Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BP5710

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
12/715410-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval in woning. Straftoemeting. Illegale status verdachte. Richtlijn Openbaar Ministerie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/715410-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer van 24 februari 2011

in de strafzaak tegen de ter terechtzitting verschenen

[verdachte]

geboren op [1974] te onbekend

niet ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens

gedetineerd in penitentiaire inrichting Zuid West, de Dordtse Poorten te Dordrecht, Kerkeplaat 25.

Als raadsman van verdachte is ter zitting aanwezig mr. Smit, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 februari 2011, waarbij de officier van justitie mr. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting van 10 februari 2011 op vordering van de officier van justitie gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging luidt als volgt:

1.

hij op of omstreeks 27 augustus 2010, te Brouwershaven, gemeente

Schouwen-Duiveland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op een of meer tijdstip(pen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanuit een of

meerdere (boven)woning(en), behorende bij een Chinees restaurant, gelegen aan de

Markt aldaar heeft weggenomen een of meer (grote) hoeveelhe(i)den geld (w.o

(ongeveer) 4600 Malysian Ringit en/of (ongeveer) 5000 Singapore dollars

en/of (ongeveer) 6000 Euro) en/of een horloge en/of oud muntgeld en/of twee ringen en/of een groen sieraad, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf (telkens) heeft/hebben verschaft en/of dat/die dat geld en/of horloge en/of die ringen en/of dat groene sieraad onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, te weten door het betreden van het Chinese restaurant via een (openstaand) uitzetraam/bovenlicht (aan de achterzijde) van dat Chinese restaurant (op de begane grond) en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of meerdere van hun personeelsleden, gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, dat Chinees restaurant (zoals hierboven beschreven) en/of (vervolgens) die (boven)woning(en), behorende bij dat Chinese restaurant is/zijn

binnengedrongen en/of (daartoe) de (beneden)deur van dat restaurant – die toegang geeft tot die (boven)woning(en) – (hard) heeft/hebben opengeduwd en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangeduwd) en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of een

of meerdere pistolen, althans (een) vuurwapen(s) of (een) op een vuurwapen

gelijkende voorwerp(en) aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of

een of meerdere stroomstootwapen(s) heeft/hebben getoond en/of daarbij

heeft/hebben geroepen (in een Chinese taal): "We willen geld zien" en/of "Je moet je geld

tevoorschijn halen, anders sla ik je in elkaar" en/of de polsen van die [slachtoffer 1]

en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgemaakt (met strips) en/of die [slachtoffer 2] een of

meerdere stroomsto(o)t(en) heeft/hebben toegediend en/of die personeelsleden

heeft/hebben geboeid en/of (vervolgens) een tafellaken en/of een dekbed over

de hoofden van die personeelsleden heeft/hebben gelegd;

en/of

hij op of omstreeks 27 augustus 2010, te Brouwershaven, gemeente

Schouwen-Duiveland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op een of meer tijdstip(pen), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen in een of meerdere (boven)woning(en), behorende bij een Chinees restaurant, gelegen aan de Markt aldaar

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben

gedwongen tot de afgifte van een of meerdere (grote) hoeveelhe(i)d(en) geld

(w.o (ongeveer) 4600 Malysian Ringit en/of (ongeveer) 5000 Singapore

dollars en/of (ongeveer) 6000 Euro) en/of oud muntgeld en/of een horloge en/of twee ringen en/of een groen sieraad, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf (telkens) heeft/hebben verschaft en/of dat geld en/of dat horloge en/of die ringen en/of dat groene sieraad onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het betreden van het Chinese restaurant via een (openstaand) uitzetraam/bovenlicht (aan de achterzijde) van dat Chinese restaurant (op de begane grond) en/of welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, dat Chinees restaurant (zoals hierboven beschreven) en/of (vervolgens) de (boven)woning(en), behorende bij dat Chinese restaurant van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], (aan de Markt aldaar), is/zijn

binnengedrongen en/of (daartoe) de (beneden)deur van dat restaurant – die toegang geeft tot die (boven) woning(en) – (hard) heeft/hebben opengeduwd en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangeduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of een

of meerdere pistolen, althans (een) vuurwapen(s) of (een) op een vuurwapen

gelijkende voorwerp(en) aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of

een of meerdere stroomstootwapen(s) heeft/hebben getoond en/of daarbij

heeft/hebben geroepen (in een Chinese taal): "We willen geld zien" en/of "Je moet je geld

tevoorschijn halen, anders sla ik je in elkaar" en/of de polsen van die [slachtoffer 1]

en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgemaakt (met strips) en/of die [slachtoffer 2] een of

meerdere stroomsto(o)t(en) heeft/hebben toegediend en/of die personeelsleden

heeft/hebben geboeid en/of (vervolgens) een tafellaken en/of een dekbed over

de hoofden van die personeelsleden heeft/hebben gelegd;

art 317 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 augustus 2010 te Brouwershaven, in de gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

met dat opzet die hiervoor genoemde perso(o)n(en) (met een stuk plastic) aan

de handen en/of polsen geboeid en/of (vervolgens) een deken/laken/kleed over

het hoofd, in elk geval over het lichaam gegooid, althans gelegd;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 27 augustus 2010, te Brouwershaven, in de gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen (een) wapen(s) van:

- categorie I onder 7, te weten: een luchtdrukpistool, althans een voorwerp dat

voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis

vertoonde met een ander (vuur)wapen, en/of

- categorie II (onder 5), te weten: een of meerdere voorwerp(en) waarmee door

een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn

kan worden toegebracht, en/of

- categorie I (onder 3), te weten: een boksbeugel

voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Daarbij heeft hij zich gebaseerd op de verklaringen van verdachte en van de slachtoffers. Verdachte heeft diefstal en vrijheidsbeneming bekend, het gebruik van geweld en wapens heeft hij ontkend. Uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt echter dat bij de overval geweld is gebruikt.

Ook als de verdachte voorafgaand aan de overval niet op de hoogte is geweest van de aanwezigheid van alle wapens, dan heeft verdachte die wapens tijdens de overval kunnen zien en heeft hij zich niet gedistantieerd van het gebruik ervan. Waardoor hij reeds om die reden medepleger is van het voorhanden hebben van de bij de overval gebruikte wapens.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zulks uitgezonderd het bij de overval gebruikte geweld. Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van het gebruikte geweld. Ook heeft verdachte niet gemerkt dat bij de overval wapens zijn gebruikt. Hij is slechts een uitvoerder van instructies geweest.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde gerefereerd.

De verdediging heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het onder 3 tenlastegelegde.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 27 augustus 2010 zat [slachtoffer 2] in haar woning aan [adres slachtoffers 1 en 2]. Om 02:45 hoorde zij haar honden blaffen, waarna zij haar man, [slachtoffer 1], wakker heeft gemaakt. De slaapkamer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gelegen op de eerste verdieping, boven het aan hun toebehorende Chinese restaurant, gelegen aan de Markt te Brouwershaven. [slachtoffer 1] is naar beneden gegaan, onderaan de trap heeft hij de deur die toegang geeft tot het Chinese restaurant opengemaakt. Op het moment dat [slachtoffer 1] dit deed, werd de deur naar binnen opengeduwd. Door de deur zijn vier mannen naar binnengekomen. Daarbij sloegen ze [slachtoffer 1] op zijn gezicht. Deze mannen droegen bivakmutsen en dezelfde zwarte kleding.

Nadat de mannen binnen waren gekomen, zijn twee mannen de trap opgelopen en twee mannen zijn bij [slachtoffer 1] in de hal blijven staan. Eén van de mannen in de hal had een pistool vast. De andere man had een stroomstootwapen vast, deze man had naast het stoomstootwapen ook een boksbeugel. De man met het pistool heeft de polsen van [slachtoffer 1] met zwarte tie-raps vastgebonden. Hierna moest [slachtoffer 1] meelopen naar de eerste verdieping en op de overloop gaan zitten. Nadat [slachtoffer 2] en de personeelsleden van het restaurant geboeid waren, is [slachtoffer 1] door twee van de mannen meegenomen naar de slaapkamer waar hij ook de boekhouding doet. In de slaapkamer hebben de mannen de tie-raps van [slachtoffer 1] doorgeknipt, zodat hij kon laten zien waar geld was opgeborgen. Daarbij hebben de mannen in het Kantonees tegen hem gezegd:

“We willen geld zien” en

“Je moet je geld tevoorschijn halen, anders sla ik je in elkaar”.

De mannen hebben de heuptas van [slachtoffer 2] gepakt. In de tas zaten ongeveer 4.600,- Malysian Ringit en 5.000,- Singapore dollars. In de slaapkamer staat een ijzeren kast. Uit een lade van de kast hebben de mannen ongeveer 3.000,- tot 4.000,- euro gepakt. Uit een andere lade is 1000,- euro gepakt. Daarnaast hebben de mannen de kluis opengemaakt, waaruit zij ongeveer 1.500,- euro en een goudkleurig horloge hebben gepakt. Ook hebben de mannen oude munten gepakt die [slachtoffer 1] van zijn vader heeft geërfd.

[slachtoffer 2] heeft op de eerste verdieping bovenaan de trap gestaan, toen [slachtoffer 1] de deur onderaan de trap open heeft gedaan. [slachtoffer 2] heeft de mannen binnen zien komen, waarna zij naar haar slaapkamer is gerend om zich daar op te sluiten. Voordat zij de deur dicht heeft kunnen doen, is een pistool tussen de deur gestoken en zijn twee mannen de kamer binnengekomen. Daarop begon zij te schreeuwen, waarna de mannen haar schokken met het stroomstootwapen toe hebben gebracht. De mannen hebben haar polsen met tie-raps vastgemaakt, waarna [slachtoffer 2] op de overloop moest gaan zitten. Op de overloop is een tafellaken over het hoofd van [slachtoffer 2] gelegd. Zij is blijven schreeuwen en heeft door de overvallers nog meer schokken met het stroomstootwapen toegediend gekregen.

Op de tweede verdieping van het pand waren personeelsleden van het restaurant: [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] elk op hun eigen kamer aan het slapen.

Kort daarna kwamen twee overvallers naar de tweede verdieping. De mannen op de overloop hebben geroepen dat iedereen uit zijn kamer moest komen en dat zij alleen voor geld kwamen. Nadat [slachtoffer 3] uit zijn kamer was gekomen, moest hij naar de eerste verdieping gaan. Op de overloop werden zijn polsen vastgemaakt met tie-raps en werd een doek over hem heen gelegd. Dit gebeurde vervolgens ook bij [slachtoffers 4, 5 en 6] .

[slachtoffer 7] is ook wakker geworden en heeft de deur van zijn kamer opengemaakt. Hij heeft één van zijn collega’s horen roepen dat iemand met een pistool de trap opkwam.[slachtoffer 7] heeft zich daarna opgesloten op zijn kamer. Hij heeft de zoon van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gebeld. Waarna de zoon, [zoon slachtoffer 1], de politie heeft gebeld.

Bij aankomst van de politie hebben de vier mannen de woning verlaten via het raam in de badkamer. Via dat raam kom je uit op een plat dak.

Bij het sporenonderzoek is op dat dak een op een vuurwapengelijkend voorwerp aangetroffen. Dit voorwerp bleek een gasdrukpistool te zijn. Het gasdrukpistool vertoonde een sprekende gelijkenis met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Walter, type P88 en is daarom een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie. Ook is op het platte dak een zwarte tas aangetroffen, met daarin onder meer een boksbeugel. Een boksbeugel is een wapen van categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie. Daarnaast is op het dak een rugzak aangetroffen met daarin een stroomstootwapen. Een stroomstootwapen is een wapen van categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie. In een brandgang nabij het Chinese restaurant is een tweede stroomstootwapen aangetroffen.

Gelet op de verklaringen van aangevers en de locatie van de aangetroffen wapens is bewezen dat voornoemde wapens bij de tenlastegelegde feiten gebruikt zijn.

In de bij het sporenonderzoek op het platte dak aangetroffen zwarte tas zijn, naast de boksbeugel, muntstukken en eurobiljetten aangetroffen. In de achtertuin van de woning [adres 2] is een zwarte tas aangetroffen met daarin:

- een paspoort en rijbewijs op naam van medeverdachte [medeverdachte];

- geldbiljetten bestaande uit:

? in totaal 4600,- Malysian Ringit;

? in totaal 5500,- Singapore dollars en

? in totaal 5675,- euro;

- twee ringen;

- een goudkleurig horloge.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat voornoemde ringen en het horloge aan [slachtoffer 1] toebehoren.

Medeverdachte[medeverdachte] had bij zijn aanhouding een ketting met een groene hanger om. [slachtoffer 2] heeft deze ketting herkend als haar eigendom. Een deel van de oude munten hebben de mannen niet meegenomen waarschijnlijk omdat deze te zwaar waren.

Gelet op de verklaringen van aangevers en het sporenonderzoek is bewezen dat bij de overval geldbiljetten, twee ringen, een goudkleurig horloge, oude munten en een groen sieraad zijn weggenomen, doordat deze aan de feitelijke heerschappij van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn onttrokken.

Verdachte is op 27 augustus 2010 om 06:30 in een dakgoot nabij het Chinese restaurant aangehouden. Hij heeft verklaard dat hij met drie anderen naar het restaurant was gekomen met de bedoeling om spullen te stelen en dat van te voren overleg is gepleegd. Hij had voor de diefstal zwarte kleding en een tasje met daarin tie-raps gekregen. Verdachte is het restaurant binnen gekomen door de achterdeur. Eerst waren twee mannen door het raam boven de achterdeur geklommen, waarna zij de deur open hebben gedaan, waardoor hij naar binnen kon. Verdachte heeft verklaard dat hij niet vooraf heeft geweten en tijdens de overval niet heeft gemerkt dat de anderen wapens bij zich hadden en geweld hebben gebruikt. Wel heeft hij gezien dat over de bewoners van de woning een doek is gelegd.

Gelet op de verklaring van verdachte en het feit dat hij kort nadat de overval heeft plaatsgevonden in een dakgoot nabij het Chinese restaurant is aangetroffen, acht de rechtbank bewezen dat hij één van de vier mannen was die het Chinese restaurant overvallen hebben. Voor zover verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft gemerkt dat bij de overval wapens en geweld zijn gebruikt, acht de rechtbank de verklaring niet geloofwaardig. De rechtbank stelt op basis van de foto’s in het dossier vast dat de overloop op de eerste verdieping vrij klein is. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat verdachte de wapens heeft gezien. Hij heeft immers ook gezien dat een doek over de slachtoffers, onder wie [slachtoffer 2], is gelegd. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] volgt dat naast haar een man met een stroomstootwapen heeft gestaan.

Bij zijn aanhouding droeg verdachte een vest dat qua merk en kleur hetzelfde was als de vesten van medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte2]. De schoenen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waren qua kleur, merk en profiel gelijk.

Uit het hiervoor weergegeven bewijs volgt dat verdachte en de medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte 2] tezamen een overval hebben gepleegd, die werd vergezeld van het tenlastegelegde geweld. Uit het feit dat verdachten tijdens de overval dezelfde kleding hebben gedragen, leidt de rechtbank af dat verdachten gezamenlijk de overval hebben gepland en uitgevoerd. Dit volgt ook uit de door verdachte bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring.

Gelet op het voorgaande en de genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte een zekere mate van bewustheid heeft bestaan ten opzichte van het aanwezig hebben van de bij de overval gebruikte wapens. Gelet op het feit dat de overval is voorbereid en de wijze waarop de verdachte en de medeverdachten ten tijde van de overval hebben geopereerd, heeft de verdachte, ook als hij zelf geen wapen heeft gebruikt, wel de beschikkingsmacht over de wapens gehad.

Nu verdachte het geweld en het gebruik van wapens ontkent, is het niet mogelijk om zijn exacte rol in het geheel vast te stellen. De rechtbank houdt daarom verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte] in gelijke mate verantwoordelijk voor het geweld dat bij de overval is gebruikt. Het is immers voor het aannemen van medeplegen, dat een nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders veronderstelt, niet nodig dat alle medeplegers de betreffende uitvoeringshandelingen mede verrichten.

De rechtbank acht daarbij van belang dat geen van de verdachten zich voor of tijdens de gebeurtenissen van de overval heeft gedistantieerd, hoewel zij daarvoor voldoende gelegenheid hebben gehad. De rechtbank kwalificeert de gepleegde geweldshandelingen als grof geweld.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 27 augustus 2010, te Brouwershaven, gemeente

Schouwen-Duiveland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op een of meer tijdstip(pen) tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanuit een bovenwoning, behorende bij een Chinees restaurant, gelegen aan de Markt aldaar heeft weggenomen grote hoeveelheden geld (w.o

4600 Malysian Ringit en 5500 Singapore dollars. En ongeveer 6000 Euro en een horloge en oud muntgeld en twee ringen en een groen sieraad, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf hebben verschaft en dat geld en horloge en die ringen en dat groene sieraad onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming, te weten door het betreden van het Chinese restaurant via een uitzetraam aan de achterzijde van dat Chinese restaurant op de begane grond en welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of meerdere van hun personeelsleden, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen, dat Chinese restaurant zoals hierboven beschreven en vervolgens die bovenwoning behorende bij dat Chinese restaurant zijn binnengedrongen en daartoe de benedendeur van dat restaurant – die toegang geeft tot die bovenwoning– hebben opengeduwd die [slachtoffer 1] in het gezicht hebben geslagen en een op een vuurwapen gelijkende voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben getoond en meerdere stroomstootwapens hebben getoond en daarbij hebben geroepen in een Chinese taal: "We willen geld zien" en "Je moet je geld tevoorschijn halen, anders sla ik je in elkaar" en de polsen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] hebben vastgemaakt met tie-raps en die [slachtoffer 2] meerdere stroomstoten hebben toegediend en die personeelsleden hebben geboeid en vervolgens een tafellaken over de hoofden van die personeelsleden hebben gelegd;

en

op 27 augustus 2010, te Brouwershaven, gemeente

Schouwen-Duiveland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op tijdstippen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen in een bovenwoning behorende bij een Chinees restaurant, gelegen aan de Markt aldaar door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben gedwongen tot de afgifte van meerdere grote hoeveelheden geld (w.o 4600 Malysian Ringit en 5500 Singapore dollars en ongeveer 6000 Euro) en oud muntgeld en een horloge en twee ringen en een groen sieraad, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], waarbij de verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en dat geld en dat horloge en die ringen en dat groene sieraad onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming, te weten door het betreden van het Chinese restaurant via een uitzetraam aan de achterzijde van dat Chinese restaurant op de begane grond en welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededader tezamen en in vereniging

dat Chinese restaurant zoals hierboven beschreven en vervolgens de bovenwoning behorende bij dat Chinese restaurant van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], aan de Markt aldaar zijn

binnengedrongen en daartoe de benedendeur van dat restaurant – die toegang geeft tot die bovenwoning – hebben opengeduwd die [slachtoffer 1] in het gezicht hebben geslagen en op een vuurwapen gelijkende voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben getoond en meerdere stroomstootwapens hebben getoond en daarbij hebben geroepen in een Chinese taal: "We willen geld zien" en "Je moet je geld tevoorschijn halen, anders sla ik je in elkaar" en de polsen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] hebben vastgemaakt met tie-raps en die [slachtoffer 2] meerdere stroomstoten hebben toegediend en die personeelsleden hebben geboeid en vervolgens een tafellaken over de hoofden van die personeelsleden hebben gelegd;

2.

op 27 augustus 2010 te Brouwershaven, in de gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 3] en[slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

immers hebben hij verdachte en zijn mededader

met dat opzet die hiervoor genoemde personen met een stuk plastic aan

de handen en/of polsen geboeid en vervolgens een tafellaken over

het hoofd, gelegd;

3.

Op 27 augustus 2010, te Brouwershaven, in de gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met anderen, wapens van:

- categorie I onder 7,te weten: een gasdrukpistool, en

- categorie II onder 5 te weten: meerdere voorwerpen waarmee door

een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn

kan worden toegebracht, en

- categorie I (onder 3), te weten: een boksbeugel

voorhanden hebben gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen acht een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar gevorderd met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op een richtlijn van het openbaar ministerie voor strafvordering overvallen op woningen en bedrijven. Hij heeft daarbij in aanmerking genomen dat de overval ’s nachts in een woning is gepleegd door meerdere personen, daarbij gedreigd is met een vuurwapen en de slachtoffers zijn vastgebonden. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om bij een afwijking van de strafeis dit uitdrukkelijk te motiveren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om in strafverminderende zin rekening te houden met de ondergeschikte rol van verdachte bij de overval, zijn illegale status van verdachte en zijn blanco strafblad. Daarnaast heeft de verdediging rekening verzocht in strafverminderende zin rekening te houden met de positieve proceshouding van verdachte. De verdediging heeft ook om strafvermindering verzocht, omdat verdachte bij zijn eerste verhoor niet is bijgestaan door een advocaat, terwijl hij daar wel om had verzocht. Verder wijst de verdediging erop dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het opleggen van een straf op maatregel houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden en de ernst van de gepleegde feiten, alsmede met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft geen inzicht kunnen krijgen in het exacte aandeel van verdachte bij deze overval. De rechtbank beoordeelt daarom, mede ook gelet op hetgeen bij de bewijsmotivering ten aanzien van het aspect medeplegen is overwogen, de rol van ieder van de betrokken verdachten als in beginsel gelijkelijk strafwaardig.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij uit puur materiële overwegingen heeft gehandeld en volstrekt niet heeft stil gestaan bij de angst die hij, samen met zijn mededaders, teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers van de overval. Dergelijke ernstige feiten, waarbij op gewelddadige wijze inbreuk wordt gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van personen op de plaats waar zij zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen –hun woning-, veroorzaken veel onrust in de maatschappij.

Verdachte heeft door zijn op geld gerichte handelwijze op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen die zijn daden voor de slachtoffers zouden kunnen hebben. Het is bekend dat slachtoffers dergelijke ingrijpende gebeurtenissen als zeer traumatisch ervaren en dat zij nog lange tijd last kunnen hebben van gevoelens van onveiligheid. Daarbij houdt de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening met het hoge aantal slachtoffers. De inbreuk die verdachte en zijn medeverdachten hebben gemaakt op de privacy van de slachtoffers door hen binnen de veilig geachte omgeving van het eigen huis met een ernstige vorm van geweld te overvallen is onaanvaardbaar. Een dergelijk feit rechtvaardigt dan ook oplegging van een gevangenisstraf van een aanzienlijke duur. Daarnaast heeft verdachte zich nog schuldig gemaakt aan het medeplegen van vrijheidsberoving en het voorhanden hebben van wapens.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat uit het uittreksel justitiële documentatie van 27 augustus 2010 blijkt dat hij niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

In het reclasseringsadvies van 19 november 2010 opgesteld door Reclassering Nederland staat dat het de bedoeling van verdachte was om met het gestolen geld terug te keren naar China. Verdachte verblijft al zeven jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning. Om geld te verdienen heeft hij verschillende “zwarte” klusjes verricht.

De rechtbank ziet geen reden om de illegale verblijfstatus van verdachte in strafverminderende zin mee te wegen. Verdachte heeft zelf de keuze gemaakt om zonder verblijfsvergunning naar Nederland te gaan en te blijven en als zodanig levert dat geen strafverminderende omstandigheid op. Een slechte financiële situatie is geen reden om een overval met geweld te plegen.

De raadsman heeft gesteld dat aan verdachte het recht is ontzegd een raadsman te raadplegen ten tijde van het politieverhoor en dat dit in strijd is met de zogeheten ‘Salduz’-jurisprudentie. De rechtbank stelt dit ook vast en constateert dat er op dit punt inderdaad sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv. Het rechtsgevolg van schending van het consultatierecht blijkt niet uit de wet. Het is dus aan de rechtbank om te beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd. De eerste factor is ‘het belang dat het geschonden voorschrift dient’. De tweede factor is ‘de ernst van het verzuim’. Bij de beoordeling daarvan zijn de omstandigheden van belang waaronder het verzuim is begaan. De derde factor is ‘het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt’. Bij de beoordeling daarvan is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.

Het recht op consultatie van een raadsman dient onder meer het belang van een eerlijk proces. Schending van dit verzuim is ernstig, zeker nu het hier gaat om een illegaal in Nederland verblijvende vreemdeling die de Nederlandse taal en cultuur niet eigen is. Hoewel het nadeel voor verdachte niet groot lijkt te zijn, omdat hij ook na consultatie van een raadsman overeenkomstig zijn eerste verklaring is blijven verklaren, kan naar het oordeel vanwege het gewicht van de eerste twee factoren niet worden volstaan met de vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan. Het verzuim kan niet zonder consequentie blijven. De rechtbank zal daarom strafvermindering toepassen.

De rechtbank zal ook strafvermindering toepassen, omdat verdachte in belangrijke mate openheid van zaken over de feitelijke toedracht heeft gegeven.

De officier van justitie heeft zijn eis gebaseerd op de hiervoor genoemde richtlijn van het openbaar ministerie. De rechtbank volgt de officier van justitie hier niet in. De strafmaat is bepaald door vergelijking met soortgelijke zaken. Uit oogpunt van rechtsgelijkheid zal de rechtbank dan ook in substantiële zin ten gunste van de verdachte afwijken van de eis van de officier van justitie.

De rechtbank is, al het voorgaande in overweging genomen, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren en negen maanden passend en geboden is. De rechtbank heeft de strafvermindering bepaald op drie maanden.

7 De benadeelde partijen

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partijen in het strafproces gevoegd.

[slachtoffer 2] heeft een bedrag van € 5.000,- ter zake van immateriële schade gevorderd.

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier heeft gesteld dat de vordering van [slachtoffer 2] kan worden toegewezen, gelet op hetgeen haar is overkomen. De vordering van [slachtoffer 1] is niet-ontvankelijk, omdat hij geen bedrag heeft gevorderd.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gerefereerd. Zij heeft wel verzocht de schadevergoedingsmaatregel achterwege te laten. Gezien de sociaal maatschappelijke positie van verdachte, waaronder in het bijzonder zijn illegale status, valt thans te voorzien dat hij betalingsonmachtig zal zijn.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De verdediging heeft de grondslag en de hoogte van de vordering niet betwist, zodat de vordering kan worden toegewezen. Het toe te wijzen bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, te weten 27 augustus 2010 tot en met de datum der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het belang van het slachtoffer weegt daarbij zwaarder dan het belang van verdachte.

De rechtbank acht de vordering van [slachtoffer 1] niet ontvankelijk, omdat hij geen bedrag heeft gevorderd.

8 Het beslag

De rechtbank acht de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat de feiten mede met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 33, 33a, 36f, 47, 57, 282, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Diefstal vergezeld van geweld tegen personen, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen en de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 2: Het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven

of beroofd houden, meermalen gepleegd;

feit 3: Het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van

de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar en negen maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 5.000,-, ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], € 5000,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 60 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* 2.00 STK Schoen;

* 1.00 STK Kleding;

* 1.00 STK tas; NIKE.

Dit vonnis is gewezen door mr. Nomes, voorzitter, mr. Vos en mr. Jaspers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 februari 2011.

Mr. Jaspers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.