 2011 is na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank namens eisers conservatoir vreemdelingenbeslag gelegd op het schip, omdat gedaagden gages van eisers onbetaald laten.

2.5. Eisers sub 8, 9 en 14 zijn tot op heden aan boord van het schip werkzaam.

3. De beoordeling

3.1. Het geschil tussen partijen heeft een internationaal karakter. Daarom dient allereerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter, in dit geval de voorzieningenrechter van de rechtbank te Middelburg, rechtsmacht toekomt. Geconcludeerd wordt dat dit het geval is. Als gevolg van het ten verzoeke van eisers gelegde beslag ex artikel 728 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter daartoe het verlof heeft verleend, i.c. deze rechtbank, bevoegd om van de hoofdzaak kennis te nemen krachtens artikel 767 Rv.

3.2. Vervolgens is de vraag aan de orde of tegen gedaagden verstek kan worden verleend. Op grond van artikel 139 Rv wordt aan de gedaagde die op de dienende dag niet in het geding verschijnt verstek verleend indien de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen.

3.3. Ten aanzien van gedaagden geldt dat zij een bekende buitenlandse woon- of verblijfplaats hebben in een staat die geen partij is bij het Haags Betekeningsverdrag 1965 of Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 en waar de EBetVo II niet van toepassing is. Dit brengt met zich mee dat de betekening van het dagvaardingsexploot dient plaats te vinden op de voet van artikel 55 Rv en dat de termijn die daarbij in acht dient te worden genomen op grond van artikel 115 lid 1 Rv, in beginsel, ten minste drie maanden bedraagt.

3.4. Het exploot van de dagvaarding hebben eisers op 3 augustus 2011 op de voet van artikel 55 Rv laten betekenen aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie. Daarmee is aan het betekeningsvoorschrift van artikel 55 Rv voldaan.

3.5. De hiervoor onder 3.3. genoemde dagvaardingstermijn kan op grond van artikel 117 Rv op verzoek van eiser door de voorzieningenrechter van de rechtbank worden verkort. Aan eisers is toestemming verleend om gedaagden op verkorte termijn te dagvaarden, te weten tegen de zitting van 11 augustus 2011, in plaats van de wettelijke termijn van drie maanden in acht te nemen.

3.6. Nu gedaagden niet zijn verschenen en met het vorenstaande is gebleken dat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, zal tegen gedaagden verstek worden verleend.

3.7. Eisers vorderen gedaagden te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat eisers hebben verzuimd de beslagstukken in het geding te brengen.

3.8. De vordering met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand, waarbij het volgens eisers gaat om kosten teneinde een voor tenuitvoerlegging vatbare titel te verkrijgen, zal eveneens bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing worden afgewezen.

3.9. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

3.10. Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,81

- griffierecht 1.400,00

- salaris advocaat 527,00

Totaal EUR 2.017,81

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. veroordeelt gedaagde sub 2 tot betaling binnen twee dagen na betekening van dit vonnis

I. ter zake van per en met inbegrip van 3 augustus 2011 verschuldigde gages c.a. aan (in USD):

Vordering

eiser 1 35.451

eiser 2 21.122

eiser 3 16.446

eiser 4 13.967

eiser 5 2.941

eiser 6 10.165

eiser 7 10.427

eiser 8 10.217

eiser 9 9.844

eiser 10 7.818

eiser 11 38.054

eiser 12 19.399

eiser 13 13.503

eiser 14 14.881

eiser 15 7.856

eiser 16 5.692

eiser 17 4.337

eiser 18 26.709

eiser 19 11.503

eiser 20 8.156

eiser 21 10.765

eiser 22 15.136

eiser 23 13.317

eiser 24 21.069

eiser 25 3.411

eiser 26 2.662

eiser 27 21.468

eiser 28 13.814

eiser 29 12.788

eiser 30 10.635

eiser 31 4.969

eiser 32 2.646

eiser 33 9.077

eiser 34 4.060

II. ter zake van gage voor elke dag dat eisers na 3 augustus 2011 hun werkzaamheden aan boord van het Schip verrichten aan:

Vordering

eiser 8 65.00

eiser 9 65.00

eiser 14 142.67

alle onder I en II genoemde bedragen te vermeerderen met de naar het recht van Kroatië, althans van Panama, te berekenen rente vanaf de dag dat de bedragen opeisbaar werden tot aan de dag der algehele voldoening,

4.2. veroordeelt gedaagde sub 1 te gehengen en gedogen dat eisers zich zullen verhalen op het schip,

4.3. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op EUR 2.017,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.4. veroordeelt gedaagden in de nakosten, volgens het toepasselijke liquidatietarief begroot op een bedrag van EUR 131,-- zonder betekening en, indien en voor zover betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, vermeerderd met een bedrag van

EUR 68,--,

4.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2011.?