Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BN4400

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
17-02-2010
Datum publicatie
15-09-2010
Zaaknummer
192025
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vragen nu blijkt dat werkneemster de loonvorderingen heeft ingesteld tijdens haar wettelijke schuldsanering, die echter inmiddels is geƫindigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

zaak/rolnr.: 192025 / 09-2054 blad 2

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

[Zaaknummer] [Rolnummer]

Locatie Terneuzen

zaak/rolnr.: 192025 / 09-2054

vonnis van de kantonrechter d.d. 17 februari 2010

in de zaak van

[partij A],

wonende te [adres],

eisende partij,

verder te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. F.A. van den Berg,

t e g e n :

de stichting

[partij B],

gevestigd te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. R.M.A. Lensen.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 2 september 2009,

- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.

overweging

[Eiseres] is als Thuishulp A in loondienst geweest bij [gedaagde] van 21 mei 2007 tot 20 november 2008. [Eiseres] heeft terzake van dit dienstverband enkele (loon)vorderingen ingesteld jegens [gedaagde]. [Gedaagde] heeft bij conclusie van dupliek d.d. 20 januari 2010 onder meer aangevoerd dat [eiseres] in deze vorderingen niet-ontvankelijk is, omdat op 28 juni 2006 op haar de wettelijke schuldsanering van toepassing is verklaard, zodat de vorderingen uitsluitend door haar bewindvoerder, mr. B.J. van de Wijnckel, hadden mogen worden ingesteld.

De kantonrechter heeft het insolventieregister geraadpleegd en daarin gezien dat inderdaad de schuldsanering op [eiseres] van toepassing is sinds 28 juni 2006, maar ook dat de slotuitdelingslijst op 18 januari 2010 is neergelegd en dat op 28 januari 2010 de schuld-sanering is geƫindigd met uitdeling. Mogelijk zouden de vorderingen kunnen worden beschouwd als nagekomen baten in de zin van art. 356, lid 4, jo art. 194 Fw. Het is echter de vraag of de bewindvoerder hier nog een taak voor zich ziet weggelegd.

Waarschijnlijk was het een en ander aan [gedaagde] niet bekend toen zij haar conclusie van dupliek nam. De kantonrechter verzoekt [gedaagde] zich uit te laten omtrent het vorenstaande en [eiseres] om daarop te reageren.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

verwijst deze zaak naar de rolzitting van woensdag 17 maart 2010 te 10.30 uur opdat [gedaagde] zich bij akte zal uitlaten als hiervoor verzocht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.