Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BR4083

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
70165 / HA ZA 2009-584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet na verstekvonnis waarin veroordeling tot betaling is opgenomen.

Incidentele vordering strekt tot zekerheidsstelling door aansprakelijk eiser en wordt toegewezen. Rechtbank neemt restitutierisico aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 70165 / HA ZA 09-584

Vonnis van 28 juli 2010

in de zaak van

[opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident],

wonende te Poortvliet, gemeente Tholen,

opposant in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat: mr. A.C.F. Berkhof te Middelharnis,

tegen

[geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident],

wonende te Roosendaal,

geopposeerde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat: mr. M.S. Yap te Bergen op Zoom.

Partijen zullen hierna [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] en [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verstekvonnis van 19 augustus 2009;

- het tussenvonnis van 11 november 2009;

- het proces-verbaal van comparitie van 11 maart 2010.

De feiten

In september 2006 heeft [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] een Volkswagen Caravelle met het kenteken [kentekennummer] (hierna: de Caravelle) gekocht, die op dat moment op naam van [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] stond. Met ingang van 23 september 2006 staat de Caravelle op naam van [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident].

Het geschil

in het incident

[opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert dat aan het verstekvonnis van 19 augustus 2009, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de voorwaarde tot zekerheidsstelling wordt verbonden. Er bestaat aan de zijde van [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] een groot restitutierisico. [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] biedt geen enkel verhaal. Hij heeft geen onroerende zaken in eigendom, staat niet ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel en is werkloos. Inmiddels is [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] permanent naar Turkije vertrokken. In de belangenafweging speelt een rol dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident], in tegenstelling tot [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident], wel verhaal biedt.

[geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering. Er is geen sprake van nieuwe feiten en omstandigheden of een misslag van de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen.

in de hoofdzaak

[geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] zal veroordelen:

I. tot betaling van € 19.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

1 januari 2008;

II. tot betaling van € 800,00 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

(III.) in de proceskosten.

[geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft daartoe het volgende gesteld.

In september 2006 heeft [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] de Caravelle verkocht en geleverd aan [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] onder de voorwaarde dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] het verkoopbedrag van € 19.000,00 binnen één jaar zal voldoen aan [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident]. Betaling van dit bedrag is uitgebleven. Op 27 oktober 2007 hebben partijen een schuldbekentenis opgemaakt, waarbij zij hebben afgesproken dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] het verschuldigde bedrag in drie termijnen zou betalen: op 8 november 2007 € 6.000,00; eind november 2007 € 5.000,00; en eind december 2007 het restantbedrag minus autogeld en aanbetalingen. De schuldbekentenis is ondertekend door beide partijen en twee getuigen. Ondanks diverse mondelinge en schriftelijke verzoeken is [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] niet tot betaling overgegaan. [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft op grond van de schuldbekentenis een vordering van € 19.000,00 op [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident].

Bij bovenvermeld verstekvonnis is het onder I gevorderde toegewezen tot een bedrag van € 13.000,00, is het onder II gevorderde afgewezen en is [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] veroordeeld in de proceskosten van [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident], begroot op € 976,29, waarvan € 108,85 te voldoen aan eiser.

[opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert in het verzet hem te ontheffen van de veroordeling uit het verstekvonnis en [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, althans hem die te ontzeggen, en [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen in de proceskosten.

Primair stelt [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] zich op het standpunt dat de schuldbekentenis waarop [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] zich beroept is vervalst. [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] ontkent dat de handtekening en het ID-nummer op de schuldbekentenis van hem zijn. De handtekening onder de schuldbekentenis lijkt in geen enkel opzicht op zijn handtekening onder de brief die als productie 5 bij dagvaarding in het geding is gebracht. Partijen hebben geen koopovereenkomst met elkaar gesloten. [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] heeft de Caravelle van [dhr. K.] (hierna: [dhr. K.]) gekocht. De koopsom is verrekend met schulden die [dhr. K.] bij [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] had. Het resterende bedrag heeft [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] in termijnen aan [dhr. K.] betaald.

Subsidiair voert [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] aan dat [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd over een gebrek in de nakoming. [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] liet [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] meer dan een jaar in de waan dat hij niets van hem te vorderen had.

Meer subsidiair betwist [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] de hoogte van de gevorderde koopsom. Hij heeft de Caravelle van [dhr. K.] gekocht voor € 14.000,00. Dat is de dagwaarde die Autobedrijf Van Burgh heeft vastgesteld.

De beoordeling

in het incident

De rechtbank stelt voorop dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] voldoende belang heeft bij de gevorderde zekerheidsstelling. Hij heeft, hoewel niet met stukken onderbouwd, gemotiveerd gesteld dat er een restitutierisico bestaat.

Bij de beoordeling of aan een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordeling een zekerheidsstelling dient te worden verbonden, dienen de belangen van partijen in het licht van de omstandigheden te worden afgewogen. Anders dan [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft aangevoerd, geldt niet dat alleen feiten en omstandigheden die zich na het verstekvonnis hebben voorgedaan een rol kunnen spelen, temeer nu het verstekvonnis geen uitdrukkelijke beslissing op dit punt bevat.

[geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft het door [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] gestelde restitutierisico niet betwist. Daarnaast heeft [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] niet gesteld en is niet aannemelijk geworden dat hij belang heeft bij het feit dat wordt voldaan aan de veroordeling zonder dat zekerheid behoeft te worden gesteld. Afweging van de belangen van partijen leidt daarom tot het oordeel dat de vordering tot zekerheidsstelling toewijsbaar is.

[opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] heeft niet gesteld in welke vorm hij de door hem gevorderde zekerheidsstelling wenst te verkrijgen. De rechtbank zal derhalve de keuze van de wijze van zekerheidsstelling aan [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] overlaten, met dien verstande dat de aangeboden zekerheid zodanig moet zijn dat daarmee wordt voldaan aan de eisen van artikel 6:51 BW.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

in de hoofdzaak

Tussen partijen is onder meer in geschil van wie [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] de Caravelle heeft gekocht. De rechtbank laat deze kwestie bij de beoordeling (vooralsnog) buiten beschouwing, nu aan de vordering van [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] niet een koopovereenkomst maar een schuldbekentenis (van latere datum) ten grondslag ligt.

[geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] heeft een kopie van de schuldbekentenis waarop hij zich beroept in het geding gebracht. [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] heeft aangevoerd dat deze schuldbekentenis vervalst is en heeft ter onderbouwing onder meer een kopie van een niet door hem ondertekende en niet volledig ingevulde schuldbekentenis in het geding gebracht. Nu [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] de stelling van [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] een schuldbekentenis heeft ondertekend gemotiveerd heeft betwist, dient [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] zijn stelling te bewijzen.

De door [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ingebrachte kopie van een schuldbekentenis levert geen dwingend bewijs op. Voorop staat dat de kracht van het schriftelijke bewijs in het oorspronkelijke document is gelegen. Daarnaast is niet voldaan aan de voorwaarde dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] als debiteur de schuldbekentenis geheel met de hand heeft geschreven of heeft voorzien van een goedkeuring die de geldsom voluit in letters vermeldt, zoals bedoeld in artikel 158, eerste lid, Rv. De rechtbank zal daarom [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident], overeenkomstig zijn aanbod, toelaten tot het bewijs van zijn stelling dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] op 27 oktober 2007 een schuldbekentenis voor een bedrag van € 19.000,00 (minus autogeld en aanbetalingen) heeft ondertekend.

De rechtbank constateert dat, naast de in geding zijnde handtekening onder de schuldbekentenis, de handtekening van [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] op twee andere plaatsen in het dossier voorkomt: onder een kopie van een brief (productie 5 bij dagvaarding) en onder het proces-verbaal van comparitie. De rechtbank neemt een aantal duidelijke verschillen waar tussen de handtekening onder de schuldbekentenis enerzijds en de handtekeningen onder de brief en het proces-verbaal anderzijds. In de handtekeningen onder de brief en het proces-verbaal zijn aan het begin van de handtekening de letters “A” en “J” te herkennen, in tegenstelling tot de handtekening onder de schuldbekentenis. Verder bevat de handtekening onder de schuldbekentenis een ‘krul’ over de gehele breedte van de handtekening, welke ontbreekt in de beide andere handtekeningen. Gelet op deze verschillen is de rechtbank voorshands van oordeel dat bewijslevering van de stelling dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] de schuldbekentenis heeft ondertekend (mede) door middel van een deskundigenbericht aangewezen is. Zij zal [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] daarom in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht en voorts, zo nodig, omtrent het aantal deskundigen, de persoon van te benoemen deskundige(n) en de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen, en daarnaast of hij anderszins bewijs wenst te leveren, bijvoorbeeld door het horen van getuigen.

In afwachting van een akte van de zijde van [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

- verbindt aan de in het verstekvonnis van 19 augustus 2009 uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad alsnog de voorwaarde dat door [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] zekerheid wordt gesteld op een wijze die voldoet aan het bepaalde in artikel 6:51 BW voor een bedrag van

€ 13.108,75, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 13.000,00 vanaf

1 januari 2008;

- houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

- laat [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] toe te bewijzen dat [opposant in de hoofdzaak, eiser in het incident] op 27 oktober 2007 een schuldbekentenis voor een bedrag van € 19.000,00 (minus autogeld en aanbetalingen) heeft ondertekend;

- verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 18 augustus 2010 teneinde [geopposeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten met betrekking tot hetgeen de rechtbank onder 4.9 heeft overwogen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr.drs. M.L. Ruiter en in het openbaar uitgesproken op

28 juli 2010.