Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BO3913

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-04-2010
Datum publicatie
12-11-2010
Zaaknummer
69656 / HA ZA 09-514
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot vaststelling van de verdeling ex art. 680 lid 2 Rv door rechtbank opgevat als gewone eis in reconventie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 69656 / HA ZA 09-514

Vonnis van 28 april 2010

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

wonende te Bavel, gemeente Breda,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. L.E. van Hevele te Terneuzen,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende te Sint Kruis, gemeente Sluis,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. W.C. Dieleman te Terneuzen.

Eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, zal hierna, in navolging van partijen, als [eiseres in conventie, verweester in reconventie] (de achternaam van haar echtgenoot) worden aangeduid, en gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie, als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].

De procedure.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord tevens houdende de “incidentele” vordering tot vaststelling van de verdeling ex art. 680 lid 2 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);

- de “incidentele” conclusie van antwoord met producties;

- de antwoordakte producties.

De feiten.

Partijen zijn broer en zus en enig erfgenamen van de nalatenschap van hun op 17 april 2008 te [woonplaats], gemeente Sluis, overleden vader de heer [vader] (hierna: vader).

Tot de nalatenschap behoort de woning, staande en gelegen te [adres], gemeente Sluis, aan de [adres]. Deze woning is inmiddels verkocht. De levering heeft op 1 september 2009 ten overstaan van mr. E.O.F.J. Verhaegen, notaris te IJzendijke, plaatsgevonden.

Met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eiseres in conventie, verweester in reconventie] op 31 augustus 2009 deelgenotenbeslag doen leggen op het aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toekomende aandeel in de netto verkoopopbrengst van de woning van de vader van partijen.

Het geschil en de beoordeling daarvan.

Bij inleidende dagvaarding vordert [eiseres in conventie, verweester in reconventie] de medewerking van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan de verdeling van de nalatenschap van vader van partijen met benoeming van notaris mr. I.A.L. Segers als boedelnotaris en een onzijdig persoon als volgens de wet, zulks met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.

[eiseres in conventie, verweester in reconventie] voert daartoe aan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet aan het totstandkomen van een correcte verdeling meewerkt. Volgens [eiseres in conventie, verweester in reconventie] is er reden om aan te nemen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vader gedwongen heeft bij leven geld aan hem te schenken. Dit zou volgen uit een schriftelijke verklaring van vader (de bij dagvaarding overgelegde productie 3) en bankafschriften die aanzienlijke contante opnamen tonen waarvan doel en bestemming onduidelijk zijn. [eiseres in conventie, verweester in reconventie] is voornemens een en ander op het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de nalatenschap te verhalen. Zij heeft ter verzekering van verhaal beslag doen leggen ten laste van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].

Bij conclusie van antwoord betwist [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de stelling van [eiseres in conventie, verweester in reconventie] dat hij weigerachtig is mee te werken aan de verdeling. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wenst zelf juist tot verdeling over te gaan. Hij refereert zich dan ook voor wat betreft de vordering van [eiseres in conventie, verweester in reconventie] tot medewerking aan de verdeling. Op zijn beurt vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij incident dat de rechter de verdeling van de nalatenschap vaststelt, zulks met veroordeling van [eiseres in conventie, verweester in reconventie] in de kosten van het geding. Daarbij stelt hij zich op het standpunt dat de helft van de nalatenschap aan hem dient te worden toebedeeld. Voor een andere verdeling, zoals [eiseres in conventie, verweester in reconventie] voorstaat, is geen aanleiding. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist vader gedwongen te hebben geld aan hem te schenken. In ieder geval zijn door vader geen betalingen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedaan.

[eiseres in conventie, verweester in reconventie] voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering. [eiseres in conventie, verweester in reconventie] verzet zich er niet tegen dat de rechtbank de verdeling vaststelt, echter wel tegen de wijze zoals door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevorderd. Zij is immers van mening dat de schenkingen onder dwang door vader aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedaan in de nalatenschap dienen te worden ingebracht teneinde tussen partijen te worden verdeeld. [eiseres in conventie, verweester in reconventie] verzoekt dan ook de verdeling vast te stellen op een wijze waarbij aan haar wordt toebedeeld de helft van de verkoopopbrengst van de woning te vermeerderen met een bedrag groot € 21.395,00 zijnde de helft van hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de nalatenschap dient in te brengen.

De rechtbank overweegt als volgt.

De vordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] strekt ertoe dat wordt overgegaan tot de verdeling van de nalatenschap en dat deze door de rechter wordt vastgesteld. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] baseert zijn vordering op het bepaalde in artikel 680 lid 2 Rv en gaat er daarbij vanuit dat het gaat om een incidentele vordering. De zaak is als zodanig ook op de rol geregistreerd en uit de proceshandelingen die zijn verricht blijkt dat is doorgeprocedeerd als ware er sprake van een incident.

Anders dan partijen, is de rechtbank van oordeel dat de vordering ex artikel 680 lid 2 Rv niet een incidentele vordering is, maar een vordering die in een aanhangig geding wordt ingesteld door de gedaagde tegen de eiser, een tegenvordering dus. Niet alleen volgt dit uit de toelichting op genoemd artikel, maar bovendien blijkt uit de wederzijdse standpunten van partijen dat zij de tussenkomst van de rechtbank verlangen ter beslechting van een materieel geschilpunt, namelijk de verdeling van de nalatenschap van de vader van partijen, en niet van een zuiver processueel punt.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de bij conclusie van antwoord ingestelde “incidentele” vordering verstaan als een eis in reconventie en de daarop ingediende conclusie van antwoord “in het incident”, als de conclusie van antwoord in reconventie.

Daarmee heeft de procedure het stadium bereikt waarin moet worden beslist of een comparitie van partijen zal worden gelast.

Uit de wederzijdse standpunten van partijen volgt dat zij het erover eens zijn dat de rechtbank zelf de verdeling vaststelt, zij het dat zij verschillen over de wijze waarop. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vermeende schenkingen van vader aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en de eventuele gevolgen daarvan voor de verdeling van de nalatenschap tussen partijen. De rechtbank acht zich in dit geval echter nog onvoldoende voorgelicht. Zo beschikt zij niet over het testament van vader, terwijl daar kennelijk wel in is opgenomen dat schenkingen onder de levenden niet in de nalatenschap behoeven te worden ingebracht. Verder kan zij zonder nadere toelichting niet begrijpen wat [eiseres in conventie, verweester in reconventie] beoogt met de bij de conclusie van antwoord in reconventie als productie 2 overgelegde overzichten. De rechtbank zal daarom een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden en of procedureafspraken gemaakt kunnen worden om tot een verdeling te komen.

Tijdens de comparitie kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen. Meer informatie over mediation is te vinden in de bijgevoegde brochure. Indien partijen, zonder dat daaraan voorafgaand een comparitie wordt gehouden, gebruik willen maken van de mogelijkheid de zaak door te verwijzen naar een mediator, dienen zij dat op de hierna te bepalen rolzitting kenbaar te maken.

De rechtbank laat weten dat voor de comparitie anderhalf uur wordt uitgetrokken.

[eiseres in conventie, verweester in reconventie] wordt als meest gerede partij verzocht om uiterlijk twee weken voor de comparitie de navolgende stukken aan de rechtbank en in kopie aan de wederpartij te doen toekomen:

- het testament van de vader van partijen;

- afschriften van de door vader aangehouden bankrekeningen waaruit blijkt van de contante geldopnamen.

Indien partijen zich tijdens de comparitie op nog niet in het dossier ingebrachte stukken willen beroepen dienen zij die stukken uiterlijk twee weken voor de comparitie aan de rechtbank en in kopie aan de wederpartij te doen toekomen.

De beslissing.

De rechtbank:

in het incident

verstaat de incidentele vordering tot vaststelling van de verdeling ex artikel 680 lid 2 Rv als een eis in reconventie en de conclusie van antwoord in incident als de conclusie van antwoord in reconventie,

in conventie en in reconventie

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit in het gerechtsgebouw te Middelburg aan de Kousteensedijk 2 op maandag 28 juni 2010 om 10.15 uur,

beveelt de desbetreffende partij(en) de onder 3.8. en 3.9. bedoelde bescheiden binnen de daarbij vermelde termijn in het bezit van de rechtbank te stellen met kopie aan de wederpartij,

bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank – ter attentie van de roladministratie van de sector civiel – om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2010.