Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BM8118

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
31-03-2010
Datum publicatie
17-06-2010
Zaaknummer
64697 / HA ZA 08-463
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over waarborg bij bouw van appartementen. De hoofdzaak gaat over de aansprakelijkheid van de bedrijven voor gebreken tijdens de bouw en in de gebouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

2

64697 / HA ZA 08-463 en 67871 / HA ZA 09-271

31 maart 2010

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

64697 / HA ZA 08-4637 april 2010

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 31 maart 2010

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 64697 / HA ZA 08-463 van

1. de vereniging

VVE FLATGEBOUW ANNA BLAMANLAAN 100 T/M 124,

gevestigd te Vlissingen,

2. de vereniging

VVE FLATGEBOUW ANNA BLAMANLAAN 126 T/M 150,

gevestigd te Vlissingen,

3. de vereniging

VVE FLATGEBOUW JOSINE REULINGLAAN NR 2 T/M 26,

gevestigd te Vlissingen,

eiseressen,

advocaat mr. J. Boogaard,

tegen

de naamloze vennootschap

WONINGBORG NV,

gevestigd te Gouda,

gedaagde,

advocaat mr. R. van Veen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 67871 / HA ZA 09-271 van64697 / HA ZA 08-463 en 67871 / HA ZA 09-271

de naamloze vennootschap

WONINGBORG N.V.,

gevestigd te Gouda,

eiseres,

advocaat mr. R. van Veen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMERSBEDRIJF HEEFFER EN VAN ELZAKKER B.V.,

gevestigd te Oudenbosch,

gedaagde,

advocaat mr. J. van Boekel.

Partijen zullen hierna VVE aangeduid in enkelvoud, Woningborg en Heeffer genoemd worden.

De procedure in de hoofdzaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het vonnis in het vrijwaringsincident van 15 april 2009

de conclusie van antwoord

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De procedure in de vrijwaringszaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de conclusie van antwoord

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

In de hoofdzaak en de vrijwaring

Aannemersbedrijf Heeffer en Van Elzakker B.V. heeft in Vlissingen drie appartementencomplexen gebouwd. De appartementen zijn verkocht aan individuele kopers. Deze kopers/eigenaren hebben zich per complex verenigd in een vereniging van eigenaren. Die drie verenigingen hebben met Heeffer een geschil gekregen over de uitvoering van het werk. Dat geschil is voorgelegd aan het arbitrage instituut van de stichting Garantie Instituut Woningbouw, hierna GIW. Dat scheidsgerecht heeft bij vonnis van 24 oktober 2003 uitspraak gedaan en daarbij Heeffer veroordeeld tot het verrichten van diverse werkzaamheden.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 16 juli 2004 verlof verleend tot tenuitvoerlegging van dat vonnis.

Heeffer heeft niet direct meegewerkt aan de uitvoering van het vonnis.

De VVE heeft bij brief van 25 mei 2004 bij het GIW een beroep gedaan op de garantieregeling. Woningborg, die voor de uitvoering van de garantie moest zorgen, heeft daarop Heeffer verzocht de in het arbitraal vonnis genoemde werkzaamheden uit te voeren. Na meerdere overleggen tussen VVE, Woningborg en Heeffer heeft Woningborg op 16 december 2004 een herstelplan geschreven. Vervolgens heeft Woningborg Heeffer bij brief van 2 juni 2005 gesommeerd tot nakoming van haar verplichtingen. Heeffer heeft daarna werkzaamheden verricht en doen verrichten. De oplevering hiervan heeft plaatsgevonden op 11 juli 2005. Daarna is nog discussie geweest over de uitvoering van de werkzaamheden. Die heeft geleid tot een sommatie van VVE aan Woningborg.

Per 1 januari 2007 heeft Woningborg alle waarborgverplichtingen met terugwerkende kracht onder algemene titel van het GIW overgenomen.

De Garantie- en Waarborgregeling voor appartementsrechten A 1992 (hierna: de garantieregeling) bepaalt voor zover hier van belang:

art. 19.1.1 “Indien een ondernemer nalatig blijft om binnen de in het ingevolge deze regeling gegeven arbitrale vonnis genoemde termijn aan enige aan hem opgelegde verplichting te voldoen, wordt de verkrijger, zonder dat een ingebrekestelling vereist is, op zijn schriftelijke aanvragen voor de voor hem daaruit ontstane schade door de Stichting schadeloos gesteld.”

Art. 20.1.1 Hetgeen in 19.1.1 t/m 19.1.3, 19.2, 19.3 en 19.6 is bepaald is van overeenkomstige toepassing ten gunste van de Vereniging van Eigenaars, enz

Art. 24.1 “Geschillen tussen de ondernemer, de verkrijger, de Vereniging van Eigenaars en de Stichting naar aanleiding van de afdelingen II en III van deze regeling worden, voorzover in deze regeling niet anders is bepaald, beslecht door de gewone rechter.”

Het geschil

in de hoofdzaak

VVE vordert samengevat en na wijziging van eis - veroordeling van Woningborg tot betaling van schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met rente;

veroordeling van Waarborg tot betaling van [bedrag],

veroordeling van Waarborg tot betaling van rente en kosten.

VVE stelt dat zij houdster is van waarborgcertificaten, afgegeven door Woningborg. Aan VVE is gegarandeerd dat indien Heeffer nalatig is om binnen de in het arbitraal vonnis genoemde termijn aan de opgelegde verplichting te voldoen, Woningborg haar schadeloos moet stellen. Zij verwijst naar art. 19.1.1 van de garantieregeling.

Zij stelt dat Heeffer nalatig is geweest in de nakoming, zodat zij de garantie kan inroepen. De vergoeding van de schade die zij vordert, valt onder de reikwijdte van art. 19.1.1 van de garantieregeling omdat Heeffer nalatig is geweest in de nakoming van haar verplichtingen.

De gewone rechter is bevoegd. Zij verwijst hiertoe naar art. 24.1 van de garantieregeling.

Woningborg stelt dat art. 19.1.1 van de garantieregeling alleen over schending van die garantie gaat en niet over nakoming van contractuele verplichtingen uit hoofde van de koop/aannemingsovereenkomst. Geschillen over die garantieverplichting moeten beslecht worden door de burgerlijke rechter, alle andere geschillen door de arbiter. Zij kan in deze procedure dus alleen maar aangesproken worden op grond van haar garantieverplichting.

De herstelwerkzaamheden van de appartementen zijn uitgevoerd en opgeleverd door Heeffer op 11 juli 2005. Woningborg heeft de VVE op 13 oktober 2005 bericht dat de lamellenroosters voldeden aan het arbitrale vonnis. Omdat de VVE het daar niet mee eens was, is met instemming van de VVE de [betrokkene 1] van de technische afdeling van GIW gevraagd het uitgevoerde herstel te toetsen aan de eisen van het arbitrale vonnis. Hij kwam tot de conclusie dat met uitzondering van twee geconstateerde ondergeschikte lekkages en het los zitten van enkele bouten, op een correcte wijze uitvoering was gegeven aan het arbitrale vonnis. Heeffer heeft nadien de twee gesignaleerde tekortkomingen hersteld. Daarmee was het geschil opgelost en kwam de uitvoering van de garantieregeling niet aan de orde. Woningborg kan daarom ook niet op die grond worden aangesproken.

Subsidiair stelt Woningborg dat wanneer de gang van zaken onder de waarborguitvoering zou vallen, zij in de vorm van nakoming in natura aan het arbitrale vonnis heeft voldaan. Zij verwijst daartoe naar het standpunt van de aannemer, de [betrokkene 1] en de [betrokkene 2] van Woningborg.

Meer subsidiair stelt Woningborg dat de gevorderde schade niet onder haar waarborgverplichting valt. Zij verwijst hiertoe naar de artikelen 20.1.1 juncto art. 19 van de garantieregeling. De garantie omvat alleen de kosten van de, als gevolg van het arbitrale vonnis, door de ondernemer te verrichten werkzaamheden. In beginsel wordt uitvoering aan de waarborg gegeven door herstel in natura. De kosten van juridische bijstand zoals VVE die vordert, vallen onder de regeling van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Ook de overige schade is door Woningborg betwist.

Tot slot heeft zij er in de conclusie van antwoord op gewezen dat in het petitum gevorderd wordt GIW te veroordelen, maar dat GIW geen partij in deze procedure is.

in de vrijwaringszaak

Woningborg vordert samengevat - dat Heeffer wordt veroordeeld om aan Woningborg te betalen al hetgeen waartoe Woningborg jegens VVE in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met veroordeling van Heeffer in de kosten van de hoofdzaak en de vrijwaring.

Heeffer voert verweer. Zij stelt dat zij geen werkzaamheden heeft uitgevoerd in opdracht van Woningborg en dus ook geen plicht tot vrijwaring heeft. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen en veroordeling van Woningborg in de proceskosten.

De beoordeling

in de hoofdzaak

VVE heeft Woningborg gedagvaard en veroordeling gevorderd van GIW. Nadat Woningborg haar hierop had gewezen heeft de VVE haar eis gewijzigd en veroordeling van Woningborg gevorderd. Laatstgenoemde heeft zich tegen deze wijziging niet verzet zodat ook de rechtbank van deze gewijzigde eis uitgaat.

De door VVE ingestelde vorderingen betreffen een geschil tussen de VVE en Woningborg over de waarborg. Op grond van art. 24 van de garantieregeling is de gewone rechter bevoegd. De rechtbank is dus bevoegd van de vorderingen kennis te nemen.

Tussen VVE en de aannemer Heeffer zijn geschillen gerezen over de uitvoering van de bouw van de drie appartementsgebouwen. Die geschillen zijn voorgelegd aan de arbiter en die heeft op 24 oktober 2003 uitspraak gedaan. Omdat de aannemer geen uitvoering gaf aan de veroordeling in het vonnis, heeft de VVE Woningborg aangeschreven en daarbij een beroep gedaan op de garantieregeling. Woningborg heeft vervolgens niet zelf de herstelwerkzaamheden doen uitvoeren. Zij heeft met instemming van de VVE bemiddeld tussen VVE en Heeffer. Die bemiddeling heeft ertoe geleid dat Heeffer de in het arbitrale vonnis genoemde herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd of laten uitvoeren. Heeffer heeft dat dus niet in opdracht van Woningborg gedaan, maar na enige aandrang uit zichzelf. Er is dus geen sprake geweest van uitvoering van de garantieregeling omdat de werkzaamheden dan in opdracht van Woningborg uitgevoerd zouden zijn. Woningborg kan daarom niet op grond van die garantieregeling worden aangesproken.

Het staat vast dat Heeffer wel werkzaamheden heeft uitgevoerd of heeft doen uitvoeren om te voldoen aan het arbitrale vonnis. VVE is niet tevreden met het resultaat. De vraag of dat terecht is, zal beantwoord moeten worden in een procedure tussen VVE en Heeffer. Alleen de uitkomst daarvan kan bepalen of Heeffer nog verplichtingen heeft jegens de VVE. Als die verplichtingen er zijn en Heeffer die niet nakomt kan VVE mogelijk een beroep op de garantie doen. Op dit moment is dat niet aan de orde.

De vergoeding van eventuele schade die VVE vordert gevolg van de oorspronkelijke tekortkoming van de aannemer valt niet onder de garantieregeling zoals die is opgenomen in de artikelen 19 en 20. Alleen de directe kosten van herstel vallen hieronder.

Op grond van bovenstaande overwegingen concludeert de rechtbank dat de vorderingen van VVE afgewezen moeten worden. Zij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure die aan de zijde van Woningborg zijn gevallen. Deze kosten zijn:

in de vrijwaringszaak

De vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen. Heeffer heeft zich op het standpunt gesteld zelf de uitvoering van de werkzaamheden die voortvloeiden uit het arbitraal vonnis te hebben verricht of doen verrichten zodat zij geen verplichtingen heeft aan Woningborg. Dit is ook het standpunt van Woningborg, zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaak. Dit standpunt wordt in de hoofdzaak ook door de rechtbank gehonoreerd. Heeffer heeft dus geen vrijwaringverplichting en de vorderingen van Woningborg moeten dus worden afgewezen. Woningborg zal worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten zijn:

De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

Wijst de vorderingen van VVE af;

veroordeelt VVE in de kosten van de procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van Woningborg gevallen zijnde [bedrag]

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in de vrijwaringszaak

wijst de vorderingen van Woningborg af;

veroordeelt Woningborg in de kosten van de procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van Heeffer gevallen zijnde [bedrag];

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2010.