Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BT8975

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-10-2011
Datum publicatie
24-10-2011
Zaaknummer
12/715402-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Huiselijk geweld, het helen van een motorfiets en een poging tot zware mishandeling van een politieagente. Zwaardere straf opgelegd door rechtbank dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank legde de man een straf op van vijftien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/715402-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1977]

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Middelburg, locatie ‘Torentijd’ in Middelburg,

ter terechtzitting verschenen,

raadsman mr. Dunsbergen, advocaat te Goes,

ter terechtzitting aanwezig.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 oktober 2011, waarbij de officier van justitie mr. Van der Hofstede en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(parketnummer 715103-11)

hij op één of meer tijdstip(pen) in de peroide van 1 juni 2010 tot en met 1

september 2010 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1],

(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

die [slachtoffer 1]:

- van de trap heeft geduwd, en/of

- bij de nek/hals heeft vastgepakt en/of vervolgens (in) die hals/nek heeft

(dicht)geknepen, en/of

- bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of vervolgens die [slachtoffer 1] door/tegen een

ruit van de douchedeur heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) inde periode van 1 juni 2010 tot en met 1

september 2010 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, (telkens) opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]),

- van de trap heeft geduwd, en/of

- bij de nek/hals heeft vastgepakt en/of vervolgens (in) die hals/nek heeft

(dicht)geknepen, en/of

- bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of vervolgens die [slachtoffer 1] door/tegen een

ruit van de douchedeur heeft geduwd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

(parketnummer 715103-11)

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juni 2010 tot en met 28

februari 2011 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, (telkens) opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]),

- meermalen tegen de schouder, althans het lichaam, heeft gestompt/geslagen,

en/of

- aan de haren heeft getrokken, en/of

- heeft geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken,

waardoor en/of ten gevolge waarvan deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

(parketnummer 715103-11)

hij op of omstreeks 28 februari 2011, te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, in

elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden

toegevoegd (zakelijk weergegeven):

- "maar 't Ziekenhuis? Maar dat is waar jij vandaag komt en niet voor mij dus

weet wat jij bent begonnen nu kanker kanker kanker kut die zal ik open

rijgen tot je navel zo want ook daar zul je niet meer van genieten tot zo",

en/of

- "haha pijn zul je hebben maar ballen om je mierig kanker leven te stoppen

heb je niet, je voelt al zo minder? Haha weet je hoe maar ik kan kerven?",

en/of

- "van een no life figuur als jou zal ik ze ook van verlossen want ik snij je

tong eruit...zal jou en veel s wat laten zien en laten zien waar een mens

toe in staat is voor hij zijn eigen neemt",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 03 juli 2011, althans op een tijdstip gelegen in de

periode van 03 juli 2011 tot en met 31 juli 2011, te Etten-Leur, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

motorfiets (merk Honda, voorzien van het kenteken [kenteken]), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 4 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op 31 juli 2011, althans op een tijdstip gelegen in of omstreeks de

periode van 03 juli 2011 tot en met 31 juli 2011, te Etten-Leur en/of Goes, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een motorfiets (merk Honda, voorzien van kenteken [kenteken])

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

motorfiets wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 4 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op 31 juli 2011, althans op een tijdstip gelegen in of omstreeks de

periode van 03 juli 2011 tot en met 31 juli 2011, te Etten-Leur en/of Goes, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een motorfiets (merk Honda, voorzien van kenteken [kenteken])

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

motorfiets redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 31 juli 2011, te Goes,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 3] (hoofdagent van politie), opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, als bestuurder van een

motorfiets,

- met die motorfiets in de richting van die [slachtoffer 3] is gereden en/of

- met die motorfiets tegen die [slachtoffer 3] en/of haar (dienst)fiets is

gereden, waardoor die [slachtoffer 3] is gevallen en/of onder haar fiets

en/of onder die motorfiets terecht is gekomen en/of

- (vervolgens) gas heeft gegeven en/of waardoor die [slachtoffer 3] enkele

meters, althans over enige afstand, met die motorfiets is meegesleurd en/of

meegevoerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 31 juli 2011, te Goes,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Oostwal, in elk geval op

of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

[slachtoffer 3] (hoofdagent van politie) en/of haar (dienst)fiets, welk

geweld bestond uit het:

- trekken aan en/of duwen tegen die [slachtoffer 3], en/of

- bespringen van die [slachtoffer 3], en/of

- slaan en/of stompen naar en/of tegen die [slachtoffer 3], en/of

- schoppen en/of trappen naar en/of tegen die [slachtoffer 3], en/of

- met een motorfiets rijden tegen die [slachtoffer 3] en/of

- met een motorfiets rijden tegen en/of over die (dienst)fiets;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 31 juli 2011, te Goes,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk een bril en/of een horloge en/of een fiets, in

elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of de politie Zeeland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 31 juli 2011, te Goes,

als bestuurder van een voertuig, (motorfiets), dit voertuig heeft bestuurd,

terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van één of meer stoffen, te weten

amfetamine en/of MDMA en/of MDA en/of THC, waarvan hij wist of redelijkerwijs

moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het

gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet

-tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat hij voor het vierde feit het subsidiair ten last gelegde bewezen acht, de opzetheling van de motorfiets.

Feit 1

Voor de bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] baseert de officier van justitie zich op de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaring van verdachte dat hij [slachtoffer 1] heeft geduwd; één keer terwijl zij bovenaan de trap stond, een andere keer in buurt van een glazen deur. Hierdoor heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, zodat bewezen kan worden dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen ervan.

Feiten 2 en 3

Voor de ten laste gelegde mishandelingen en bedreigingen van [slachtoffer 1] baseert de officier van justitie zich op de aangifte van [slachtoffer 1] en de bekennende verklaring van verdachte.

Feit 4

Voor de onder 4 ten laste gelegde opzetheling van de motorfiets baseert de officier van justitie zich op de aangifte en op de verklaring van verdachte over de omstandigheden waaronder hij de motorfiets heeft gekocht.

Feiten 5 en 6

Voor de bewezenverklaring van de feiten 5 en 6, het geweld tegen verbalisant [slachtoffer 3], verwijst de officier van justitie in het bijzonder naar de verklaringen die hierover door [slachtoffer 3] zelf - op ambtseed - zijn opgemaakt. Aan deze verklaringen hecht de officier van justitie meer waarde dan aan de verklaringen die hierover door verdachte en door zijn vriendin [slachtoffer 1] zijn afgelegd. Ook verwijst de officier van justitie naar de foto’s van de sporen.

Feit 7

Het is volgens de officier van justitie evident dat tengevolge van het geweld de bril, horloge en fiets van [slachtoffer 3] zijn vernield.

Feit 8

In verband met feit 8 heeft de officier van justitie kort aangevoerd dat het gebruik van verdovende middelen invloed heeft op de rijvaardigheid.

4.2 Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor de ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] en wijst daarbij op de ontkenning van verdachte voor de ten laste gelegde feitelijkheden, met uitzondering van de duw door de ruit van de douchedeur. Nu de verklaring van [slachtoffer 1] niet ondersteund wordt voor de duw van de trap en het pakken of knijpen in de hals van [slachtoffer 1] is hiervoor naar de mening van de verdediging onvoldoende bewijs. Zo blijkt uit de letselverklaring niet dat er sporen in de hals of de nek zijn aangetroffen. Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] uit de douche heeft geduwd, kan niet bewezen worden dat hij haar opzettelijk door de ruit van de douchedeur heeft geduwd. Daarbij heeft de raadsman opgemerkt dat uit het dossier niet blijkt dat het een douchedeur betrof. Als‘douche’ in de bewezenverklaring zou worden weggestreept, is naar zijn mening sprake van denaturering van de tenlastelegging.

Feiten 2 en 3

Voor de bewezenverklaring van de mishandelingen en bedreigingen van [slachtoffer 1] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Wel wordt opgemerkt dat [slachtoffer 1] zelf zich ook niet onbetuigd heeft gelaten. In dit verband verwijst hij naar de later door [slachtoffer 1] opgestelde verklaring.

Feit 4

Volgens de verdediging kan de rechtbank niet alleen niet tot een bewezenverklaring komen van de ten laste gelegde diefstal van de motorfiets, maar ook niet van de subsidiair ten laste gelegde heling ervan. Verdachte wist immers niet dat deze was gestolen, had geen aanleiding dat te veronderstellen en heeft zelfs nog het kenteken nagetrokken bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.

Feit 5

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor de ten laste gelegde poging tot zware mishandeling van verbalisant [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] stelt dat zij door verdachte is aangereden en enkele meters te zijn meegeschoven, terwijl zij klem zat tussen de fiets en het pad. Volgens [slachtoffer 3] was het doel van verdachte om met zijn motor over haar en haar fiets te rijden. Het valt de verdediging op dat [slachtoffer 3] in haar proces-verbaal heel uitgebreid heeft beschreven wat er volgens haar is gebeurd is. Het lijkt zo alsof het voorval lang heeft geduurd, terwijl het meer een kwestie van enkele minuten zal zijn geweest. Anders dan de officier van justitie is de verdediging van mening dat in onverwachte situaties het ook voor een verbalisant vrijwel onmogelijk is goed en snel te kunnen waarnemen. Verdachte herkent zich niet in het verhaal van [slachtoffer 3]. Toen hij [slachtoffer 3] aan zag komen, wilde hij wegrijden en kiepte hij met zijn motor om. Hij sluit niet uit dat hij daardoor [slachtoffer 3] heeft geraakt. Volgens verdachte was hij ongeveer twee meter van [slachtoffer 3] verwijderd toen hij probeerde weg te rijden. Hij verklaart dat hij twee tot drie meter heeft gereden en dat hij al steppend en glijdend heeft geprobeerd weg te komen. Uit het dossier kan weliswaar worden afgeleid dat verdachte als bestuurder van een motorfiets in de richting van [slachtoffer 3] is gereden en dat hij haar fiets heeft geraakt, maar daarmee kan niet bewezen worden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling zoals is ten laste gelegd. Immers staat niet vast dat [slachtoffer 3] onder de motorfiets is terechtgekomen en dat zij met die motorfiets is meegesleurd. Daar komt bij dat, gezien de snelheid die de motor op zo’n korte afstand kan ontwikkelen, dit in gegeven omstandigheden geen zwaar lichamelijk letsel oplevert.

Feit 6

De verdediging is van mening dat verdachte geen voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld tegen [slachtoffer 3]. Naar de mening van verdediging kan het voor bewezenverklaring onmisbare bestanddeel “in vereniging” niet bewezen worden en dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Feiten 7 en 8

Voor de bewezenverklaring van deze feiten refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Verdachte heeft ongeveer twee jaar een relatie met aangeefster [slachtoffer 1] als zij op

28 februari 2011 aangifte tegen hem doet . Vanaf juni 2010 woont [slachtoffer 1] niet meer bij verdachte in Kruiningen. Wel blijven zij elkaar zien. In de zomer van 2010 zijn verdachte en [slachtoffer 1] slaags geraakt op de bovenverdieping van de woning van verdachte. [slachtoffer 1] is vervolgens van de trap gevallen. Later in diezelfde zomer is tussen beide opnieuw ruzie ontstaan, terwijl zij in de woning van verdachte onder de douche stonden. Verdachte heeft [slachtoffer 1] toen uit de douche geduwd, waardoor zij tegen een glazen deur is gevallen en verwondingen heeft opgelopen.

Over het eerste incident heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij door verdachte werd geslagen, dat zij haar spullen uit de kast op de bovenverdieping wilde pakken en dat zij door verdachte van de trap werd gegooid . Verdachte heeft hierover verklaard dat hij [slachtoffer 1] bij haar nek heeft gepakt, dat zij over haar koffer is gestruikeld en van de trap is gevallen .

De rechtbank overweegt hierover dat vaststaat dat verdachte en [slachtoffer 1] op de bovenverdieping slaags zijn geraakt en ook dat [slachtoffer 1] van de trap is gevallen. Naar het oordeel van de rechtbank is die val aan het handelen van verdachte te wijten. Door de ruzie bovenaan de trap en het slaan van [slachtoffer 1] heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan. Dit geldt ook voor de duw van [slachtoffer 1] uit de douche. Deze gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 1] dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank verstaat onder de douchedeur de deur die vanuit de keuken naar de douche leidt.

Feit 2

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting en bij de politie ;

- de aangifte van [slachtoffer 1] ;

- de aanvullende verklaring van [slachtoffer 1] ,

met uitzondering van het aan de haren trekken.

Feit 3

De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting en bij de politie ;

- de aangifte van [slachtoffer 1] en haar aanvullende verklaring ;

Feit 4

Door [slachtoffer 2] is aangifte gedaan van diefstal van zijn motorfiets, merk Honda, voorzien van het kenteken [kenteken]. Hij had deze op 3 juli 2011 in Etten-Leur afgesloten geparkeerd en constateerde twee uur later dat deze was weggenomen . Toen verdachte op 31 juli 2011 in Goes door de politie werd aangehouden, was hij in het bezit van genoemde gestolen motorfiets . Verdachte had de motorfiets vier weken in zijn bezit . Via [tussenpersoon] heeft verdachte de motorfiets van ‘[verkoper]’ gekocht. [verkoper] woonde op het kamp in Sint-Willebrord . De motorfiets werd voor 3500 euro aangeboden, maar verdachte heeft er slechts 2000 euro voor betaald. De verkoper was verwikkeld in een echtscheidingsprocedure en volgens verdachte was hij aan speed verslaafd. De motorfiets werd zonder papieren geleverd.

Gelet op de hiervoor genoemde vastgestelde feiten en de omstandigheden (de verdachte heeft de genoemde motorfiets voorhanden gekregen, de motorfiets werd zonder papieren gekocht van een verslaafde tegen € 1.500 minder dan de vraagprijs), is de rechtbank - anders dan de verdediging - van oordeel dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de genoemde motorfiets willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze motorfiets van misdrijf afkomstig was.

Feit 5

In de nacht van 31 juli 2011 was [slachtoffer 3] als ‘biker’ belast met toezicht op de openbare orde in Goes samen met haar collega [verbalisant]. Omstreeks 00.30 uur zag verbalisant [slachtoffer 3] dat er een motorfiets met daarop twee personen het parkje aan de Oostwal in Goes inreed. [slachtoffer 3] wilde de bestuurder van de motorfiets aanspreken. [slachtoffer 3] en [verbalisant] zijn opgesplitst om zo de motorfiets op te kunnen vangen. [slachtoffer 3] is achter de motorfiets aangereden en toen zij bij de motorfiets was aangekomen, stapte de passagier af. Toen [slachtoffer 3] van haar fiets probeerde af te stappen, gaf de bestuurder onmiddellijk gas en voelde [slachtoffer 3] dat de motor haar fiets raakte. [slachtoffer 3] viel en kwam deels onder haar fiets terecht. Zij voelde dat de kuip van de motor haar raakte en dat de motor druk bleef uitoefenen. De bestuurder van de motor bleef vol gas geven. [slachtoffer 3] zat klem tussen het pad en haar fiets, met daarop de motor. De motor bleef rijden en [slachtoffer 3] werd enkele meters over het pad geschoven.

Verdachte was de bestuurder van die motorfiets en [slachtoffer 1] zat bij hem achterop .Verdachte heeft verklaard dat de politieagent anderhalf of twee meter voor zijn motor stond, dat hij weg wilde komen en toen gas heeft gegeven. De motorfiets is weggegleden en omgevallen. Verdachte zegt dat het mogelijk is dat de politieagent toen door de motorfiets is geraakt, maar dat zij niet door de motor is meegesleurd. Deze was immers al uitgevallen. Verdachte heeft – naar eigen zeggen – vervolgens de motor weer overeind gekregen en tevergeefs geprobeerd deze te starten.

De rechtbank overweegt dat door [slachtoffer 3] een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen is opgemaakt van hetgeen is gebeurd op 31 juli 2011. Deze bevindingen zijn consistent en de rechtbank heeft geen reden hieraan te twijfelen. Anders dan de raadsman heeft betoogd, komt het de rechtbank niet vreemd voor dat [slachtoffer 3] de situatie goed heeft kunnen waarnemen en gedetailleerd heeft kunnen beschrijven. [slachtoffer 3] was immers niet zomaar een getuige, maar als slachtoffer betrokken in de situatie. Het sporenbeeld past bij de bevindingen zoals deze door [slachtoffer 3] zijn gerelateerd en de door de buurtbewoners beschreven geluiden van een motorgeluid met een hoog toerental . Met de verklaring van verdachte dat hij met zijn motorfiets wilde wegkomen acht de rechtbank wettig en ook overtuigend bewezen de onder 5 ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Door als bestuurder van een zware motor weg te rijden, terwijl [slachtoffer 3] bij die motor stond, door tegen haar aan te rijden en haar vervolgens mee te sleuren heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Dat de motorfiets nog geen hoge snelheid ontwikkeld kon hebben doet aan de bewezenverklaring niet af.

Feit 6

Nadat de motorfiets was afgeslagen haalde de bestuurder uit en raakte [slachtoffer 3] op haar kaak. Ook werd zij op haar bovenlichaam geslagen en werd aan haar jas getrokken. [slachtoffer 3] werd door zowel de bestuurder als de passagier van de motorfiets geraakt. Door het handgemeen kwam [slachtoffer 3] ten val en vervolgens werd zij meermalen in haar buik getrapt. Zij werd geschopt en geslagen. [slachtoffer 3] heeft direct na het voorgaande in haar portofoon geroepen: “Ik word in elkaar geslagen”. Haar collega [verbalisant] heeft haar via de portofoon horen schreeuwen dat ze in elkaar werd geslagen.

De onderkaak en elleboog van [slachtoffer 3] zijn gekneusd. Daarnaast heeft zij bij het ademhalen en bewegen pijn gehad in haar bovenbuik.

Verdachte heeft ontkend met [slachtoffer 3] te hebben gevochten. Hij zegt haar niet te hebben geschopt en ook niet te hebben geslagen. Wel heeft hij gezien dat [slachtoffer 1] met [slachtoffer 3] op de grond lag. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op [slachtoffer 3] is gesprongen en dat zij hebben gerold. Zij kan zich niet voorstellen dat zij [slachtoffer 3] in de buik heeft geschopt, maar het zou kunnen dat het tijdens het rollebollen is gebeurd. Het kan kloppen dat zij een politieagent heeft mishandeld. Zij heeft zich afgereageerd op die politieagent. Het was volgens [slachtoffer 1] waanzin in haar hoofd.

Gelet op het hiervoor onder feit 5 overwogene, in onderling verband en in samenhang bezien, acht de rechtbank feit 6 wettig en overtuigend bewezen. Anders dan de raadsman heeft betoogd heeft ook verdachte een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het in vereniging plegen van geweld. Ook is de rechtbank van oordeel dat sprake is van openlijk geweld. Hoewel het nacht was en het geweld heeft plaats gehad in een park, was het waarneembaar voor anderen. Omwonenden hebben gegil en het geluid van een motor gehoord. Bovendien bevonden zich op vermeld tijdstip nog vaak wandelaars in het park.

Feit 7

De rechtbank acht feit 7 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting ;

- het proces-verbaal van bevindingen van [slachtoffer 3] ;

Feit 8

De rechtbank acht feit 8 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting en bij de politie ;

- het toxicologisch onderzoek van bloed van verdachte;

- het proces-verbaal bloedafname verdachte, waar uit blijkt dat aan alle formaliteiten met betrekking tot de bloedafname is voldaan.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

primair

op tijdstippen in de periode van 1 juni 2010 tot en met 1

september 2010 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1],

telkens opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

die [slachtoffer 1]:

- van de trap heeft geduwd, en

- door/tegen een

ruit van de douchedeur heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 juni 2010 tot en met 28

februari 2011 te Kruiningen, gemeente Reimerswaal, telkens opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]),

- meermalen tegen de schouder heeft gestompt

en

- heeft geslagen en gestompt en geduwd,

ten gevolge waarvan deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

3.

op 28 februari 2011, te Kruiningen, gemeente Reimerswaal,

[slachtoffer 1] meermalen heeft bedreigd met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden

toegevoegd (zakelijk weergegeven):

- "maar 't Ziekenhuis? Maar dat is waar jij vandaag komt en niet voor mij dus

weet wat jij bent begonnen nu kanker kanker kanker kut die zal ik open

rijgen tot je navel zo want ook daar zul je niet meer van genieten tot zo",

en

- "haha pijn zul je hebben maar ballen om je mierig kanker leven te stoppen

heb je niet, je voelt al zo minder? Haha weet je hoe maar ik kan kerven?",

en

- "van een no life figuur als jou zal ik ze ook van verlossen want ik snij je

tong eruit...zal jou en veel s wat laten zien en laten zien waar een mens

toe in staat is voor hij zijn eigen neemt",;

4.

subsidiair

op 31 juli 2011 te Goes, een motorfiets (merk Honda, voorzien van kenteken [kenteken])

heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die

motorfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

op 31 juli 2011, te Goes,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 3] (hoofdagent van politie), opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, als bestuurder van een

motorfiets,

- met die motorfiets in de richting van die [slachtoffer 3] is gereden en

- met die motorfiets tegen die [slachtoffer 3] en/of haar (dienst)fiets is

gereden, waardoor die [slachtoffer 3] is gevallen en onder haar fiets

en onder die motorfiets terecht is gekomen en

- vervolgens gas heeft gegeven en waardoor die [slachtoffer 3] enkele

meters, met die motorfiets is meegesleurd en/of

meegevoerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

op 31 juli 2011, te Goes,

met een ander op of aan de openbare weg, Oostwal, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

[slachtoffer 3] (hoofdagent van politie) en haar (dienst)fiets, welk

geweld bestond uit het:

- trekken aan die [slachtoffer 3], en

- bespringen van die [slachtoffer 3], en

- slaan naar en/of tegen die [slachtoffer 3], en

- schoppen en/of trappen naar en/of tegen die [slachtoffer 3], en

- met een motorfiets rijden tegen die [slachtoffer 3] en

- met een motorfiets rijden tegen en/of over die (dienst)fiets;

7.

op 31 juli 2011, te Goes,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk een bril en/of een horloge en/of een fiets, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of de politie Zeeland, heeft vernield en/of beschadigd;

8.

op 31 juli 2011, te Goes,

als bestuurder van een voertuig, (motorfiets), dit voertuig heeft bestuurd,

terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van stoffen, te weten

amfetamine en MDMA en THC, waarvan hij wist of redelijkerwijs

moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het

gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet

tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Omtrent verdachte is door J. Nys, psycholoog, op 2 juni 2011 een psychologisch rapport opgemaakt. Hieruit blijkt dat verdachte lijdende is aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken. Zijn borderlineproblematiek zal zich het sterkst in intieme relaties manifesteren. Verdachte dient als verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Gelet op de inhoud van voormeld rapport kan de rechtbank zich verenigen met de conclusie van de deskundige dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet dient te worden beschouwd. De rechtbank neemt deze conclusie dan ook over en maakt die tot de hare.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en ook anderszins niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit, is verdachte strafbaar.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, een meldplicht en een behandelverplichting en daarnaast een werkstraf van éénhonderd-en-tachtig uur. Voorts vordert hij verdachte op te leggen een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zeven maanden, voor respectievelijk de feiten 5 en 8.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt verdachte een straf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel van de straf verzoekt zij de bijzondere voorwaarden te koppelen zoals verwoord in het plan van aanpak van de reclassering. De ad informandum gevoegde feiten zijn bewezen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf moet worden opgelegd, houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze tijdens de terechtzitting zijn gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan pogingen tot zware mishandeling en mishandelingen van zijn vriendin, feiten die in de volksmond ‘huiselijk geweld’ worden genoemd. Ook heeft hij die vriendin bedreigd. Door haar te mishandelen heeft verdachte haar niet alleen letsel toegebracht, maar ook een inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van een politieagent. Hij is als bestuurder van een motorfiets tegen die verbalisant gereden en heeft haar – terwijl zij klem zat - meegesleurd. Met zijn vriendin [slachtoffer 1] heeft hij zich schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen diezelfde politieagent. De rechtbank acht dit zeer ernstige feiten, temeer daar het slachtoffer bezig was haar werk uit te voeren. Dat het voor haar een angstige situatie was blijkt temeer uit hetgeen door haar collega [verbalisant] is gerelateerd. De noodknop van de portofoon was door [slachtoffer 3] ingedrukt en [verbalisant] hoorde dat zij in paniek was. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij geweld heeft gebruikt tegen een ambtsdrager.

Voorts heeft verdachte zich nog schuldig gemaakt aan opzetheling, vernielingen, heeft hij als bestuurder van een motorfiets gereden, terwijl hij MDMA had gebruikt en heeft hij amfetamine en MDMA voorhanden gehad.

Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de ernst en de hoeveelheid van de bewezen verklaarde feiten. Zij houdt voorts rekening met de meerdaadse samenloop van de poging tot zware mishandeling en de mishandelingen van [slachtoffer 1] en van de poging tot zware mishandeling en het openlijk geweld tegen verbalisant [slachtoffer 3].

Ook houdt zij rekening met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is

Uit voornoemd psychologisch rapport van Nys komt naar voren dat verdachte wordt gekenmerkt door een lage frustratietolerantie en een zwakke affectregulatie. Door de agressieregulatieproblematiek is de kans groot dat hij bij relationele conflicten wordt overspoeld door kwaadheid wat zich in agressie of ernstige bedreigingen kan manifesteren. Zijn prikkelbaarheid, rusteloosheid, hypersensitiviteit voor kritiek, boosheidsproblematiek en impulsiviteit en middelenmisbruik kunnen verdachte aanleiding geven tot het plegen van (huiselijk) geweld. Een ambulante behandeling van de aanwezige persoonlijkheidsproblematiek is aangewezen ter voorkoming van recidive in toekomstig huiselijk geweld.

De reclassering schrijft in haar rapport van 23 juni 2011 dat zij de kans op recidive laag of gemiddeld inschat. Geadviseerd wordt verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf en een werkstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelverplichting.

De rechtbank overweegt in het bijzonder dat deze rapporten zijn opgemaakt nog voordat de tweede reeks bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd.

De rechtbank acht de door de officier geëiste gevangenisstraf geen recht doen aan de ernst van de feiten. Met name het grove geweld tegen een politieagente maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er geen ruimte is voor een werkstraf. Slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank een passende reactie op de bewezenverklaarde feiten.

Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel van de gevangenisstraf, te weten zes maanden voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en voorts maakt deze een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk om gevolg te kunnen geven aan het plan van aanpak van de reclassering.

Tevens ziet de rechtbank aanleiding tot het opleggen van ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Het belang van de verkeersveiligheid is gediend met het ontnemen van zijn rijbevoegdheid. Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde zal de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar opleggen. Ten aanzien van het onder 8 bewezen verklaarde zal zij een ontzegging van de rijbevoegdheid van zeven maanden opleggen.

6.4 Het ad informandum gevoegde

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de volgende door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feiten:

1. 715103-11 1 maart 2011, Kruiningen, gem Reimerswaal, Aanwezig hebben van stof lijst 1 (2,5 gram amfetamine)

2. 715402-11 31 juli 2011, Oostwal, Goes, gem. Goes, Besturen motorfiets na ongeldig verklaring rijbewijs (bestuurder)

3. 715402-11 31 juli 2011, Oostwal, Goes, gem. Goes, Aanwezig hebben 2 stoffen lijst I in vereniging (0,3 gr. MDMA + 2,6 gr. Amfetamine)

7 De benadeelde partij

Feiten 5, 6 en 7

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 986,99 voor de feiten 5, 6 en 7, waarvan € 386,99 terzake van materiële schade voor de vernieling van de bril en het horloge en € 600,= immateriële schade.

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van een bedrag van 850 euro. Daarbij heeft hij rekening gehouden met de correctie ‘nieuw voor oud’.

7.2 Het standpunt van de verdediging

Als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, wordt de vordering benadeelde partij door de verdediging niet betwist.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de feiten 5, 6 en 7.

Voor de schade aan de bril wordt een bedrag van € 363,= gevorderd en voor de schade aan het horloge wordt een bedrag van € 23,99 euro gevorderd. Hiervoor zijn bij het voegingsformulier bonnen gevoegd. De rechtbank is echter van oordeel dat het redelijk is dat er een correctie nieuw voor oud zal plaatsvinden. Zij acht derhalve toewijzing van een bedrag van € 250,= aan materiële schade redelijk en billijk.

De gevorderde immateriële schade is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt en zal zij toewijzen.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 850,= een rechtstreeks gevolg is van deze bewezen verklaarde feiten, waarvan € 250,= ter zake van materiële schade en € 600,= ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het meer of anders gevorderde zal de rechtbank afwijzen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen, te weten 3 gram speed en gripzakjes, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat het – onder 8 bewezen verklaarde - feit is begaan met betrekking tot deze voorwerpen.

Verder zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan

in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 45, 47, 57, 141, 300, 302, 350, 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 8, 176, 179 en 188 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 4 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1 primair: Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd;

Feit 2: Mishandeling, meermalen gepleegd;

Feit 3: Bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

Feit 4 subsidiair: Opzetheling;

Feit 5: Poging tot zware mishandeling;

Feit 6: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

Feit 7: Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;

Feit 8: Overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de Reclassering Nederland (RN). Daartoe moet hij zich binnen vijf werkdagen volgend op de rechterlijke uitspraak telefonisch melden bij RN, unit Middelburg (0118-626157). Hierna moet hij zich gedurende door de RN bepaalde perioden blijven melden zo frequent als RN gedurende deze perioden nodig acht;

* dat veroordeelde – gezien de directe samenhang van de persoonskenmerken en de relationele problemen met het criminele gedrag van veroordeelde – verplicht is mee te werken aan training / behandeling gericht op huiselijk geweld bij De Waag, of een soortgelijke instelling, zolang behandelaar dit nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte voor het onder feit 3 bewezen verklaarde tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van drie jaren;

- veroordeelt verdachte voor het onder feit 8 bewezen verklaarde tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van zeven maanden;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: 3 gram speed en 2 gripzakjes;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van

€ 850,=, waarvan € 250,= ter zake van materiële schade en € 600,= ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door een mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], € 850,= te betalen, bij niet betaling te vervangen door 17 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door een mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Vos, voorzitter, mr. Hopmans en mr. Meeuwisse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Paulus, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 oktober 2011.

Mrs. Vos en Paulus zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.