Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BL5553

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
25-02-2010
Zaaknummer
67307 / HA ZA 09-191
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[eiser] vordert - samengevat – gedaagde in vrijwaring te veroordelen om aan eiseres in vrijwaring al datgene te betalen waartoe eiseres in vrijwaring in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer: 64705 / HA ZA 08-464, bij vonnis in de hoofdzaak ten behoeve van eiseres in de hoofdzaak zal worden veroordeeld, met veroordeling van gedaagde in vrijwaring in de proceskosten. [eiser] verwijst daartoe naar rechtsoverweging 3 van het als productie 1 aan de dagvaarding aangehechte vonnis welke rechtsoverweging [eiser] verzoekt als ingelast en herhaald in de dagvaarding te beschouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

67307 / HA ZA 09-1913 februari 2010

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 67307 / HA ZA 09-191

Vonnis in vrijwaring van 3 februari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te Goes,

eiser,

advocaat mr. J.G.G. Wilgers,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1],

gevestigd te Goes,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te Goes,

gedaagden,

advocaat mr. M. van der Bent.

Partijen zullen hierna [eiser] en gedaagden respectievelijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 1 juli 2009

het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2009.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[eiser] heeft bij koopakte van eind juni 2008 van [betrokke[betrokkene] – verder [betrokkene] – een aan haar in eigendom toebehorende tussenwoning met berging, tuin en verder aan- en toebehoren, kadastraal bekend gemeente Goes, sectie c, nummer 5280 en 5282, gekocht tegen een koopsom van € [bedrag]. [eiser] heeft niet meegewerkt aan de levering van de woning. [betrokkene] heeft [eiser] bij brief van 20 augustus 2008 in gebreke gesteld wat betreft de nakoming van de koopovereenkomst en [eiser] gesommeerd om alsnog zijn verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst na te komen bij gebreke waarvan [betrokkene] zich het recht heeft voorbehouden de koopovereenkomst te ontbinden en de ingevolge artikel 10 van de koopovereenkomst verschuldigde boete van [eiser] te vorderen. [eiser] heeft binnen de hem gestelde termijn niet aan deze sommatie voldaan. [betrokkene] heeft vervolgens de koopovereenkomst ontbonden en de op grond van artikel 10.2 van de koopovereenkomst direct opeisbare boete van € 24.400,-- van [eiser] gevorderd.

Bij dagvaarding van 26 september 2008 heeft [betrokkene] gevorderd gedaagde –samengevat – te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 25.619,-- vermeerderd met de woonlasten en met rente en kosten.

Bij incidentele conclusie van gedaagde in de hoofdzaak tot vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak van 17 december 2008 heeft [eiser] gevorderd [gedaagden] in vrijwaring te mogen oproepen. [gedaagden] handelt onder de naam [gedaagde sub 1]. Bij vonnis in het incident van 18 februari 2009 is de vordering toegewezen.

[gedaagde sub 2] is de handelsnaam van J. [gedaagde sub 2] B.V.

Het geschil

[eiser] vordert - samengevat – gedaagde in vrijwaring te veroordelen om aan eiseres in vrijwaring al datgene te betalen waartoe eiseres in vrijwaring in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer: 64705 / HA ZA 08-464, bij vonnis in de hoofdzaak ten behoeve van eiseres in de hoofdzaak zal worden veroordeeld, met veroordeling van gedaagde in vrijwaring in de proceskosten. [eiser] verwijst daartoe naar rechtsoverweging 3 van het als productie 1 aan de dagvaarding aangehechte vonnis welke rechtsoverweging [eiser] verzoekt als ingelast en herhaald in de dagvaarding te beschouwen.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer.

Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voldoet de (herstel)dagvaarding niet aan de eis van artikel 111 lid 2 sub d Rv omdat de gronden van de eis geheel ontbreken. Het bepaalde in artikel 111 lid 2 sub d Rv moet ingevolge artikel 120 Rv op straffe van nietigheid in acht genomen worden. De dagvaarding is dus nietig zodat de vordering van [eiser] op die grond afgewezen dient te worden.

[gedaagde sub 2] stelt voorts gemotiveerd dat [eiser] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn eis jegens [gedaagde sub 2].

Indien en voor zover de rechtbank [eiser] niet niet-ontvankelijk verklaart in zijn vordering jegens [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] betwist [gedaagde sub 2] jegens [eiser] aansprakelijk te zijn voor hetgeen hij in de hoofdzaak aan [betrokkene] verschuldigd mocht blijken te zijn en stelt zich verder niet te kunnen verweren nu [eiser] niet stelt op grond van welke feiten en op welke juridische grondslag [gedaagde sub 2] [eiser] dient te vrijwaren. [gedaagde sub 1] betwist gemotiveerd jegens [eiser] aansprakelijk te zijn voor hetgeen hij in de hoofdzaak aan [betrokkene] verschuldigd mocht blijken te zijn.

De beoordeling

De rechtbank zal primair beoordelen of [eiser] ontvankelijk is in zijn vordering jegens [gedaagde sub 2]. Uit het aan de dagvaarding gehechte vonnis in het incident van 18 februari 2009 volgt dat [eiser] in het incident heeft gevorderd dat hem wordt toegestaan om Timmerman en Timmerman B.V., welke besloten vennootschap handelt onder de naam [gedaagde sub 1], in vrijwaring op te roepen. De rechtbank heeft de vordering toegewezen en toegestaan dat Timmerman en Timmerman B.V. door [eiser] in vrijwaring wordt opgeroepen. [eiser] heeft in het incident niet gevorderd hem toe te staan ook [gedaagde sub 2] in vrijwaring op te roepen en de rechtbank heeft daartoe ook geen toestemming verleend. [eiser] heeft [gedaagde sub 2] ook niet vóór de dag waarop de hoofdzaak moest dienen opgeroepen. [eiser] zal, nu hij [gedaagde sub 2] niet overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen in vrijwaring heeft opgeroepen in zijn vordering jegens [gedaagde sub 2] B.V. niet-ontvankelijk verklaard worden. Hetgeen door [gedaagde sub 2] voorts ter onderbouwing van haar stelling dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vordering jegens haar is gesteld behoeft geen nadere bespreking. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de verdere stellingen van [gedaagde sub 2] en hetgeen naar aanleiding daarvan door [eiser] is aangevoerd niet in de verdere beoordeling van de zaak betrekken.

Als meest verstrekkende verweer zal de rechtbank eerst het beroep door [gedaagde sub 1] op de nietigheid van de dagvaarding beoordelen.

Zoals door [gedaagde sub 1] is gesteld dient de dagvaarding ingevolge artikel 111 lid 2 aanhef en onder d de eis en de gronden daarvan te vermelden. De gronden van de eis zien op de feitelijke onderbouwing van hetgeen eiser vordert. Uit de dagvaarding moet duidelijk worden wat van de gedaagde wordt gevorderd en waarom. De strekking van deze bepaling is te waarborgen dat voor gedaagde voldoende duidelijk is wat van hem wordt verlangd zodat gedaagde in staat is om behoorlijk verweer te voeren. De feiten moeten in voldoende bijzonderheden zijn omschreven.

Door [eiser] is wat betreft de gronden slechts verwezen naar rechtsoverweging 3 in het door [eiser] aangehechte vonnis dat door de rechtbank op 18 februari 2009 is gewezen in de vrijwaringsprocedure. In rechtsoverweging 3.1. geeft de rechtbank de vordering van [eiser] in de vrijwaringsprocedure weer en geeft de rechtbank een samenvatting van hetgeen [eiser] aan zijn vordering in die procedure ten grondslag legt.

De rechtbank is van oordeel dat [eiser] hiermee niet heeft voldaan aan de eis dat de dagvaarding de gronden van de eis dient te vermelden. In beginsel leidt dit dan ook tot nietigheid van de dagvaarding. Nu [gedaagde sub 1] is verschenen wordt de nietigheid slechts uitgesproken in die gevallen waarin aangenomen moet worden dat gedaagde niet in staat is behoorlijk verweer te voeren. Door [gedaagde sub 1] is uitgebreid inhoudelijk verweer gevoerd. Uit het door [gedaagde sub 1] gevoerde verweer volgt dat [gedaagde sub 1] op de hoogte is van de feiten en de gronden van de vordering. Naar het oordeel van de rechtbank is het voor [gedaagde sub 1] voldoende duidelijk wat van haar wordt verlangd en is zij in staat om behoorlijk verweer te voeren. De rechtbank zal derhalve het beroep op nietigheid van de dagvaarding passeren.

Aangezien deze zaak ter gelegenheid van de comparitie niet inhoudelijk is behandeld zal de rechtbank deze zaak verwijzen naar de rolzitting van woensdag 3 maart 2010 voor het nemen van de conclusie van repliek door [eiser]. Daarna zal [gedaagde sub 1] nog een termijn worden gegund voor het nemen van de conclusie van dupliek.

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

De beslissing

De rechtbank

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering jegens [gedaagde sub 2];

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 3 maart 2010 voor het nemen van de conclusie van repliek door [eiser] waarna [gedaagde sub 1] nog in de gelegenheid zal worden gesteld voor het nemen van de conclusie van dupliek;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010.