Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BO2782

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
03-11-2010
Datum publicatie
03-11-2010
Zaaknummer
12/700056-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Grooming door middel van internet spel-site, ontucht met en seksueel binnendringen van minderjarige jonger dan 12 jaar, bezit kinderporno. Betrouwbaarheid studioverhoor minderjarige. Veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/700056-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 november 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1982] te [geboorteplaats/-land],

wonende te [woonplaats]

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie Zoetermeer te Zoetermeer,

raadsman mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 oktober 2010, waarbij de officier van justitie, mr. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 januari 2010 in de gemeente Zoetermeer en/of in de gemeente [woonplaats], in elk geval in Nederland,

(te1kens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij verdachte (telkens) die [slachtoffer 1] tijdens één of meer chatgesprek(ken) via de site(s) www.MSN.com en/of www.habbo.nl, in elk geval een of meer internetsite(s) en/of door middel van/via (een) sms-bericht(en) gevraagd of zij met hem, verdachte, seks wilde hebben en/of zij hem, verdachte, wilde pijpen en/of die [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zou leren zuigen en/of pijpen en/of tongzoenen en/of die [slachtoffer 1] meermalen Habbo Hotel Credits gegeven en/of met die [slachtoffer 1] afgesproken dat zij elkaar op zondag (31 januari 2010) zouden ontmoeten en/of dat hij, verdachte, haar rond 10.00 uur of 11.00 uur met zijn auto zou ophalen bij de school van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] gezegd en/of aangegeven en/of uitgelegd dat zij moest uitkijken naar een zilveren BMW waarvan het nummerbord begint met 74 en/of voormelde afspraak meermalen, althans eenmaal bevestigd;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 16 februari 2010 te Vlissingen en/of in de gemeente Goes en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], en/of (een) andere perso(o)n(en), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had(den) bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die andere perso(o)n(en), hebbende verdachte zijn/een vinger(s) in de vagina en/of zijn penis in de mond en/of in de vagina van die [slachtoffer 1] en/of die andere perso(o)n(en) gebracht en/of getongzoend met die [slachtoffer 1] en/of die andere perso(o)n(en);

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 16 februari 2010 te Vlissingen en/of in de gemeente Goes en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], en/of (een) andere perso(o)n(en) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het zoenen en/of tongzoenen en/of strelen en/of likken van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of die andere perso(o)n(en) en/of het zich laten aftrekken en/of laten betasten en/of likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of die andere perso(o)n(en);

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 20 en/of 21 januari 2010 in de gemeente Zoetermeer en/of in de gemeente Haarlem en/of te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 2] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij verdachte (telkens) die [slachtoffer 2] tijdens één of meer chatgesprek(ken) via de site www.habbo.nl gevraagd of zij met hem, verdachte, seks wilde hebben en/of hem, verdachte, wilde pijpen en/of die [slachtoffer 2] voorgesteld om op donderdag 21 januari 2010 om 19.00 uur naar het station in Zoetermeer te komen en hem, verdachte daar te bellen en/of die [slachtoffer 2] (daartoe) zijn/een telefoonnummer doorgegeven dat zij kon bellen;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 februari 2010 te Zoetermeer, in elk geval in Nederland,

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, te weten een computer en/of één of meer harddisk(s), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

(telkens) heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten een computer en/of internet, de toegang tot die afbeelding(en) heeft verschaft, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

- het (laten) vasthouden van de stijve penis van (een) volwassen man(nen) door een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (te weten de afbeelding(en) [bestandsnaam 1], en/of [bestandsnaam 2])

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (te weten de afbeelding(en) [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of t[bestandsnaam 6] en/of [bestandsnaam 7] en/of

[bestandsnaam 8] en/of [bestandsnaam 9] en/of [bestandsnaam 10]).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

Ontvankelijkheid.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde is namens de verdachte aangevoerd dat ter zake een hoorverplichting geldt. Nu niet is gebleken dat het slachtoffer [slachtoffer 2] is gehoord over het feit en de vervolging en er derhalve in strijd met voornoemd voorschrift is gehandeld, dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus de raadsman.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wel degelijk aan bedoelde hoorverplichting is voldaan. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2010 blijkt namelijk dat de verbalisanten met het slachtoffer hebben gesproken over het ten laste gelegde feit en dat het slachtoffer haar laptop heeft meegebracht om screenprints en haar chat-geschiedenis te tonen. Het slachtoffer heeft aldus haar medewerking verleend aan het onderzoek, waarmee haar wil omtrent de vervolging in deze helder is geworden. Nu de hoorverplichting verder vormvrij is, is wel aan het onderhavige voorschrift voldaan, aldus de officier van justitie.

Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

De hoorverplichting als bedoeld in artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering brengt met zich dat het openbaar ministerie gehouden is de minderjarige die twaalf jaar of ouder is en die het slachtoffer is geworden van een zedendelict, in de gelegenheid te stellen zijn of haar mening kenbaar te maken over het feit. Nu het onderhavige slachtoffer [slachtoffer 2], blijkens de in het dossier gevoegde geboorteakte, is geboren op [geboortedatum] en derhalve jonger is dan twaalf jaar, wordt het verweer van de raadsman verworpen.

De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

Ten aanzien van feit 1

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij voornamelijk op de MSN-chatgeschiedenis tussen de verdachte en het slachtoffer. Uit die chatgesprekken, die zijn gevoerd in de periode 27 tot en met 30 januari 2010, blijkt duidelijk dat bij de verdachte sprake was van het oogmerk om met het slachtoffer ontuchtige handelingen te plegen en dat hij wist dat zij nog geen twaalf jaar oud was. Voorts blijkt uit de chatgesprekken dat de verdachte met het slachtoffer een concrete datum, tijd en plaats voor een ontmoeting heeft afgesproken en dat hij het slachtoffer instrueert daarbij uit te kijken naar een zilverkleurige BMW waarvan het kenteken met 74- begint. Eén en ander heeft ook daadwerkelijk geresulteerd in een ontmoeting tussen beiden, aldus de officier van justitie.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat ten aanzien van bedoelde chatgesprekken niet vast staat hoe de inhoud er van moet worden beoordeeld. De gesprekken zijn namelijk gevoerd in de virtuele omgeving van het Habbo hotel (www.habbo.nl), een plek waar deelnemers zich anders voordoen dan in de werkelijkheid. Bovendien heeft de verdachte nooit onder de naam Kevin gechat. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat, onder meer naar aanleiding van de door het slachtoffer aan hem toegezonden foto’s, hij in de veronderstelling verkeerde dat zij wellicht 14 of 15 jaar oud was. De seksueel getinte inhoud van de door de verdachte gevoerde chatgesprekken moet worden gezien als een fantasie en niet echt; velen op Habbo en MSN bezigen dat taalgebruik. Tot slot is de reden dat de verdachte het slachtoffer in het echt wilde ontmoeten, gelegen in het feit dat hij op zoek was naar een geschikt persoon om een relatie mee aan te gaan. Dit laatste vormt de reden dat de verdachte op 31 januari 2010 met het slachtoffer heeft afgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Namens de verdachte is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aan het gevoerde verweer geen expliciete conclusie verbonden. Wel heeft de verdachte zelf nog verklaard dat hij het slachtoffer slechts wilde ontmoeten om te bezien of zij -kort gezegd- geschikt relatiemateriaal was. Hierin leest de rechtbank het verweer dat de verdachte betwist dat hij het slachtoffer de ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met haar te plegen, wat zou moeten leiden tot vrijspraak.

Vooropgesteld wordt dat de in het dossier opgenomen op de laptop van het slachtoffer [slachtoffer 1] aangetroffen MSN-geschiedenis tussen de accounts [account 1] en [account 2], ter zitting aan de verdachte is voorgehouden. De verdachte heeft verklaard dat hij de gebruiker is van de accountnaam [account 2]. Ook heeft de verdachte niet ontkend bovenbedoelde chatgesprekken met het slachtoffer te hebben gevoerd. Integendeel, de verdachte heeft desgevraagd geen voorbehoud gemaakt voor wat betreft de inhoud van de gesprekken, maar stelt enkel dat hij niet onder de naam Kevin heeft gechat.

Dat het de verdachte is geweest die heeft deelgenomen aan bedoelde chatgesprekken volgt niet alleen uit de verklaring van de verdachte zelf, maar ook uit onderzoek verricht naar het IP-adres behorende bij de accountnaam [account 2]. Onderzoek heeft uitgewezen dat bedoelde accountnaam het IP-adres [IP-adres] gebruikt. Uit onderzoek naar de computer toebehorende aan de verdachte en aangetroffen in zijn woning in Zoetermeer, volgt vervolgens dat hij gebruik maakt van bedoeld IP-adres. Verder is niet aannemelijk geworden dat een ander dan de verdachte toegang had tot of gebruik heeft gemaakt van de computer van de verdachte.

Geconcludeerd wordt derhalve dat het de verdachte is geweest die de gerelateerde chatgesprekken met het slachtoffer heeft gevoerd. Dat op enig moment niet de naam Halfbloedje of Andreas, maar de naam Kevin wordt opgevoerd als de gesprekspartner van het slachtoffer die gebruik maakt van de account [account 2] doet, naar het oordeel van de rechtbank, hieraan niet af.

Uit de chatgesprekken blijkt dat de verdachte op 27 januari 2010 aan het slachtoffer heeft gevraagd: “hoeveel weken nog voordat je 12 bent?”, waarop het slachtoffer heeft geantwoord: “2”.

Vervolgens heeft de verdachte, diezelfde dag, het slachtoffer een groot aantal chats toegezonden die seksueel getint en soms ronduit expliciet zijn, bijvoorbeeld: “maar je mag wel mijn lul zien als je wilt”, “en wil je echt sex?”, “wil je het bij mij thuis doen?”, “maar waar wil je neuken”, “en pijpen”, “heb je het wel eens gedaan?”, “wil je het doorslikken tijdens het pijpen” en “durf je dan ook geile foto’s te maken…zoals van je tietjes?”.

De volgende dag, 28 januari 2010, heeft de verdachte het slachtoffer opnieuw chats toegezonden, waaronder: “maar je durft dus echt sex te hebben als je 12 bent dadelijk over 2 weken? Eerlijk zeggen”, “je hoeft niet zenuwachtig te zijn”, “we doen alles rustig aan hoor”, “ik zal hem er langs, langzaam, in doen bij jouw, oké?” en “weet je wel al iets over sex enzo?” en “wil je ook leren tongzoenen met mij schatje?”.

Later die dag heeft de verdachte het slachtoffer gevraagd: “welke groep zit je”, waarop het slachtoffer heeft geantwoord “8”, waarop de verdachte weer heeft geantwoord: “ok”. Ook heeft de verdachte nog gechat: “en hoe laat mag je dan buiten blijven”.

Gezien bovenstaande zeer expliciete inhoud van chats die de verdachte aan het slachtoffer heeft gezonden, wordt geoordeeld dat het niet anders kan dan dat de verdachte heeft aangestuurd op een ontmoeting met het slachtoffer om ontuchtige handelingen met haar te plegen. Niet valt immers in te zien om welke andere reden de verdachte zich van dergelijk taalgebruik zou bedienen. Dat het de verdachte -zoals zijn uitdrukkelijk gevoerd verweer ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde zal luiden- uitsluitend te doen was om cyberseks, dus seks in de virtuele wereld, wordt niet geloofwaardig geacht en tegengesproken door de inhoud van na te noemen chats. Op 28 januari 2010 heeft de verdachte het slachtoffer namelijk ook de volgende chats verzonden: “ik heb echt zin in jou… wil je niet anders dit weekend al afspreken? op zondag”, “maar hoe laat zondag”, “hoe laat zondag”, “dus zondag, deze zondag”, “om 11 uur”, “toch?”, “maar je hebt nog nooit gezogen aan een lul, ooit?”, “maar ik zal je leren hoe het moet”, “heb je een mobiel nummer?”, “ja maar als we elkaar niet kunnen vinden zondag”, “ik kan bijna niet

wachten tot zondag” en “maar schatje, we kunnen het ook in de auto doen als je wilt…dat pijpen bedoel ik he”.

Uit al deze chats, zo wordt geoordeeld, volgt zonder meer dat de verdachte uit was op een daadwerkelijk ontmoeting met het slachtoffer om zijn lustvoornemens in praktijk te brengen.

Dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het slachtoffer onder de 16 jaar was, volgt allereerst uit zijn eigen verklaring ter zitting. De verdachte heeft namelijk verklaard dat hij aanvankelijk in de veronderstelling verkeerde dat het slachtoffer ouder was. Nadat hij op 27 en 28 januari 2010 de foto’s weergegeven in proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2010 heeft ontvangen, dacht hij echter dat het slachtoffer mogelijk 14 of 15 jaar oud was, aldus de verdachte zelf. Daar komt bij dat het slachtoffer meermalen per chat aan de verdachte heeft laten weten dat ze slechts 11 jaar oud was. Voorts heeft de verdachte op 28 januari 2010 onder meer de volgende chatmededelingen gedaan: “hoe lang mag jij wegblijven? Hoeveel uur”, “hoe laat mag jij weg, al in de ochtend of zo?”, “welke groep zit je” en (tot) “hoe laat mag je dan buiten blijven”, hetgeen erop wijst dat de verdachte er op bedacht is geweest ten tijde van het onder 1 ten laste gelegde met een (zeer) jong kind van doen te hebben gehad. Tot slot, zo wordt op grond van eigen waarneming geoordeeld, oogt het slachtoffer op bovengenoemde foto’s aanmerkelijk jonger dan een gemiddelde 16-jarige.

Op grond van bovenstaande wordt dan ook geoordeeld dat de verdachte op zijn minst genomen redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat het slachtoffer jonger was dan 16 jaar.

Door middel van chats hebben de verdachte en het slachtoffer op initiatief van de verdachte vervolgens afgesproken elkaar op zondag 31 januari in Vlissingen, nabij de school van het slachtoffer te ontmoeten. De verdachte zou het slachtoffer ophalen in een zilverkleurige BMW waarvan het nummerbord begint met 74-. Door deze gedetailleerde afspraak met het slachtoffer te maken heeft de verdachte, zo wordt geoordeeld, ook een concrete uitvoeringshandeling verricht om de voorgenomen ontmoeting te verwezenlijken. Het onder 1 ten laste gelegde kan derhalve in navolgende zin worden bewezen verklaard.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 januari 2010 in de gemeente Zoetermeer en in de gemeente Vlissingen,

(te1kens) door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij verdachte (telkens) die [slachtoffer 1] tijdens chatgesprekken via de site www.MSN.com gevraagd of zij met hem, verdachte, seks wilde hebben en zij hem, verdachte, wilde pijpen en die [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zou leren zuigen en pijpen en tongzoenen en met die [slachtoffer 1] afgesproken dat zij elkaar op zondag (31 januari 2010) zouden ontmoeten en dat hij, verdachte, haar rond 11.00 uur met zijn auto zou ophalen bij de school van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 1] gezegd en uitgelegd dat zij moest uitkijken naar een

zilveren BMW waarvan het nummerbord begint met 74 en voormelde afspraak meermalen, bevestigd.

Ten aanzien van feiten 2 en 3:

4.5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de door het slachtoffer afgelegde verklaring, zoals weergegeven in het proces-verbaal van studioverhoor, het rapport van de deskundige Bullens omtrent de betrouwbaarheid van het studioverhoor en diverse steunbewijsmiddelen, waaronder de MSN-chatgeschiedenis tussen de verdachte en het slachtoffer, de door de verdachte aan het slachtoffer gezonden sms-berichten en het NFI-rapport inzake onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek. De officier van justitie deelt mede het slachtoffer volledig in haar verklaring te volgen, inhoudende dat de verdachte met haar heeft getongzoend, haar heeft gestreeld en gelikt en gevingerd, dat het slachtoffer op initiatief van de verdachte hem heeft gepijpt en dat de verdachte tweemaal heeft geprobeerd met zijn penis in het lichaam van het slachtoffer binnen te gaan.

4.6 Het standpunt van de verdediging

Namens de verdachte is aangevoerd dat de verdediging onvoldoende gebruik heeft kunnen maken van haar verdedigingsrechten. Nadat de rechter-commissaris heeft geweigerd de gedetailleerde vragen van de verdediging aan de deskundige Bullens voor te leggen, heeft de rechtbank en ook de officier van justitie het verzoek van de verdediging om het verhoor van de deskundige op zitting gepasseerd. De verdediging verzoekt dan ook opnieuw om het verhoor van de deskundige Bullens ter zitting, echter uitsluitend onder de voorwaarde dat de voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden geschorst.

Voorts is namens de verdachte aangevoerd dat de verdachte en het slachtoffer elkaar weliswaar twee keer hebben ontmoet, namelijk op 31 januari en 6 februari 2010, maar dat slechts tijdens de tweede ontmoeting sprake was van enig seksueel contact. Toen heeft het slachtoffer de verdachte namelijk afgetrokken, wat het op de spijkerbroek van het slachtoffer aangetroffen spermaspoor afkomstig van de verdachte verklaart. De overige seksuele handelingen waarover het slachtoffer heeft verklaard, zijn onjuist en kunnen het gevolg zijn van beïnvloeding door anderen voordat het slachtoffer daadwerkelijk is overgegaan tot het doen van aangifte. Dat de verklaring van het slachtoffer op punten onjuist is volgt ook uit andere kennelijke onwaarheden in haar verklaring. Voorts blijkt ook uit het rapport van de deskundige Bullens dat het slachtoffer onvoldoende in staat is aan te geven wanneer welke seksuele handelingen hebben plaatsgehad. De verklaring van het slachtoffer is dan ook niet betrouwbaar en zou moeten worden uitgesloten van het bewijs, hetgeen moet leiden tot vrijspraak, aldus de raadsman.

4.7 Het oordeel van de rechtbank

Rechten van de verdediging

Namens de verdachte is een voorwaardelijk verzoek gedaan om de deskundige Bullens ter zitting te horen, zodat de verdediging alsnog alle vragen die de raadsman op 10 mei 2010 aan de rechter-commissaris heeft doen toekomen, kan stellen. De rechtbank heeft bedoelde vragenlijst (wederom) bestudeerd en concludeert als volgt. De vragen die geschikt zijn om aan de deskundige voor te leggen, zijn reeds aan de deskundige voorgelegd en door de deskundige in zijn rapport beantwoord. De overige opmerkingen op de vragenlijst betreffen veelal geen vragen, maar mededelingen van de verdediging en zijn naar het oordeel van de rechtbank ongeschikt om door de deskundige te worden onderzocht en/of beantwoord. Het zeer beperkte aantal daadwerkelijke vragen op de vragenlijst dat resteert betreft vragen die niet behoren tot het domein van de deskundige. Ook hiervan oordeelt de rechtbank dat deze ongeschikt zijn om aan de deskundige te worden voorgelegd.

Geconcludeerd wordt derhalve dat de vragen van de raadsman die geschikt zijn om aan de onderhavige deskundige voor te leggen, reeds aan de deskundige zijn voorgelegd en in diens onderzoek en rapportage zijn betrokken. In zoverre zijn de rechten van de verdediging niet tekort gedaan. Door de inhoud en de reikwijdte van de verklaring van de deskundige is de verdediging tevens een, aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende, compensatie geboden voor het niet rechtstreeks kunnen ondervragen van het slachtoffer. In het aangevoerde ziet de rechtbank dan ook geen reden om het onderzoek te heropenen voor het verhoor ter zitting van de deskundige Bullens. Het verzoek namens de verdachte wordt afgewezen.

Betrouwbaarheid verklaring slachtoffer

In deze is deskundigenonderzoek verricht naar de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer zoals afgelegd tijdens het studioverhoor van 17 februari 2010. De deskundige, R. Bullens, klinisch psycholoog, heeft bij zijn opdracht een aantal mogelijke scenario’s onderzocht die worden ondersteund door het dossier. Verder heeft de deskundige een aantal door de rechter-commissaris, in samenspraak met de raadsman en de officier van justitie, geformuleerde vragen onderzocht. Tot slot heeft de deskundige de kwaliteit van het afgenomen studioverhoor onderzocht. Op 3 augustus 2010 heeft de deskundige zijn rapport uitgebracht waaruit het volgende kan worden afgeleid.

Ten aanzien van de kwaliteit van het verhoor concludeert de deskundige dat het studioverhoor, op een enkele onvolkomenheid na, op goede wijze en met inachtneming van de relevante procedures en principes is afgenomen. Een onvolkomenheid is de tijdsduur van het interview in combinatie met de geboden pauzes. De verhoorder laat aan het slachtoffer de ruimte om in haar eigen woorden te antwoorden en stelt voornamelijk open vragen en enkele meerkeuzevragen. De verhoorder vraagt regelmatig na bij het slachtoffer of het klopt wat zij zojuist aan het slachtoffer heeft terugverteld en vraagt over het algemeen goed door. Op enkele punten heeft de verhoorder verzuimd door te vragen. Voorts gaat verhoorder na of het slachtoffer eerdere seksuele ervaringen heeft gehad. Tot slot vormt het verslag van het verhoor een goede weergave van hetgeen op videobeelden is vastgelegd.

De deskundige geeft karakteristieken weer van het slachtoffer tijdens het verhoor, die doorgaans als bijdragend aan de betrouwbaarheid van een verklaring worden beschouwd. Zo maakt het slachtoffer geen ingeblikte indruk en vertelt ze geen keurig geordend verhaal. Ook kan ze vaak letterlijk conversaties noemen. Voorts kan ze veel intieme details noemen en ondersteunt ze haar verhaal met spontane gebaren. Het slachtoffer is bijzonder goed op de hoogte van zaken als het likken van de vagina/penis, tongzoenen en coïtus. Deze kennis is niet leeftijdsadequaat en ook het taalgebruik is niet in overeenstemming met haar leeftijd en ontwikkelingsniveau. Het slachtoffer claimt deze handelingen van de verdachte te hebben geleerd, waarbij opvallend is dat de verklaring van het slachtoffer op dit punt identiek is aan

de over en weer gezonden SMS- en MSN-berichten. Op de vraag of het slachtoffer pornografisch materiaal projecteert op verdachte geeft de deskundige aan dat er vanuit het interview geen andere fysieke kennisbron blijkt te zijn op basis waarvan het slachtoffer haar uitgebreide (volwassen) kennis van seksualiteit kan hebben opgedaan. Niet plausibel is verder dat het slachtoffer zo’n gedetailleerde verklaring weet af te leggen op grond van kennis (slechts) opgedaan via internet, televisie of literatuur.

Verder lijkt het slachtoffer voldoende suggestieresistent: op bedekt suggestieve vragen van de verhoorder antwoordt zij ontkennend. Ook geeft het slachtoffer tijdens het interview aan dat ze niet alles wat zij tijdens het interview heeft verklaard aan haar moeder heeft verteld. Het laatste vermindert de kans op ‘ruis’ of wel beïnvloeding van slachtoffer door anderen. Een aantal keer geeft het slachtoffer te kennen iets niet (meer) te weten. Alle voornoemde aspecten dragen gewoonlijk bij aan de geloofwaardigheid van de verklaring.

De deskundige treft echter ook een aantal aspecten in de verklaring van het slachtoffer die doorgaans als niet bijdragend aan de betrouwbaarheid van een verklaring worden aangemerkt. Zo lijkt de verklaring op een aantal punten niet te kloppen. Haar precieze beschrijving van hoe de eerste ontmoeting is verlopen is op onderdelen onduidelijk. Het slachtoffer blijkt met name onvoldoende in staat exact aan te geven welke seksuele handelingen wanneer hebben plaatsgevonden. Ook het aantal ontmoetingen waarover het slachtoffer heeft verklaard, namelijk viermaal en altijd op een zaterdag of zondag, lijkt niet te kloppen. De deskundige geeft aan dat deze inconsistenties mogelijk kunnen worden verklaard door ambivalente gevoelens van het slachtoffer ten opzichte van de verdachte. Ook om haar eigen gedrag achter af ‘goed’ te praten kan er een aantal vervormingen zijn opgetreden. Voorts merkt de deskundige in algemene zin op dat voor jonge kinderen tijdsverankeringen en frequenties lastige materie zijn.

Voorts stelt de deskundige nog vast dat bij het slachtoffer geen sprake is van een spontane onthulling en dat er uit het beschikbare materiaal geen nadrukkelijke motieven naar voren komen voor het bewust afleggen van een onjuiste c.q. valse verklaring . De deskundige heeft de diverse mogelijke scenario’s besproken. De deskundige ziet de nodige aanwijzingen die pleiten voor het scenario dat het slachtoffer de waarheid spreekt, maar merkt op dat ook sprake is van enige (eerdergenoemde) inconsistenties. Voor de overige scenario’s zijn evenwel onvoldoende motieven, ondersteuning of verdere steekhoudende aanwijzingen gevonden, aldus de deskundige.

Op grond van de bevindingen en conclusies van de deskundige oordeelt de rechtbank dat de verklaring van het slachtoffer als voldoende consistent en betrouwbaar kan worden aangemerkt. Met de deskundige ziet de rechtbank in het rapport aanwijzingen voor het scenario dat het slachtoffer waarheidsgetrouw heeft verklaard. Voor de opgemerkte inconsistenties heeft de deskundige in het rapport een afdoende verklaring gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank doen die geconstateerde inconsistenties, in het bijzonder waar het betreft de vraag wanneer welke seksuele handelingen precies zijn verricht, dan ook geen afbreuk aan de geloofwaardigheid en bruikbaarheid van de verklaring van het slachtoffer.

Verklaring slachtoffer en verdere bewijsmiddelen

Tijdens het studioverhoor heeft het slachtoffer verklaard dat de verdachte en zij elkaar meermalen - zij heeft het over vier keer- hebben ontmoet. De eerste keer betrof een zaterdag. In de loop van de ochtend zijn zij samen naar een mooi hotel aan de boulevard van Vlissingen gegaan, waar de verdachte een kamer heeft geboekt. Het slachtoffer geeft een beschrijving van de kamer en beschrijft -kort samengevat- dat eenmaal op de hotelkamer tussen de verdachte en het slachtoffer sprake was van zoenen, strelen, tongzoenen, aftrekken, zuigen en vingeren en dat de verdachte heeft geprobeerd zijn penis in haar vagina te brengen. Het slachtoffer verklaart meermalen dat het de verdachte is geweest die haar één en ander op seksueel gebied heeft geleerd en geeft gedetailleerde beschrijvingen van de instructies die zij van de verdachte heeft gekregen en hoe zij die heeft uitgevoerd. Ook geeft het slachtoffer een beschrijving van haar ervaringen op dat moment, bijvoorbeeld dat zij het likken van de penis van de verdachte erg goor vond en dat op het moment dat de verdachte geslachtsgemeenschap met haar probeert te hebben, ze moest huilen omdat het bij haar van binnen erg pijn deed en het tintelde. Zijn eikel past erin maar verder niet. Voorts beschrijft ze gedetailleerd hoe de verdachte klaarkomt. Tijdens de tweede ontmoeting zijn de verdachte en het slachtoffer in de auto van de verdachte gebleven. Ditmaal is het contact beperkt gebleven tot strelen, vingeren en aftrekken. Het slachtoffer geeft aan dat zij hem moest aftrekken omdat hij anders (opnieuw) zou proberen zijn penis bij haar naar binnen te brengen. Zij beschrijft dat ze na deze ontmoeting met pijn in de vagina naar huis is gelopen. Eén en ander heeft plaatsgehad in Goes.

Dat de verdachte en het slachtoffer elkaar (in ieder geval) tweemaal hebben ontmoet en dat zij toen in een hotel in Vlissingen zijn geweest en een andere keer in de geparkeerde auto van de verdachte in Goes hebben gestaan, volgt ook uit de verklaring van de verdachte ter zitting. Ook uit het in het dossier gevoegd rekeningafschrift van de verdachte inhoudende de pinbetaling voor de kosten van de hotelkamer en de gerelateerde verklaring van de hotelmedewerkers volgt dat de verdachte en een jong meisje, waarvan thans kan worden vastgesteld dat het het slachtoffer betrof, op 31 januari 2010 een hotel te Vlissingen hebben bezocht.

Dat sprake was van alle door het slachtoffer beschreven ontuchtige en/of seksuele handelingen volgt allereerst uit de hierboven kort samengevatte verklaring van het slachtoffer. Eerder werd al geoordeeld dat de verklaring als geloofwaardig kan worden aangemerkt. Op dit punt merkt de rechtbank nog op dat het slachtoffer niet alleen veel details heeft gegeven van hetgeen tussen haar en de verdachte heeft plaatsgehad, maar dat zij bovendien de vele concrete herinneringen aan wat er heeft plaatsgehad, kan illustreren door letterlijk conversaties tussen beiden te herhalen en door te refereren aan haar gedachten en gevoelens op dat moment. De verklaring van het slachtoffer komt de rechtbank dan ook authentiek voor.

Ook uit de MSN-chatgeschiedenis tussen de verdachte en het slachtoffer volgt dat tijdens de eerste ontmoeting op 31 januari 2010 meer moet zijn voorgevallen dan waarover de verdachte heeft verklaard. Zo heeft de verdachte op 1 februari 2010 onder meer de volgende chats verzonden: “je hebt toch niks verteld tegen haar over wat wij hebben gedaan?”, “gaan we het doen in het bed? Echt. Maar het past toch nog niet schatje”, “dus zondag weer proberen? Het gaat ooit lukken schatje. Als je genoeg blijft vingeren. Oefenen”. En op 3 februari 2010 heeft de verdachte gechat: “denk je dat mijn lul nu wel in je kutje past zaterdag?”, “oke. Goed blijven oefenen, elke dag”, “dan gaan we het zaterdag proberen, toch?”. Deze chats sluiten voor wat betreft tijd en inhoud aan op de verklaring van het slachtoffer. Onder 4.3 is reeds overwogen dat de stelling van de verdachte, dat het telkens chats betreft die slechts zijn gericht op cyberseks, niet geloofwaardig wordt geacht.

In het dossier zijn ook nog sms-berichten gevoegd die zijn ontvangen op de mobiele telefoon in gebruik bij het slachtoffer. De berichten zijn verzonden door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer]. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat bedoeld telefoonnummer op naam stond van de werkgever van de verdachte en dat het toestel in gebruik was bij de verdachte. Op 3 februari 2010 schrijft de verdachte het slachtoffer: “schatje, wil je dat ik volgende keer harder me lul in je kutje duw om het te proberen of deed het te veel pijn?”. Ook dit bericht, zo wordt geoordeeld, sluit voor wat betreft tijd en inhoud aan op de verklaring van het slachtoffer en duidt zonder meer op een eerdere poging van de verdachte om geslachtsgemeenschap te hebben met het slachtoffer.

Tot slot heeft de verdachte ter zitting bekend op 31 januari 2010 in de hotelkamer het slachtoffer te hebben gestreeld en met haar te hebben gezoend, evenals tijdens de tweede ontmoeting op 6 februari 2010. Bij die gelegenheid heeft het slachtoffer de verdachte ook afgetrokken, zo verklaart de verdachte ter zitting. Laatstgenoemde wordt onderstreept door de bevindingen van het NFI-rapport van 2 maart 2010, inhoudende dat op de door het slachtoffer op 6 februari 2010 gedragen spijkerbroek, sperma is aangetroffen met daarin een spoor dat afkomstig kan zijn van de verdachte. De kans dat dit spoor matcht met het spoor van een toevallige ander dan de verdachte, is kleiner dan 1 op de 1 miljard.

Op grond van al het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, wordt geconcludeerd dat in de ten laste gelegde periode de verdachte en het slachtoffer elkaar meermalen hebben ontmoet en dat ter gelegenheid van de eerste ontmoeting in Vlissingen sprake is geweest van alle ten laste gelegde en hierboven beschreven seksuele en/of ontuchtige handelingen, die onder meer seksueel binnendringen opleveren. Tijdens de tweede ontmoeting in Goes was sprake van de seksuele en/of ontuchtige handelingen strelen, zoenen, vingeren en aftrekken.

Niet gebleken is dat de verdachte, naast het slachtoffer, ontuchtige en/of seksuele handelingen heeft verricht met een ander of anderen. Van dit deel van de tenlastelegging zal de verdachte worden vrijgesproken.

Het onder 2 en 3 ten laste gelegde zal in navolgende zin worden bewezen verklaard.

4.8 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met

16 februari 2010 te Vlissingen en in de gemeente Goes met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn/een vinger(s) in de vagina en/of zijn penis in de mond en/of in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of getongzoend met die [slachtoffer 1];

3.

op tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2010 tot en met

16 februari 2010 te Vlissingen en in de gemeente Goes met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum],

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het zoenen en/of tongzoenen en strelen en/of likken van de vagina van die [slachtoffer 1]

en het zich laten aftrekken en/of laten betasten en/of likken van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1].

Ten aanzien van feit 4:

4.9 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat ook het onder 4 ten laste gelegde kan worden bewezen verklaard en baseert zich daarbij op het proces-verbaal van aangifte door de moeder van het slachtoffer [slachtoffer 2], het proces-verbaal van bevindingen waarin het gesprek met het slachtoffer zelf is gerelateerd, het aanvullend proces-verbaal van 8 oktober 2010 inhoudende onder meer het chatgesprek van 20 januari 2010 en het proces-verbaal van bevindingen waaruit volgt dat op de mobiele telefoon van de verdachte tweemaal is ingebeld door het telefoonnummer in gebruik bij de moeder van [slachtoffer 2]. De officier van justitie stelt dat de verdachte ook hier via de site www.habbo.nl contact heeft gelegd. En hoewel het slachtoffer laat weten dat zij nog geen 16 jaar oud is, gaat de verdachte in zijn chats al gauw over op het onderwerp seks. Vervolgens probeert hij het slachtoffer ertoe te bewegen hem te ontmoeten en wel op op 21 januari 2010 om 19.00 uur op het station in Zoetermeer.

4.10 Het standpunt van de verdediging

Namens de verdachte is aangevoerd dat de onder 4 ten laste gelegde grooming pas kan worden bewezen verklaard als sprake is van enige uitvoeringshandeling van de zijde van de verdachte. Nu een dergelijke handeling ontbreekt, dient de verdachte te worden vrijgesproken. Ook voert de raadsman nog aan dat het in het proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2010 gerelateerd chatgesprek tussen de verdachte en het slachtoffer op enig moment niet langer door het slachtoffer, maar door haar moeder is gevoerd en derhalve niet bruikbaar is voor het bewijs.

4.11 Het oordeel van de rechtbank

Niet ter discussie staat dat de verdachte via de site www.habbo.nl contact heeft gelegd met het slachtoffer. Uit de zich in het dossier bevindende chats blijkt verder dat het slachtoffer de verdachte aanvankelijk heeft laten weten dat ze 15 jaar en later dat ze pas 9 jaar oud was, wat door de verdachte ter zitting verder niet is weersproken. Verdachte heeft ter zitting weliswaar verklaard dat hij dacht dat het slachtoffer niet de waarheid sprak over haar leeftijd doch gelet op de mededelingen van het slachtoffer in combinatie met het feit dat de site habbo is bedoeld voor jeudigen tussen de 12 en 18 jaar, zodat hij er rekening mee moest houden dat er inderdaad minderjarigen beneden de 16 zich op deze site begaven, is de rechtbank van oordeel dat verdachte op zijn minst rederlijkerwijs moest vermoeden dat hij met een persoon van onder de 16 te maken had. Ondanks dat heeft de verdachte het slachtoffer seksueel getinte chats toegezonden en haar daarin voorstellen tot het plegen van seksuele handelingen gedaan. Voorts heeft de verdachte op 20 januari 2010 geprobeerd het slachtoffer ertoe te bewegen hem op 21 januari 2010 om 19.00 uur te ontmoeten op het station in Zoetermeer, in de nabijheid van zijn woning. Gelet op het feit dat verdachte een dergelijke concrete afspraak maakt vlak bij zijn huis, er herhaaldelijk op aandringt dat het slachtoffer wel moet komen en hij aangeeft dat hij haar wel zal ophalen, impliceert dat zijn intentie was gericht op een daadwerkelijke ontmoeting.

Door te trachten met het slachtoffer af te spreken op voornoemde concrete datum, tijdstip en plaats en door bovendien het slachtoffer meermalen aan te sporen om vooral te komen en

zekerheidshalve haar zijn telefoonnummer te verstrekken, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank concrete uitvoeringshandelingen verricht gericht op het ontmoeten van het slachtoffer. Eén en ander blijkt met name uit het aanvullend proces-verbaal van 8 oktober 2010 en het in het proces-verbaal van 18 februari 2010 gerelateerde gesprek. Laatstgenoemd proces-verbaal zal dan ook, ondanks het verweer namens de verdachte, voor het bewijs worden gebruikt. Het gegeven dat de moeder van het slachtoffer blijkens haar verklaring en die van het slachtoffer, op 21 januari 2010 omstreeks 20:10 uur, het chatgesprek met de verdachte heeft overgenomen, doet daar niet aan af, temeer daar de verdachte ook toen nog in de veronderstelling verkeerde met het slachtoffer van doen te hebben.

Gelet op het hiervoor overwogene is naar het oordeel van de rechtbank het onder feit 4 tenlastegelegde in navolgende zin bewezen.

4.12 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

4.

op tijdstippen op 20 en 21 januari 2010 in de gemeente Zoetermeer en/of te IJmuiden, gemeente Velsen,

(telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst, [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 2] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij verdachte die [slachtoffer 2] tijdens chatgesprek(ken) via de site www.habbo.nl gevraagd of zij met hem, verdachte, seks wilde hebben en hem, verdachte, wilde pijpen en die [slachtoffer 2] voorgesteld om op donderdag 21 januari 2010 om 19.00 uur naar het station in Zoetermeer te komen en hem, verdachte daar te bellen en die [slachtoffer 2] (daartoe) zijn telefoonnummer doorgegeven dat zij kon bellen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van feit 5:

4.13 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich op de op de harde schijf van de computer van de verdachte aangetroffen bestanden, het onderzoek naar de inhoud van die bestanden waaruit volgt dat het tien afbeeldingen betreft die als kinderporno aangemerkt kunnen worden en de resultaten van het onderzoek naar de internethistorie van de computer van de verdachte waaruit volgt dat in september 2009 door de gebruiker van de computer is gezocht op de zoekterm ‘pthc + asian’, wat duidt op zoeken naar kinderporno, aldus de officier van justitie.

4.14 Het standpunt van de verdediging

Namens de verdachte is aangevoerd dat de op de computer aangetroffen afbeeldingen zijn opgeslagen op een wijze die niet duidt op direct gebruik. Temporary files zijn namelijk niet raadpleegbaar zonder gebruik te maken van bijzondere software. Niet bewezen kan worden dat de verdachte opzet had over de afbeeldingen te beschikken, wat moet leiden tot vrijspraak.

De verdachte zelf heeft ter zitting verklaard dat hij heeft gezocht naar kinderporno en, nadat hij ter zake bestanden heeft gevonden, ze heeft gedownload met de bedoeling deze op een later moment te bekijken. Hij heeft het downloaden echter tussentijds afgebroken en was zich er dan ook niet van bewust dat deze bestanden in bedoelde mappen zijn terechtgekomen, aldus de verdachte.

4.15 Het oordeel van de rechtbank

Niet ter discussie staat dat de bestanden die op 17 februari 2010 op de computer in gebruik bij de verdachte zijn aangetroffen en in de tenlastelegging zijn opgenomen kinderporno bevatten. De vraag is of de verdachte beschikkingsmacht had over bedoelde bestanden.

Uit de verklaring van de verdachte ter zitting en het aanvullend proces-verbaal met betrekking tot kinderporno van 18 oktober 2010 volgt dat de verdachte op meerdere momenten in september 2009 heeft gezocht naar kinderporno. De verdachte heeft deze bestanden met kinderporno ook gevonden en gedownload. Hieruit volgt dat de verdachte in ieder geval op dat moment opzet had op het beschikken over die bestanden.

Nadien zijn de bestanden aangetroffen in de temporay files. Dat de verdachte zich bewust was van het gegeven dat de bestanden zich op die files zouden bevinden, leidt de rechtbank af uit het feit dat hij van beroep -kort gezegd- applicatiebeheerder is. Beroepshalve beschikt de verdachte derhalve over meer dan gemiddelde computerkennis en mag worden verondersteld dat hij bekend is met de wijze waarop die al dan niet volledig gedownloade bestanden gewoonlijk bewaard worden en ook voor hem beschikbaar blijven. Algemeen bekend is verder dat bestanden in de temporary files voor de gemiddelde computergebruiker eenvoudig terug te vinden zijn en zonder ingewikkelde bewerkingen kunnen worden geopend.

Op grond van bovenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van kinderporno op zijn computer en dat hij, zeker gelet op zijn deskundigheid, daarover kon beschikken.

4.16 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

5.

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 februari 2010 te Zoetermeer,

meermalen een gegevensdrager, te weten een computer en één harddisk, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen,

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

telkens in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten een computer en internet, de toegang tot die afbeeldingen heeft verschaft,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

- het (laten) vasthouden van de stijve penis van (een) volwassen man(nen) door een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (te weten de afbeelding(en) [bestandsnaam 1], en/of [bestandsnaam 2])

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (te weten de afbeelding(en) [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of t[bestandsnaam 6] en/of [bestandsnaam 7] en/of

[bestandsnaam 8] en/of [bestandsnaam 9] en/of [bestandsnaam 10]).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan een gedeelte groot zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van drie jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Namens de verdachte is verzocht om oplegging van een korte gevangenisstraf.

De verdachte zelf heeft ter zitting laten weten dat hij instemt met behandeling en dat hij een intakegesprek heeft gehad bij De Waag en is aangemeld voor groepsbehandeling in de zedengroep en individuele gesprekken met de psychiater.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft via het virtuele spel Habbo hotel een 11-jarig meisje benaderd, vele chatgesprekken met haar gevoerd en daarbij langzaam het vertrouwen van het meisje gewonnen. In de chatgesprekken maakt de verdachte regelmatig seksueel getinte opmerkingen naar het meisje. Op enig moment is het meisje akkoord gegaan met het voorstel van de verdachte om elkaar in het echt te ontmoeten. Dit heeft geresulteerd in een daadwerkelijke ontmoeting. Bij die ontmoeting heeft de verdachte het meisje op allerlei manieren seksueel misbruikt. Ook bij een tweede ontmoeting wordt het meisje opnieuw misbruikt.

Ook heeft de verdachte, eveneens via het spel Habbo hotel, een 9-jarig meisje benaderd en haar seksueel getinte chats toegezonden en het voorstel gedaan elkaar in het echt te ontmoeten.

Tot slot zijn op de harde schijf van de computer van de verdachte een aantal bestanden met kinderporno aangetroffen.

Dit zijn zeer ernstige feiten. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen van een jong kind, dat meende via een onschuldig spel als Habbo hotel een nieuw vriendje te hebben gevonden. Ook heeft hij een zeer grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het meisje. Ervaringen als deze hebben doorgaans een negatieve invloed op de ontwikkeling van slachtoffers en het is te verwachten dat ook het slachtoffer in deze zaak psychische schade zal ondervinden van wat er is gebeurd. Bovendien veroorzaakt dit soort feiten grote maatschappelijke onrust.

Ook heeft de verdachte getracht het vertrouwen van een ander jong kind te misbruiken door haar via het zelfde computerspel te benaderen en te proberen een ontmoeting te regelen met als doel het plegen van seksuele handelingen. Voorts is verdachte door kinderporno op zijn computer te downloaden en bewaren, indirect, betrokken bij en medeverantwoordelijk voor het misbruik van kinderen. Immers bij de vervaardiging van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en geëxploiteerd. Door kinderporno te verzamelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar.

De verdachte heeft geen oog gehad voor al deze gevolgen van zijn handelen, maar zich slechts laten leiden door zijn lustgevoelens.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van geruime duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 30 september 2010 niet eerder is veroordeeld.

Uit het op 25 mei 2010 door P.C. Dalebout, gezondheidspsycholoog, opgemaakt rapport volgt dat de verdachte een bovengemiddeld intelligente man is bij wie geen aanwijzingen worden gevonden voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis. Wel zijn er aanwijzingen voor een gestoorde ontwikkeling van de persoonlijkheid. De verdachte imponeert als een man die enerzijds met forse sociale remmingen te kampen heeft, maar in andere opzichten een vrij ongeremde indruk maakt. Hij heeft een vrij negatief zelfbeeld en heeft in onvoldoende mate geleerd met persoonlijke onzekerheden om te gaan. Er is sprake van een onrijpe persoonlijkheidsontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling van de gewetensfuncties. De verdachte voelt een grote behoefte aan affectie, maar heeft tot op heden nog geen vaste relatie weten te realiseren wat een duidelijk gemis in zijn leven is. Binnen het driftleven heeft de verdachte geen volwassen balans gevonden. De beschikbare gegevens zijn onvoldoende om een persoonlijkheidsstoornis vast te stellen en ook een relatie tussen een mogelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het ten laste gelegde kan niet worden gegeven, aldus de deskundige.

Uit het op 17 mei 2010 door J. Veel, rapporteur van Stichting Reclassering Nederland te Middelburg, opgemaakt rapport volgt dat de verdachte sociaal-emotioneel inadequaat reageert en de neiging heeft gevoelens van agressie te verdringen. Hij gaat op een dwangmatige manier met zijn emoties om en lijkt beperkte beheersingsvaardigheden te hebben ten aanzien van primaire impulsen als voedsel en seksualiteit. Ambulante behandeling in De Waag lijkt wenselijk, onder meer op het gebied van het vergroten van inzicht in het delictgedrag en controle op de impulsbeheersing. De verdachte heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen aan begeleiding en behandeling en is daarvoor ook reeds aangemeld, aldus de rapporteur.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies in de rapporten over.

Om de geboden behandeling van de verdachte mogelijk te maken, zal de rechtbank een deel van gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

Gelet op de aard en ernst van de feiten en de specifieke persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte en de onduidelijkheden die op dat punt (nog) bestaan, zal de rechtbank aan de algemene en bijzondere voorwaarde een proeftijd verbinden voor de duur van drie jaar.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

7 De benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [wettelijk vertegenwoordiger], wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], terzake van de feiten 1 tot en met 3. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 934,= en immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,=.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van de onder 1 tot en met 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht en de verdachte de hoogte van de gevorderde materiële schadevergoeding niet heeft betwist, zal dit deel van de vordering ad € 934,= worden toegewezen.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van de onder 1 tot en met 3 bewezen verklaarde straf¬bare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.500,=, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op het meerdere aan immateriële schade is niet van zo eenvoudige aard, dat dit onderdeel van de vordering zich leent voor behande¬ling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aange¬bracht.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8 Het beslag

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen spijkerbroek, t-shirt, slipje en bh terug te geven aan de rechthebbende, te weten het slachtoffer. Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen zal op een later moment worden uitgezocht of deze in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer of voor teruggave aan de rechthebbende.

Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

Ten aanzien van de in beslag genomen spijkerbroek, t-shirt, slipje en bh zal een last worden gegeven tot teruggave aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer 1] te [woonplaats].

Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen zal de bewaring worden gelast ten behoeve van de rechthebbende, nu thans nog geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 240b, 244, 247, 248e van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4, 4.8, 4.12 en 4.16 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en 4: Door middel van en geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, meermalen gepleegd

feit 2: Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

feit 3: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige

handelingen plegen

feit 5: Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging

waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is

betrokken of schijnbaar betrokken is, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes (6) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

- stelt daarbij een proeftijd vast van 3 (drie) jaren; de tenuit¬voerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk vindt, welke aanwijzingen mede kunnen inhouden: het meewerken aan en ondergaan van ambulante behandeling op het gebied van onder meer

het vergroten van inzicht in het delictgedrag en controle op de impulsbeheersing bij De Waag, of een gelijksoortige instelling, zolang deze instelling in overleg met de reclassering dat nodig vindt;

- verstrekt aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarde;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Beslag

- beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave aan [slachtoffer 1] van: spijkerbroek, t-shirtje, slipje en bh;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van alle overige goederen;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 3.434,- (zegge: drieduizend en vierhonderdenvierendertig euro )en veroor¬deelt de verdachte dit bedrag tegen kwij¬ting aan [wettelijk vertegenwoordiger], wonende te [woonplaats], te betalen;

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering wat betreft het meer of anders gevorderde en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 3.434,- (zegge: drieduizend en vierhonderdenvierendertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 44 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hech¬tenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- verstaat dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Haesen, voorzitter, mrs. Van der Ploeg-Hogervorst en Van Steenbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Empelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 november 2010.

De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.