Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BR2207

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-03-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
210901
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kosten van CV-onderhoud deel van het servicekostenpakket? Neen. In punt i van de bijlage bij het Besluit kleine herstellingen (op basis van art. 7:240 BW) is periodiek serviceonderhoud van de CV-ketel niet opgenomen. Daaruit mag niet a contrario worden afgeleid dat het niet de bedoeling van de besluitwetgever is dat dit onderhoud voor rekening van huurders komt. Een redenering a contrario past hier niet omdat de opsomming in het Besluit kleine herstelling niet limitatief is. Omdat het Besluit op dit punt ruimte laat voor meerdere interpretaties kan niet worden aanvaard dat een duidelijke contractuele regeling buiten toepassing zou blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/208
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

Locatie Middelburg

zaak/rolnr.: 210901 / 10-4766

vonnis van de kantonrechter d.d. 28 maart 2011

in de zaak van

[huurder 1],

[huurder 2],

[huurder 3], en

[huurder 4]

allen wonende te [adres],

eisende partij,

tezamen te noemen: de huurders,

gemachtigde: mr. M.W. Dieleman,

t e g e n :

de stichting

Stichting Woningmaatschap [plaats],

gevestigd te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: de stichting,

gemachtigde: mr. T. de Nijs.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 14 oktober 2011,

- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.

de beoordeling van de zaak

1. De appartementen aan de [adres], flats [nummers] worden door de huurders gehuurd van de stichting. De huurders hebben zich op 3 maart 2010 tot de Huur-commissie gewend omdat zij het er niet mee eens waren dat in de afrekening servicekosten van 2007 en 2008 de kostenpost CV-onderhoud is opgenomen. [Huurder 4] heeft alleen bezwaar gemaakt tegen de afrekening servicekosten van 2007. Bij uitspraak van 14 juli 2010, verzonden op 20 augustus 2010, heeft de Huurcommissie de huurders in het ongelijk gesteld.

2. De huurders hebben bij dagvaarding d.d. 14 oktober 2011 gevorderd de service-kosten voor 2007 en 2008 vast te stellen zonder de kostenpost CV-onderhoud, een en ander zoals in de dagvaarding omschreven. De stichting heeft deze vordering bestreden.

3. De huurders beroepen zich op een vonnis van de kantonrechter te Middelburg d.d. 12 januari 2009 LJN BK 3750. Dat ging echter om een geval waarin eerder geen kosten van CV-onderhoud door de verhuurder waren berekend. De verhuurder had verzuimd een wijziging van het servicekostenpakket aan de huurder voor te stellen.

4. In dit geval echter zijn de kosten CV-onderhoud altijd wel berekend. Deze kosten zijn in de individuele huurovereenkomsten opgenomen in het servicekostenpakket. De huur-ders hebben aangevoerd dat dit buiten beschouwing moet blijven gelet op artikel 7:240 BW. Van het daarop gebaseerde Besluit kleine herstellingen kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken. In punt i van de bijlage van dit Besluit is periodiek serviceonderhoud van de CV-ketel niet opgenomen. De huurders menen dat daaruit a contrario afgeleid kan worden dat het niet de bedoeling van de wetgever was dat dit onder het huurdersonderhoud zou vallen.

5. Een redenering a contrario behoort in dit geval niet gevolgd te worden aangezien de opsomming in het Besluit kleine herstellingen niet limitatief is. Het Besluit kleine herstel-lingen laat op het punt van periodiek serviceonderhoud van de CV-ketel ruimte voor verschillende interpretaties. Reeds daarom kan niet worden aanvaard dat een duidelijke contractuele regeling buiten toepassing zou blijven. Daar komt nog bij dat de Huurcommissie heeft overwogen dat het vonnis d.d. 12 januari 2009 op zichzelf staat en dat er geen landelijke trend van uitspraken van kantonrechters is, inhoudende dat de kosten van periodiek onderhoud aan een individuele CV-installatie niet op huurders mogen worden verhaald indien partijen dit contractueel zijn overeengekomen. De kantonrechter onderschrijft deze opvatting van de Huurcommissie.

6. De conclusie is dat de vordering moet worden afgewezen en dat de huurders in de proceskosten moeten worden veroordeeld.

de beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de huurders in de kosten van het geding, welke aan de zijde van de stichting tot op heden worden begroot op € 120,- wegens salaris van de gemachtigde van de stichting;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.