Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BU5168

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
05-09-2011
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
211143
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

effectenlease, verjaring tijdens en na faillissement, art. 36 Fw.

Tijdens faillissement wordt de restschuld van een effectenleasecontract verkocht en gecedeerd. Brieven hebben de gefailleerde niet bereikt vanwege de postblokkade, wel de curator. De brieven bevatten geen aanmaningen, wel aanmelding ter verificatie en mededeling van cessie. Deze mededelingen stuiten de verjaring niet aangezien ex art. 36 Fw. volgt dat rechtsvorderingen tot voldoening van een faillissementsschuld niet verjaren, zodat stuiting niet aan de orde is. Binnen zes maanden na opheffing van het faillissement verzonden brieven zijn niet correct geadresseerd. Dat komt niet voor rekening van de consument. Het beding in algemene voorwaarden met de verplichting tot mededeling van een adreswijziging is in dit geval onredelijk bezwarend en wordt vernietigd. De vordering van de restschuld is verjaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

Locatie Middelburg

zaak/rolnr.: 211143 / 10-4433

vonnis van de kantonrechter d.d. 5 september 2011

in de zaak van

de rechtspersoon naar Iers recht

Varde Investements (Ireland) Limited,

gevestigd te [adres]

met gekozen woonplaats te [adres],

eisende partij,

verder te noemen: Varde,

gemachtigde: DRA Debt Recovery Agency B.V.,

t e g e n :

[partij B],

geboren [in] 1943 en wonende te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

in persoon.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 14 oktober 2010,

- schriftelijk antwoord, mondeling aangevuld,

- conclusie van repliek,

- mondelinge en schriftelijke toelichting.

- tussenvonnis van 2 mei 2011,

- akte van Varde,

- schriftelijke en mondelinge reactie van [gedaagde].

de verdere beoordeling van de zaak

1. De kantonrechter handhaaft hetgeen is overwogen en beslist bij het tussenvonnis. De inhoud van dat vonnis moet als hier ingelast worden beschouwd.

cessie

2. Varde en tevens Dexia kunnen niet meer achterhalen waarom in de brief van 10 januari 2008 aan [gedaagde] het adres [X] te [plaats] is gebruikt. Niet kan worden aangenomen dat dit destijds het juiste adres van [gedaagde] was. Daarom heeft de brief van 10 januari 2008 die was gericht aan [gedaagde] geen rechtsgevolg. Daarentegen heeft de mededeling van de cessie aan zijn curator mr. J.J. Reiziger bij de brief van 8 februari 2008 wel rechtsgevolg, want ingevolge art. 99, lid 2, van de Faillissementswet (Fw.)geschieden mede-delingen betreffende de boedel aan de curator. De vordering viel in de boedel en is daarom ter verificatie ingediend. De conclusie is dat de vordering door Dexia rechtsgeldig in eigendom is overgedragen aan Varde.

verjaring

3.1. Varde heeft gesteld dat er tussen 2003 en 2010 meerdere brieven zijn verstuurd die de verjaring hebben gestuit. Er kan vanuit worden gegaan dat deze brieven [gedaagde] zelf niet hebben bereikt vanwege de postblokkade ex art. 99, lid 1, Fw. Aangezien de brieven de boedel betroffen zal de curator die niet aan [gedaagde] hebben doorgezonden. Daaromtrent is althans niets gesteld of gebleken. De vraag is of brieven die de curator zou hebben ontvangen van Dexia en/of Varde de verjaring hebben gestuit.

3.2. Deze brieven, voor zover in het geding gebracht, bevatten geen aanmaningen. Wel bevatten zij aanmeldingen ter verificatie alsook de mededeling van de cessie. Uit art. 36 Fw. volgt dat rechtsvorderingen tot voldoening van een faillissementsschuld gedurende het faillissement niet verjaren. De curator en de schuldeisers behoeven zich gedurende faillissement niet om een dreigende verjaring te bekommeren. Een stuiting van verjaring is gedurende faillissement niet aan de orde en daarom behoort uit de aanmeldingen ter verificatie alsook de mededeling van de cessie niet te worden afgeleid dat Dexia/Varde zich het recht op nakoming ondubbelzinnig heeft voorbehouden teneinde de verjaring te stuiten. De gedurende het faillissement door de curator ontvangen brieven hebben daarom de verjaring niet gestuit.

3.3. Niet, althans onvoldoende weersproken is dat de brieven die na de opheffing van het faillissement aan [gedaagde] zijn verzonden, onjuist geadresseerd waren. Deze hebben [gedaagde] niet bereikt, zoals hij heeft aangevoerd. Varde acht dit niet relevant op de grond dat [gedaagde] verplicht was zijn adreswijziging door te geven aan Dexia. Daartoe beroept Varde zich op artikel 8 van de toepasselijke bijzondere voorwaarden. De toepassing van deze bepaling is echter onder de omstandigheden van dit geval onredelijk bezwarend. Door het faillissement heeft [gedaagde] ex art. 23 Fw. de beschikking en het beheer over zijn goederen verloren. De boedel werd voortaan door de curator beheerd en alle correspondentie ging door de post-blokkade naar de curator. Onvoldoende weersproken is dat [gedaagde] in augustus/september 2007 is verhuisd van [provincie Z] naar [adres]. Het faillissement liep toen al bijna drie jaren. Onder die omstandigheden kon in redelijkheid niet van [gedaagde] worden verlangd om een adreswijziging te sturen naar Dexia. De vordering van Dexia was toen al geruime tijd een aangelegenheid van de curator, waar [gedaagde] zich niet mee zou mogen bemoeien, indien hij dat al zou willen en indien hij zich die vordering al zou hebben herinnerd. Artikel 8 van de bijzondere voorwaarden wordt daarom in dit geval vernietigd. Daardoor komt het niet voor rekening van [gedaagde] dat de brieven die na de opheffing van het faillissement aan hem zijn verzonden, onjuist geadresseerd waren en hem dus niet bereikt hebben. Deze brieven hebben daarom geen rechtsgevolg, zodat de verjaring er niet door is gestuit.

3.4. Ex art. 36 Fw. is de verjaringstermijn, die tijdens het faillissement zou zijn verstre-ken, voortgezet met zes maanden na het einde. Zoals in het tussenvonnis reeds overwogen volgt daaruit dat de door Dexia aan Varde overgedragen vordering is verjaard op 6 oktober 2010. De op 14 oktober 2010 ingestelde rechtsvordering zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard met veroordeling van Varde in de proceskosten.

de beslissing

De kantonrechter:

verklaart Varde in haar vordering niet-ontvankelijk;

veroordeelt Varde in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op € 10,- voor reiskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.