Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BR3325

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
27-07-2011
Zaaknummer
74900 / HA ZA 2010-430
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een werknemer. Die bevoegdheid wordt afgeleid uit de omstandigheden van het geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 74900 / HA ZA 10-430

Vonnis van 20 juli 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FIRE & SAFETY MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

eiseres,

advocaat mr. V.M.A. Saris te Dordrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam] B.V. LISIDINA,

gevestigd te Burgh-Haamstede,

gedaagde,

advocaat mr. R.A.A. Maat te Middelburg.

Partijen zullen hierna FSM en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 december 2010;

- een brief met productie d.d. 17 januari 2011 van mr. Maat;

- het proces-verbaal van comparitie van 23 mei 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. FSM heeft terzake het “inmeten en opzetten van plattegronden” van het bedrijfspand van [gedaagde] (locatie Hogeweg 59) in februari 2009 een initiële en op 9 maart 2009 een aanvullende offerte aan [gedaagde] gezonden. In beide offertes is [A.] vermeld als de persoon die namens [gedaagde] voor akkoord zou ondertekenen. In de aanvullende offerte is daarbij een handtekening geplaatst.

2.2. FSM heeft op basis van de offertes in maart 2009 bij [gedaagde] ingemeten en plattegronden vervaardigd en deze rond 18 juni 2009 (digitaal) aan [gedaagde] verzonden.

2.3. Op 3 april 2009 heeft FSM [gedaagde] voor een bedrag van € 5.479,36 gefactureerd.

3. Het geschil

3.1. FSM vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te betalen een bedrag van € 6.829,59, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening en [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.2. Zij voert daartoe -samengevat- het volgende aan. FSM heeft van [gedaagde] opdracht gekregen plattegronden van het bedrijfspand van [gedaagde] aan de Hogeweg 59 te vervaardigen. Zij heeft steeds contact gehad met een zekere [S.], waarvan FSM heeft aangenomen dat zij [gedaagde] heette. [S.] heeft FSM bij het eerste bezoek ontvangen, waarna FSM een initiele offerte heeft uitgebracht. Op 2 maart 2009 is [S.] daarmee telefonisch akkoord gegaan. Toen FSM in verband met het inmeten een bezoek bracht aan de Hogeweg 59, bleek de benedenetage van het pand sinds het vorige bezoek van FSM drastisch te zijn verbouwd, zodat het noodzakelijk was een aanvullende offerte uit te brengen. Deze aanvullende offerte is ondertekend door [S.] geretourneerd aan FSM. FSM heeft de overeengekomen werkzaamheden verricht en de plattegronden opgestuurd naar Fire Solutions Nederland en later ook naar [gedaagde]. Ondanks sommatie blijft [gedaagde] in gebreke met betaling van de factuur. Naast betaling van de hoofdsom van € 5.479,36 maakt FSM aanspraak op de wettelijke rente vanaf 3 mei 2009 en buitengerechtelijke incassokosten ad € 821,90.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Zij betwist dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten, waarbij zij aan FSM opdracht heeft gegeven voor het inmeten en vervaardigen van plattegronden. [S.] is de ex-partner van [B.], de directeur/eigenaar van [gedaagde]. Na beëindiging van de affectieve relatie is zij bij [gedaagde] blijven werken en hield zij als medewerker toezicht op de manege. [gedaagde] betwist dat [S.] de aanvullende offerte heeft ondertekend. Bovendien is zij niet bevoegd om [gedaagde] te binden. De e-mail van FSM met de plattegronden is nooit geopend. De plattegronden zijn niet gebruikt door het bedrijf dat [gedaagde] heeft ingeschakeld voor de diefstal- en brandbeveiliging.

4. De beoordeling

4.1. De kern van het geschil tussen partijen is of [gedaagde] opdracht aan FSM heeft gegeven om haar bedrijfspand in te meten en plattegronden te vervaardigen. FSM heeft ter comparitie verklaard dat zij steeds contact heeft gehad met een zekere [S.], waarvan verondersteld werd dat zij [gedaagde] heette. [gedaagde] heeft ter comparitie verklaard dat bij haar op de loonlijst [S.] stond, die belast was met het toezicht op de manege. Nu het tegendeel is gesteld noch gebleken, gaat de rechtbank ervan uit dat partijen dezelfde [S.] voor ogen hebben. FSM heeft onweersproken gesteld dat [S.] begin 2009 contact met FSM opnam in verband met het vervaardigen van plattegronden van het bedrijfspand en dat FSM vervolgens meerdere bezoeken aan -het bedrijfspand van- [gedaagde] heeft gebracht, aanvankelijk in verband met het uitbrengen van een offerte en nadien in verband met het inmeten van het bedrijfspand. Voorts is onweersproken dat FSM plattegronden heeft vervaardigd en deze digitaal aan -ondermeer- [gedaagde] heeft doen toekomen. Uit dat contact tussen FSM op initiatief van [S.], het feit dat FSM vervolgens -van [S.]- toegang tot het bedrijfspand kreeg om in te meten en het feit dat FSM op basis daarvan plattegronden heeft vervaardigd en deze aan [gedaagde] heeft geleverd, leidt de rechtbank af dat FSM daartoe van [S.] opdracht had gekregen. In het midden kan dan blijven of de (aanvullende) offerte door [S.] is ondertekend.

4.2. Vervolgens is de vraag of [gedaagde] aan die opdracht door [S.] gebonden is. Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat blijkens het door FSM in het geding gebrachte uittreksel uit het handelsregister (productie 11) [B.] alleen en zelfstandig bevoegd is. Dat neemt niet weg dat [gedaagde] de schijn kan hebben gewekt dat [S.] bevoegd was om namens haar opdracht te geven. Daar beroept FSM zich terecht op. [S.] was als medewerkster van [gedaagde] belast met het toezicht op de manege. In die functie nam zij het initiatief tot contact met FSM en handelde zij de opdracht aan FSM zelfstandig af. FSM heeft het bedrijfspand van [gedaagde] meerdere malen bezocht, waarbij zij steeds met [S.] te maken had. [S.] kreeg in haar functie van medewerker belast met toezicht op de manege van [gedaagde] kennelijk de vrijheid om zelfstandig contact te leggen en te onderhouden met FSM. FSM stuurde de offertes naar het bedrijfsadres van [gedaagde], waarna [S.] steeds weer het contact met haar onderhield. Onder die omstandigheden behoefde FSM niet te twijfelen aan de bevoegdheid van [S.] om namens [gedaagde] opdracht te geven voor het vervaardigen van de plattegronden. Dat [B.], volgens zijn verklaring te comparitie, aan Fire Solutions Nederland (FSN) zou hebben aangegeven dat zij alleen met hem zaken mocht doen, kan niet aan FSM worden tegengeworpen.

4.3. Een indicatie overigens, maar zulks ten overvloede, dat [S.] daadwerkelijk in opdracht van [gedaagde] heeft gehandeld, ziet de rechtbank in het feit dat [gedaagde], nadat zij in april 2009 door FSM voor de werkzaamheden werd gefactureerd, zich niet reeds toen heeft beroepen op de onbevoegdheid van [S.], hetgeen dan voor de hand had gelegen.

4.4. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van FSM, voor zover die betrekking heeft op de hoofdsom, toewijsbaar is. Tegen de wettelijke rente is geen verweer gevoerd, zodat die eveneens toegewezen kan worden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, nu FSM niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat vóór de aanvang van het geding andere of meer kosten zijn gemaakt dan die welke ter voorbereiding van een geding in het algemeen redelijk en noodzakelijk zijn, welke laatste kosten, nu een geding is gevolgd, moeten worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskosten een vergoeding plegen in te sluiten.

4.5. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] de proceskosten moeten vergoeden. Die worden aan de zijde van FSM tot op heden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- vast recht € 314,--

- advocaatkosten ( 2 punten, tarief I) € 768,--

Totaal € 1.155,89

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan FSM tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 5.479,36, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2009 tot de dag van betaling;

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van FSM tot op heden begroot op € 1.155,89;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.?