Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BU9408

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
78562 / HA ZA 11-222
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil betreft de opheffing van een beslag. De ex-echtgenote van gedaagde had beslag gelegd onder de pensioen-stichting die bestuurd werd door haar gewezen echtgenoot. De ex-echtgenote wil haar recht op afstorting van haar aandeel veiligstellen.

Rechtbank oordeelt over dit recht en weegt de gestelde belangen. Beslag wordt niet opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2012/36

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 78562 / HA ZA 11-222

Vonnis in incidenten van 2 november 2011

in de zaak van

[eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten],

wonende te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in de incidenten,

advocaat mr. P. Quist te Naaldwijk,

tegen

1. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag],

wonende te Burgh-Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland,

2. de stichting

STICHTING DIRECTIEPENSIOENFONDS [naam van gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag],

gevestigd te Burgh-Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident tot opheffing van het beslag,

advocaat mr. W.M.U. van der Blom te Haarlem,

en

[eiser in het incident tot voeging],

wonende te Burgh Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland,

eiser in het incident tot voeging,

advocaat mr. W.M.U. van der Blom te Haarlem.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten], [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] en [eiser in het incident tot voeging] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie

- de incidentele conclusie tot voeging van [eiser in het incident tot voeging]

- de incidentele conclusie tot opheffing van het beslag van [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag]

- de incidentele conclusies van antwoord van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten]

- de akte inzake bestuurswisseling.

2. Het geschil in het incident tot voeging

2.1. [eiser in het incident tot voeging] vordert dat hem wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] te voegen. Hij voert daartoe aan dat hij direct belanghebbende is bij de procedure in de hoofdzaak, nu [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] jegens [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] een vordering in reconventie heeft ingesteld die strekt tot veroordeling van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] tot restitutie aan [eiser in het incident tot voeging] van door [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] onttrokken gelden van een aan hem toebehorende rekening.

2.2. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] betwist dat [eiser in het incident tot voeging] een belang heeft bij toe- of afwijzing van de vordering in de hoofdzaak. Zij stelt dat [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] in reconventie namens [eiser in het incident tot voeging] een bedrag vordert. [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] dient in deze vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat nergens uit blijkt dat [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] bevoegd is namens [eiser in het incident tot voeging] een vordering in te stellen. [eiser in het incident tot voeging] is meerderjarig en dient deze vordering zelfstandig jegens [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] aanhangig te maken.

2.3. [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] heeft geen verweer gevoerd tegen de door [eiser in het incident tot voeging] ingestelde vordering.

3. Het geschil in het incident tot opheffing van het beslag

3.1. [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] vordert dat het onder Van Lanschot gelegde beslag zal worden opgeheven, omdat het vexatoir is om de volgende redenen:

1. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] heeft geen rechtstreekse aanspraak op de stichting directiepensioenfonds [naam van gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] (hierna: “de stichting”),

2. elke mogelijke veroordeling van de stichting tot afstorten van het nabestaandenpensioen loopt over [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] (hierna: “[gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag]”) die geen enkele aanleiding geeft om tot een dergelijke verplichting te concluderen.

3. de beslaglegging frustreert het door Van Lanschot gevoerd beheer,

4. de beslaglegging frustreert het overdragen van het bestuur aan een onafhankelijk derde,

5. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] is zo solvabel en solide, dat elke claim van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] door hem kan worden voldaan.

3.2. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] stelt dat zij een rechtstreekse aanspraak heeft op [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag], dan wel de stichting. In de stichting zijn rechten op ouderdoms- en partnerpensioen voor [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] opgebouwd. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] is de enige bestuurder van de stichting. Krachtens jurisprudentie van de Hoge Raad heeft [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] daarom een recht op afstorting van de aan haar toekomende pensioenrechten. Verder kan in de door [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] aangevraagde offerte ter afstorting van het partnerpensioen een erkenning van het recht van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] op afstorting worden gelezen.

3.3. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] betwist dat het beheer van de stichting en het overdragen van het bestuur door het beslag worden gefrustreerd. [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Indien [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] zo solvabel en solide is om elke claim van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] te voldoen, dan is het aan hem om dit aan te tonen en zekerheid te stellen. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] heeft dit echter niet gedaan.

4. De beoordeling in het incident tot voeging

4.1. Voeging is ingevolge artikel 217 Rv toegestaan aan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding. [eiser in het incident tot voeging] heeft een evident belang bij de uitkomst van het geding in hoofdzaak, nu [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] in reconventie heeft gevorderd [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] te veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal EUR 86.686,96 aan [eiser in het incident tot voeging]

4.2. De gestelde niet-ontvankelijkheid van [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] in zijn vordering in reconventie maakt deel uit van de hoofdzaak en leent zich niet voor een beoordeling in deze procedure en is dan ook geen grond voor afwijzing van de incidentele vordering tot voeging. De rechtbank zal de incidentele vordering tot voeging toewijzen.

4.3. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beoordeling in het incident tot opheffing van het beslag

5.1. Ingevolge artikel 705 lid 2 Rv wordt de opheffing van het beslag onder meer uitgesproken indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, welke beoordeling niet los kan geschieden van een afweging van de wederzijdse belangen.

5.2. Het vorenstaande brengt mee dat een voorlopige inschatting moet worden gemaakt van de rechtspositie van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten]. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] en [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] zijn ex-echtgenoten. Hun pensioen is in eigen beheer opgebouwd en in 2006 ondergebracht in de stichting, waarvan [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] ten tijde van het indienen van het incident enig bestuurder was. In de stichting is een partnerpensioen voor [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] ondergebracht. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] heeft gesteld dat het recht op afstorting van haar deel van de pensioenaanspraak volgt uit vaste jurisprudentie. Deze jurisprudentie neemt tot uitgangspunt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in het algemeen meebrengen dat de ex-echtgenoot, die de rechtspersoon beheerst waarin de te verevenen pensioenaanspraak is ondergebracht, dient zorg te dragen voor afstorting van het aan de andere ex-echtgenoot toekomende deel van de pensioenaanspraak door die rechtspersoon bij een externe pensioenverzekeraar. Van de vereveningsgerechtigde echtgenoot kan in beginsel immers niet worden gevergd dat deze bij voortduring afhankelijk blijft van het beleid dat de andere echtgenoot ten aanzien van de betrokken rechtspersoon voert en het risico moet blijven dragen dat het in eigen beheer opgebouwde pensioen te zijner tijd niet kan worden betaald.

5.3. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] beheerste als enig bestuurder de stichting. Deze beheersing volgt eveneens uit de stelling van [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] dat elke mogelijke veroordeling van de stichting tot afstorten over [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] loopt die geen enkele aanleiding zou geven om tot zo’n verplichting te concluderen, hetgeen de rechtbank aldus begrijpt dat alleen met instemming van [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] de stichting over kan gaan tot afstorten. De rechtbank is daarom voorshands van oordeel dat bovenstaande jurisprudentie van toepassing is en dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] recht heeft op afstorting van het kapitaal dat nodig is voor het aan haar toekomende deel van de pensioenaanspraak. De akte van bestuurswisseling, waaruit blijkt dat het bestuur van de vennootschap is overgedragen aan WA-IT B.V., is geen reden om tot een ander oordeel te komen, nu [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] niet heeft toegelicht hoe de onafhankelijkheid van de door hem ingeschakelde vennootschap is gewaarborgd. Dat betekent dat niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de door [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] gepretendeerde vordering.

5.4. Verder is niet summierlijk van het onnodige van het beslag gebleken. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] heeft weliswaar gesteld dat hij zo solvabel en solide is dat hij elke vordering van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] kan voldoen, maar [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] heeft dit betwist en [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] heeft zijn stelling niet onderbouwd.

5.5. Het belang van [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] bij opheffing van het beslag zou daarin zijn gelegen dat de beslaglegging niet langer het door Van Lanschot gevoerd beheer frustreert en de stichting daardoor niet meer aan de willekeur van de markt is onderworpen. [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] heeft echter niet onderbouwd dat het beheer door de beslaglegging wordt gefrustreerd en dat de stichting als gevolg daarvan aan de willekeur van de markt is onderworpen. Verder staat vast dat, nu het bestuur van de stichting is overgedragen, de beslaglegging dat niet heeft gefrustreerd. Daartegenover staat het belang van [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] bij handhaving van het beslag, te weten zekerheid van de door haar gepretendeerde vordering, aangezien bij haar de vrees bestaat dat gelden aan de pensioenvoorziening zullen worden onttrokken. [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] heeft gemotiveerd gesteld dat [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] dan wel de stichting gelden aan de pensioenvoorziening hebben onttrokken. De wederzijdse belangen tegen elkaar afwegend, komt de rechtbank, met inachtneming van het voorlopig inhoudelijke oordeel over de door [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] gepretendeerde vordering, tot het oordeel dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten] meer belang heeft bij handhaving van het beslag, dan [gedaagde sub 1 in conventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in reconventie in de hoofdzaak, eiser sub 1 in het incident tot opheffing van het beslag] bij opheffing daarvan. De incidentele vordering tot opheffing van het beslag zal daarom worden afgewezen.

5.6. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beoordeling in de hoofdzaak

6.1. De rechtbank zal een verschijning van partijen ter terechtzitting bepalen zodat inlichtingen kunnen worden verschaft, de mogelijkheid van een schikking kan worden onderzocht en/of procedureafspraken gemaakt kunnen worden.

6.2. Tijdens de comparitie kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen. Meer informatie over mediation is te vinden in de bijgevoegde brochure. Indien partijen, zonder dat daaraan voorafgaand een comparitie wordt gehouden, gebruik willen maken van de mogelijkheid de zaak door te verwijzen naar een mediator, dienen zij dat gezamenlijk uiterlijk twee weken vóór de comparitie aan de rechtbank kenbaar te maken.

6.3. De rechtbank laat weten dat voor de comparitie anderhalf uur wordt uitgetrokken.

6.4. Indien de eisende partij in conventie op de voorwaardelijke eis in reconventie wenst te antwoorden, dient de conclusie van antwoord in reconventie, op straffe van verval van de mogelijkheid daartoe, bij de verschijning ter terechtzitting te worden genomen. De eisende partij in conventie dient de conclusie van antwoord in reconventie uiterlijk twee weken voor de verschijning ter terechtzitting in het bezit van de rechtbank te stellen met kopie aan de wederpartij.

6.5. Indien partijen zich tijdens de comparitie op nog niet in het dossier ingebrachte stukken willen beroepen dienen zij die stukken uiterlijk twee weken vóór de comparitie aan de rechtbank en in kopie aan de wederpartij te doen toekomen.

7. De beslissing

De rechtbank

in het incident tot voeging

7.1. staat [eiser in het incident tot voeging] toe zich in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagden in conventie in de hoofdzaak, eisers in reconventie in de hoofdzaak, eisers in het incident tot opheffing van het beslag] te voegen,

7.2. compenseert de kosten van het incident tot voeging tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in het incident tot opheffing van het beslag

7.3. wijst het gevorderde af,

7.4. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

7.5. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J. de Graaf in het gerechtsgebouw te Middelburg aan Kousteensedijk 2 op donderdag 5 januari 2012 om 10:00 uur,

7.6. bepaalt dat de conclusie van antwoord in reconventie bij de verschijning ter terechtzitting dient te worden genomen en dat deze uiterlijk twee weken daarvoor in het bezit van de rechtbank moet zijn met kopie aan de wederpartij.

7.7. beveelt de desbetreffende partij(en) de onder 6.4. bedoelde bescheiden binnen de daarbij vermelde termijn in het bezit van de rechtbank te stellen met kopie aan de wederpartij,

7.8. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

7.9. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op

2 november 2011.?