Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BP5091

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
73959 / HA ZA 10-305
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres stelt directeur van haar school persoonlijk aansprakelijk omdat hij haar bij de reintegratie na ziekte niet goed zou hebben begeleid. Persoonlijke aansprakelijkheid afgewezen, zijn handelen was uitsluitend functioneel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/106
AR-Updates.nl 2011-0137
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 73959 / HA ZA 10-305

Vonnis van 26 januari 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Hulst,

eiseres,

advocaat mr. P.H. Pijpelink te Terneuzen,

tegen

[gedaagde],

wonende te Beverwijk,

gedaagde,

advocaat mr. J. Bos te Amsterdam.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 15 december 2010.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Gedaagde is van 2003 tot 1 april 2009 algemeen directeur geweest van de Stichting R.K. en P.C. Onderwijs de Linie te Hulst. Dit is een samenwerkingsverband van vijftien scholen in de omgeving van Hulst met ongeveer 250 personeelsleden. De directie bestond uit drie leden. Gedaagde had de portefeuille Arbozaken-personeel. Voor de begeleiding van eiseres heeft De Linie zich laten bijstaan door de ArboUnie.

Eiseres was aangesteld als lerares en adjunct-directeur van De Linie. Zij werkte vanaf 1974 op één van de scholen van De Linie, de basisschool Sint Jozef te Nieuw Namen. Die school had een eigen directeur. In april 2006 is eiseres ziek geworden, er was borstkanker geconstateerd. Gedaagde was als directeur van de Stichting belast met de begeleiding en re-integratie van eiseres. Voordien hadden zij geen contact met elkaar gehad. Hij werkte op het kantoor in Hulst.

Tijdens de ziekte van gedaagde heeft De Linie een vervangster voor eiseres aangesteld.

Op 9 mei 2007 heeft in het kader van de begeleiding door De Linie, een eerstejaars evaluatie plaatsgevonden. Eiseres was toen nog niet aan het werk. De Arbo-arts, de heer Beket, oordeelde dat er wat hem betreft geen medische belemmeringen waren het werk te hervatten. Eiseres had toen nog wel psychische- en vermoeidheidsproblemen. Hij adviseerde te re-integreren op een andere plek dan de eigen werkplek.

Het bestaan van deze problemen werd bevestigd in de brief van 6 juni 2007 van de psycholoog Mangus aan gedaagde.

Gedaagde heeft eiseres op 20 juni 2007 een mail gezonden waarin gedaagde kort samengevat schrijft dat hij intern over de te volgen koers heeft gesproken, dat hij niet uit is op een arbeidsconflict en dat hij als algemeen directeur belast is met personeelszaken en de Arbo-begeleider is. Hij schrijft: “Het klinkt misschien voor jou vervelend, maar mijn wil is voor jou wet”. Hij verbiedt eiseres zelf stappen te ondernemen en meldt dat de regie bij hem ligt. Hij verbiedt eiseres zelf initiatieven te nemen richting school, leerkrachten, leerlingen en ouders (Rb: door eiseres ‘contactverbod’ genoemd).

Het verslag van de voortgangsrapportage van 6 maart 2008 vermeldt dat volgens de arbeidsdeskundige van de ArboUnie, de heer Peeters, eiseres nog volledig arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. Licht administratief werk zou wel tot de mogelijkheden behoren.

Deze werkzaamheden zouden verricht moeten worden op de school in Graauw.

Op 11 juli 2007 bericht de heer Beket, arts van de ArboUnie, aan eiseres op basis van een gesprek met eiseres van die dag, dat zij niet meer arbeidsongeschikt is op lichamelijke gronden. Wel zijn er belemmerende psychische klachten. Zijn conclusie is dat zij op arbeidstherapeutische basis kan gaan werken.

Op 22 augustus 2007 schrijft de heer Beket aan eiseres dat zij arbeidsongeschikt is en dat er tot nadere datum geen pogingen tot hervatting gedaan worden.

In een rapport van 15 oktober 2007 oordeelt de psychiater over eiseres dat zij nog volledig arbeidsongeschikt is. Tijdens de met gedaagde op 9 januari 2008 gehouden “eindevaluatie” was deze situatie niet veranderd.

De bedrijfsarts Kruit van ArboUnie adviseert in haar brief van 25 februari 2008 - ondanks de arbeidsongeschiktheid - met eiseres afspraken te maken die gericht zijn op werkhervatting. Deze moet gericht zijn op alternatief werk.

De arbeidskundige van het UWV oordeelt in het rapport van 12 maart 2008 dat de re-integratie inspanningen zonder deugdelijke grond onvoldoende zijn geweest en dat er een verplichting tot loondoorbetaling is van 52 weken. Een WIA-uitkering wordt niet verstrekt.

De bedrijfsarts van de ArboUnie adviseert vervolgens in een brief van 26 maart 2008 eiseres weer “gewoon voor de klas” te zetten.

De Linie heeft daarna een schema gemaakt voor de re-integratie bestaande uit licht administratief werk en noemt daarbij als doel re-integratie in het eigen werk na de zomer. Eiseres is met deze werkzaamheden ook begonnen. Zij heeft zich op 5 juni 2008 ziek gemeld.

De bedrijfsarts adviseert in een brief van 13 mei 2008 naast de door eiseres te verrichten hand- en spandiensten ook bij voorkeur lesgevende taken op te dragen.

De arbeidsovereenkomst tussen de stichting en eiseres is door de kantonrechter bij vonnis van 27 februari 2009 ontbonden. De Linie heeft eiseres een ontbindingsvergoeding moeten betalen.

Gedaagde is vanaf de zomer 2008 niet meer betrokken geweest van de re-integratie van eiseres.

Het geschil

Eiseres vordert - samengevat – een verklaring voor recht dat gedaagde jegens eiseres onrechtmatig heeft gehandeld en gedaagde te veroordelen als voorschot op de schadevergoeding EUR 10.000,00 te betalen met veroordeling van gedaagde tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Zij stelt dat gedaagde zichzelf heeft aangesteld als case manager. In die rol had hij eiseres moeten faciliteren om in haar eigen functie als kleuteronderwijzeres terug te kunnen komen. Gedaagde heeft echter die terugkeer tegengewerkt. Zij verwijst onder andere naar het rapport van het UWV.

Ook heeft hij haar een contactverbod opgelegd en heeft hij geweigerd, ondanks herhaald verzoek, dat in te trekken.

Toen eiseres daadwerkelijk ging re-integreren heeft hij haar alleen geestdodend kopieerwerk gegeven en niet laten lesgeven op haar school in Nieuw Namen.

Gedaagde voert verweer. Hij stelt niet zichzelf tot case manager aangewezen te hebben. De begeleiding van zieken naar werk behoorde tot zijn portefeuille. Hij handelde steeds als werknemer van De Linie en niet op persoonlijke titiel. Hij heeft het bestuur van De Linie altijd op de hoogte gehouden evenals de leden van de bovenschoolse directie en schooldirectie.

Gedaagde heeft gewezen op de diverse adviezen die hij van de arbo-arts heeft gekregen. Soms was eiseres arbeidsgeschikt op puur medische gronden maar niet op psychische gronden, soms moest zij re-integreren en soms niet. In februari 2008 achtte de ArboUnie eiseres niet in staat te werken, ook niet op arbeidstherapeutische basis. Alleen het UWV dacht daar anders over en stelde dat te weinig aan de re-integratie gedaan was.

Gedaagde wijst er op dat hij niet betrokken is geweest bij de twee procedures die eisers voor de kantonrechter heeft gevoerd.

De kantonrechter heeft in het vonnis waarbij de ontbinding is uitgesproken al rekening gehouden met de houding van de werkgever van eiseres en in deze procedure is geen ruimte voor een tweede toetsing.

Door de ontbindingsvergoeding vast te stellen op EUR 318.232,80 is eiseres voldoende schadeloosgesteld en kan zij niet daarnaast nog eens schadevergoeding van gedaagde krijgen.

Hij concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

De beoordeling

De stelling van eiseres dat gedaagde zichzelf heeft aangewezen als case manager is onjuist. Het staat vast dat de begeleiding van eiseres tot zijn taak als directeur van de scholen van De Linie behoorde.

Met die stelling heeft eiseres kennelijk beoogd de persoonlijke betrokkenheid van gedaagde bij de re-integratie aan te geven. Van zo’n persoonlijke betrokkenheid die er op gericht zou zijn geweest de re-integratie van eiseres tegen te gaan, is de rechtbank niet gebleken.

De kantonrechter heeft zich in zijn vonnis waarbij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd uitgesproken, wel in een dergelijke richting uitgelaten, maar in dat geschil was gedaagde geen partij. Die uitspraak kan dus niet tegen hem gebruikt worden.

Gedaagde heeft op de comparitie ook verklaard dat hij tegen eiseres niets persoonlijks had. Eiseres heeft ook niet gesteld dat er voor gedaagde een aanleiding of reden was voor zijn persoonlijke betrokkenheid en dat die persoonlijke betrokkenheid erop gericht was haar niet te laten integreren

Gedaagde heeft als directeur een bepaald beleid gevoerd ter begeleiding van eiseres. Bij dat beleid was hij afhankelijk van onder meer de adviezen van de ArboUnie.

Die adviezen zijn, zoals blijkt uit de hierboven onder de feiten aangehaalde rapporten, niet altijd eenduidig geweest. Uit geen van de gedragingen van gedaagde blijkt dat hij bij het gebruik van die adviezen, anders dan in de uitoefening van zijn functie heeft gehandeld. Dat de keuzen van gedaagde mogelijk niet overeenstemden met de wil van eiseres doet hier niets aan af. Dat heeft niet tot gevolg dat gedaagde persoonlijk aansprakelijk wordt.

Eiseres heeft nog gewezen op het contactverbod dat gedaagde haar in de e-mail van 20 juni 2007 heeft opgelegd. Zij heeft daarna diverse malen gevraagd dit verbod op te heffen.

Ten aanzien van dit contactverbod geldt dat gedaagde dit uit hoofde van zijn functie heeft opgelegd. Hij wilde de regie houden van de begeleiding van eiseres. Als directeur mocht hij dit doen. Hieruit blijkt niet van een persoonlijk onrechtmatig handelen van gedaagde jegens eiseres. Toen eiseres veel later in overleg met gedaagde als directeur, daadwerkelijk ging re-integreren, kon zij in redelijk niet meer denken dat zijn verbod nog geldig was. Dat zij dat wel deed, kan de gedaagde niet worden aangerekend.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat gedaagde heeft gehandeld in de uitoefening van zijn functie en dat zijn handelingen binnen dat kader zijn gebleven. Er is dan ook geen grond voor persoonlijke aansprakelijkheid. Beoordeling van de andere verweren laat de rechtbank dan ook achterwege.

Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op:

- vast recht 314,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.218,00

De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op EUR 1.218,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2011.