Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2011:BP3923

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
10-02-2011
Datum publicatie
10-02-2011
Zaaknummer
Awb 11/88
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

wabo, omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en slopen in beschermd stads- en dorpsgezicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2011/108 met annotatie van Van den Broek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 11/88 VV

Uitspraak van de voorzieningenrechter voor bestuursrechtelijke zaken

op het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (voorlopige voorziening)

inzake

[naam 1]

wonende te [plaats],

verzoeker,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg,

verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2010, kenmerk nr. 2010/10924, verzonden 16 november 2010, heeft verweerder aan [naam 2] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit “bouwen” ten behoeve van het vervangen van de voorgevel en het dak van het pand [adres 1] te [plaats]. De openbare bekendmaking heeft plaatsgevonden door publicatie in De Faam van 24 november 2010.

Bij besluit van 15 december 2010, kenmerk nr. 2010/19042, verzonden 15 december 2010, heeft verweerder aan [naam 2] een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van een bouwwerk in beschermd stadsgezicht ten behoeve van het slopen van de gevels van het pand, een gedeelte van de kap, dakpannen en dakbeschot op het perceel [adres 1] te [plaats]. Publicatie van deze vergunning heeft plaatsgevonden in

De Faam van 29 december 2010.

Bij besluit van 25 januari 2011, kenmerk 2010/19042/HKo, heeft verweerder dit besluit gewijzigd door hier alsnog de deelactiviteit “slopen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, sub a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) aan toe

te voegen.

Verzoeker heeft bij brief van 17 januari 2011 bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunningen.

Bij brief van 31 januari 2011 heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van het besluit van verweerder tot het verlenen van een omgevinsvergunning voor de activiteit “slopen bouwwerk” op het perceel [adres 1] met kenmerk 2010/1942/HKo.

Het verzoek is op 7 februari 2011 behandeld ter zitting. Verzoeker is daar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden

R.J.H. Kwekkeboom en E.W.J. Salhuteru. Tevens is ter zitting verschenen vergunninghouder, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. J. Ossewaarde (advocaat te Middelburg) en [naam 3], uitvoerder bij Aannemingsbedrijf A. Otte & Zn. B.V. te Nieuwdorp.

II. Overwegingen

1.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.2.Voor zover daarbij de toetsing door de voorzieningenrechter meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2. Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat zijn bezwaarschrift en het verzoek om voorlopige voorziening geacht moeten worden zowel betrekking te hebben op de omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” als op de omgevingsvergunning voor de activiteit “slopen”, nu de ene activiteit niet zonder de andere kan worden uitgevoerd.

3.1. Voor zover het betreft de activiteit “bouwen” is de op 15 november 2010 verleende vergunning gepubliceerd in het plaatselijkse weekblad De Faam van 24 november 2010.

Het daartegen gerichte bezwaarschrift is echter buiten de in artikel 6:7, van de Awb bepaalde termijn van zes weken ingediend. Verzoeker heeft daartoe aangevoerd dat hij het huis-aan-huis weekblad De Faam onregelmatig ontvangt en dat de gemeentelijke website, waar de verleende vergunningen tevens op worden gepubliceerd, regelmatig achterloopt. Naar zijn mening kan het hem dan ook niet worden verweten dat hij buiten de wettelijke termijn bezwaar heeft gemaakt.

3.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het feit dat verzoeker het betrokken huis-aan-huis-blad De Faam met de publicatie van voornoemde vergunning van 15 november 2010 niet zou hebben ontvangen, onvoldoende reden om te oordelen dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het lag op de weg van verzoeker, die dit weekblad kennelijk altijd slecht bezorgd heeft gekregen, tijdig maatregelen te treffen om te bewerkstelligen dat hij de beschikking kreeg over de informatie betreffende de lopende procedure ter zake van het naastgelegen pand. Met [naam 2], eigenaar van het perceel [adres 1], heeft hij immers in de zomermaanden van 2010 contact gehad over de eventuele verkoop van zijn eigen pand (nummer [adres 2]) aan [naam 2]. Partijen hebben deze besprekingen afgebroken, omdat hun ideeën over de waarde van het pand van verzoeker te ver uiteen lagen Het voornemen in nummer [adres 1] op de begane grond een wok-restaurant te vestigen is aan verzoeker van meet af aan bekend gemaakt, zodat hij extra alert had moeten zijn op de daarmee samenhangende procedures.

De stelling van verzoeker dat de website van verweerder achterloopt, heeft verweerder ter zitting gemotiveerd betwist. Nu verzoeker zijn stelling op dit punt niet nader heeft onderbouwd, ziet de voorzieningenrechter ook op dit punt geen aanleiding om tot een verschoonbare termijnoverschrijding te concluderen.

3.3. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker in zijn bezwaar, voor zover dit is gericht tegen de omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen”, wegens termijnoverschrijding niet kan worden ontvangen. Daargelaten de vraag of er in dit opzicht sprake is van een spoedeisend belang, nu eerst de gevels en het dak gesloopt dienen te worden voordat aan de opbouw toegekomen kan worden, is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat er geen aanleiding bestaat terzake een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overweegt voorts het volgende.

4. Ingevolge het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht.

In artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo is bepaald dat, voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om een bouwwerk te slopen, een zodanige bepaling geldt als verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.

Ingevolge het bepaalde in artikel 8.1.1, eerste lid, van de Bouwverordening van de gemeente Middelburg - voor zover van belang - is het verboden bouwwerken te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag.

Een zodanige vergunning is op grond van het tweede lid niet vereist indien naar redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal bedragen dan 10 m³, tenzij het slopen mede betreft het verwijderen van asbest.

Op grond van het bepaalde in artikel 8.1.6, aanhef en onder b, van de gemeentelijke Bouwverordening moet een omgevingsvergunning voor het slopen worden geweigerd indien de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd.

5. Vast staat dat het perceel [adres 1] is gelegen in het beschermde stads- en dorpsgezicht van de stad [plaats]. Blijkens de aanvraag bedraagt de geschatte hoeveelheid sloopafval ongeveer 22 m³. Er is dan ook vergunning vereist op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo en op grond van artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo.

6. Het pand van verzoeker grenst aan het pand [adres 1] te [plaats]. Verzoeker vreest dat door het slopen onomkeerbare schade aan zijn pand zal ontstaan in de vorm van onder meer scheurvorming en problemen met de afvoer van hemelwater van nummer [adres 1] via zijn dakterras. Verder wordt op of zelfs over de erfgrens gebouwd. Ook wordt niet gegarandeerd dat er geen asbest in de te slopen delen van nummer [adres 1] zit.

7.1. Gelet op de ter zitting gegeven toelichting van de zijde van verweerder en de door [naam 2] ingeschakelde uitvoerder van de sloopwerkzaamheden, stelt de voorzieningenrechter vast dat alvorens wordt begonnen met de sloop van de gevel en het dak, de muur tussen het pand van verzoeker en [adres 1] zal worden doorgezaagd. Dat betekent dat het betreffende pand niet langer zal vastzitten aan verzoekers woning op het moment dat begonnen wordt met de daadwerkelijke sloop. De te slopen gevel is gebouwd met staal-profielen die nadien zijn opgevuld. Deze constructie is volgens de uitvoerder stabiel, hetgeen blijkt uit het feit dat het pand bijna geen scheuren in de gevel kent.

7.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet aangetoond dat de stabiliteit van verzoekers woning in gevaar zal komen door het - naar eveneens ter zitting is bevestigd - handmatig slopen van de gevel en het dak van het pand [adres 1], nu de stabiliteit van nummer [adres 1] niet aan het buurpand wordt ontleend. In dit verband hecht de voorzieningenrechter waarde aan het feit dat verweerder het sloopveiligheidsplan ter toetsing heeft voorgelegd aan Raadgevend Ingenieursburo F. Koch B.V. te Goes. Dit bureau heeft geadviseerd om extra stabiliteitsvoorzieningen aan te brengen door schoren en/of jukken te plaatsen en, zo nodig, zwaardere stempels aan te brengen in de fase waarin de voorgevel ontbreekt. Deze aanbevelingen zijn opgevolgd door alsnog ongeveer 20 duw- en trekschoren te plaatsen, hetgeen door verweerder is gecontroleerd en akkoord bevonden. Gelet hierop en bij gebreke aan een wettelijke verplichting daartoe, kan aan de door verzoeker verdedigde stelling dat hoe dan ook berekeningen hadden moeten worden uitgevoerd om de stabiliteit van de constructie aan te tonen, worden voorbij gegaan.

7.3. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat ter zitting is gebleken dat de vergunninghouder te allen tijde bereid is te overleggen met verzoeker, rekening te houden met zijn wensen ( de optie van het bouwen van een extra muur op de plaats van de snede is ter zitting besproken) en extra voorzieningen zal treffen op het gebied van de waterafvoer, zodra blijkt dat dit nodig is. Een bestaande, door de uitvoerder geconstateerde en door verzoeker overigens ontkende lekkage, zal bovendien worden aangepakt zo dit nodig mocht blijken. De loodslabben aan het platte dak van verzoeker worden in beginsel niet verwijderd en de afvoer van het platte dak van verzoeker blijft zitten. Nadien wordt een waterdichte afsluiting geplaatst en tot dat moment worden passende voorzieningen getroffen.

De aanwezigheid van asbest is van de zijde van verweerder ontkend, zodat hieraan bij gebreke van een begin van bewijs van de zijde van verzoeker betreffende dit punt, voorbij kan worden gegaan. Bouwen op/in de erfgrens is een privaatrechtelijke aangelegenheid die het bestek van deze voorziening te buiten gaat. Dit zou slechts anders kunnen zijn, wanneer met stukken aangetoond wordt dat de rechten van verzoeker met voeten worden getreden.

8. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de veiligheid van de nabijgelegen woning van verzoeker voldoende is gewaarborgd, zodat er geen grond bestond de gevraagde sloopvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a, van de Wabo te weigeren. Ook overigens is niet gebleken dat op onterechte gronden gebruik gemaakt is van de in artikel 2.16 van de Wabo neergelegde discretionaire bevoegdheid de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo te verlenen. Onder deze omstandigheden is voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding, zodat het verzoek zal worden afgewezen.

III. Uitspraak

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Middelburg

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier en op 10 februari 2010 in het openbaar uitgesproken.

Griffier, Voorzieningenrechter,

Afschrift verzonden op: