Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BO3663

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
11-11-2010
Zaaknummer
71245 / HA ZA 10-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BV5605, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing lid van vereniging.

vraag is of na rechterlijke vernietiging van de schorsing de hele procedure over gedaan moet worden of alleen het deel waarin de fout is gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

" \* MERGEFORMAT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 71245 / HA ZA 10-12

Vonnis van 30 juni 2010

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [adres], gemeente Noord-Beveland,

eiseres,

advocaat mr. M. Harte,

tegen

de vereniging

SPORTVERENIGING SLAGVAST-KAMPERLAND,

zetelende te Kamperland, gemeente Noord-Beveland,

gedaagde,

advocaat: mr. V.L.M.J. Boitelle.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Slagvast genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 maart 2010;

- de door mr. Harte bij brief d.d. 6 april 2010 overgelegde productie 5;

- het proces-verbaal van comparitie van 27 mei 2010.

De feiten

[eiseres] is vanaf ongeveer 1980 lid van Slagvast geweest.

2.2. Sedert 2003 hebben zich incidenten voorgedaan tussen [eiseres] en een aantal (bestuurs-)leden van Slagvast.

2.3. Bij brief van 26 juli 2007 heeft het bestuur van Slagvast [eiseres] medegedeeld dat zij per direct geschorst is als lid van Slagvast.

2.4. Het bestuur van Slagvast heeft [eiseres] bij brief van 2 augustus 2007 in kennis gesteld van het definitieve besluit om de opgelegde schorsing te handhaven tot en met de eerstkomende Algemene Ledenvergadering. Tevens is [eiseres] medegedeeld dat het bestuur in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering een voorstel tot ontzetting van [eiseres] uit het lidmaatschap zal indienen.

2.5. Het bestuur van Slagvast heeft [eiseres] bij brief van 14 februari 2008 mededeling gedaan van haar ontzetting uit het lidmaatschap. Tevens is [eiseres] in die brief gewezen op de mogelijkheid van het indienen van schriftelijk bezwaar tegen de ontzetting.

2.6. Namens [eiseres] is op 29 februari 2008 bezwaar gemaakt tegen het bestuursbesluit tot ontzetting uit het lidmaatschap.

2.7. Bij brief van 16 maart 2008 heeft het bestuur van Slagvast medegedeeld dat het bezwaar van [eiseres] zou worden behandeld in de Algemene Ledenvergadering van 21 maart 2008 en dat [eiseres] geen toegang had tot die vergadering.

2.8. Het bestuur van Slagvast heeft [eiseres] bij brief van 5 april 2008 mededeling gedaan van het feit dat de Algemene Ledenvergadering op 21 maart 2008 nagenoeg unaniem heeft ingestemd met het bestuursbesluit tot ontzetting uit het lidmaatschap van [eiseres].

2.9. Bij vonnis van deze rechtbank van 22 april 2009 is het besluit van de Algemene Ledenvergadering van Slagvast d.d. 21 maart 2008 vernietigd voor zover dit besluit ziet op de beslissing van het bestuur van Slagvast om [eiseres] uit het lidmaatschap van Slagvast te zetten.

2.10. Bij brief van 27 maart 2009 heeft de advocaat van Slagvast aan de advocaat van [eiseres] bericht dat de nieuwe Algemene Ledenvergadering zou worden gehouden op 8 mei 2009. [eiseres] en haar (toenmalige) raadsman hebben deze Algemene Ledenvergadering bijgewoond.

2.11. De Algemene Ledenvergadering heeft op 8 mei 2009 gestemd over het bestuursbesluit van 14 februari 2008 tot ontzetting uit het lidmaatschap van [eiseres] en, na stemming, dit besluit tot ontzetting bekrachtigd.

2.12. Het bestuur van Slagvast heeft [eiseres] bij brief van 3 december 2009 bevestigd dat de Algemene Ledenvergadering op 8 mei 2009 het bestuursbesluit tot ontzetting uit het lidmaatschap heeft bekrachtigd.

Het geschil

[eiseres] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. het besluit van de Algemene Ledenvergadering van Slagvast d.d. 8 mei 2009 te vernietigen, voor zover dit ziet op de beslissing om [eiseres] uit het lidmaatschap van Slagvast te ontzetten;

II. haar toe te laten tot de terreinen en gebouwen van Slagvast op verbeurte van een dwangsom van EUR 250,-- per dag ten laste van Slagvast voor iedere dag of gedeelte daarvan bij gebreke daarvan, met een maximum van EUR 10.000,--;

III. Slagvast te veroordelen aan [eiseres] ten titel van schadevergoeding een bedrag van EUR 2.500,-- te voldoen;

IV. Slagvast te veroordelen in de proceskosten.

Ter onderbouwing van haar vordering voert [eiseres] het navolgende aan. Zij roept primair de nietigheid in van het besluit van de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 wegens strijd met wettelijke en/of statutaire bepalingen. Slagvast heeft ten onrechte alleen een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift in de Algemene Ledenvergadering genomen, doch had een nieuwe ontzetting kenbaar moeten maken, onder opgaaf van redenen en met een nieuwe bezwaarprocedure conform de statuten van Slagvast. Daarenboven is onduidelijk hoe het bijeenroepen van de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 heeft plaatsgevonden. Bovendien is tijdens die Ledenvergadering van 8 mei 2009 haar bezwaarschrift niet behandeld.

Subsidiair roept zij de nietigheid in van het besluit van de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Er is geen sprake van een van de in de statuten omschreven gronden voor ontzetting. Zij heeft van Slagvast bovendien tot op heden nimmer de gronden voor de ontzetting vernomen.

Slagvast heeft jegens haar in strijd gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk wordt geacht. Door het onrechtmatig handelen van Slagvast, heeft zij schade geleden.

3.3. Slagvast voert gemotiveerd verweer strekkende tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] en vordert - kort weergegeven - [eiseres] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en in de nakosten en de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Slagvast voert daartoe het navolgende aan. Het bestuursbesluit tot ontzetting van 14 februari 2008 bleef ook na het vonnis van 22 april 2009 gehandhaafd, doch moest opnieuw in de Algemene Ledenvergadering worden behandeld. Bij dit vonnis is immers het goedkeuringsbesluit van de Algemene Ledenvergadering vernietigd, doch niet het bestuursbesluit. Ten onrechte stelt [eiseres] dat tijdens de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 haar bezwaarschrift niet zou zijn behandeld. Uit de notulen van deze vergadering blijkt immers het tegendeel. Er is bij de totstandkoming van het besluit van de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 geen sprake geweest van strijd met de statuten of met enige wettelijke bepaling. Ook is geen sprake van strijd met de redelijkheid en billijkheid en evenmin van onzorgvuldigheid van Slagvast. [eiseres] heeft zich gedurende een periode van vele jaren herhaaldelijk onnodig en niet acceptabel grievend uitgelaten over en jegens leden en bestuursleden van Slagvast. Hoewel [eiseres] daarop herhaaldelijk is aangesproken en haar is meegedeeld dat zij haar gedrag moest aanpassen, heeft zij hieraan geen gehoor gegeven. Naast veelvuldig met [eiseres] te hebben gecorrespondeerd, heeft het bestuur van Slagvast ook diverse gesprekken met haar gevoerd. Er zijn voldoende mogelijkheden voor [eiseres] om lid te worden van een andere tennisvereniging. [eiseres] heeft het voor zichzelf onmogelijk gemaakt om als lid van Slagvast te blijven functioneren. Slagvast heeft in redelijkheid alles gedaan wat van haar verwacht mocht worden en de besluitvorming heeft op zorgvuldige wijze plaatsgevonden.

De beoordeling

Primair legt [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag dat er sprake zou zijn van strijd met een statutaire dan wel wettelijke bepaling. Zowel in artikel 2: 35 van het Burgerlijk Wetboek (BW) als in artikel 10 van de statuten van Slagvast is bepaald dat het bestuur van een vereniging bevoegd is een besluit te nemen tot ontzetting van een verenigingslid. Voorts is in artikel 10 van de statuten van Slagvast bepaald dat het desbetreffende lid binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit schriftelijk bezwaar kan indienen bij het bestuur en dat het bestuur de inhoud van het bezwaarschrift ter kennis van de Algemene Ledenvergadering brengt, welke vergadering op het bezwaarschrift bij schriftelijke stemming een definitieve beslissing neemt.

4.2. Vast staat dat het bestuur van Slagvast d.d. 14 februari 2008 het besluit heeft genomen [eiseres] uit het lidmaatschap van Slagvast te ontzetten en dat de Algemene Ledenvergadering, na stemming, op 21 maart 2008 heeft ingestemd met dit bestuursbesluit. Bij vonnis van 22 april 2009 heeft de rechtbank dit besluit van de Algemene Ledenvergadering van 21 maart 2008 - voor zover dit besluit betrekking heeft op de beslissing van het bestuur om [eiseres] uit haar lidmaatschap te ontzetten - echter vernietigd. Dit brengt niet met zich mee dat daarmee tevens het besluit van het bestuur van 14 februari 2008 tot ontzetting is vernietigd. Dit bestuursbesluit bleef ook ná voornoemd vonnis gehandhaafd. Ten gevolge van de uitspraak van de rechtbank van 22 april 2009 diende de Algemene Ledenvergadering opnieuw, bij schriftelijke stemming een definitieve beslissing te nemen over het bestuursbesluit van 14 februari 2008.

4.3. Slagvast heeft vervolgens besloten op 8 mei 2009 een volgende Algemene Ledenvergadering te houden en op deze vergadering opnieuw te beslissen over het bestuursbesluit tot ontzetting van [eiseres] uit het Lidmaatschap van 14 februari 2008. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van [eiseres] dat het bijeenroepen van de Algemene Ledenvergadering niet op juiste wijze heeft plaatsgevonden gezien het slechts beperkt aantal leden dat op die vergadering aanwezig was. In de statuten van Slagvast is bepaald dat besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen. Niet is vastgelegd dat er een minimum aantal leden moet zijn verschenen alvorens tot stemming over een bestuursbesluit kan worden overgegaan. Tegenover de gemotiveerde betwisting door Slagvast, heeft [eiseres] naar het oordeel van de rechtbank haar stelling dat niet alle leden van Slagvast zouden zijn uitgenodigd voor de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 niet, dan wel onvoldoende, aannemelijk gemaakt. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de opkomst tijdens andere Algemene Ledenvergaderingen altijd (aanzienlijk) hoger was.

4.4. De stelling van [eiseres] dat haar bezwaarschrift niet is behandeld op de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 treft evenmin doel. Immers uit het door Slagvast overgelegde verslag van de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 blijkt dat zowel [eiseres] als haar toenmalige advocaat, mr. Wouters, op de Ledenvergadering aanwezig waren en dat allereerst mr. Wouters het woord heeft gevoerd en vervolgens het bezwaarschrift ter vergadering heeft voorgedragen. Daarna is [eiseres] zelf aan het woord geweest. Ook blijkt uit de notulen dat door de voorzitter van de Ledenvergadering aan [eiseres] en haar advocaat de vraag is gesteld of zij voldoende in de gelegenheid zijn gesteld hun bezwaar tegen het ontzettingsbesluit toe te lichten. Hieruit moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat het bezwaarschrift van [eiseres] is behandeld alvorens de Ledenvergadering tot stemming over het bestuursbesluit is overgegaan.

4.5. Subsidiair stelt [eiseres] dat het besluit van de Algemene Ledenvergadering dient te worden vernietigd wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank is van oordeel dat ook hiervan geen sprake is. Gelet op de door Slagvast overgelegde producties, waarvan de inhoud door [eiseres] overigens niet is betwist, en het verhandelde ter zitting, moet worden geconcludeerd dat er van de zijde van [eiseres] ongewenst en onacceptabel gedrag jegens andere (bestuurs-)leden van Slagvast heeft plaatsgevonden en dat Slagvast [eiseres] vele malen schriftelijk heeft gewaarschuwd en heeft ingelicht over de mogelijk consequenties van haar gedrag. Slagvast heeft derhalve gehandeld zoals in redelijkheid van haar verwacht mocht worden.

De stelling van [eiseres] dat haar nooit door het bestuur van Slagvast is medegedeeld op welke grond zij uit het lidmaatschap is ontzet, treft evenmin doel. Immers gezien de inhoud van de vele correspondentie tussen het bestuur van Slagvast en [eiseres], moet voor [eiseres] duidelijk zijn geweest dat haar gedrag de belangen van de vereniging heeft geschaad en schaadt, hetgeen op grond van artikel 11 van de statuten van Slagvast één van de gronden is voor ontzetting.

4.6. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat niet kan worden geconcludeerd dat er sprake is van strijd met een statutaire of wettelijke bepaling betreffende de totstandkoming van besluiten en evenmin van strijd met de redelijkheid en billijkheid. De vordering van [eiseres] het besluit van de Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009 te vernietigen, voor zover dit ziet op het besluit haar uit het lidmaatschap te ontzetten, zal derhalve worden afgewezen.

4.7. Nu de Algemene Ledenvergadering op 8 mei 2009 het bestuursbesluit tot ontzetting uit het lidmaatschap heeft bekrachtigd en dit besluit daarmee definitief is geworden, liggen ook de vorderingen van [eiseres] zoals geformuleerd onder II en III in het petitum van de dagvaarding voor afwijzing gereed.

4.8. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Slagvast worden begroot op:

- dagvaardingsexploit EUR 87,93

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 904,00 (twee punten tarief II)

Totaal EUR 1.253,93

De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst de vorderingen van [eiseres] af;

5.2. veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Slagvast

gevallen, tot dusver begroot op EUR 1.253,93, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der voldoening;

5.3. veroordeelt [eiseres] in de nakosten te begroten op een bedrag van EUR 131,00,

indien gedaagde binnen 14 dagen na uitspraak van dit vonnis betaalt en tot betaling van EUR 199,00 indien betekening na die 14 dagen heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

5.4. verklaart dit vonnis ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2010.