Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BQ5303

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
20-05-2011
Zaaknummer
74954 / HA ZA 10-437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekerde doet aangifte van diefstal van zijn auto.

De informatie die hij over de auto verschaft is niet eenduidig. De verzekeringsmaatschappij weigert uitkering op grond van misleiding. De rechtbank oordeelt over alle elementen en komt tot de conclusie dat de verzekeringsmaatschappij toch moet uitkeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 74954 / HA ZA 10-437

Vonnis van 4 mei 2011

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie],

wonende te Valkenswaard,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. M.A. Geuze te Utrecht,

tegen

de onderlinge waarborgmaatschappij

ONDERLINGE VERZEKERING MAATSCHAPPIJ ZLM U.A.,

gevestigd te Goes,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.C. van den Dries te Goes.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en ZLM genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 december 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2011.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft in november 2008 naar aanleiding van een advertentie op internet een personenauto, Nissan type Murano, gekocht. De auto is in Duitsland aan hem geleverd. Op 17 november 2008 is de auto op het Nederlandse kenteken [kentekennummer] gezet. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft voor deze auto bij ZLM een zgn. casco autoverzekering (polisnr. [polisnummer]) afgesloten.

2.2. Op (maandag) 1 februari 2010 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aangifte bij de politie gedaan van diefstal van zijn auto op (vrijdag) 29 januari 2010, tussen 14.00 en 18.00 uur, vanaf een parkeerterrein bij een tennispark aan de Nuenenseweg te Geldrop. Daarvoor had hij, op 29 januari 2010 tussen 22.00 en 23.00 uur, al telefonisch melding van de diefstal bij de politie gedaan, maar toen kon hij, gelet op het tijdstip, geen aangifte doen. Eveneens op 1 februari 2010 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de diefstal bij ZLM gemeld, waar een medewerker formulier “aangifte van diefstal” heeft opgemaakt. In dat formulier is een kilometerstand van de auto vermeld van 67.000 km en een aanschafwaarde van € 24.000,--

2.3. Op 9 februari 2010 is door een (andere) medewerker van ZLM met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een gesprek gevoerd, naar aanleiding waarvan een “diefstalverklaring” is opgemaakt en door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (op alle pagina’s) ondertekend. In dat formulier is een kilometerstand van 88.000/89.000 km vermeld en een aankoopsom van € 23.000,-- (incl. BTW en BPM).

2.4. ZLM heeft vervolgens het Recherche- en Adviesbureau Midden-Brabant (hierna: RAMB) ingeschakeld om nader onderzoek te doen. RAMB heeft op 23 maart 2010 aan ZLM gerapporteerd. Tegenover RAMB heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verklaard de auto te hebben gekocht voor € 18.000,--/€ 18.500,--, excl. BTW en BPM (maximaal € 5.000,--). Uit door RAMB ingeziene formulieren ten behoeve van het verkrijgen van een Nederlands kenteken blijkt van een kilometerstand van 79.719 op of omstreeks 12 november 2008. De bij invoer gemaakte berekening BPM noemde, met verwijzing naar een taxatie van Harteveldt Expertise Taxatie te Valkenswaard, een inkoopwaarde van € 9.652,--. In zijn taxatierapport spreekt Harteveldt van een milesstand (van 79.621).

2.5. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft in reactie op een brief van ZLM, waarin op zijn mededelingsplicht wordt gewezen, een koopovereenkomst betreffende de auto aan ZLM overgelegd. Daaruit blijkt een koopprijs van € 12.500,-- en een kilometerstand van 80.000 km. Na – schriftelijke – discussie tussen partijen heeft ZLM bij brief van 3 mei 2010 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] medegedeeld dat hij niet aan zijn informatieverplichting had voldaan, dat sprak was van een vorm van verzekeringsfraude, dat de verzekering daarom werd beëindigd, dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de door ZLM gemaakte, externe behandelingskosten (van € 3.956,75) diende te voldoen en dat zijn gegevens zouden worden geregistreerd in het Incidentenregister en doorgegeven aan de stichting CIS en aan het Verbond van Verzekeraars.

Het geschil

in conventie

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ZLM veroordeelt om:

I. de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ingediende schadevordering onder polisnummer [polisnummer 2] in behandeling te nemen en dekking te verlenen/op grond van de verzekeringsovereenkomst over te gaan tot vergoeding van schade;

II. de door ZLM gedane registraties van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het incidentenregister, de Stichting CIS en het Verbond van Verzekeraars ongedaan te maken, op straffe van betaling van een dwangsom van € 500,-- per dag dat zij hiermee na betekening van het vonnis in gebreke blijft;

III. aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te vergoeden de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 904,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. de proceskosten te voldoen, inclusief de kosten van een eventuele executie.

3.2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt dat hij zijn schademeldingsplicht en zijn informatieplicht niet heeft geschonden en dat van opzettelijk misleiden geen sprake is. Hooguit is hij wat te lichtvaardig te werk gegaan. Hij heeft in de aangifte van de diefstal en in de diverse gesprekken met medewerkers van ZLM en RAMB ten aanzien van de voor de auto betaalde koopsom steeds aangegeven dat hij een schatting maakte; de precieze prijs wist hij niet meer. Bovendien ging hij ervan uit dat de aankoopprijs niet relevant was, omdat ZLM haar uitkering baseert op de dagwaarde. Voorts heeft hij alle onderzoeken naar vermogen volledig meegewerkt. Ten gevolge van een auto-ongeval in 2004 lijdt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan geheugen- en concentratiestoornissen; daarover heeft hij medische stukken overgelegd. Om die reden kon hij zich tijdens de diverse gesprekken in het kader van het onderhavige verzekeringsonderzoek niet alles over de aanschaf en de staat van de auto herinneren. Met hulp van zijn vrouw vond hij uiteindelijk de koopovereenkomst, waaruit een koopprijs blijkt van € 12.500,-- (contant betaald, dus hij kan geen bankafschrift overleggen) terug. Ook heeft hij toen een keuringsrapport van 15 januari 2009, waarin een kilometerstand van 82.365 wordt vermeld, naar ZLM gestuurd. Hij heeft allen bij de politie een te lage kilometerstand opgegeven, maar nooit 37.000; daarna heeft hij steeds een juiste stand (het was geen milesstand) genoemd. Over de staat van de auto heeft hij steeds juist verklaard. De in een taxatierapport gemelde schade is rijkelijk overtrokken; het rapport had tot doel de te betalen BPM (binnen de wettelijke grenzen) zo laag mogelijk te krijgen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert voorts aan dat ZLM niet in een redelijk belang is geschaad (zij heeft alle relevante gegevens alsnog verkregen), zodat zij geen beroep kan doen op verval van het recht op uitkering (art. 7:941, lid 4 BW). Daarnaast stelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat als er al opzet tot misleiding wordt vastgesteld, die niet verval van het recht op uitkering rechtvaardigt (art. 7:941, lid 5 BW).

3.3. ZLM stelt dat zij bij de vaststelling van diefstalschade afhankelijk is van informatie van de verzekeringnemer. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft bij de informatieverschaffing opzettelijk getracht ZLM op een aantal voor de waardevaststelling van de gestolen auto essentiële punten te misleiden. Uit het onderzoek van RAMB blijkt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet alle noodzakelijke informatie heeft verschaft en in zijn bezit zijnde stukken niet heeft afgegeven. Zo heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verschillende door hem betaalde koopprijzen (steeds lager dan uiteindelijk bleek uit de verkoopovereenkomst) genoemd, is hij onduidelijk geweest (en gebleven) over de persoon van de verkoper (hij wilde geen gegevens van zijn gsm opvragen bij de provider, opdat het telefoonnummer van de verkoper kon worden getraceerd) en over details van de aankoop (een bankafschrift van de geldopname voor de betaling wilde hij niet laten zien), heeft hij een te lage kilometerstand (aanvankelijk 37.000 km) genoemd (die voorts een milesstand moet zijn), heeft hij de staat van de auto perfect en van alle accessoires voorzien genoemd terwijl later (uit een ten behoeve van de invoer verrichte taxatie) bleek dat het een kale Amerikaanse versie met (gebruiks-)schade betrof en was hij onduidelijk over de wijze van afsluiten van de auto. Uit de omstandigheden waaronder [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geen of slechts beperkt informatie gaf, leidt ZLM af dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het opzet had haar te misleiden. Alle door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gedane schattingen waren in zijn voordeel. Eenvoudig te verlenen medewerking (het doen achterhalen van het telefoonnummer van de verkoper, het overleggen van het koopcontract en van gegevens over de betaling, het vermelden van de taxatie bij invoer en van de contacten met die taxateur tijdens het onderzoek van ZLM) weigerde [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. De (eerst bij antwoord in reconventie overgelegde) medische informatie geven geen verklaring voor het gedrag van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. Had hij geheugenproblemen, dan had hij zich door anderen kunnen laten helpen. De juiste informatie is door nader onderzoek van het door ZLM ingeschakelde RAMB (en niet door [eiser in conventie, verweerder in reconventie]) naar boven gekomen. Was ZLM van de aanvankelijk verschafte gegevens uitgegaan, dan zou zij een te hoge schade-uitkering hebben gedaan. De fraudepoging van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] rechtvaardigt het verval van het recht op uitkering. ZLM verwijst daarvoor naar art. 7:941 BW en naar haar polisvoorwaarden.

Op grond van tussen verzekeraars overeengekomen regels zijn de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bestreden registraties gedaan. ZLM meent dat ook die, gelet op het vorenstaande, gerechtvaardigd zijn.

in reconventie

3.4. ZLM vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] veroordeelt tot betaling aan haar van € 3.956,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 maart 2010, althans 3 juni 2010, tot aan de dag der algehele voldoening.

3.5. ZLM stelt dat bij haar na de melding van de diefstal in de contacten met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het vermoeden rees dat de verklaringen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet betrouwbaar waren. Daarom heeft zij RAMB ingeschakeld. De kosten daarvan dienen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te worden vergoed. Hij is zijn verplichtingen jegens ZLM niet nagekomen en heeft voorts onrechtmatig gehandeld.

3.6. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer. Hij is zijn verplichtingen wel nagekomen. Er was geen reden een derde in te schakelen voor nader onderzoek; ZLM had [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om medewerking kunnen vragen. Overigens heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ook feitelijk alle medewerking verleend. De kosten van onderzoek door derden dienen voor rekening van ZLM te blijven.

De beoordeling

in conventie

Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] na de melding van de diefstal van zijn auto aanvankelijk onjuiste informatie over zijn auto aan ZLM heeft verschaft. In elk geval heeft hij een onjuiste aanschafprijs opgegeven en gesproken over een perfecte staat, terwijl er rapportage bestond over (gebruiks-)schade. Daarnaast heeft hij in elk geval in zijn eerste contact met ZLM een onjuiste kilometerstand opgegeven: hij noemde 67.000 (en niet 37.000, zoals ZLM stelt), terwijl uit diverse stukken blijkt dat bij aankoop de stand (al) 80.000 was. In latere verklaringen noemde [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een stand van 88.000/89.000 (de stelling van ZLM dat het hier om miles zou gaan, wordt door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betwist). Voorts heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het naar aanleiding van de door ZLM vermoede onjuistheden verrichte onderzoek over de gang van zaken rondom de aankoop en invoer van de auto, geen duidelijkheid verschaft.

4.2. De eerste vraag die dient te worden beantwoord is of [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met deze onjuiste informatieverschaffing de opzet heeft gehad ZLM te misleiden (art. 7:941, lid 5 BW en – in iets andere bewoordingen – art. 5 onder e van de polisvoorwaarden, waarvan partijen verschillende versies hebben overgelegd die in hun strekking op dit punt niet verschillen).

4.2.1. Vast staat dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tijdens het onderzoek een aanmerkelijk te hoge (geschatte) aankoopprijs van de auto heeft opgegeven en voorts opgaf dat de gegevens van de verkoper niet bekend waren. Pas nadat ZLM stelde dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zijn mededelingsplicht niet nakwam, heeft hij de koopovereenkomst overgelegd, waaruit de werkelijk betaalde koopprijs en de koper bleken. Dat ZLM bij de bepaling van de verzekeringsuitkering uitgaat van de dagwaarde betekent niet – zoals [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt – dat zij geen belang zou hebben bij wetenschap van de aankoopprijs. Bovendien is het niet aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om te bepalen wat voor ZLM voor het bepalen van de uitkering van belang is. Hij dient op vragen van ZLM de juiste gegevens op te geven, ook al vindt hij die gegevens zelf niet relevant. Anderzijds geldt, dat de – door ZLM onvoldoende betwiste – omstandigheid dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] destijds van mening was dat de koopprijs voor de door ZLM uit te betalen uitkering een geringe betekenis had, niet anders kan betekenen dan dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met de onjuiste opgave van de koopprijs niet het opzet heeft gehad om ZLM te misleiden. Zo bezien is het ook niet logisch dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de koopovereenkomst en gegevens over de koper en de gang van zaken rondom de aankoop heeft achtergehouden met de bedoeling ZLM te misleiden. De rechtbank ziet in hetgeen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gedaan met de informatie over de koopovereenkomst, de koopprijs en de verdere omstandigheden rondom de aankoop, geen opzet tot misleiding.

4.2.2. Ten aanzien van de gestelde onjuiste opgave van de kilometerstand stelt de rechtbank vast, dat ZLM ten onrechte stelt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een kilometerstand van 37.000 km heeft opgegeven. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft in de “aangifte van diefstal” een kilometerstand van 67.000 kilometer opgegeven, en in alle latere stukken (al voordat ZLM het RAMB opdracht gaf voor een onderzoek) een stand van 88.000/89.000 km. Gelet op de later verkregen gegevens is die stand niet ongeloofwaardig, behoudens dat er onduidelijkheid is over de vraag of de auto kilometers of mijlen mat. ZLM stelt, met verwijzing naar door haar overgelegde stukken, dat het over mijlen ging. De overgelegde stukken (van voor de diefstal) zijn evenwel niet eenduidig: er wordt zowel over een kilometerstand als over een mijlenstand gesproken. Onder die omstandigheden kan niet worden gesteld dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie], sprekend van een kilometerstand, opzettelijk misleidende informatie gaf.

4.2.3. Dan noemt ZLM de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] genoemde perfecte staat van de auto, uitgerust met alle accessoires, terwijl er (bij de taxatie bij invoer) schade is gerapporteerd en er sprake was van een kale uitvoering. Voor de verschillen in de opgave van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en de rapportage die over schade spreekt, heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een verklaring gegeven. Bij de invoer is (binnen de wettelijke grenzen) de gebruiksschade ruim beschreven, opdat de BPM-aanslag zou laag mogelijk zou uitvallen. Dat is door ZLM niet betwist. De taxateur van destijds heeft aangegeven dat voorstelbaar is dat de auto door de gebruiker is ervaren als zijnde in goede staat. Een en ander brengt met zich, dat thans niet goed is te beoordelen of de mededeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] over de staat van de auto zodanig onjuist is, dat moet worden geconcludeerd dat opzettelijk onjuiste informatie is gegeven. Dat betekent dat de door ZLM gegeven onderbouwing van haar stelling dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met deze mededeling het opzet had om te misleiden, onvoldoende is en dat die stelling wordt gepasseerd. Waar de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voorts gedane mededelingen over de accessoires zeer beperkt waren (en ZLM daar verder alleen vaststelt dat het kennelijk om een kale, Amerikaanse versie ging), valt ook daar niet zonder nadere toelichting (die niet is gegeven) in te zien dat van opzet tot misleiding sprake was.

4.2.4. Ten aanzien van de mogelijk onjuiste mededelingen over het gebruik van de sleutel heeft te gelden, dat uit het rapport van de RAMB blijkt dat de werking van de sleutel na de diefstal niet goed kon worden onderzocht. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld of de mededelingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] onjuist waren; dan kan evenmin worden vastgesteld dat bij hem op dit punt sprake was van opzet tot misleiding.

4.3. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de slotsom, dat – ook wanneer de door ZLM genoemde bijkomende omstandigheden (het laat doen van aangifte, het niet melden van contacten met de taxateur) daarbij worden betrokken – dat geen sprake is geweest van bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bestaande opzet tot misleiding. Dat betekent dat ZLM zich niet op art. 7:941, lid 5 BW (en de daarmee overeenkomende polisvoorwaarde) kan beroepen en derhalve een schadevergoeding dient uit te keren. Bovendien zal ZLM de door haar gedane registraties – gebaseerd op het uitgangspunt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] fraude had gepleegd, hetgeen, zoals hiervoor is vastgesteld, niet het geval is geweest – ongedaan dienen te maken. De rechtbank zal de hierop gerichte vorderingen toewijzen, waarbij de gevorderde dwangsom aan een maximum zal worden gebonden.

4.4. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft met overlegging van diverse stukken (verzoeken, gericht aan ZLM en opgesteld door zijn raadman, om tot uitkering te komen) voldoende aangetoond dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Die werkzaamheden zijn niet onredelijk geweest en de daarvoor door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] thans gevorderde vergoeding is evenmin onredelijk. Deze zal dan ook worden toegewezen.

4.5. De vorderingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zullen worden toegewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal ZLM worden veroordeeld in de kosten van deze procedure (inclusief de eventuele executiekosten). De kosten aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:

- dagvaarding € 94,74

- vast recht € 263,--

- salaris advocaat € 904,-- (2 x tarief II, € 452,--)

Totaal € 1.261,74.

in reconventie

4.6. Zoals al onder 4.1 is overwogen, heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan ZLM onjuist informatie verschaft. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van niet-nakoming van de op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] rustende verplichting alle inlichtingen en bescheiden te verschaffen die voor ZLM van belang waren om haar uitkeringsplicht te beoordelen. De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gestelde geheugen- en concentratiestoornissen doen daaraan niet af. Zoals hiervoor al overwogen heeft hij in elk geval ten aanzien van de aanschafprijs van de auto bewust (omdat hij meende dat dit gegeven voor ZLM niet relevant was) het risico genomen dat hij een onjuiste prijs opgaf; dat geheugen- of concentratiestoornissen daarop van invloed zijn geweest is niet aannemelijk gemaakt. Het niet opzoeken (of laten opzoeken) van door ZLM gewenste gegevens – de koopovereenkomst, stukken rondom de betaling, het telefoonnummer van de verkoper – kan evenmin worden gezien als een gevolg van genoemde stoornissen. Het ging daarbij immers om het direct ondernemen van actie naar aanleiding van een verzoek van ZLM. Op grond van art. 7:941, lid 3 BW kan in deze situatie de verzekeraar de uitkering verminderen met de schade die hij door de niet-nakoming lijdt. Aldus biedt dit artikel een verzekeraar alleen dan de mogelijkheid zijn schade direct – en zonder ingebrekestelling – op zijn verzekerde te verhalen, wanneer hij aan die verzekerde wel dient uit te keren. De in reconventie door ZLM ingestelde vordering gaat uit van een andere situatie, namelijk die, waarin zij vanwege fraude niet gehouden is tot uitkering (art. 7:941, lid 5 BW). Die situatie doet zich, zoals hierboven vastgesteld, in dit geval evenwel niet voor. De vordering kan dan niet worden toegewezen. Dat wordt niet anders door de enkele verwijzing naar art. 7:941, lid 3 BW, die ZLM ter comparitie heeft gemaakt. Overigens staat de afwijzing van de onderhavige vordering er niet aan in de weg dat ZLM, wanneer zij op basis van het in conventie gegeven oordeel tot een uitkering aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] overgaat, met een beroep op art. 7:941, lid 3 BW door haar geleden schade op die uitkering in mindering brengt.

4.7. De vordering zal worden afgewezen. ZLM zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden begroot op:

- salaris advocaat € 384,-- (1 x tarief I, € 384,--)

De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt ZLM om de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ingediende schadevordering onder polisnummer [polisnummer 2] in behandeling te nemen en dekking te verlenen/op grond van de verzekeringsovereenkomst over te gaan tot vergoeding van schade;

veroordeelt ZLM om de door haar gedane registraties van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in het incidentenregister, de Stichting CIS en het Verbond van Verzekeraars ongedaan te maken, op straffe van betaling van een dwangsom van € 500,-- per dag (en met een maximum van € 20.000,--) dat zij hiermee na betekening van het vonnis in gebreke blijft;

veroordeelt ZLM aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te voldoen een bedrag van € 904,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt ZLM in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] begroot op € 1.261,74;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt ZLM in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] begroot op € 384,--;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2011.