Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BR3422

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
28-07-2011
Zaaknummer
77918 / KG ZA 2011-54
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Dagvaarding in Polen wonende gedaagde om in kort geding te verschijnen in verband met de verdeling van een nalatenschap. Op een andere manier dan het certificaat van betekening is gebleken dat gedaagde heeft kennis genomen van de dagvaarding. De andere manier waren een e-mail en een brief van een advocaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 77918 / KG ZA 11-54

Vonnis van 30 juni 2011

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

2. [eiser sub 2],

wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

3. [eiser sub 3],

wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

4. [eiser sub 4],

wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

5. [eiser sub 5],

wonende te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

6. [eiser sub 6],

wonende te Sint-Maartensdijk, gemeente Tholen,

eisers,

advocaat: mr. J.C. van den Doel te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

tegen

[gedaagde],

wonende te Polen, [adres],

gedaagde,

niet verschenen.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 mei 2011,

- de bij telefaxbrief van 9 juni 2011 van de zijde van eisers gevoegde producties,

- de mondelinge behandeling op 14 juni 2011, ter gelegenheid waarvan zijn verschenen eisers sub 5 en 6, vergezeld door mr. Van den Doel voornoemd.

Gedaagde is niet verschenen.

Het geschil

Eisers vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. gedaagde te veroordelen medewerking te verlenen aan het plan van verdeling in de nalatenschap van de heer [A.], door uiterlijk op 1 juli 2011 te 17:00 uur te verschijnen ten kantore van notaris mr. S. Lettinga te Schouwen-Duiveland, ten einde mee te werken aan het verlijden van de notariële akte van verdeling volgens het aan de dagvaarding als productie 7 gehechte door deze notaris opgestelde concept, en voorts om alle voor die verdeling noodzakelijke besluiten te nemen en/of noodzakelijke machtigingen te verkrijgen om uiterlijk op die dag en dat tijdstip aan deze veroordeling te kunnen voldoen;

2. te bepalen dat als gedaagde langer dan 10 dagen in gebreke zal blijven om aan de onder 1 uitgesproken veroordeling te voldoen, dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van verdeling waarin gedaagde haar medewerking en toestemming geeft aan bedoelde akte van verdeling overeenkomstig het in 1 bedoelde concept en als een in wettige vorm opgemaakte akte waarin zij, gedaagde, volmacht geeft aan een door voornoemde notaris aan te wijzen medewerk(st)er van zijn notariskantoor om namens haar, gedaagde, mede te werken aan het passeren van de akte van verdeling overeenkomstig meergenoemd concept en om mee te werken aan alle rechtshandelingen die verder nog nodig mochten zijn om die levering te bewerkstelligen;

3. gedaagde te veroordelen in de proceskosten.

Eisers hebben aan hun vordering, verkort en voor zover van belang weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. Eisers stellen dat gedaagde onrechtmatig jegens hen handelt door na herhaalde verzoeken en sommaties niet mee te willen werken aan de verdeling van de nalatenschap van de heer [A.] (hierna: erflater). Alle eisers zijn met de door de notaris opgestelde concept akte van verdeling akkoord. Gedaagde heeft geen goede gronden voor haar weigering. Zij stelt zich op het standpunt dat de nalatenschap een grotere omvang zou hebben, maar zij baseert zich hierbij enkel op mededelingen van erflater in het verleden. Door de weigerachtige houding van gedaagde worden eisers ernstig benadeeld.

De beoordeling

Verstekverlening

Aangezien gedaagde in Polen woont, is de EG-Betekeningsverordening nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 november 2007 van toepassing (EBet Vo II). Ingevolge artikel 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient betekening in deze zaak plaats te vinden door verzending van de dagvaarding aan de door Polen aangewezen ontvangende instantie met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid van genoemd artikel. Blijkens de tekst van de dagvaarding heeft de deurwaarder het in de Poolse taal gestelde exploot op 9 mei 2011 verzonden aan de door Polen aangewezen ontvangende instantie. Het certificaat van betekening als bedoeld in artikel 10 van de betekeningsverordening ontbreekt echter.

Doel van de in de betekeningsverordening neergelegde regeling is te waarborgen dat het procesinleidende stuk de in het buitenland wonende gedaagde daadwerkelijk en tijdig bereikt opdat deze gelegenheid krijgt om, desgewenst, verweer te voeren. Weliswaar is, nu het certificaat van betekening ontbreekt, niet voldaan aan de formele voorschriften betreffende de betekening van het procesinleidend stuk, maar dat staat in dit geval niet aan verstekverlening in de weg. Eisers hebben immers op een andere manier aangetoond dat het exploot gedaagde heeft bereikt. Eisers hebben in het geding gebracht een brief van gedaagde d.d. 31 mei 2011, alsmede een e-mail van haar advocaat van 7 juni 2011. Uit de brief van gedaagde blijkt genoegzaam, ondanks dat deze is opgesteld in de Poolse taal, dat deze een reactie is op de op 9 mei 2011 verzonden dagvaarding. Overigens is een exemplaar van de brief van gedaagde, met bewijs van verzending door gedaagde, op 7 juni 2011 ook bij deze rechtbank ingekomen. In de e-mail van de advocaat van gedaagde kan vervolgens een bevestiging worden gelezen dat de brief van gedaagde inderdaad een antwoord is op de vordering van eisers. Hiermee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gebleken dat de dagvaarding gedaagde daadwerkelijk en tijdig heeft bereikt. Tegen de gedaagde zal verstek worden verleend.

Bevoegdheid

Nu gedaagde woonachtig is op het grondgebied van een andere lidstaat dan Nederland en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van deze vordering kennis te nemen. De rechterlijke bevoegdheid dient allereerst beoordeeld te worden op basis van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, de zogenaamde Brussel I-Vo (hierna: EEX-Vo).

De vordering van eisers strekt ertoe dat gedaagde wordt veroordeeld mee te werken aan het verlijden van de door de notaris opgestelde akte van verdeling, met de bepaling, in het geval gedaagde in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, dat het te wijzen vonnis in de plaats treedt van de instemming van gedaagde zodat de akte kan worden gepasseerd en de verdeling plaatsvindt. De vordering is gegrond op onrechtmatige daad.

Ingevolge artikel 1, lid 2 onder a EEX-Vo zijn testamenten en erfenissen (het erfrecht) van toepassing van de EEX-Vo uitgesloten. Volgens eisers is de voorzieningenrechter desondanks bevoegd van de vordering kennis te nemen nu de vordering is gegrond op een onrechtmatige daad en derhalve rechtsmacht kan worden ontleend aan artikel 5 sub 3 EEX-Vo. De voorzieningenrechter volgt eisers hierin niet. Het gaat hier immers om het materiële toepassingsgebied. Het enkel stellen van een onrechtmatige daad door eisers is daarom onvoldoende voor het aannemen van internationale bevoegdheid. De gestelde rechtsbetrekking (hier de onrechtmatige daad) valt immers niet terug te voeren op een daad die niet rechtstreeks uit de afwikkeling van de nalatenschap en daarmee uit het uitgezonderde onderwerp erfrecht voortvloeit, maar daarvan, in materieel opzicht, los staat. De gestelde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan liggen geheel besloten binnen de regeling die strekt tot afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Daarbij komt nog dat eisers geen schadevergoeding vorderen, maar medewerking aan het verlijden van de door de notaris opgestelde akte van verdeling. De vorderingen van eisers behoren daarmee in materieel opzicht geheel tot een van de onderwerpen die van toepassing van de EEX-Vo zijn uitgesloten. De conclusie is dan ook dat aan de Nederlandse rechter op grond van de EEX-Vo geen rechtsmacht toekomt.

Vervolgens dient beoordeeld te worden of de Nederlandse rechter en deze rechtbank naar Nederlands recht bevoegd zijn. Dat is inderdaad het geval. Ingevolge artikel 6 aanhef en onder g Rv heeft de Nederlandse rechter immers eveneens rechtsmacht in zaken betreffende nalatenschappen, indien de erflater zijn laatste woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had. Erflater is op 1 februari 2008 te Goes overleden. Daarmee is de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en de bevoegdheid van deze rechtbank gegeven.

De vordering komt de voorzieningenrechter jegens de niet verschenen gedaagde niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daartoe wordt overwogen dat op grond van de stukken genoegzaam is gebleken dat professionele instanties - notaris, accountant en kantonrechter - de verdeling hebben beoordeeld. Uit de stukken blijkt voorts dat gedaagde door de notaris volledig op de hoogte is gehouden over de aard en omvang van de nalatenschap en dat de concept akte van verdeling haar ter goedkeuring is toegezonden. Uit de schriftelijke reacties van gedaagde, daarin bijgestaan door een advocaat, blijkt dat gedaagde zich tegen de voorgenomen verdeling verzet op grond van argumenten die zij enkel en alleen ontleent aan mededelingen van erflater in het verleden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit onvoldoende om te kunnen concluderen dat de verdeling onjuist is. Gelet hierop zal de vordering van eisers op onderstaande wijze worden toegewezen, met dien verstande dat in verband met de omstandigheid dat het vonnis in Polen betekend zal moeten worden een andere termijn zal worden aangehouden dan door eisers is gevorderd.

Gedaagde zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 100,29

- vast recht € 258,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.174,29

De beslissing

De voorzieningenrechter:

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,

veroordeelt gedaagde om medewerking te verlenen aan het plan van verdeling in de nalatenschap van de heer [A.] door te verschijnen ten kantore van notaris mr. S. Lettinga te Schouwen-Duiveland op een door deze te bepalen tijdstip, dat ten minste zes weken na betekening van dit vonnis ligt, teneinde mee te werken aan het verlijden van de notariële akte van verdeling volgens het aan de inleidende dagvaarding als productie 7 gehechte door deze notaris opgestelde concept, en voorts om alle voor die verdeling noodzakelijke besluiten te nemen en/of noodzakelijke machtigingen te verkrijgen om aan deze veroordeling te kunnen voldoen,

bepaalt dat als gedaagde langer dan 14 dagen in gebreke zal blijven om aan de onder 4.2. uitgesproken veroordeling te voldoen, dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van verdeling waarin gedaagde haar medewerking en toestemming geeft aan bedoelde akte van verdeling overeenkomstig het in 4.2. bedoelde concept en als een in wettige vorm opgemaakte akte waarin zij, gedaagde, volmacht geeft aan een door voornoemde notaris aan te wijzen medewerk(st)er van zijn notariskantoor om namens haar, gedaagde, mede te werken aan het passeren van de akte van verdeling overeenkomstig vorengenoemd concept en om mee te werken aan alle rechtshandelingen die verder nog nodig mochten zijn om die levering te bewerkstelligen,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.174,29,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2011.