Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BO3604

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
04-11-2010
Datum publicatie
10-11-2010
Zaaknummer
AWB 09/310
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Marktmeester heeft aan hem betaalde marktgelden niet aan de gemeente afgedragen. Strafontslag niet onevenredig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 09/310

Uitspraak van de meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. B.M. van Kerkvoorden, werkzaam bij ARAG rechtsbijstand te Leusden

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland,

gevestigd te Zierikzee,

verweerder.

I. Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van verweerder van 10 maart 2009 (het bestreden besluit).

Het beroep is op 23 september 2010 behandeld ter zitting. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. L.S. van Loon, advocaat te 's-Hertogenbosch alsmede door G. Benou en R. Houtzager, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente Schouwen-Duiveland.

II. Overwegingen

1. Eiser was ambtenaar in dienst bij de gemeente Schouwen-Duiveland. Per 1 mei 1999 is hij aangesteld in de functie van controleur/marktmeester. Als zodanig was eiser buitengewoon opsporingsambtenaar en had hij de bevoegdheid tot handhaving.

2. Begin augustus 2008 heeft de heer [naam2], marktkoopman op de markt in Zierikzee, aan de gemeente een overzicht overgelegd van een achttal betalingen door hem aan eiser in 2008 gedaan ter aflossing van een bestaande achterstand in de betaling van marktgelden. Naar aanleiding hiervan is het vermoeden ontstaan dat eiser deze bedragen niet in de gemeentekas heeft gestort. In verband hiermee heeft op 7 augustus 2008 een gesprek plaatsgevonden tussen eiser en - onder meer - zijn afdelingshoofd. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 7 augustus 2010 aan eiser het voornemen kenbaar gemaakt om hem op grond van artikel 8:15:1 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (hierna: CAR-UWO) te schorsen op de grond dat verweerder ernstig plichtsverzuim van eiser vermoedt. Tevens heeft verweerder eiser met ingang van 7 augustus 2008 op grond van artikel 15:1:19 van de CAR-UWO de toegang tot de kantoren, werkplaatsen en andere werkterreinen van de gemeente ontzegd. Verweerder heeft hierbij aangekondigd een onderzoek te doen naar de in het verslag van het gesprek van 7 augustus 2008 beschreven feiten.

3. Na een hoorzitting op 19 augustus 2008 heeft verweerder eiser op 25 augustus 2008 geschorst wegens het belang van de dienst.

4. De resultaten van het door verweerder ingestelde onderzoek zijn voor verweerder aanleiding geweest om eiser bij brief van 2 september 2008 op de hoogte te stellen van het voornemen om hem met toepassing van artikel 8:13 van de CAR-UWO wegens ernstig plichtsverzuim de disciplinaire straf op te leggen van onvoorwaardelijk ontslag.

Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over dit voornemen te geven.

De resultaten van het onderzoek zijn voor verweerder tevens aanleiding geweest om aangifte wegens verduistering te doen. Bij vonnis van 23 maart 2009 is eiser door de politierechter veroordeeld wegens verduistering, meermalen gepleegd.

5. Bij besluit van 16 september 2008 heeft verweerder eiser met ingang van 17 september 2008 ongevraagd strafontslag opgelegd. Bij het bestreden besluit is dit strafontslag gehandhaafd. Eiser is daarbij verweten dat hij door hem namens de gemeente van marktkoopman [naam2] geïnde gelden niet aan de gemeentekas heeft afgedragen. Voor verweerder staat op grond van drie door eiser ondertekende ontvangstbevestigingen en de door [naam2] en eiser ondertekende verklaring van 7 augustus 2008 vast dat eiser contante gelden tot een bedrag van totaal € 950,- heeft ontvangen van [naam2]. Uit de administratie blijkt dat daarvan slechts € 150,- in de gemeentekas is gestort. In hetgeen eiser ter verontschuldiging van zijn handelen heeft aangevoerd heeft verweerder geen aanleiding gevonden om af te zien van het strafontslag. Verweerder meent dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en ontoelaatbaar plichtsverzuim. Bij de bepaling van de strafmaat heeft verweerder verzwarend geacht dat van een buitengewoon opsporingsambtenaar bij uitstek integer, betrouwbaar en onkreukbaar gedrag wordt verwacht.

6. Eiser kan zich niet verenigen met het opgelegde strafontslag. Hij voert aan dat de contante incassering van achterstallige legesbedragen bij [naam2] een uitzondering betrof op de normale inning per bank. Medewerker [naam3] van de Afdeling Invordering had met [naam2] afgesproken dat die zijn achterstallige marktgelden contant aan eiser kon afdragen. Eiser stelt dat hij door de gemeente onvoldoende was toegerust om de gelden op juiste wijze te incasseren; hij beschikte niet over een kwitantieboekje en moest improviseren. Hierdoor en omdat de betalingen onregelmatig plaatsvonden, was het eiser op enig moment niet meer geheel duidelijk welk bedrag [naam2] precies had afgedragen. Het was eiser - onder meer wegens ziekte - ontschoten om de ontvangen bedragen direct af te dragen. Eiser heeft toen [naam2] verzocht om te berekenen welke bedragen eiser nog diende af te dragen. Hiertoe zou [naam2] de van eiser ontvangen betalingsbewijzen zoeken. [naam2] heeft in een gesprek op 3 augustus 2008 voorgesteld dat eiser het gehele bedrag aan [naam2] zou retourneren en dat [naam2] het alsnog rechtstreeks aan de gemeente af zou dragen.

Eiser heeft nooit de intentie gehad de van [naam2] ontvangen bedragen onder zich te houden. Hij heeft altijd de bedoeling gehad dat het geld bij de gemeente Schouwen-Duiveland terecht zou komen. Het is aan [naam2] te wijten dat hij de terugbetaling niet eerder kon regelen. Dat eiser bij zijn poging orde te scheppen in zijn administratie een verkeerde keuze heeft gemaakt door zich tot [naam2] te wenden en niet tot zijn leidinggevende, is eiser duidelijk. Hij heeft hiermee een verkeerde keuze gemaakt en neemt daarvoor zijn verantwoordelijkheid. Een strafontslag is echter een te zware sanctie.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

8. Artikel 16:1:1 van de CAR-UWO bepaalt:

1. De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij herhaling aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van maatregelen van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de tweede titel van de Ambtenarenwet, kan deswege disciplinair worden gestraft.

2. Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Artikel 8:13 van CAR-UWO bepaalt:

Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.

9. Aan de stukken ontleent de rechtbank de volgende feiten. In 2006 was bij marktkoopman [naam2], een hoge betalingsachterstand ontstaan in het betalen van marktgelden. Medewerker invordering [naam3] van de gemeente heeft toen, met [naam2] de afspraak gemaakt dat [naam2] - in afwijking van de normale betaling per bank - aan het eind van iedere marktdag aan eiser als marktmeester een deel van zijn omzet zou afdragen om zijn betalingsachterstand af te lossen. [naam3] heeft vervolgens aan eiser de opdracht gegeven om dit geld op te halen bij [naam2] en in de gemeentekas te storten.

Vanaf eind 2006/begin 2007 heeft eiser regelmatig betalingen van [naam2] in ontvangst genomen, hem ter bevestiging van deze betalingen daarvoor bonnetjes verstrekt en heeft hij de ontvangen gelden afgedragen aan de gemeentekas.

10. Uit het door verweerder ingestelde onderzoek is genoegzaam gebleken dat eiser in 2008 een aantal betalingen heeft ontvangen van [naam2]. Dit betrof op 24 januari 2008 €200,-, op 7 februari 2008 € 100,- en op 3 april 2008 € 100,-,. Nadat eiser geconfronteerd is met de door hem aan [naam2] als bewijs van betaling afgegeven bonnetjes, heeft hij erkend dat hij deze betalingen heeft ontvangen en dat hij deze betalingen niet heeft afgedragen aan de gemeentekas.

Voorts is er een door [naam2] opgesteld, door zowel [naam2] als eiser ondertekend overzicht van 7 augustus 2008 (het A4-tje) betreffende marktgelden 2007 betaald door [naam2] aan eiser. Dit betrof de volgende betalingen: op 10 april 2008 € 150,-, op 8 mei 2008 € 100,-, op 15 mei 2008 € 100,-, op 29 mei 2008 € 100,- en op 20 maart 2008 € 100,-. Uit het onderzoek is gebleken dat eiser eenmaal op 19 mei 2008 een bedrag van € 150,- heeft afgedragen aan de gemeentekas. De overige bedragen zijn door eiser niet gestort in de gemeentekas.

Voor de stelling van eiser dat hij meende dat hij op het A4-tje van 7 augustus 2008 heeft getekend voor de ontvangst van € 450,- van [naam2] - een bedrag waarover hij met [naam2] had gesproken - , heeft eiser geen enkele aannemelijke onderbouwing kunnen aandragen. Dat geldt tevens voor zijn stelling dat er meerdere versies van dit stuk moeten zijn. Het betreffende stuk bevat immers een kort en duidelijk overzicht van de betaaldata en de betaalde bedragen. Tevens staat de handtekening van eiser onder zijn verkeerd - met dubbel l - gespelde naam. Eiser heeft tegenover verweerder erkend dat hij zich herinnerde dat zijn naam op het stuk verkeerd gespeld was.

11. Op zichzelf is juist dat het in ontvangst nemen van (contante) betalingen niet tot eisers gebruikelijke werkzaamheden als marktmeester behoorde en dat de opdracht aan eiser om de achterstallige marktgelden te innen niet van zijn leidinggevende kwam. Ook blijkt uit de stukken dat [naam3] de afspraak met [naam2], terwijl hij daartoe niet bevoegd was, op eigen initiatief gemaakt heeft en ook op eigen initiatief eiser heeft gevraagd de gelden te innen. Deze afspraak ging aldus de binnen de gemeentelijke organisatie normale en formeel juiste gang van zaken, volstrekt te buiten. Verweerder heeft in dit opzicht gefaald in de controle hierop.

12. Dit neemt echter niet weg dat eiser, zoals hij zelf ter zitting heeft erkend, vanaf eind 2006/ begin 2007 zonder meer aan het verzoek van [naam3] heeft voldaan en zich niet tot zijn leidinggevende heeft gewend voor nadere instructies. Niet in geschil is dat eiser conform de gemaakte afspraak in 2007 bedragen van [naam2] heeft geïnd tegen overlegging van bonnetjes als bewijs daarvan en de ontvangen bedragen wel aan de gemeentekas heeft afgedragen. De stelling van eiser dat hij niet voldoende was toegerust om te handelen volgens de gemaakte afspraak, verwerpt de rechtbank dan ook. Eiser was zich er, blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting, ook terdege van bewust dat het gelden betrof die aan de gemeente toebehoorden.

13. Dat eiser nooit de intentie heeft gehad de gelden onder zich te houden is onvoldoende gebleken. Eiser heeft tijdens het onderzoek steeds wisselende verklaringen gegeven voor het feit dat hij in 2008 betalingen niet heeft afgedragen aan de gemeente. Hij heeft aangevoerd dat hij een periode in februari/ maart met klachten van doofheid ziek is geweest, dat hij niet steeds na afloop van de markt op het gemeentehuis terugkwam, en dat er andere privé omstandigheden waren waardoor hij vergeten is het geld te storten. Echter de ziekte betrof slechts een beperkte periode. Eiser heeft naar eigen zeggen in die tijd wel steeds de markt opgestart. Dat hij daarna niet op dezelfde dag terugkwam op het gemeentehuis, staat er niet aan in de weg dat hij op een ander moment het geld had kunnen storten. Een steekhoudende verklaring voor de handelwijze van eiser ontbreekt dan ook. Eiser heeft ook ter zitting van de rechtbank niet duidelijk kunnen maken dat er geldige redenen waren die hem blijvend hebben verhinderd om de ontvangen betalingen af te dragen aan de gemeente.

Eisers stelling dat hij in augustus 2008 met [naam2] een afspraak heeft gemaakt om alsnog de terugbetaling van het geld te regelen, nog daargelaten dat uit de stukken niet met zekerheid valt af te leiden van wie - [naam2] of eiser - het initiatief is uitgegaan om tot een oplossing c.q. afbetaling van de nog aan de gemeente verschuldigde bedragen te komen, kan daar evenmin aan afdoen.

14. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat voldoende vast is komen te staan dat eiser over een periode van tenminste zes maanden herhaaldelijk gelden die hij voor de gemeente heeft geïnd, zonder geldige reden niet heeft afgedragen aan de gemeente maar onder zich heeft gehouden. Eiser heeft zich hierdoor niet gedragen als een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden hoort te doen en zich daarmee schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim valt hem toe te rekenen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aard en de ernst van dit plichtsverzuim zodanig, dat de opgelegde straf van ontslag daaraan niet onevenredig is te achten. Dit spreekt te meer nu verweerder aan de integriteit en de betrouwbaarheid van eiser als marktmeester en buitengewoon opsporingsambtenaar terecht hoge eisen stelt.

15. De conclusie is dat het bestreden besluit in rechte stand houdt. Het beroep is ongegrond.

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack als voorzitter en mr. R.C.M. Reinarz en mr. I. Dijkman als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Bins-Scheffer als griffier en op 4 november 2010 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: