Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BQ1702

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
19-04-2011
Zaaknummer
12/994501-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wet Milieubeheer, ongewoon voorval niet zo spoedig mogelijk gemeld, opzettelijke overtreding door rechtspersoon, kwalificatie 'inrichting' en 'drijver'

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/994501-09

vonnis van de meervoudige economische kamer d.d. 31 maart 2011

in de strafzaak tegen

Delta N.V.,

(volgens het uittreksel uit het handelsregister d.d. 13 december 2010 genaamd: DELTA N.V.),

gevestigd te 4335 JA Middelburg, Poelendaelesingel 10,

ter terechtzitting verschenen,

vertegenwoordigd door:

1. mr. Van den Boezem, advocaat in dienstbetrekking van verdachte,

2. mr. Verburg, advocaat in dienstbetrekking van verdachte, en

3. ing. Pijnen, specialist hoogspanningstechniek,

als bepaaldelijk daartoe gevolmachtigd door ir. Louter, statutair directeur van verdachte.

1 Onderzoek van de zaak

Overeenkomstig artikel 48 van de Wet op de economische delicten in verband met artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de economische politierechter de zaak naar deze kamer verwezen.

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 maart 2011, waarbij de officier van justitie van het functioneel parket mr. Koopmans en mr. Van den Boezem namens verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 2 juli 2008 in de gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, als degene die een inrichting, als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet milieubeheer, te weten een schakelstation aan de Herbert H. Dowweg 9 dreef, waarin zich een voorval als bedoeld in artikel 17.1 van voornoemde wet voordeed of had voorgedaan, te weten het falen van een breekplaat en/of een emissie van SF6 gas, tezamen en in vereniging, althans alleen, al dan niet opzettelijk, dat voorval niet zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd was een vergunning krachtens artikel 8.1 van voornoemde wet voor een inrichting te verlenen, heeft gemeld.

art 17.2 lid 1 Wet milieubeheer

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Inleiding

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de volgende feiten op grond van de gebezigde bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 2 juli 2008 is als gevolg van een falende breekplaat een hoeveelheid van 2,5 kilogram SF6 gas ontsnapt uit een 50 kV schakelstation, gelegen aan de Herbert H. Dowweg 9 te Hoek, gemeente Terneuzen, en in het milieu terecht gekomen.

De vrijgekomen hoeveelheid van 2,5 kg SF6 (of zwavelhexafluoride) komt overeen met 55000 kg kooldioxyde (CO2 ) en is belastend voor het milieu.

Deze gebeurtenis, die als een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer moet worden beschouwd, is niet zo spoedig mogelijk gemeld aan de provincie Zeeland, zijnde het bestuursorgaan dat bevoegd was een vergunning krachtens artikel 8.1 van die wet voor een inrichting te verlenen. Die melding is pas op 8 juli 2008 gedaan.

Het gaat in deze zaak om de vragen of het 50 kV schakelstation aan de Herbert H. Dowweg 9 gekwalificeerd kan worden als een ‘inrichting’ zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet milieubeheer en of verdachte als ‘drijver’ van dat schakelstation c.q. als dader van de tenlastegelegde gedraging kan worden aangemerkt.

Bij de beoordeling van die vragen wordt door de rechtbank als vaststaand aangenomen:

- dat het 50 kV schakelstation ten tijde van het tenlastegelegde eigendom was van ELSTA BV & CO C.V. (verder: Elsta);

- dat dit schakelstation is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van een 150 kV transformatorstation, in eigendom toebehorend aan verdachte, en

- dat vergunningen krachtens de Wet milieubeheer ten behoeve van die genoemde schakel-/ transformatorstations door Gedeputeerde Staten van Zeeland zijn afgegeven aan N.V. Delta Nutsbedrijven, zijnde de rechtsvoorganger van DELTA N.V.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie zijn het 50 kV schakelstation (van Elsta) en het 150 kV transformatorstation (van verdachte) te beschouwen als één ‘inrichting’ zoals bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer, omdat er tussen die stations, zakelijk weergegeven:

- Sprake is van technische binding.

Immers, de beide stations liggen op een afgesloten terrein en zijn beide mede gekoppeld aan het elektriciteitsnet van Delta Netwerk Beheer (verder: DNWB). Gelet op de notitie d.d. 8 juli 2008 van [werknemer 1 Delta] van Delta Infra BV kan een storing in het 50 kV station ook gevolgen voor DNWB hebben.

- Sprake is van een organisatorische binding.

Er is immers een civiele overeenkomst dat Delta het station bedient en onderhoudt. Uit getuigenverklaringen blijkt voorts dat de bediening plaatsvindt vanuit het Regionaal Centrum van Delta en dat storingen binnenkomen bij het Regionaal Centrum van Delta. Elsta wordt door Delta op de hoogte gebracht van storingen (hetgeen ook noodzakelijk is, omdat de energie wordt geleverd vanuit de warmtekrachtcentrale van Elsta en als die zijn energie niet kwijt kan is er een probleem).

- Sprake is van functionele binding.

Immers, er wordt gebruik gemaakt van het Regionaal Centrum van Delta, terwijl beide stations zijn aangesloten op het net van DNWB en beide stations gebruik maken van personele inzet van DNWB.

Bovendien zijn de beide schakelstations in elkaars directe nabijheid gelegen en is er één milieuvergunning voor de beide stations.

De officier van justitie stelt zich verder op het standpunt dat de verdachte rechtspersoon (mede)drijver was van de inrichting (bestaande uit het 50 kV schakelstation en het 150 kV transformatorstation) tezamen met Elsta, en dat dit in het bijzonder geldt voor wat betreft het melden van ongewone voorvallen. De officier van justitie stelt daartoe dat de milieuvergunning voor de inrichting is aangevraagd door en verleend aan N.V. Delta Nutsbedrijven, zijnde de rechtsvoorganger van DELTA N.V. De schakelhandelingen van het 50 kV station van Elsta worden verricht door personeel van DNWB. Ook de meldingsprocedure als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer staat op naam van DNWB. Het onderhoud aan bedoeld schakelstation wordt verricht door personeel van Delta Infra BV. Dit is vastgelegd in een civiele overeenkomst tussen N.V. Delta Nutsbedrijven en Elsta. Delta Infra BV declareert haar rekeningen hiervoor bij Elsta en Elsta betaalt ze. Ten tijde van het tenlastegelegde waren DNWB en Delta Infra BV 100% dochterondernemingen van Delta N.V. Delta N.V. heeft de enigszins onduidelijke situatie zelf gecreëerd door enerzijds heel veel BV’s te hebben en anderzijds geen naamswijziging door te geven voor wat betreft de milieuvergunning.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte het tenlastegelegde opzettelijk heeft begaan.

4.3 Het standpunt van de verdediging

Verdachte stelt zich primair op het standpunt dat de 50 kV schakelinstallatie noch het 50 kV schakelstation van Elsta gekwalificeerd kan worden als een ‘inrichting’ zoals bedoeld in artikel 1.1, derde en vierde lid, van de Wet milieubeheer. Bij gebrek aan een inrichting kan er ook geen vergunningsplicht of meldingsplicht zijn, ongeacht de vraag wie de 50 kV schakelinstallatie drijft. Evenmin kan de 50 kV schakelinstallatie vereenzelvigd worden met de inrichting ‘150 kV transformatorstation’ omdat artikel 1.1 lid 4 van de Wet milieubeheer dat niet toelaat.

Subsidiair is verdachte van mening dat Elsta als beheerder, eigenaar en exploitant van het 50 kV net, waar de 50 kV schakelinstallatie deel van uitmaakt, drijver is van de 50 kV schakelinstallatie en het 50 kV schakelstation waar de installatie deel van uitmaakt. De meldingsplicht zou op Elsta moeten rusten. Tevens blijkt niet dat de provincie een vergunning voor het drijven van de 50 kV schakelinstallatie heeft verstrekt aan aanvrager Elsta, noch aan Delta Nutsbedrijven. Van overtreding van artikel 17.2 lid 1 van de Wet milieubeheer door Delta N.V. (of één van haar dochtervennootschappen) kan geen sprake zijn.

Op grond van beide argumenten is namens verdachte tot vrijspraak van het tenlastegelegde gepleit.

Ter adstructie van genoemde verweren is namens verdachte onder meer het volgende aangevoerd.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen (1) een schakelinstallatie, (2) een schakelstation en (3) een transformator. Enkel een schakelinstallatie bevat een breekplaat.

Een schakelstation behoort op grond van artikel 1 lid 1 sub i van de Elektriciteitswet tot een ‘net’, evenals een transformatorstation. Daarbij moet worden bedacht dat het woord ‘station’ niet mede het gebouw omvat, waarin een transformator eventueel is ondergebracht. Het gebouw, indien aanwezig, wordt ‘transformatorhuis’ genoemd en behoort niet tot de onroerende zaak ‘net’.

Alleen ‘transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer’ zijn ingevolge artikel 1.1. lid 3 van de Wet milieubeheer, in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (IVB) aangewezen als categorie die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Schakelstations zijn als niet als zodanig aangewezen.

Dit betekent dat het bij het ongewoon voorval betrokken 50 kV schakelstation, waarvan de schakelinstallatie deel uitmaakt, niet is te kwalificeren als een inrichting als bedoeld in het derde lid van artikel 1.1. van de Wet milieubeheer

Het 50 kV schakelstation en het 150 kV transformatorstation kunnen evenmin als één inrichting als bedoeld in het vierde lid van artikel 1.1. van de Wet milieubeheer worden beschouwd. Het gaat om twee verschillende onroerende zaken die elk tot een andere onderneming behoren, met elk een eigen bedrijfsmatig gebruik en begrenzing. Immers, de 50 kV schakelinstallatie is een bestanddeel van de onroerende zaak die omschreven wordt als het 50 kV net van Elsta, terwijl het 150 kV transformatorstation een bestanddeel is van de onroerende zaak die omschreven wordt als het 150 kV net van TenneT.

Het 50 kV net van Elsta is aangesloten op het 150 kV net van TenneT. Het wordt door Elsta bedrijfsmatig gebruikt om uitvoering te geven aan haar overeenkomst met Dow Benelux BV (verder: Dow). Het kan ook fysiek, kadastraal, naar techniek en naar doel, eenvoudig begrensd worden. Het 150 kV transformatorstation is aangesloten op het 150 kV net van TenneT en wordt door TenneT bedrijfsmatig gebruikt. Verder is dit transformatorstation fysiek op een ander perceel (eigendom van Zeeuwse netten B.V.) geplaatst dan het 50 kV schakelstation. De beide netten hebben ook elk een eigen juridische begrenzing.

De milieuvergunning die op 1 september 1995 aan N.V. Delta Nutsbedrijven is afgegeven geldt alleen voor de 150 kV inrichting en niet voor het 50 kV schakelstation dat door Elsta wordt geëxploiteerd. In die vergunning wordt ook nergens gerefereerd aan een 50 kV schakelstation. Er is ook geen afzonderlijke vergunning voor de 50 kV schakelinstallatie of het 50 kV schakelstation op naam van Delta N.V.

Elsta is beheerder, eigenaar, exploitant en installatieverantwoordelijke van het 50 kV net. De werkzaamheden die Delta N.V. voor Elsta verricht beperken zich tot de werkzaamheden die in de onderhoudsovereenkomst tussen Delta N.V. en Elsta zijn afgesproken. Die overeenkomst omvat geen overdracht van het beheer, de exploitatie of installatieverantwoordelijkheid, zodat Delta N.V. noch Delta Infra B.V. noch DNWB op basis van die overeenkomst zeggenschap over het 50 kV net en de 50 kV schakelinstallatie hebben verkregen. Onderhoud is slechts een facet van beheer. De eigenaar van de installatie is en blijft verantwoordelijk voor beheer en de exploitatie dient de bedrijfsvoering van Elsta om uitvoering te geven aan de leveringsovereenkomst met Dow, waarvoor Elsta een vergoeding van Dow ontvangt. Delta N.V., Delta Infra B.V. of DNWB kunnen daarom niet worden aangemerkt als drijver van het 50 kV schakelstation op wie de meldingsplicht rust.

4.4 Beoordeling door de rechtbank

De in de tenlastelegging voorkomende term ‘inrichting’ is, gelet op de vermelding van het artikel van de overtreden bepaling onder de tenlastelegging, onmiskenbaar gebezigd in de betekenis die dit begrip in de Wet milieubeheer heeft.

Onder ‘inrichting’ moet, blijkens artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer worden verstaan:

“elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht”.

Lid 3 en 4 van artikel 1.1 de Wet milieubeheer luiden voorts als volgt:

“3. Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van inrichtingen aangewezen, die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken.

4. Elders in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inrichting verstaan een inrichting behorende tot een categorie die krachtens het derde lid is aangewezen. Daarbij worden als één inrichting beschouwd de tot eenzelfde onderneming of instelling behorende installaties die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder inrichting wordt verstaan.”

De algemene maatregel van bestuur waarover in lid 3 wordt gesproken, en zoals dat gold op 2 juli 2008, betreft het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

Om te kunnen spreken van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer moet derhalve sprake zijn van een inrichting in de zin van art. 1.1, eerste lid, Wet milieubeheer en moet die inrichting tevens onder een categorieomschrijving van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit vallen.

In de bijlage I, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer is als categorie van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen:

Categorie 20

20.1.

“b. transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer.”

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat ten tijde van het tenlastegelegde het 50 kV schakelstation zodanige bindingsvormen had met 150 kV transformatorstation, dat deze installaties als één inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer moeten worden aangemerkt.

Vast staat dat het bevoegd gezag op 13 juni 1995 voor het 150 kV transformatorstation, drie vermogenstransformatoren en het 50 kV station ‘ELSTA’ één vergunning ingevolge de Wet milieubeheer aan N.V. Delta Nutsbedrijven heeft afgegeven. Deze is bij revisievergunning van 1 september 1995 gaan gelden voor de inrichting tot een elektrisch vermogen groter dan 200 MVA en deze gold ten tijde van het tenlastegelegde nog steeds. Ook staat vast dat de installaties op hetzelfde, door een hekwerk omgeven terrein, in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen. Dat die installaties door verschillende ondernemingen ten behoeve van verschillende kV netten worden gebruikt c.q. aangestuurd doet aan het oordeel dat hier sprake is van één inrichting niet af. Ook de eigendomssituatie van de schakelinstallaties, schakelstations, transformatoren en/of Kv netten, speelt hierbij geen rol.

Uit de inhoud van het samenstel van aanvragen van (wijziging van) de milieuvergunning blijkt dat N.V. Delta Nutsbedrijven - overigens ook op andere wijzen, en niet in overeenstemming met de ten tijde van de aanvragen geldende statutaire naam van die onderneming, geschreven - ten tijde van de aanvragen klaarblijkelijk zelf ook van mening was dat het 50 kV schakelstation en het 150 kV transformatorstation in het kader van de Wet milieubeheer tot dezelfde inrichting (genaamd: het 150/50 kV schakel- en transformatorstation Terneuzen) behoorden. Door Elsta is tijdens een bespreking met de provincie, in maart 2006, aangegeven dat zij de procedure rond de vergunning van haar 50 kV schakelstation onduidelijk vindt. Zij is ook nog steeds van mening dat het 50 kV schakelstation in haar eigen milieuvergunning opgenomen moet worden. Anderzijds stelt Elsta dat zij geen SF6 gas in haar onderneming gebruikt en deelt zij het standpunt van de provincie dat voor het 50 kV schakelstation aan N.V. Delta Nutsbedrijven een milieuvergunning is verleend. In het archief van het bevoegd gezag is geen melding aangetroffen dat de vergunning voor een ander dan de vergunninghouder zal gaan gelden.

Op basis van de feitelijke situatie ten tijde van het delict stelt de rechtbank verder vast dat Delta een zodanige zeggenschap ten aanzien van de milieuvergunningsplichtige activiteiten met betrekking het 50 kV schakelstation had, dat zij als ‘drijver’ van de inrichting en als dader van de tenlastegelegde gedraging kan worden aangemerkt.

Uit de hierna opgenomen bewijsmiddelen blijkt immers:

- dat DELTA N.V. enig aandeelhouder was van de ondernemingen, wier personeel niet alleen onderhouds- en schakelactiviteiten verrichtte ten behoeve van het 50 kV schakelstation van Elsta, maar ook in een Regionaal Centrum continu controle hield op de veiligheid van het station en dat DELTA N.V. in die zin ook aansprakelijk was voor de activiteiten die haar dochterondernemingen verrichtten;

- dat de onderhouds- en schakelactiviteiten ten behoeve van de 50 kV installatie in een “operation and maintenance services agreement” d.d. 19 september 1998, tussen N.V. DELTA NUTSBEDRIJVEN als “operator” en Elsta B.V. & Co, C.V. als “owner” zijn vastgelegd. Het onderhoud aan bedoeld schakelstation werd verricht door personeel van Delta Infra BV. Delta Infra BV declareerde haar rekeningen hiervoor bij Elsta en Elsta betaalde deze aan Delta Infra BV;

- dat DELTA N.V., als rechtsopvolger van Delta Nutsbedrijven N.V., houder was van de milieuvergunning voor het gehele schakelstation (150 kV station, drie vermogenstransformatoren en het 50 kV station ‘ELSTA) en reeds op grond van het aan die vergunning verbonden voorschrift 1 de aangewezen rechtspersoon was om van bedrijfsstoringen of bijzondere omstandigheden in dat schakelstation, die meer nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben dan onder normale bedrijfsomstandigheden is toegestaan, zo spoedig mogelijk melding moest doen aan de provincie Zeeland. Dit was ook bekend bij de heer [werknemer 2 Delta], teamleider transport in dienst van verdachte, en

- dat Elsta geen sleutel had (en heeft) van het gebouw waarin zich de 50 kV schakelinstallatie is gevestigd. Als personeel het 50 kV schakelstation wil bezoeken moet daarvoor een afspraak worden gemaakt met Delta Infra BV.

Hoewel voldoende blijkt dat de verplichting tot melding niet doelbewust is achtergehouden, maar een gevolg was van persoonlijke omstandigheden dan wel onwetendheid van de meldingsplicht bij werknemers (van dochterondernemingen) van verdachte, deelt de rechtbank het standpunt van de officier van justitie dat het feit opzettelijk is begaan. Voor bewijs van het opzettelijk nalaten van de bij de artikel 17.2 lid 1 van de Wet milieubeheer geregelde meldingsplicht is immers voldoende dat verdachte wist van die verplichting. In dit verband zij nog opgemerkt dat de teamleider transport het Regionaal Centrum in Middelburg op 3 juli 2008 in kennis heeft gesteld van het feit dat er nog een melding naar de provincie moest.

De rechtbank stelt vast dat er ook andere belanghebbenden bij het 50 kV schakelstation waren, zoals Elsta en Dow, en dat een werknemer van Elsta ([werknemer 1 Elsta]) een werknemer van Delta ([werknemer 1 Delta]) nog heeft gewezen op de meldingsplicht. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank hierin onvoldoende aanknopingspunten dat er sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen Elsta en verdachte, dat gesproken kan worden van medeplegen van overtreding van de meldingsplicht.

4.5 Gebezigde bewijsmiddelen

met name ten aanzien van het ongewoon voorval

• Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 oktober 2008, opgenomen als bijlage 2.4 van het dossiernr. PL1900/08-905266 d.d. 11 december 2008, inhoudende als verklaring van [werknemer 2 Delta], zakelijk weergegeven:

Ik ben werkzaam bij Delta NV als teamleider transport. Mijn dagelijkse werkzaamheden bestaan uit het leidinggeven aan een ploeg van 35 mensen. De werkzaamheden van deze technici bestaan uit het onderhoud / nieuwbouw van hoogspanningsinstallaties en verbindingen.

In de nacht van woensdag 2 juli op donderdag 3 juli 2008 was ik geconsigneerde hoofdwacht. Woensdagavond omstreeks 19.26 uur kwam er van het schakelstation aan de Herbert H. Dowweg 9 te Hoek een storingsalarm binnen op het regionaal centrum in Middelburg. De dienstdoende technicus, [technicus], is door het regionaal centrum ter plaatse gestuurd. Hij belde mij op omstreeks 19.52 uur en vertelde mij dat er een storing was met veldtransformator 52 TZE2. De exacte melding was SF6 alarm. Dit houdt in dat er een breekplaat gebroken is van het railcompartiment in de schakelruimte en dat het SF6 gas uit het railcompartiment in de schakelruimte is gekomen, waarna het gas door een automatisch schakelende afzuiginstallatie naar de buitenlucht is afgevoerd. Omdat we de ruimte opnieuw hebben gevuld weten we dat er ongeveer 2,5 kg SF6 gas is vrijgekomen.

Voor Delta NV was dit de eerste maal dat er een breekplaat gebroken is. SF6 gas verdringt zuurstof omdat het zwaarder is dan lucht. De hoeveelheid van 2,5 kg is milieubelastend omdat die hoeveelheid overeenkomt met 50 ton CO2.

Het schakelstation aan de Herbert H. Dowweg te Hoek heeft een milieuvergunning van de provincie Zeeland. De mensen op het regionaal centrum of de hoofdwacht moeten de melding doorgeven aan de milieupiketdienst van de provincie.

Tijdens een informele bijeenkomst op het regionaal centrum in Middelburg op donderdag 3 juli 2008 heb ik gezegd dat er nog een melding naar de provincie moest. Dat was volgens mij om ongeveer 08.00 uur. Ik heb dit helaas wegens persoonlijke omstandigheden niet meer kunnen natrekken of dat inderdaad die dag ook is gebeurd. In een later stadium heeft de heer [werknemer 1 Delta] bij brief van 8 juli 2008 alsnog de melding naar de provincie gedaan.

• Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 november 2008, opgenomen als bijlage 2.5 van het dossiernr. PL1900/08-905266 d.d. 11 december 2008, inhoudende als verklaring van [technicus], zakelijk weergegeven:

Ik ben sinds 1 november 1990 in vaste dienst bij Zekatel, toen een dochteronderneming van Delta NV. Vanaf 1 januari 1999 ben ik overgestapt naar de afdeling transport van Delta NV. Mijn chef, van wie ik werkopdrachten krijg, is [werknemer 2 Delta].

Op het moment dat ik bij het station kwam zag ik op het scherm van de monitor die in het gebouwtje aanwezig is dat er een storing was op de TZE2, maar ik zag niet welk veld het betrof. Hiervoor moest ik in de zaal alle velden doorlopen en op de manometers kijken. Toen zag ik dat het TZE2, veld nummer 9 (transformator 52) betrof. Dit veld stond stand by, dat wil zeggen bedrijfsgereed. Ik zag aan de achterzijde van de installatie dat de breekplaat gefaald had. Verder hoorde ik dat de afzuigventilatoren in werking waren, wat betekent dat de zuurstofmeting was aangebroken en dat er SF6 gas in de ruimte aanwezig is. Dit had ik ook al op de storingsdisplay gezien en op de meetunit zelf. Deze heb ik direct na aankomst bij het station gereset, zodat ik zeker wist dat de meting in orde was en er geen SF6 gas in de ruimte aanwezig was. Dit speelde zich af tussen 19.30 uur en 20.30 uur.

Toen ik zag dat de breekplaat gefaald had heb ik via het regionaal centrum om een tweede man verzocht en heb ik mijn chef [werknemer 2 Delta] in kennis gesteld. Ook heb ik mijn chef verzocht om Dow en ELSTA in kennis te stellen van het falen van de breekplaat. Dit in verband met hun respectievelijke bedrijfsvoeringen. Onze procedure voorziet er niet in dat ik een ongewoon voorval moet melden aan het bevoegde gezag. Ik heb het wel gemeld aan mijn chef en het regionaal centrum, zoals dit van mij verwacht wordt. Ik heb gemeld dat er een breekplaat kapot was van een railcompartiment.

• Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 oktober 2008, opgenomen als bijlage 2.3 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 11 december 2008, inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Zwavelhexafluoride of SF6 gas is een zeer sterk broeikasgas. Het is 22000 maal sterker dan kooldioxyde (CO2). De vrijgekomen hoeveelheid van 2,5 kg SF6 komt dus overeen met 55000 kg CO2.

• Een geschrift, te weten een brief d.d. 8 juli 2008 van Delta Infra BV aan de Provincie Zeeland, ondertekend door [werknemer 1 Delta], werkvoorbereider Delta Infra BV, opgenomen als bijlage 2.11 van het dossiernr. PL1900/08-905266, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Hierbij melden wij dat op woensdag 2 juli (de rechtbank leest: 2008) SF6 gas is vrijgekomen op de locatie 150kV schakelstation Terneuzen, adres Herbert H Dowweg 9, postcode en plaats 4542 NM Hoek.

Het gas is uit de daar opgestelde installatie ontsnapt en via de ventilatie in het milieu terecht gekomen. De hoeveelheid vrijgekomen SF6 gas bedraagt 2,5 kilogram.

• Een geschrift, te weten een brief d.d. 5 augustus 2008 van Gedeputeerde Staten van de provicie Zeeland aan Delta NV, ondertekend namens ing. [ingenieur], hoofd afdeling Natuur en Milieu van de Directie Ruimte, Milieu en Water, opgenomen als bijlage 2.13 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 11 december 2008, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij beschouwen de lekkage van 2,5 kg SF6-gas als een ongewoon voorval, omdat er nadelige gevolgen voor het milieu zijn ontstaan. Wij zijn van mening dat u met het niet melden van het ongewone voorval op 2 juli 2008 niet op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan het melden van een ongewoon voorval, zoals omschreven in artikel 17.2 (van de Wet milieubeheer). U overtreedt het bepaalde in artikel 17.2, eerste lid van de Wet milieubeheer. Wij achten het bepaalde in artikel 17.2, eerste lid van de Wet milieubeheer, te weten “het zo spoedig mogelijk melden van een ongewoon voorval, als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer, aan het bevoegd gezag”, van wezenlijk belang in het kader van de bescherming van het milieu. Door het niet tijdig melden van ongewone voorvallen wordt ons college de mogelijkheid ontnomen om adequaat toezicht uit te oefenen en zo nodig onze bestuursverantwoordelijkheid te nemen.

met name ten aanzien van de milieuvergunning

• De na te melden geschriften, opgenomen als bijlagen bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2010, welk proces-verbaal als bijlage 2 is opgenomen bij het aanvullend proces-verbaal nummer 100927.1310.1911 AMB d.d. 5 oktober 2010, te weten:

• als bijlage 1: een aanvraag Wm-vergunning Elsta-project E-aansluitingen d.d. 9 juni 1995 van Elsta B.V., vertegenwoordigd door N.V. Delta Nutsbedrijven, inhoudende zakelijk weergegeven:

De N.V. Delta Nutsbedrijven is voornemens, in het kader van de op te richten ELSTA warmte-kracht-centrale het 150 kV station Terneuzen uit te breiden. De uitbreiding omvat o.a. het oprichten van een 50 kV schakelstation.

De nu aangevraagde WM-vergunning zal gaan gelden voor het gehele schakelstation (150 kV station, drie vermogenstransformatoren en het 50 kV station ‘ELSTA’) en is gelegen aan de Herbert H. Dowweg in de gemeente Terneuzen.

Het op te richten 50 kV station ELSTA bestaat o.a. uit:

- 2 separate schakelhallen (beton- en skeletwanden) waarin staat opgesteld een 50 kV GIS-installatie (7 velden);

- een bedieningsgebouw waarin zijn opgenomen alle computer- en beveiligingsapparatuur, meet- en datacommunicatie-installaties.

De 50 kV GIS installatie. Een GIS (gas-isulated system) is een hoogspanningsinstallatie waarin alle componenten (o.a. schakelaar, scheider en aarders en meettransformatoren) zijn ondergebracht in een volkomen gesloten metalen omhulling. Binnen de omhulling bevindt zich SF6 gas onder een bepaalde (1,6 ato) druk. Via een drukmeetsysteem wordt de lekdichtheid continu gecontroleerd. De bediening gebeurt normaliter op afstand. De installatie is continu in bedrijf.

Bij een verhoogde concentratie SF6 gas, gemeten op de vloer van de ruimte, wordt alarm gegeven (verlaagd isolatieniveau) en treedt de ventilatievoorziening in werking. Het SF6 gas wordt naar buiten afgevoerd. SF6 gas is een volkomen inert gas en is zwaarder dan lucht.

Het terrein is afgesloten door een hekwerk, met een hoogte van 2m, met de nodige toegangspoorten. Een brandmelding zal aan de meldkamer (RC Middelburg en ELSTA power-plant) worden doorgemeld.

Als bijlage 1 bij de aanvraag is gevoegd: een overzicht van het terrein; 150kV station; transformatoropstelling en het 50 kV station ELSTA.

De rechtbank heeft op dat overzicht waargenomen dat het 150kV station, de transformatoropstelling en de beoogde ruimte voor het 50 kV station ELSTA op hetzelfde terrein in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen.

• als bijlage 2: een besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland d.d. 1 september 1995, nummer 958475/2055, om aan N.V. Delta Nutsbedrijven te Middelburg een vergunning onder voorwaarden ingevolge de Wet milieubeheer te verlenen voor het transformator- annex schakelstation, inhoudende zakelijk weergegeven:

Op 13 juni 1995 is een aanvraag ontvangen van N.V. Delta Nutsbedrijven te Middelburg waarin een revisievergunning ingevolge de Wet milieubeheer wordt gevraagd voor een transformator- annex schakelstation. De inrichting is gelegen op het Delta-terrein, gelegen aan de Herbert H. Dowweg 9 te Terneuzen, kadastraal bekend gemeente Terneuzen, sectie A nr. 599. De aanleiding voor de aanvraag om een revisievergunning is het uitbreiden van de inrichting tot een elektrisch vermogen groter dan 200 MVA.

Aan deze vergunning is als voorschrift 1 het volgende verbonden:

Voorschrift 1: Van bedrijfsstoringen of bijzondere omstandigheden die meer nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben dan onder normale bedrijfsomstandigheden is toegestaan, moet zo spoedig mogelijk melding worden gedaan aan de Directie Milieu en Waterstaat van de provincie Zeeland te Middelburg.

• als bijlage 3: een concept aanvraag milieuvergunning “uitbreiding 50 kV station Terneuzen/bouw 10 kV station Terneuzen” d.d. 9 september 1997 van N.V. DELTA Nutsbedrijven, inhoudende zakelijk weergegeven:

De NV DELTA Nutsbedrijven vraagt een wijziging op de bestaande WM-vergunning aan voor het 150/50 kV schakel- en transformatorstation Terneuzen. Deze aanvraag omvat een wijziging op de bestaande WM-vergunning, nummer 958475/2055 d.d. 1 september 1995 afgegeven door Gedeputeerde Staten van Zeeland. De aanvraag omvat het terrein waarop het 150/50 kV schakel- en transformatorstation Terneuzen is gevestigd, kadastraal bekend gemeente Terneuzen, sectie A, nummer 599.

De uitbreiding van het 50 kV station omvat het plaatsen van 2 extra velden aan de bestaande 50 kV GIS (gas-isulated system) hoogspanningsinstallatie.

• als bijlage 4: een besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland om aan N.V. Delta Nutsbedrijven te Middelburg de gevraagde verguning te verlenen overeenkomstig de aanvraag.

• als bijlage 5: een besprekingsverslag d.d. 7 maart 2006 van de Provincie Zeeland, Directie Ruimte, Milieu en Water over een door ELSTA in te dienen (revisie-) vergunning aanvraag Wet milieubeheer voor haar gasontvangststation, inhoudende zakelijk weergegeven:

Schakel-trafostation en gasontvangststation.

Over het schakelstation en het gasontvangst station zijn eerder al discussies gevoerd. Voor het schakel-/trafostation geldt dat Delta daarvoor een vergunning heeft en dit dus niet in de vergunningaanvraag van ELSTA meegenomen hoeft te worden. ELSTA geeft aan dat deze standpunten kloppen, maar dat men de procedure rond de vergunning van het schakel-trafostation (1995) onduidelijk vindt. De provincie zal er nogmaals naar kijken en aangeven hoe e.e.a. destijds is gelopen. Voor de huidige situatie maakt het niets uit, de Delta vergunning blijft zoals die is.

• Een geschrift, zijnde een overzicht uit de KvK Handelsregisterhistorie over tenaamstellingen van DELTA N.V., onder dossiernummer 22031457, opgenomen als pagina 62 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, inhoudende zakelijk weergegeven:

Huidige inschrijving: DELTA N.V., eerste inschrijving in het handelsregister: 08-10-1990;

Statutaire namen:

tot 01-01-1996: N.V. DELTA NUTSBEDRIJVEN;

van 01-01-1996 tot 26-07-2001: N.V. Delta Nutsbedrijven;

van 26-07-2001 tot 04-07-2002: N.V. DELTA Nutsbedrijven.

• Een aanvullend proces-verbaal nummer 100719.1320.1911 AMB d.d. 20 juli 2010, opgenomen als pagina’s 4 tot en met 10 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, inhoudende als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Wij hebben op 10 juni 2010 bij de heer [medewerker KvK], werkzaam als medewerker bedrijfsvoorlichting bij de Kamer van Koophandel en fabrieken in Zeeland te Middelburg navraag gedaan of er juridische gevolgen zijn met betrekking tot de vele naamswijzigingen die bij het bedrijf DELTA N.V. hebben plaatsgevonden. Hij deelde ons mede dat het hem was opgevallen dat er veel naamswijzigingen hadden plaatsgevonden, maar dat het dossiernummer 22031457 steeds hetzelfde is gebleven.

Aan N.V. Delta Nutsbedrijven is door het bevoegd gezag, de provincie Zeeland, een Wet Milieubeheervergunning voor het trafo- annex schakelstation aan de Herbert H. Dowweg 9 te Hoek, gemeente Terneuzen, verleend. DELTA N.V. is de rechtsopvolger van N.V. Delta Nutsbedrijven en daarmee op dit moment de vergunninghouder. In het archief van de provincie (de dossiers en het postsysteem) is geen melding aanwezig dat de vergunning zal gaan gelden voor een ander dan de vergunninghouder.

met name ten aanzien van de inrichting

• Geschriften, bevattende kadasterinformatie over de rechtstoestand van kadastrale objecten, opgenomen in het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, inhoudende zakelijk weergegeven:

(pagina 119)

Een “overzicht onroerende zaken overgegaan-in”, inhoudende dat het kadastraal object Terneuzen A 599 is overgegaan in:

Terneuzen A 700, Herbert H. Dowweg, Hoek, gerechtigde: ELSTA B.V.;

Terneuzen A 701, Herbert H. Dowweg, Hoek, gerechtigde: DELTA NV.

(pagina 126)

Een “kadastraal bericht persoon” betreffende Elsta B.V., d.d. 4 december 2009, inhoudende dat ELSTA B.V., gerechtigde in erfpacht is van het kadastraal object Terneuzen A 700, op de locatie Herbert H. Dowweg te Hoek, ontstaan op 11 december 2002 uit Terneuzen A 599 gedeeltelijk, verkregen ten behoeve van de commanditaire vennootschap ELSTA B.V. & CO C.V., postadres Poelendaelesingel 10, 4335 JA Middelburg.

(pagina 122)

Een “kadastraal bericht object A 701” d.d. 4 december 2009, toestandsdatum 3 december 2009, inhoudende dat het kadastraal object met aanduiding Terneuzen A 701 op de locatie Herbert H. Dowweg te Hoek is ontstaan op 11 december 2002 uit Terneuzen A 599 gedeeltelijk, met als gerechtigde (eigendom): DELTA NV, Poelendaelesingel 10, 4335 JA Middelburg.

• Een proces-verbaal van bevindingen nummer 101001.0915.1911 AMB d.d. 5 oktober 2010 juli 2010, opgenomen als bijlage 1 bij het aanvullend proces-verbaal nummer 100927.1310.1911 AMB d.d. 5 oktober 2010, inhoudende als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 28 september 2010 brachten wij een bezoek aan de inrichting van Delta NV aan de Herbert H. Dowweg 9 te Hoek, kadastraal bekend onder sectie A nummer 701.

Wij zagen dat er op het toegangshek bij de hoofdingang van de inrichting een blauw bord was aangebracht met daarop in witte letters de tekst “Verboden toegang 461 wvsr” en een geel bord met daarop in zwarte letters de tekst “Levensgevaarlijk hoge spanning”. Wij zagen dat het toegangshek door middel van een hangslot was afgesloten. Ook de ernaast gesitueerde loopdeur was slotvast afgesloten. De ons bekende [werknemer 2 Delta] van Deltra Infra BV kwam ter plaatse. In zijn aanwezigheid hebben we een rondgang over het terrein van de inrichting gemaakt. Wij zagen dat de gehele inrichting door middel van een HERAS hekwerk fysiek was afgescheiden van de ernaast gelegen bedrijfsterreinen van ELSTA en Air Liquide. Wij zagen dat er drie grote toegangshekken waren en twee loopdeuren. Een van de loopdeuren is gesitueerd aan de oostzijde van de inrichting tussen het terrein van DELTA en ELSTA en één aan de noordzijde tussen het terrein van DELTA en Air Liquide. [werknemer 2 Delta] vertelde dat de hangsloten bij alle toegangshekken en het gebouw waarin zich het 50 kV schakelstation bevindt met één en dezelfde speciale sleutel kunnen worden geopend dan wel afgesloten. Een uitzondering hierop is de loopdeur waardoor personeel van ELSTA met hun eigen sleutel vanaf hun terrein naar het 50 kV schakelstation kan lopen. Ze hebben verder alleen een sleutel van de rode buitendeur met het opschrift “ELSTA RUIMTE” die toegang verschaft tot de ruimte waarin zich een computer van ELSTA bevindt. Van de grote toegangshekken rondom het 50 kV schakelstation en de overige toegangsdeuren van het 50 kV schakelstation (de hoofdingang, de onderhoudsruimte en de schakelruimte TZE2, SF6 gevulde installatie) heeft het personeel van ELSTA geen sleutel.

[werknemer 2 Delta] liet ons desgevraagd de schakelruimte TZE2, SF6 gevulde installatie zien waar op 2 juli 2008 een ongewoon voorval is ontstaan. Deze ruimte is enkel te bereiken via de hoofdingang van het gebouw waarin het 50 kV schakelstation zich bevindt.

De heer [werknemer 2 Delta] opende op ons verzoek de binnendeur die vanuit de gang van het hoofdgebouw toegang biedt tot de “ELSTA RUIMTE’. Wij zagen dat er aan de binnenzijde van de deur, dus de zijde van de ELSTA RUIMTE, geen slot zit. De ruimte kan alleen aan de buitenzijde, dus via de gang in het hoofdgebouw van het 50 kV schakelstation door personeel van DELTA NV met de speciale sleutel worden geopend en afgesloten. Als deze deur slotvast is afgesloten is het voor personeel van ELSTA niet mogelijk om via de ELSTA RUIMTE in het hoofdgebouw te komen en de schakelruimte TZE2 SF6 gevulde installatie te betreden.

met name ten aanzien van de zeggenschap over de inrichting

• Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 april 2010, opgenomen als pagina’s 88 tot en met 90 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, zoals voor wat betreft de schrijfwijze van namen in de gerelateerde verklaring verbeterd in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juli 2010, opgenomen als pagina’s 82 tot en met 84 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, inhoudende als verklaring van [medewerker 2 Elsta], zakelijk weergegeven:

Ik ben sinds 1 november 2007 werkzaam als Facilitymanager bij ELSTA BV & CO, CV gevestigd aan de H.H. Dowweg 5 te Hoek, gemeente Terneuzen.

ELSTA heeft een contract met DOW Benelux BV voor de levering van stoom en stroom.

Ten tijde van het ongewoon voorval in juli 2008 was het 50 kV schakelstation eigendom van ELSTA BV & CO, CV.

Het onderhoud aan het 50 kV schakelstation is in handen van DELTA Netwerkbedrijf BV. De schakelhandelingen voor het station worden gedaan door DELTA Netwerkbedrijf BV en het onderhoud gebeurt door DELTA Infra BV. Jaarlijks moet DELTA Infra BV ten behoeve van het onderhoud budget aanvragen bij ELSTA BV & CO, CV. Zij dienen de rekeningen van het onderhoud bij ons in en wij betalen die dan. Hiervoor is een contract afgesloten tussen ELSTA BV & CO, CV en NV Delta Nutsbedrijven. Praktisch is het zo dat ELSTA BV & CO, CV geen sleutel heeft van het 50 kV gedeelte binnen de inrichting van DELTA Netwerken BV. Als we het 50 kV schakelstation willen bezoeken moeten we hiervoor een afspraak maken met DELTA Infra BV. Omdat we het onderhoud afstemmen met DELTA Infra BV nemen we meestal met een van die mensen contact op.

U vraagt mij wie drijver is van de inrichting aan de H.H. Dowweg 9 te Hoek. Naar mijn mening behoort de eigenaar van het 50 kV schakelstation ook de vergunninghouder te zijn. Tussen ELSTA BV & CO, CV en de provincie Zeeland is hier eind 2006 overleg over geweest. Wij waren van mening dat het 50 kV schakelstation, dat ons eigendom is, in onze milieuvergunning opgenomen moest zijn.

Naar mijn mening had de vergunninghouder het ongewoon voorval moeten melden aan de provincie Zeeland. Dat is dus Delta Netwerkbedrijven BV. De nacht dat het SF6 gas was ontsnapt heeft onze maintenance teamleider, de heer [werknemer 1 Elsta], hierover gesproken met [werknemer 2 Delta] van DELTA Netwerkbedrijf BV. Beiden waren die nacht ter plaatse bij het schakelstation. Ook de heer [werknemer Dow Benelux] van Dow Benelux was die nacht ter plaatse in verband met de afschakeling van het station. In die ochtend heeft [werknemer 1 Elsta] de heer [werknemer 1 Delta] van DELTA Infra BV nogmaals telefonisch geattendeerd dat dit gemeld moest worden bij de provincie Zeeland. Ik zal u ten behoeve van het onderzoek een email van 4 juli 2008 overhandigen waaruit blijkt dat er contact is geweest tussen [werknemer 1 Elsta] van ELSTA BV & CO, CV en de heer [werknemer 1 Delta] van DELTA Infra BV.

Omdat wij geen duidelijk antwoord hadden gekregen van de provincie en het voor ons onzeker was of DELTA Infra BV dit incident zou gaan melden bij de provincie Zeeland hebben wij, ondanks het gegeven dat het kV 50 schakelstation niet in onze milieuvergunning staat vermeld, deze emissie opgenomen in ons jaarverslag. Wij, als ELSTA BV & CO, CV gebruiken geen SF6 gas. Wij weten dat het SF6 gas voorkomt in het 50 kV schakelstation waarvoor een milieuvergunning is verleend aan NV Delta Nutsbedrijven.

• Een geschrift, opgenomen als pagina’s 156 tot en met 162 van het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, te weten een aantal bladzijden van de “operation and maintenance services agreement” d.d. 19 september 1998, welke overeenkomst is gesloten tussen N.V. DELTA NUTSBEDRIJVEN als “operator” en Elsta B.V. & Co, C.V. als “owner”.

Deze overeenkomst is blijkens de “recitations” onder “D” gesloten ten behoeve van de bediening en het onderhoud van het 50 kV schakelstation Terneuzen Elsta met drie 150/50 kV transformatoren en kabelaansluitingen door N.V. DELTA NUTSBEDRIJVEN voor rekening van Elsta B.V. & Co, C.V.

• Geschriften, bevattende kadasterinformatie over de organisatiestructuur van DELTA N.V. en de onder die onderneming ressorterende rechtspersonen op 2 juli 2008, opgenomen in het dossiernr. PL1900/08-905266, d.d. 20 juli 2010, inhoudende zakelijk weergegeven:

(pagina 72)

Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, betreffende de rechtspersoon DELTA Infra B.V., adres: Poelendaelesingel 10, 4330 KA Middelburg, dossiernummer 22052034.

Dit geschrift vermeldt onder meer:

- als datum van vestiging van de onderneming: 03-02-2003;

- als bedrijfsomschrijving, onder meer: het ontwikkelen en aanleggen en onderhouden van netwerken en bijbehorende infrastructuren met betrekking tot het transport van elektriciteit (..) inclusief het verrichten van aansluitwerkzaamheden;

- als enig aandeelhouder: DELTA N.V., dossiernummer 22031457, sedert 03-02-2003.

(pagina 55)

Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, betreffende de rechtspersoon DELTA Netwerkbedrijf B.V., adres: Poelendaelesingel 10, 4330 KA Middelburg, dossiernummer 22042932.

Dit geschrift vermeldt onder meer:

- als datum van vestiging van de onderneming: 22-10-1998;

- als bedrijfsomschrijving (onder meer): het beheren van netten voor de distributie en het transport van elektriciteit;

- als enig aandeelhouder sedert 26-04-2010: Zeeuwse Netwerkholding N.V. adres: Poelendaelesingel 10, 4330 KA Middelburg, dossiernummer.20163448.

(pagina 76-79)

Een overzicht van de concernstructuur van DELTA N.V. (uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel) per 2 juli 2008:

DELTA N.V. KvK-nummer 22031457

+ enig aandeelhouder van DELTA Netwerkbedrijf B.V. KvK-nummer 22032932

+ enig aandeelhouder van DELTA Infra B.V. KvK-nummer 22052034

(pagina’s 35-38, 299, 309)

De rechtbank stelt vast dat de rechtspersoon DELTA Netwerkbedrijf B.V (DNWB) als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet onafhankelijk netbeheer is afgesplitst naar de daartoe op te richten rechtspersoon Zeeuwse Netwerkholding N.V. (ZNH) en dat DNWB daarmee 100% dochter is geworden van de nieuwe holding ZNH.

(zie het zogeheten “splitsingsplan DELTA N.V.” d.d. 12 maart 2009, vooral de inleiding, p. 299, en de juridische structuur van de gesplitste netwerkgroep, p. 309)

De concernstructuur van DELTA N.V. is blijkens het handelsregister van de Kamers van Koophandel sindsdien (pagina’s 35-38):

DELTA N.V. KvK-nummer 22031457

+ enig aandeelhouder van Zeeuwse Netwerkholding N.V. KvK-nummer 20163448.

+ enig aandeelhouder van DELTA Netwerkbedrijf B.V.(2) KvK-nummer 22032932

+ enig aandeelhouder van DELTA Netwerkbedrijf B.V. (1) KvK-nummer 22032932

+ enig aandeelhouder van DELTA Infra B.V. KvK-nummer 22052034

• Een geschrift Handelsregisterhistorie (los stuk in dossier) met de oude statutaire namen van 20 22031457 DELTA N.V.

Oude statutaire namen zoals vastgelegd sinds 01-10-1993

Statutaire naam N.V. DELTA NUTSBEDRIJVEN

Datum ingang *** onbekend ***

Datum einde 01-01-1996

• Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 november 2008, opgenomen als bijlage 2.6 van het dossiernr. PL1900/08-905266 d.d. 11 december 2008, inhoudende als verklaring van [medewerker 3 Delta], zakelijk weergegeven:

We zijn in mei 1994 verhuisd naar het regionaal centrum in Middelburg. Mijn functie werd bedrijfsvoerder netten bij Delta Netwerkbedrijf BV. Dat is een BV die onder Delta NV hangt. Ik was op 2 juli 2008 in het regionaal centrum. Het alarm kwam binnen om 19.26 uur. Het betrof het alarm TZE 50 kV station 2 gasdruk te laag. Het ging om het 50 kV station Terneuzen Elsta. Dit is een alarm dat 24 uur per dag kan binnen komen bij het regionaal centrum. Het is mijn taak om de geconsigneerde van de afdeling Infra te waarschuwen. In samenspraak met Dow en ELSTA heb ik samen met mijn collega, op verzoek van [werknemer 2 Delta], op afstand vanuit het regionaal centrum Middelburg alle velden van Tze 2 uit bedrijf genomen. Ik ben niet op de hoogte dat ik een ongewoon voorval als het onderhavige moet melden aan het vergunningverlenend bevoegd gezag. Dat is aan de afdeling Infra. Volgens mij had de melding aan het bevoegd gezag moeten gebeuren door de hoofdwacht [werknemer 2 Delta].

• Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 november 2008, opgenomen als bijlage 2.7 van het dossiernr. PL1900/08-905266 d.d. 11 december 2008, inhoudende als verklaring van [directeur], zakelijk weergegeven:

Ik ben sinds 1 augustus 2008 werkzaam als directeur bij Delta Infra BV. Ik heb geen opmerkingen over de technische kant, maar over de afhandeling van de storing, het melden naar de overheid, gaan we de betreffende standaardprocedure aanscherpen. Het personeel van Delta weet hoe ze in voorkomende gevallen moeten handelen. U vraagt me waarom de melding aan de overheid niet is gedaan. Ik weet dat [werknemer 2 Delta] die dag dienstdoend hoofdwacht was en dat hij zich eerst gefocust heeft op het oplossen van het probleem, dus het zorgen dat de elektriciteitsvoorziening naar Dow intact bleef. Daarna is hij gaan slapen.

De volgende ochtend heeft hij tegen de dienstdoende wachtchef gezegd dat de melding nog richting het bevoegd gezag gedaan moest worden. Daarna is [werknemer 2 Delta] naar het ziekenhuis gegaan en hij heeft daarna niet meer geverifieerd of de melding naar de overheid daadwerkelijk was gedaan. Naar aanleiding van dit ongewoon voorval gaan we formeel vastleggen dat we binnen een kwartier moeten melden aan de overheid en we gaan het telefoonnummer wijzigen.

4.6 De bewezenverklaring

De rechtbank acht, gelet op de redengevende feiten en omstandigheden in voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 2 juli 2008 in de gemeente Terneuzen, als degene die een inrichting, als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet milieubeheer, te weten een schakelstation aan de Herbert H. Dowweg 9 dreef, waarin zich een voorval als bedoeld in artikel 17.1 van voornoemde wet had voorgedaan, te weten het falen van een breekplaat en een emissie van SF6 gas, opzettelijk, dat voorval niet zo spoedig mogelijk aan het bestuursorgaan dat bevoegd was een vergunning krachtens artikel 8.1 van voornoemde wet voor een inrichting te verlenen, heeft gemeld.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte een geldboete van EUR 12.000,00 op te leggen.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De vertegenwoordigers van verdachte hebben ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

Verdachte heeft, op het moment dat het duidelijk was dat er sprake was van een ongewoon voorval (een emissie van SF6 gas) waardoor nadelige gevolgen voor het milieu waren ontstaan, nagelaten de provincie Zeeland hiervan onmiddellijk in kennis te stellen. Hierdoor is het bevoegd gezag de mogelijkheid ontnomen om adequaat toezicht uit te oefenen en zo nodig maatregelen te treffen om verdere onnodige schade aan het milieu te voorkomen. Van de verdachte rechtspersoon, een multi-utilityprovider die onder meer actief is op het gebied van aanleg, beheer en onderhoud van het elektriciteitsnetwerk, mag verwacht worden dat zij haar daaraan verbonden verplichtingen ingevolge de Wet milieubeheer nakomt. Nu de meldingsplicht inzake een ongewoon voorval binnen haar onderneming niet goed was vastgelegd en/of het personeel ter zake onvoldoende was geïnstrueerd kon het gebeuren dat het ongewoon voorval pas zes dagen later bij het bevoegd gezag is gemeld. Op een dergelijk feit dient te worden gereageerd met het opleggen van een substantiële geldboete.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen geldboete neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte blijkens het op haar naam gestelde uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 13 december 2010 niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank zal een lagere geldboete opleggen dan door de officier van justitie gevorderd, waarbij zij meeweegt dat tussen het plegen van het feit en de berechting een periode ruim tweeëneenhalf jaar is verstreken.

Alles afwegend acht zij na te melden deels voorwaardelijke geldboete passend en geboden.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 17.2 van de Wet milieubeheer, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 14a, 14b, 14c en 51 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.6 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 17.2 van de Wet

milieubeheer, begaan door een rechtspersoon;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van EUR 10.000,00, waarvan

EUR 5.000,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze geldboete niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Unnik, voorzitter, mr. De Jager en mr. Vos, rechters, in tegenwoordigheid van Francke, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 31 maart 2011.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.