Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BR4233

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
05-08-2011
Zaaknummer
69787 / HA ZA 09-534
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een leerling neemt deel aan een door de opleiding georganiseerd uitje naar België. Onderdeel van de excursie was het strandzeilen. Eiseres heeft aan dit strandzielen deelgenomen en daarbij is de zeilwagen inclusief eiseres en de zeildocente omgevallen.

Eiseres stelt ten gevolge daarvan gezondheidsklachten te hebben.

Gedaagde verweert zich. Zij heeft het strandzeilen aan een ervaren professionele federatie uitbesteed en overeigens voldoende toezicht gehouden.

De rechtbank oordeelt dat dat verweer stand houdt als het bewezen wordt.

Zij heeft dan aan haar zorgplicht voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 69787 / HA ZA 09-534

Vonnis van 7 juli 2010

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Goes,

eiseres,

advocaat mr. L. Bosch te Hoorn,

tegen

de stichting

EDUDELTA ONDERWIJSGROEP,

gevestigd te Goes,

gedaagde,

advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Edudelta genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 december 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 1 april 2010.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Edudelta is een stichting voor voorbereidend beroepsonderwijs met verschillende vestigingen, waaronder De Vliedberg in Goes. De Vliedberg is een orthopedagogisch en didactisch centrum en bedoeld voor leerlingen die extra steun en begeleiding nodig hebben.

2.2. [eiseres] was vanaf midden 1999 tot 2003 leerling van De Vliedberg. Op 6 juni 2002 heeft zij deelgenomen aan een vanuit De Vliedberg georganiseerde excursie naar België. Onderdeel van die excursie was strandzeilen (in tweepersoons zeilwagens) op een daarvoor uitgezet parcours op het strand van De Panne. [eiseres] heeft, in een zeilwagen gezeten samen met een docente, mevrouw [docente], (hierna: de docente), aan dat strandzeilen deelgenomen. De docente bediende het zeil en de rem. Op enig moment tijdens het zeilen is de zeilwagen van [eiseres] en de docente omgevallen (hierna: het ongeval). [eiseres] heeft zich daarbij in elk geval pijn gedaan.

2.3. In verband met hoofd- en rugpijn en duizeligheid is [eiseres] in december 2002 naar haar huisarts gegaan. Vervolgens is zij behandeld door een fysiotherapeut en door een orthomanuele arts. Daarnaast is zij in maart 2006 in het Oogziekenhuis te Rotterdam behandeld in verband met netvliesloslating in het linkeroog.

2.4. [eiseres] is – onder meer in het kader van een ongevallenverzekering die haar ouders hadden afgesloten – verschillende malen onderzocht.

De orthomanuele arts die haar in 2003 behandelde stelde als diagnose:

“post traumatisch cervicaal syndroom tgv een ongeluk (strandzeilen) (…)

De prognose is goed.”

In augustus 2007 in [eiseres] onderzocht door dr. W.C. Runne, orthopaedisch chirurg te Boxtel. Hij constateert in zijn rapport onder meer dat:

“althans op orthopaedisch gebied door het ongeval geen zodanig objectiveerbare afwijkingen zijn ontstaan dat het op grond daarvan redelijk is aan te nemen dat er blijvende restafwijkingen zijn. Er resten weliswaar diverse klachten die direct aansluitend aan het ongeval zijn ontstaan, zoals nek- en rugklachten, duizeligheid en visusproblemen, maar met name de nek- en rugklachten die direct na het ongeval zijn ontstaan kunnen niet goed worden geobjectiveerd. (…) De persisterende nek- en rugklachten, die ook nu nog opspelen, zijn aansluitend aan het ongeval ontstaan, naar mej. [eiseres] aangeeft en waren tevoren niet aanwezig. Deze klachten op mijn vakgebied zouden dan ook als direct ongevalsgevolg moeten worden beschouwd.”

Op verzoek van neuroloog dr. A. Ruitenberg te Goes is in april 2008 een MRI-scan gemaakt. Deze toonde geen afwijkingen. Op verzoek van dezelfde neuroloog is [eiseres] in juni 2008 gezien door revalidatiearts G. Kramer. Zij schrijft in een brief aan de huisarts van [eiseres] onder meer:

“Voorgeschiedenis/nevendiagnose

Bekend met fibromyalgie, chronische vermoeidheid, dyslexie, dyscalculie en PDD-NOS.

Netvliesloslating waarvoor operatie.

(…)

Conclusie

20-jarige patiënte met op 14-jarige leeftijd ongeval waarna lichtgevoeligheidsproblemen mogelijk krachtverlies in beide armen. Mening van patiënt en moeder is dat er mogelijk iets kapot zou zijn. Daarnaast wil patiënt alle energie steken in haar opleiding voor Pabo.

Beleid

Eventuele opties van revalidatie t.a.v. belasting/belastbaarheid en sensorische integratie, eventueel begeleiding van psycholoog werd met patiënt besproken. Zij geeft aan dat al deze mogelijkheden reeds zijn uitgeprobeerd. Wil haar energie stoppen in haar opleiding.

Kortom geen ingang voor behandeling.

Mogelijk spelen psychosociale factoren een onderhoudende rol?”

In oktober 2007 is [eiseres] onderzocht door prof. dr. P.J. Ringens, oogarts te Amsterdam. Hij constateerde een slecht functioneren van het linkeroog en stelt voorts onder meer:

“De verminderde visus OS en de metamorfopsie zijn te duiden als directe ongevalsgevolgen. (…) Ik heb geen aanwijzingen dat deze klachten hebben bestaan vóór het ongeval. het is ook niet te verwachten dat deze spontaan zonder ongeval zouden ontstaan.”

Het geschil

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (a) voor recht verklaart dat Edudelta een onrechtmatige daad jegens [eiseres] heeft gepleegd uit hoofde waarvan zij aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade en (b) Edudelta veroordeelt tot vergoeding van alle door [eiseres] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente tot de dag der algehele voldoening, alles met veroordeling van Edudelta in de kosten van het geding.

3.2. [eiseres] stelt dat zij tengevolge van het ongeval schade heeft geleden en dat Edudelta daarvoor op grond van de artt. 6:162, 6:170 en/of 6:171 BW aansprakelijk is. Edudelta heeft onrechtmatig gehandeld, nu zij haar bijzondere zorgplicht voor de veiligheid en gezondheid van haar leerlingen heeft geschonden. Zij heeft onvoldoende maatregelen genomen en onvoldoende toezicht gehouden ter voorkoming of beperking van risico’s van een ongeval. Zo heeft zij [eiseres] en haar ouders onvoldoende over (de risico’s van) de excursie voorgelicht, geen ruimte geboden aan de excursie niet deel te nemen en het strandzeilen onvoldoende begeleid. Slechts één docent (niet die waarbij [eiseres] in de zeilwagen stapte) had ervaring met strandzeilen. Er is onvoldoende instructie gegeven. Aan [eiseres] is, ondanks haar tegenover docenten geuite bezwaar daartegen, een ondeugdelijke helm (de kinband was stuk) ter beschikking gesteld. [eiseres] betwist dat het strandzeilen was uitbesteed aan een gespecialiseerde organisatie en dat een gecertificeerde instructeur aanwezig was.

Omdat de docente als gevolg van een kink in de schoot het zeil niet kon vieren, is de zeilwagen van [eiseres] en de docente met snelheid uit de baan geraakt. Toen de docente vervolgens remde is de zeilwagen omgevallen en meermalen omgerold. De docente viel uit de zeilwagen en stootte daarbij de (kapotte) helm van het hoofd van [eiseres]. [eiseres] heeft vervolgens van de giek diverse klappen tegen haar (ongehelmde) hoofd en nek gekregen. Zij was even buiten bewustzijn, had last van hoofd- en rugpijn, was misselijk en duizelig. Er is geen medische hulp of nazorg geboden.

De bij de onder 2.4 genoemde onderzoeken geconstateerde gezondheidsklachten (nek- en rugklachten, visusproblemen) zijn directe ongevalsgevolgen. De klachten beperken haar in haar sociaal functioneren en in haar studie aan de Pabo. Zij lijdt en leed materiële schade (waaronder kosten voor medische behandelingen, reiskosten, kosten voor aanpassingen in en om het huis, diverse hulpmiddelen). Ook in de toekomst zal zij schade lijden; de kans op verlies van verdienvermogen is reëel, bepaalde huishoudelijke taken kan zij niet verrichten. Voorts lijdt zij immateriële schade.

3.3. Edudelta verweert zich. Zij stelt niet aansprakelijk te zijn voor de door [eiseres] gestelde schade. Zij heeft aan haar zorgplicht voldaan. Bij de excursie is voldoende toezicht gehouden en zijn voldoende maatregelen genomen ter voorkoming van gevaar. Het strandzeilen was uitbesteed aan (en dus georganiseerd door) een ervaren en professionele (Belgische) federatie (LAZEF); er was vanuit die federatie professioneel toezicht en begeleiding. De kans op een ongeval was gelet op de door genoemde organisatie genomen veiligheidsmaatregelen, klein. Er is voorts vanuit die organisatie ter plaatse voorafgaand aan het zeilen door een gediplomeerd instructeur instructie gegeven; [eiseres] werd bovendien direct begeleid door de docente. [eiseres] heeft zelf beslist om aan het strandzeilen deel te nemen. Edudelta betwist dat de helm die [eiseres] ter beschikking kreeg, kapot was en dat daar over is gesproken. Zij betwist ook dat de zeilwagen met [eiseres] en de docente meermalen is omgerold en dat [eiseres] buiten bewustzijn is geweest en de door haar genoemde klachten had. [eiseres] heeft aan het verdere dagprogramma meegedaan en die dag en het jaar daarna geen klachten aan Edudelta kenbaar gemaakt.

Edudelta betwist dat de door [eiseres] gestelde materiële en immateriële schade als ongevalsgevolgen kunnen worden aangemerkt. Gedurende geruime tijd na het zeilen zijn er geen klachten geuit. [eiseres] is pas eind 2002 naar een huisarts gegaan. In 2003 oordeelde de orthomanuele arts de prognose goed, en in datzelfde jaar constateerde de oogarts geen afwijkingen. De orthopaedisch chirurg heeft geen objectiveerbare afwijkingen gevonden. Er is geen causaal verband tussen de thans bestaande klachten (met name de visusproblemen) en het ongeval. Edudelta wijst op mogelijke pre-existente klachten die tot de schade kunnen hebben geleid: al voor het ongeval leed [eiseres] aan fibromyalgie en was er sprake van dyslexie, dyscalculie en PDD-NOS. Voor het geval de rechtbank oordeelt dat Edudelta voor door [eiseres] geleden schade aansprakelijk is, meent Edudelta dat de schade in deze procedure kan worden vastgesteld, en dat een schadestaatprocedure niet nodig is.

De beoordeling

De rechtbank verstaat het verweer van Edudelta dat zij de organisatie van het strandzeilen volledig heeft uitbesteed aan de professionele organisatie LAZEF aldus, dat zij daarmee stelt dat zij aldus aan haar zorgplicht heeft voldaan en dat als er schade is geleden tengevolge van het strandzeilen, de aansprakelijkheid daarvoor volledig ligt LAZEF en (dus) niet bij Edudelta.

4.2. De rechtbank is van oordeel dat in geval een onderwijsinstelling als Edudelta een uitje als het onderhavige uitbesteedt aan een Belgische professionele organisatie met gediplomeerde medewerkers, zij – ook wanneer de bijzondere aard van haar leerlingen in aanmerking wordt genomen – in beginsel haar bijzondere zorgplicht voldoende nakomt. Dat betekent dat als vast komt te staan dat de organisatie daadwerkelijk was uitbesteed aan die ervaren en professionele organisatie, die gebruik maakte van professionele, gecertificeerde instructeurs, die organisatie aansprakelijk is voor eventuele schade, die is voortgevloeid uit de verwerkelijking van de aan strandzeilen inherente risico’s. Het omvallen van een zeilwagen tengevolge van een knoop in een schoot – zoals dat door [eiseres] is geschetst – behoort tot die risico’s.

4.2.1. Dat de docenten van Edudelta zelf geen ervaring met strandzeilen hadden is in die situatie niet in strijd met de zorgplicht van Edudelta te noemen. De docenten waren immers eveneens deelnemers en mochten eveneens vertrouwen op een professionele begeleiding en instructie van de kant van de ingehuurde organisatie. Van henzelf behoefde geen instructie te worden verwacht; dat door een instructeur van de Belgische organisatie instructie is gegeven is niet betwist. Als die instructie onvoldoende is geweest, dan valt dat niet Edudelta, maar mogelijk de Belgische organisatie te verwijten. Ook voor de afgifte van een helm is genoemde organisatie verantwoordelijk; mocht er schade zijn geleden als gevolg van de omstandigheid dat de aan [eiseres] uitgereikt helm ondeugdelijk was, dan ligt de aansprakelijkheid daarvoor primair bij die organisatie.

4.2.2. Evenmin zal Edudelta in dat geval kunnen worden verweten dat zij niet zelf vooraf voorlichting over de risico’s van het strandzeilen aan de ouders van haar leerlingen heeft gegeven (waarbij de rechtbank overigens opmerkt dat niet zonder meer valt in te zien hoe van de door [eiseres] gestelde schade kan worden gezegd dat zij het gevolg is van onvoldoende voorlichting vooraf aan haar ouders). Nu niet is gesteld dat de professionele organisatie aan Edudelta had gevraagd de leerlingen op het strandzeilen voor te bereiden (en Edudelta er dus op mocht vertrouwen dat zonder voorbereiding op een veilige wijze aan het strandzeilen kon worden deelgenomen), handelde Edudelta, door het uitje niet met de leerlingen voor te bereiden, niet in strijd met haar zorgplicht.

4.3. Wanneer vaststaat dat het uitje aan een professionele organisatie met gediplomeerde medewerkers is uitbesteed, is Edudelta niet – zoals [eiseres] kennelijk meent – op grond van het bepaalde in art. 6:171 BW naast die organisatie ook zelf (risico-) aansprakelijk voor de schade, die voortvloeit uit de verwerkelijking van de aan strandzeilen inherente risico’s. Niet gezegd kan worden dat de betreffende organisatie door het organiseren van het strandzeilen voor Edudelta werkzaamheden verrichtte ter uitoefening van het bedrijf van Edudelta. Immers, Edudelta is een onderwijsinstelling, terwijl de bedoelde organisatie zich bezighoudt met het organiseren van recreatieve activiteiten, en dat is een ander bedrijf.

4.4. [eiseres] heeft evenwel betwist dat Edudelta het strandzeilen aan een professionele organisatie had uitbesteed en dat een gediplomeerd instructeur aanwezig was. Zij heeft die betwisting door erop te wijzen dat er geen stukken zijn overgelegd waaruit de juistheid van de stelling van Edudelta kan blijken, voldoende gemotiveerd. Immers, de door Edudelta overgelegde stukken laten wel zien dat LAZEF bestaat, maar bieden geen aanknopingspunten voor de vaststelling dat destijds van de diensten van die federatie werd gebruikgemaakt. Indien het strandzeilen niet aan een professionele organisatie was uitbesteed, dan kan niet anders worden vastgesteld dan dat Edudelta te grote risico’s heeft genomen – en dus haar zorgplicht heeft geschonden – door met onervaren docenten een activiteit te gaan ondernemen die gevaren met zich bracht voor haar leerlingen. De realisering van die gevaren (zoals het ongeval dat [eiseres] stelt) komt dan voor rekening van Edudelta. Onder deze omstandigheden is het aan Edudelta om te bewijzen dat zij het strandzeilen heeft uitbesteed aan een ervaren en professionele (Belgische) federatie (LAZEF), die gediplomeerd instructeurs had en van waaruit professioneel toezicht en begeleiding werd gegeven. Zij zal daartoe op onderstaande wijze worden toegelaten.

4.5. Als Edudelta in het haar hiervoor toegelaten bewijs slaagt, betekent dat echter niet dat zij zonder meer niet aansprakelijk is voor alle door [eiseres] gestelde schade. Op een aantal punten heeft [eiseres] onrechtmatig handelen van de docenten van Edudelta zelf gesteld, waarvoor zij (op grond van art. 6:170 BW) Edudelta aansprakelijk acht. Daarover overweegt de rechtbank reeds nu het volgende.

4.5.1. Waar [eiseres] nog heeft gesteld dat zij door Edudelta min of meer werd gedwongen aan het strandzeilen deel te nemen, stelt de rechtbank vast dat die stelling geen steun vindt in haar eigen verklaring. [eiseres] heeft ter comparitie verklaard dat zij met de docente in de zeilwagen is gestapt, omdat zij op die manier kon zien of zij het zeilen wel wat vond. Daaruit kan niet worden afgeleid dat er sprake was van enige dwang.

4.5.2. [eiseres] stelt voorts dat zij (voorafgaand aan het ongeval) niet alleen tegen de Belgische instructeur, maar ook tegen docenten van Edudelta, waaronder de docente, heeft gezegd dat de haar beschikbaar gestelde helm kapot was. Die docenten hebben toen gezegd dat dat wel goed was, omdat er toch niets zou gebeuren. Indien juist is dat docenten het risico van de kapotte helm jegens [eiseres] op deze wijze hebben gerelativeerd en hebben toegelaten dat zij met een ondeugdelijke helm is gaan strandzeilen, dan hebben zij daarmee hun zorgplicht als docent verzaakt. Immers, die docenten hebben aldus bijgedragen aan het in stand houden van een situatie, waarvan voor hen duidelijk moet zijn geweest dat die gevaar opleverde. [eiseres] stelt voorts dat dat gevaar zich heeft gerealiseerd: de helm is van haar hoofd gestoten, waarna zij klappen met de giek kreeg tegen onder meer haar ongehelmde hoofd. Als dat juist is, is Edudelta (mede) aansprakelijk voor de schade die is ontstaan door de ondeugdelijkheid van de helm. Edudelta betwist echter gemotiveerd (met verwijzing naar schriftelijke verklaringen van haar docenten) dat de aan [eiseres] beschikbaar gestelde helm ondeugdelijk was en dat over die helm is gesproken. Met dat laatste betwist zij ook de stelling van [eiseres] dat docenten hebben gezegd dat een kapotte helm geen probleem was omdat er toch niets zou gebeuren. Nu Edudelta voorts de door [eiseres] gestelde toedracht van het ongeval betwist, betwist zij ook dat de helm tijdens het ongeval van het hoofd van [eiseres] is gestoten en zij vervolgens klappen van de giek heeft gekregen tegen haar nek en (ongehelmde) hoofd. Onder die omstandigheden zal [eiseres] al haar stellingen dienen te bewijzen. Wanneer Edudelta in het haar onder 4.4 toegelaten bewijs is geslaagd, zal [eiseres] vervolgens tot het hier bedoelde bewijs worden toegelaten.

4.6 Als Edudelta in het haar hiervoor toegelaten bewijs niet slaagt, betekent dat, dat zij in beginsel aansprakelijk is voor alle door [eiseres] gestelde, door haar als gevolg van het ongeval geleden schade. Voordat kan worden vastgesteld welke schade het gevolg is van het ongeval, moet eerst vast staan wat er precies is gebeurd. Met name de wijze waarop de valpartij precies plaatsvond (hoe hard ging de zeilwagen; viel hij om of rolde hij meermalen over de kop; wat gebeurde er met de helm; op welke wijze kwam [eiseres] in aanraking met de wagen en/of met het strand; waren er direct al klachten; was [eiseres] buiten bewustzijn) is dan van belang. De lezing die [eiseres] geeft en die zij ten grondslag legt aan haar vordering is door Edudelta juist op de hiervoor genoemde punten – met verwijzing naar schriftelijke verklaringen van haar docenten – betwist. Gelet op die gemotiveerde betwisting zal [eiseres] bewijs dienen te leveren van de door haar gestelde toedracht van het ongeval. Wanneer Edudelta in het haar onder 4.4 toegelaten bewijs niet slaagt, zal [eiseres] vervolgens tot dit bewijs worden toegelaten.

4.7. Afhankelijk van de resultaten van de hiervoor weergegeven bewijsopdrachten zal Edudelta geheel of voor een deel aansprakelijk zijn voor eventueel door [eiseres] als gevolg van het ongeval geleden schade. Reeds nu merkt de rechtbank op dat in beide gevallen – mede gelet op hetgeen door Edudelta is gesteld over mogelijke voor het ongeval al bij [eiseres] bestaande klachten – daarna in ieder geval nog zal moeten worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre de door [eiseres] gestelde schade daadwerkelijk het gevolg is van het ongeval (waarbij in het geval toegekomen is aan het bewijs bedoeld in 4.5.2 en dat bewijs is geleverd, het slechts zal kunnen gaan om schade die het gevolg is van de kapotte helm bij het ongeval, terwijl het in het geval is toegekomen aan het bewijs, bedoeld in 4.6, zal moeten gaan om schade, die het gevolg is van het ongeval in de dan vastgestelde toedracht).

4.8. De rechtbank zal thans eerst Edudelta tot het in 4.4 genoemde bewijs toelaten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

laat Edudelta toe te bewijzen dat zij het strandzeilen heeft uitbesteed aan een ervaren en professionele (Belgische) federatie (LAZEF), die gediplomeerde instructeurs had en van waaruit professioneel toezicht en begeleiding werd gegeven;

bepaalt – voor het geval Edudelta het haar toegelaten bewijs (mede) wil leveren door het horen van getuigen – dat het getuigenverhoor zal worden gehouden op een nader te bepalen tijdstip in het gerechtsgebouw te Middelburg aan de Kousteensedijk 2, tegenover mr. S.M.J. van Dijk;

verwijst de zaak naar de rolzitting van deze rechtbank van woensdag 21 juli 2010 voor dagbepaling enquête;

bepaalt dat Edudelta indien mogelijk tevoren per brief aan de griffie van de rechtbank, maar uiterlijk op genoemde rolzitting, de verhinderdata van alle betrokkenen dient op te geven alsmede het aantal getuigen dat zij voornemens zijn te doen horen;

indien Edudelta het haar toegelaten bewijs (mede) wil leveren met bescheiden, dan dient zij die stukken op voormelde zitting over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2010.