Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BN0617

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-07-2010
Datum publicatie
08-07-2010
Zaaknummer
Awb 09/1017
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bouwvergunning dakkapel; beroepsgronden zien op het bestaan van een privaatrechtelijke belemmering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 09/1017

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

[Naam],

wonende te Burgh-Haamstede,

eiser,

gemachtigde [Naam], dochter van eiser,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland,

gevestigd te Zierikzee,

verweerder.

I. Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van verweerder van 19 oktober 2009 (het bestreden besluit).

Het beroep is op 20 mei 2010 behandeld ter zitting. Voor eiser is daar zijn gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden

V.J. Folmer en L.P. Koster-Braad, beiden werkzaam bij de gemeente Schouwen-Duiveland.

II. Overwegingen

1. [Naam] (hierna: vergunninghouder), bewoner van de woning [adres] te Burgh-Haamstede, heeft in 2003 een dakkapel aangebracht in het dak aan de westelijke zijgevel van zijn woning.

2. Nadat eiser wegens het ontbreken van een bouwvergunning een handhavingsverzoek aan verweerder had gedaan ter zake van de dakkapel, heeft vergunninghouder op 5 juni 2009 een aanvraag voor een lichte bouwvergunning voor de dakkapel bij verweerder ingediend.

3. Bij besluit van 16 juli 2009 heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat het bouwplan in strijd met redelijke eisen van welstand was. Vergunninghouder heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

4. Bij het bestreden besluit is vergunninghouders bezwaar gegrond verklaard en heeft verweerder hem alsnog een lichte bouwvergunning verleend. De welstandscommissie heeft in haar advies van 1 september 2009 het bouwplan alsnog in overeenstemming met redelijke eisen van welstand geacht. Bepalend daarvoor was dat het bouwplan moet worden getoetst aan de sneltoetscriteria uit de welstandsnota voor de achterkant van de woning, omdat de betrokken zijgevel niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Voor zover de dakkapel voor wat betreft de afmetingen de sneltoetscriteria overschrijdt, heeft de commissie die niet zodanig in strijd bevonden met redelijke eisen van welstand dat de vergunning moet worden geweigerd.

5. Eiser voert in beroep aan dat hij ernstig in zijn privacy wordt aangetast door de dakkapel. De dakkapel met vensterglas en openslaande ramen is geplaatst op circa 0,5 meter van de grens met zijn perceel. Vanuit de dakkapel is er zicht over vrijwel zijn gehele perceel [adres] en zelfs in de woonkamer, die voor de inval van daglicht sterk afhankelijk is van het raam in de zijgevel dat uitziet op de gevel met dakkapel. Zijn huis is door de vermindering van woongenot in waarde gedaald.

De rechtbank overweegt als volgt.

6. Ingevolge artikel 44, eerste lid, van de Woningwet mag de reguliere bouwvergunning slechts en moet worden geweigerd, indien - kort samengevat – de aanvraag in strijd is met het Bouwbesluit, de Bouwverordening, het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Ingevolge artikel 44, derde lid, van deze wet is op de lichte bouwvergunning het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

7. De rechtbank stelt vast dat de woning [adres] is gebouwd binnen het op de plankaart van het vigerende bestemmingsplan bebouwde kom “Burgh-Haamstede” aangegeven bebouwingsvlak, dat is gelegen tegen de grens met eisers perceel. De voorschriften van het bestemmingsplan bevatten geen bepalingen met betrekking tot het bouwen van dakkapellen in bestaande woningen.

De dakkapel is derhalve niet in strijd met het bestemmingsplan.

8. Naar het oordeel van de rechtbank betreffen de in beroep tegen de bouwvergunning

voor de dakkapel naar voren gebrachte argumenten voorts niet de mogelijke strijd van de gebouwde dakkapel met een of meer van de overige in artikel 44 van de Woningwet limitatief omschreven weigeringsgronden.

9. De door eiser aangevoerde argumenten dat de dakkapel te dicht bij de perceelsgrens staat en een onaanvaardbaar uitzicht geeft op zijn perceel en woonkamer, zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als bezwaren uit hoofde van het bestaan van een privaatrechtelijke belemmering als bedoeld in artikel 50 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek. Daarin is bepaald dat het, tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, niet is geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, te hebben voor zover die op dit erf uitzicht geven.

10. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn privaatrechtelijk belemmeringen voor de uitvoering van een bouwplan in de regel niet relevant bij het beoordelen van de vraag of een bouwvergunning behoort te worden verleend. De burgerlijke rechter is de eerst aangewezen rechter om de vraag of een privaatrechtelijke belemmering voor een bouwplan aanwezig is, te beantwoorden. Slechts in het geval een bouwvergunning met gebruikmaking van een vrijstelling als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud) of een projectbesluit of ontheffing als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (nieuw), wordt verleend en er ruimte is voor belangenafweging, kan een privaatrechtelijke belemmering voor het bouwplan met een evident karakter aanleiding geven voor het oordeel van de bestuursrechter dat deze aan het bouwplan in de weg staat.

11. Nu het hier een bouwvergunning betreft die op grond van het bestemmingsplan zonder meer - zonder gebruikmaking van een projectbesluit of ontheffing - kon worden verleend, kan het bestaan van de bedoelde privaatrechtelijke belemmering door de bestuursrechter niet bij zijn beoordeling worden betrokken.

12. De conclusie is dat de beroepsgronden van eiser niet kunnen leiden tot ongedaanmaking van de verleende bouwvergunning. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Bins-Scheffer, griffier en op 1 juli 2010 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: 1 juli 2010.