Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BL4440

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
18-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
12/715363-09 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een meisje dat de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt.

Tevens heeft verdachte diverse meisjes door middel van het aanbieden van geld en/of goederen bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen met hem terwijl zijn nog niet de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt.

Van de ontuchtige handelingen die hij met de diverse meisje heeft gepleegd heeft verdachte telkens video en/of foto-opnames (laten) maken en vervolgens op zijn pc gezet als gevolg waarvan hij zich schuldig heeft gemaakt aan het uit gewoonte vervaardigen en in het bezit hebben van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/715363-09 (P)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 februari 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1966],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. Zuid West, De Dordtse Poorten te Dordrecht,

ter terechtzitting verschenen,

raadsman mr. Smit, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 februari 2010, waarbij de officier van justitie mr. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging luidt als volgt.

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008

tot en met 17 augustus 2009 te Middelburg, in elk geval in Nederland,

(telkens) met [slachtoffer 1]), geboren op [geboortedatum], die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn vingers in de vagina en/of

zijn penis in de vagina en/of de anus en/of de mond van die [slachtoffer 1]

geduwd/gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 13 augustus 2009 te Middelburg,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2]

(geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2],

hebbende verdachte (telkens) die [slachtoffer 2] getongzoend en/of zijn penis in de

mond en/of in de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

één of meer vinger(s) in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer 2] geduwd

gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het die

[slachtoffer 2] geld bieden en/of contant geld geven en/of geld overmaken op een

bankrekening van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] een laptop en/of twee telefoons

en/of beltegoed geven en/of het (herhaaldelijk) bij die [slachtoffer 2] aandringen over

te gaan tot voornoemde handelingen door die [slachtoffer 2] te vertellen dat zij dan

(opnieuw) geld en/of spullen zou krijgen en/of gebruik te maken van een uit

feitelijke verhoudingen en/of verschil in leeftijd voortvloeiend overwicht op

die [slachtoffer 2] en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan en/of een situatie heeft doen ontstaan waaraan die [slachtoffer 2] geen

weerstand kon bieden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 2 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 13 augustus 2009 te Middelburg,

(telkens) een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of

misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door

misleiding, te weten (telkens) door het aanbieden en/of contant geven en/of

overmaken van geld en/of door het geven van een laptop en/of twee telefoons

en/of beltegoed, en/of het (herhaaldelijk) aandringen over te gaan tot na te

noemen handelingen door te zeggen dat de hierna te noemen persoon (opnieuw)

geld en/of spullen zou krijgen en/of een uit verschil in leeftijd

voortvloeiend overwicht,

een persoon, te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum],

van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd

van achttien jaren nog niet had bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen

ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te

dulden, immers heeft die [slachtoffer 2] (telkens) de penis van verdachte betast en/of

verdachte afgetrokken en/of heeft hij verdachte (telkens) één of meer

vinger(s) in de vagina en/of de anus en/of zijn penis in de vagina en/of de

mond en/of de anus van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of heeft verdachte die

[slachtoffer 2] gezoend en/of getongzoend;

art 248a Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2009 tot

en met 17 augustus 2009 te Middelburg, in elk geval in Nederland,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3]) (geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 3],

hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de mond en/of de vagina en/of zijn

vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of die [slachtoffer 3] en/of die

andere perso(o)n(en) getongzoend en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het die [slachtoffer 3] contant geld geven en/of

(herhaaldelijk) geld bieden en/of (daarbij) zeggen dat ze goed moest bedenken

wat ze met al dat geld kon doen, althans woorden van gelijke aard of

strekking, en/of zorgen voor de reparatie van een scooter op voorwaarde dat

die [slachtoffer 3] weer bij hem, verdachte, langs zou komen en/of met (grote)

regelmaat (dwingende en/of dreigende) sms-berichten versturen (met daarin

onder andere de mededeling(en) dat hij, verdachte, (naakt)foto's van die

[slachtoffer 3] op het internet zou zetten en/of het vriendje van die [slachtoffer 3] op de

hoogte zou stellen en/of die [slachtoffer 3] het leven zuur zou maken) en/of die [slachtoffer 3]

(aldus) afhankelijk van hem, verdachte, maken en/of gebruik maken van een uit

feitelijke verhoudingen en/of uit een verschil in leeftijd voortvloeiend

overwicht van hem verdachte op die [slachtoffer 3] en/of (aldus) voor die [slachtoffer 3] een

bedreigende situatie doen ontstaan en/of een situatie doen ontstaan waaraan

die [slachtoffer 3] geen weerstand kon bieden;

art 242 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 3 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2009 tot

en met 17 augustus 2009 te Middelburg,

(telkens) een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of

misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door

misleiding, te weten door het geven van contant geld geven en/of

(herhaaldelijk) geld bieden en/of (daarbij) zeggen dat goed moest worden

bedacht wat er met al dat geld kon worden gedaan, althans woorden van gelijke

aard of strekking, en/of te zorgen voor de reparatie van een scooter op

voorwaarde dat de hierna nader te noemen [slachtoffer 3] weer bij hem, verdachte, langs

zou komen en/of met (grote) regelmaat (dwingende en/of dreigende)

sms-berichten te versturen (met daarin onder andere de mededeling(en) dat hij,

verdachte, (naakt)foto's van die [slachtoffer 3] op het internet zou zetten en/of het

vriendje van die [slachtoffer 3] op de hoogte zou stellen en/of die [slachtoffer 3] het leven

zuur zou maken) en/of die [slachtoffer 3] (aldus) afhankelijk van hem, verdachte, te

maken en/of gebruik te maken van een uit verschil in leeftijd voortvloeiend

overwicht van hem verdachte op die [slachtoffer 3],

een persoon, te weten [slachtoffer 3]), geboren op [geboortedatum], van wie

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige

handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, immers

heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 3] gezoend en/of getongzoend en/of zijn

penis en/of (een) vinger(s) in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 3] gebracht;

art 248a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009

tot en met 17 augustus 2009 in de gemeente Middelburg en/of (elders) in

Nederland,

(telkens) een of meermalen door giften en/of beloften van geld en/of goed

en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door

misleiding, te weten door het aanbieden en/of overmaken van één of meer

geldbedrag(en) en/of het aanbieden en/of storten van beltegoed, (telkens) een

of meer perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum]) en/of

[slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]), waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten het maken

van naaktfoto's van henzelf/haarzelf en/of het (via de mobiele telefoon)

opsturen van die naaktfoto's aan verdachte;

art 248a Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 tot en met 17 augustus 2009

te Middelburg, in elk geval in Nederland,

één of meermalen een (groot aantal) (in ieder geval of daaromtrent)

afbeelding(en) en/of (een) film(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende

(een) afbeelding(en) te weten één of meer computer(s) en/of (een) USB-stick(s)

en/of (een) harddisk(s) en/of (een) geheugenkaart(en) en/of (een) mobiele

telefoon(s) (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of

uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) (een)

seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of

schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

(onder meer)

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) door

zichzelf en/of door een volwassen man (verdachte) van het lichaam van (een)

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt (onder meer [bestanden])

en/of

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis

van een volwassen man door (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer [bestanden]

en/of

- het (laten) betasten van de vagina en/of de borsten en/of de billen en/of

het vaginaal penetreren met (een) vinger(s) en/of het likken van de vagina

en/of het drukken van de mond tegen de vagina van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een

volwassen man en/of een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet heeft bereikt (onder meer [bestanden])

en/of

- het houden van de penis tegen en/of in de vagina van (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een

volwassen man (onder meer [bestanden])

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door

camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van

die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) borsten en/of geslachtsdelen

in beeld gebracht worden (onder meer [bestanden]),

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde zoals nader in zijn op schrift gestelde requisitoir onderbouwd. Kort samengevat heeft hij voor wat betreft feit 1 aangevoerd dat uit de beschrijving van de filmpjes die verdachte heeft gemaakt van zijn seksuele handelingen met [slachtoffer 1] blijkt dat hij op de hoogte was van het feit dat zij nog maar 15 jaar oud was. Daarnaast heeft hij zich voor dit feit gebaseerd op de verklaring van [getuige].

Voor wat betreft de feiten 2 en 3 heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte door andere feitelijkheden opzettelijk heeft veroorzaakt dat de slachtoffers de betreffende handelingen tegen hun wil hebben onder gaan. Volgens de officier van justitie blijkt uit de eigen uitlatingen van verdachte dat hij wist dat wat hij deed met de meisjes van hun kant niet vrijwillig was. Verder heeft hij aangevoerd dat uit de concrete omstandigheden blijkt dat verdachte een afhankelijkheidssituatie heeft gecreëerd voor de meisjes. Deze feitelijkheden heeft de officier van justitie opgesomd in zijn requisitoir. Met betrekking tot feit 4 heeft de officier van justitie een deelvrijspraak gevorderd ten aanzien van [slachtoffer 2]. Voor het maken van naaktfoto’s van henzelf en het verzenden van deze foto’s heeft verdachte de overige meisjes geld geboden. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de diverse verklaringen die in het dossier liggen en heeft tevens verwezen naar de Kamerstukken (Kamerstukken II 2000/01, 27745, nr. 3 p. 11) waaruit naar voren komt dat ook het tegen betaling verrichten van ontuchtige handelingen door een minderjarige aan zichzelf onder de bepaling wordt gebracht. Tevens heeft hij verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, LJN AQ0950, een uitspraak van de rechtbank Haarlem, LJN BF7111 en een arrest van het gerechtshof Arnhem, LJN BH0528. Tot slot heeft de officier van justitie ten aanzien van feit 5 betoogd dat er op de harde schijven van de pc van verdachte films en foto-opnames zijn aangetroffen die verdachte heeft gemaakt van de seksuele handelingen die hij met [slachtoffers] heeft verricht. Volgens de officier van justitie is er sprake van vervaardigen, verspreiden en in het bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Gelet op de duur, frequentie en intensiteit van het vervaardigen kan er volgens de officier van justitie gesproken worden van een gewoonte.

4.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde onder 2 primair, 3 primair en onder 4 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en verdachte daarvan vrijgesproken dient te worden zoals nader onderbouwd in zijn pleitnota.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft erkend maar merkt op dat er hierbij geen sprake was van een meester-slaaf situatie nu uit de verklaringen van verdachte en [slachtoffer 1] blijkt dat er een onderlinge band tussen hen bestond en er overleg werd gevoerd over de manier van omgang. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er volgens hem geen sprake is van feitelijkheden die zo ernstig zijn dat het slachtoffer ook daadwerkelijk gedwongen werd tot ontuchtige handelingen en daaraan geen weerstand heeft kunnen bieden. [slachtoffer 2] heeft het telefoonnummer van verdachte van [slachtoffer 1] gekregen en wist van haar dat zij seks met verdachte had en daarvoor geld kreeg. Toch heeft [slachtoffer 2] zelf contact met verdachte gezocht. Volgens de raadsman zijn de gedragingen van verdachte niet zodanig, in de zin van dwang, dat [slachtoffer 2] daaraan geen weerstand kon bieden. De handelingen zijn volledig te kwalificeren als verleiding in de zin van het subsidiair ten laste gelegde. Ook voor wat betreft het onder 3 ten laste gelegde is er geen sprake van dwang waaraan [slachtoffer 3] geen weerstand heeft kunnen bieden. Ook zij heeft het telefoonnummer van verdachte van [slachtoffer 1] gekregen en wist bij aanvang van de contacten met verdachte exact waar het om draaide. Dat blijkt ook uit haar eigen verklaring. Ook de geuite bedreigingen door verdachte tijdens een ruzie met [slachtoffer 3] over het op internet zetten van haar foto’s en het inlichten van haar vriendje kunnen niet leiden tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde nu zij niet is bezweken onder deze intimidatie. Zij is zelfs naar de politie gegaan voor een informatief gesprek. Ondanks dit gesprek heeft zij zelf het contact met verdachte daarna weer hersteld en seksueel contact met hem gehad.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder 4 heeft de raadsman vrijspraak bepleit nu er zijns inziens geen sprake is van ontuchtige handelingen. Het verzenden van een naaktfoto is volgens hem niet per se een handeling van seksuele aard. Verder hebben de aangeefsters zich niet bepaald weerloos opgesteld en hebben zij zelfs gedreigd met naar de politie te stappen. Voor wat betreft het onder 5 ten laste gelegde merkt de raadsman op dat verdachte dit feit heeft erkend maar nimmer de intentie heeft gehad enige afbeelding daarvan te verspreiden. De opnames waren enkel voor hemzelf bedoeld.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Vaststaande feiten:

Op 17 augustus 2009 is verdachte aangehouden naar aanleiding van diverse verdenkingen die er tegen hem waren gerezen.

[slachtoffer 1] is naar aanleiding hiervan ook naar de politie gestapt en heeft op 18 augustus 2009 een informatief gesprek gehad en op 27 augustus 2009 doet zij uiteindelijk aangifte tegen verdachte.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij vele malen seksueel contact heeft gehad met verdachte waarbij hij onder andere seksueel bij haar is binnengedrongen. In ruil hiervoor kreeg zij geld van verdachte . Volgens [slachtoffer 1] is het contact met verdachte gestart vanaf het begin van 2008. Na de jaarwisseling 2008-2009 heeft er tussen haar en verdachte veelvuldig seksueel contact plaatsgevonden . Zij was toen vijftien jaar .

De ontuchtige handelingen die verdachte met haar heeft gepleegd bestonden onder meer uit het seksueel binnendringen met zijn penis in de vagina, de anus en de mond .

Verdachte heeft bekend de ten laste gelegde seksuele handelingen met [slachtoffer 1] te hebben gepleegd. Hij heeft echter ontkend te hebben geweten dat [slachtoffer 1] destijds nog geen zestien jaar was.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande en het proces-verbaal van bevindingen seksuele handelingen , waarin een beschrijving wordt gegeven van een filmopname van seksuele handelingen tussen verdachte en [slachtoffer 1], wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 8 oktober 2008 tot en met 17 augustus 2009 telkens meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd met die [slachtoffer 1], die op dat moment nog geen zestien jaar oud was. De rechtbank acht verdachte derhalve schuldig aan het onder 1 ten laste gelegde.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, om tot een bewezenverklaring te kunnen komen weliswaar niet vereist is dat verdachte ten tijde van het begaan van het ten laste gelegde op de hoogte was van het feit dat het slachtoffer nog geen zestien jaar was maar uit de hiervoor aangehaalde beschrijving van de filmopname is gebleken dat dit wel het geval was.

Ten aanzien van feit 2

Vast staat dat er tussen verdachte en [slachtoffer 2] seksuele handelingen hebben plaatsgevonden die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2] .

[slachtoffer 2] heeft hierover verklaard dat zij verdachte eind januari 2009 via [slachtoffer 1] heeft leren kennen. [slachtoffer 2] wist dat [slachtoffer 1] seksueel contact had met verdachte en dat zij daarvoor geld kreeg van verdachte. Zij is vervolgens een keer met [slachtoffer 1] mee gegaan naar de winkel van verdachte. Ze was er van op de hoogte dat [slachtoffer 1] daar seks zou hebben met verdachte. Die keer heeft zij hier echter niet aan meegedaan, maar gewacht in de winkel. Hierna heeft ze het telefoonnummer van verdachte gekregen van [slachtoffer 1]. Verdachte had aan [slachtoffer 2] gevraagd of hij haar wilde smsen. Vervolgens heeft verdachte aan [slachtoffer 2] gevraagd of zij een keer langs wilde komen. Zij is toen met [slachtoffer 1] langs gegaan bij verdachte thuis alwaar hij met beide meisjes seks heeft gehad. Volgens [slachtoffer 2] was hier niet echt iets over afgesproken. Verdachte had gezegd dat ze wel zouden zien hoe ze het zouden doen met het geld. Vervolgens heeft verdachte steeds gesmsd met de vraag wanneer [slachtoffer 2] weer tijd had. Ze heeft hierover verklaard dat ze dan weer langs moest komen om seks met verdachte te hebben. Ze ging soms met [slachtoffer 1] naar verdachte maar soms ook alleen. Volgens [slachtoffer 2] heeft zij wel meer dan 80 maal seks met verdachte gehad in de betreffende periode. Hiervoor heeft zij geld, beltegoed, telefoons, een bezoek aan Disneyland een laptop en sigaretten gekregen. [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat ze moeilijk nee tegen verdachte kon zeggen. Soms kon ze het wel en dan vertelde verdachte haar dat ze weer geld zou krijgen en leuke dingen zou kunnen gaan doen. Hierop zei ze dan ja. De seksuele handelingen die verdachte met haar heeft gepleegd bestonden uit tongzoenen, het brengen van de penis van verdachte in haar mond, penetratie met de penis in de vagina en anus, het inbrengen van de vingers van verdachte in de vagina en de anus van [slachtoffer 2].

Verdachte heeft bekend seksuele handelingen met [slachtoffer 2] te hebben gepleegd in ruil waarvoor [slachtoffer 2] geld of beltegoed kreeg. Hij heeft echter ontkend dat er sprake was van het verrichten van deze seksuele handelingen onder dwang.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende

Uit het voorgaande is gebleken dat [slachtoffer 2] nog voordat zijzelf in contact is gekomen met verdachte van [slachtoffer 1] heeft gehoord dat deze seksueel contact had met verdachte in ruil waarvoor zij geld kreeg. Vervolgens krijgt [slachtoffer 2] via [slachtoffer 1] het telefoonnummer van verdachte waarop zij met hem in contact komt. Met de wetenschap wat de bedoelingen van verdachte zijn, gaat [slachtoffer 2] met [slachtoffer 1] op verzoek van verdachte bij hem thuis langs. Daar heeft verdachte met beide meisjes seks. Ook na deze keer blijft verdachte via de sms vragen aan [slachtoffer 2] wanneer ze weer tijd heeft om langs te komen. Ondanks het feit dat zij op de hoogte is van de bedoelingen van verdachte gaat [slachtoffer 2] toch telkens naar hem toe.

Hieruit vloeit voort dat [slachtoffer 2] telkens in vrije wil kon bepalen of zij wel of niet naar verdachte toe zou gaan. Van enige vorm van dwang waaraan zij geen weerstand kon bieden bij het maken van die keuze is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest. Het primair ten laste gelegde kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Uit het voorgaande is wel gebleken dat verdachte geprobeerd heeft telkens de keuze van [slachtoffer 2] te beïnvloeden door haar in ruil voor seks geld, beltegoed, een laptop of telefoons aan te bieden. Door het aanbieden van dergelijke goederen heeft verdachte [slachtoffer 2] telkens in de verleiding gebracht om in ruil daarvoor seks met hem te hebben. Het onder 2 subsidiair ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. Zij verklaart verdachte daaromtrent schuldig.

Ten aanzien van feit 3

Vast staat dat er tussen verdachte en [slachtoffer 3] seksuele handelingen hebben plaatsgevonden die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3] .

[slachtoffer 3] heeft hierover verklaard dat [slachtoffer 1] tegen haar had verteld dat zij samen met [slachtoffer 2] wel eens langs gingen bij een man en dan seks hadden en daarvoor geld kregen. [slachtoffer 1] vertelde haar tevens dat ze een smsje van die man had gehad met de vraag of ze niet nog een vriendin had die ook seks met hem wilde voor geld. [slachtoffer 3] heeft hierover verklaard dat het wel handig zou zijn als ze eigen geld zou hebben. Hierop is zij in contact met verdachte gekomen die vervolgens aan haar vroeg of ze samen met [slachtoffer 1] langs wilde komen. Hierop zijn ze samen naar de woning van verdachte gegaan en heeft er seks plaatsgevonden tussen hen en verdachte. Na afloop kregen ze beiden € 150,-. [slachtoffer 3] heeft hierover verklaard dat ze blij was met het geld. Zij heeft verder verklaard dat ze hierna een sms van verdachte kreeg met de vraag of zij dit nog vaker wilde doen waarop ze terug stuurde dat ze het niet goed wist. Hierop heeft verdachte gesmsd dat ze er goed over na moest denken omdat ze moest bedenken wat ze met al dat geld kon doen. [slachtoffer 3] heeft verder verklaard dat ze eind mei 2009 voor de eerste keer seks met verdachte heeft gehad en dat de laatste keer midden juli 2009 heeft plaatsgevonden. In totaal heeft ze drie keer seks met verdachte gehad in ruil voor geld. Ook heeft verdachte ervoor gezorgd dat haar scooter gerepareerd werd.

Volgens [slachtoffer 3] heeft verdachte haar ook een keer bedreigd als ze niet langs zou komen. Hij zou dan de foto’s die er gemaakt zijn tijdens de seksuele handelingen tussen hen op internet zetten. Ook zou hij haar vriendje inlichten. Zij heeft verklaard dat ze hierop een gesprek met de politie heeft gehad. Daarna heeft er nog 1 keer seks tussen haar en verdachte plaatsgevonden.

De seksuele handelingen bestonden uit het tongzoenen, pijpen, penetratie met de penis in de vagina en het inbrengen van de vingers in de vagina door verdachte.

Verdachte heeft bekend seksuele handelingen met [slachtoffer 3] te hebben gepleegd in ruil waarvoor zij geld kreeg. Hij heeft echter ontkend dat er sprake was van het verrichten van deze seksuele handelingen onder dwang.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende:

Uit het voorgaande is gebleken dat het verhaal van [slachtoffer 1] de interesse van [slachtoffer 3] heeft gewekt. Vanuit de gedachte dat zij geld kreeg voor het verrichten van seksuele handelingen met verdachte is zij met [slachtoffer 1] naar verdachte toe gegaan en heeft toen seks met hem gehad. Ook was zij blij met geld dat zij daarvoor kreeg. [slachtoffer 3] heeft te allen tijde geweten wat de bedoelingen van verdachte zijn geweest. Zij heeft echter telkens in vrije wil haar keuze kunnen bepalen of zij wel of niet naar verdachte toe zou gaan. Van enige vorm van dwang waaraan geen weerstand kon worden geboden bij het maken van die keuze is geen sprake geweest. Ook de bedreigingen die verdachte achteraf heeft geuit via de sms naar [slachtoffer 3] rechtvaardigen die opvatting naar het oordeel van de rechtbank niet. Immers [slachtoffer 3] is onder deze bedreigingen niet bezweken. In tegendeel, zij is met haar verhaal over verdachte naar de politie toe gegaan. Het primair ten laste gelegde onder 3 kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het primair onder 3 ten laste gelegde.

Uit het voorgaande is wel gebleken dat verdachte geprobeerd heeft telkens de keuze van [slachtoffer 3] te beïnvloeden door haar in ruil voor seks geld aan te bieden en te zorgen voor reparatie van haar scooter. Door het doen van dergelijke aanbiedingen heeft verdachte [slachtoffer 3] telkens in de verleiding gebracht om in ruil daarvoor seks met hem te hebben. Het onder 3 subsidiair ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen. Zij verklaart verdachte daaromtrent schuldig.

Ten aanzien van feit 4

[slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en[slachtoffer 7] hebben allen verklaard dat verdachte hen gevraagd heeft hem naaktfoto’s van henzelf te sturen in ruil waarvoor zij geld zouden ontvangen.

Verdachte heeft verklaard dat hij om normale foto’s heeft gevraagd en dat hij deze foto’s heeft ontvangen. Hij heeft ontkend te hebben gevraagd om naaktfoto’s van de meisjes en hij heeft tevens ontkend naaktfoto’s van hen te hebben ontvangen.

Zowel in de mobiele telefoon als in de pc van verdachte zijn naaktfoto’s aangetroffen van voornoemde personen.

Op grond van het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen worden dat voornoemde meisjes op verzoek van verdachte en onder de belofte van geld naaktfoto’s van zichzelf hebben gemaakt en deze vervolgens via de mobiele telefoon aan verdachte hebben gezonden. De rechtbank is echter van oordeel dat het maken van een naaktfoto van zichzelf en het vervolgens verzenden van deze foto aan een ander niet zonder meer te kwalificeren is als een ontuchtige handeling. Vast moet komen te staan dat op de naaktfoto een seksuele handeling te zien is die in strijd is met een sociaal ethische norm. De in de tenlastelegging omschreven feitelijke gedraging acht de rechtbank onvoldoende om die kwalificatie te rechtvaardigen. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het ten laste gelegde onder 4.

Ten aanzien van feit 5

Naar aanleiding van diverse verdenkingen is verdachte aangehouden. Hierop is vervolgens zijn woning en zijn winkel doorzocht waarbij diverse computers en gegevensdragers in beslag zijn genomen . Deze in beslag genomen goederen zijn vervolgens onderzocht door de politie. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de geheugenkaart van de mobiele telefoon van verdachte alsook de harde schijven van de computer van verdachte kinderpornografische afbeeldingen en/of films bevatten .

Verdachte heeft bekend dat hij van de seksuele handelingen die hij met [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] verrichtte telkens filmopnames en foto-opnames heeft gemaakt, die hij vervolgens op zijn computer heeft gezet.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte kinderporno heeft vervaardigd en tevens in het bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Van verspreiden van kinderporno is volgens haar echter geen sprake. Voor het verspreiden is vereist dat anderen buiten verdachte kennis hebben kunnen nemen van deze afbeeldingen en/of opnames. Daarvan is niet gebleken.

De rechtbank acht verdachte derhalve (voor het overige) schuldig aan het ten laste gelegde onder 5.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2008

tot en met 17 augustus 2009 te Middelburg,

telkens met [slachtoffer 1]), geboren op [geboortedatum], die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die

bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn vingers in de vagina en/of

zijn penis in de vagina en/of de anus en/of de mond van die [slachtoffer 1]

geduwd/gebracht;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009

tot en met 13 augustus 2009 te Middelburg,

telkens door giften of beloften van geld of goed ofmisbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht te weten telkens door het aanbieden en contant geven en

overmaken van geld en door het geven van een laptop en twee telefoons

en beltegoed, en het herhaaldelijk aandringen over te gaan tot na te

noemen handelingen door te zeggen dat de hierna te noemen persoon (opnieuw)

geld en spullen zou krijgen en een uit verschil in leeftijd

voortvloeiend overwicht,

een persoon, te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum],

van wie verdachte wist dat deze de leeftijd

van achttien jaren nog niet had bereikt, telkens opzettelijk heeft bewogen

ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te

dulden, immers heeft die [slachtoffer 2] telkens de penis van verdachte betast en

verdachte afgetrokken en heeft hij verdachte telkens één of meer

vinger(s) in de vagina en/of de anus en zijn penis in de vagina en de

mond en de anus van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en heeft verdachte die

[slachtoffer 2] gezoend en getongzoend;

3.

op tijdstippen in de periode van 1 mei 2009 tot

en met 17 augustus 2009 te Middelburg,

telkens door giften of beloften van geld of goed of

misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

te weten door het geven van contant geld en

herhaaldelijk geld bieden en daarbij zeggen dat goed moest worden

bedacht wat er met al dat geld kon worden gedaan, althans woorden van gelijke

aard of strekking, en te zorgen voor de reparatie van een scooter op

voorwaarde dat de hierna nader te noemen [slachtoffer 3] weer bij hem, verdachte, langs

zou komen en die [slachtoffer 3] (aldus) afhankelijk van hem, verdachte, te

maken en gebruik te maken van een uit verschil in leeftijd voortvloeiend

overwicht van hem verdachte op die [slachtoffer 3],

een persoon, te weten [slachtoffer 3]), geboren op [geboortedatum], van wie

verdachte wist dat deze de leeftijd van

achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige

handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, immers

heeft hij, verdachte, met die [slachtoffer 3] gezoend en getongzoend en zijn

penis en (een) vinger(s) in de vagina en de mond van die [slachtoffer 3] gebracht;

5.

in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 17 augustus 2009

te Middelburg, in elk geval in Nederland,

meermalen een groot aantal (in ieder geval of daaromtrent)

afbeeldingen en films en gegevensdragers bevattende

afbeeldingen te weten één of meer computer(s) en USB-stick(s)

en (een) harddisk(s) en (een) geheugenkaart(en) en (een) mobiele

telefoon(s) telkens heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of

schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

(onder meer)

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) door

zichzelf en/of door een volwassen man (verdachte) van het lichaam van (een)

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt (onder meer [bestanden])

en

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis

van een volwassen man door (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer S[bestanden]

en

- het (laten) betasten van de vagina en de borsten en de billen en

het vaginaal penetreren met (een) vinger(s) en het likken van de vagina

en het drukken van de mond tegen de vagina van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een

volwassen man en een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet heeft bereikt (onder meer [bestanden])

en/of

- het houden van de penis tegen en/of in de vagina van (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een

volwassen man (onder meer [bestanden])

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door

camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van

die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) borsten en/of geslachtsdelen

in beeld gebracht worden (onder meer [bestanden]),

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Naar de geestvermogens van verdachte ten tijde van het begaan van de tenlastegelegde feiten hebben dr. A.H.A.C. van Bakel, psychiater, en drs. R.E.G. Bini, psycholoog, een onderzoek verricht. De deskundigen hebben op 14 december 2009 respectievelijk 18 januari 2010 over hun bevindingen gerapporteerd.

Uit het rapport van de psychiater komt naar voren dat verdachte lijdt aan een stagnatie en scheefgroei van de persoonlijkheid die kan worden geclassificeerd als een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische kenmerken, die ten tijde van het plegen van de feiten ook aanwezig was. De psycholoog heeft dit onderschreven en daaraan toegevoegd dat er bij verdachte tevens sprake is van antisociale kenmerken.

De deskundigen concluderen dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd voor de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank neemt het oordeel van de deskundigen over en komt tot de conclusie dat verdachte de strafbare feiten licht verminderd kunnen worden toegerekend.

Er zijn overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. Verdachte is naar het oordeel van de rechtbank dus strafbaar voor de door hem gepleegde strafbare feiten.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek van voorarrest waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar. Daarnaast heeft hij gevorderd aan verdachte op te leggen de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht ook als dit in zou houden een behandeling bij een forensische kliniek zoals De Waag of Het Dok. Hij heeft bij zijn eis rekening gehouden met de rapporten van de psychiater en de psycholoog die daarin geconcludeerd hebben tot licht verminderde toerekeningsvatbaarheid. Ook heeft hij acht geslagen op het reclasseringsrapport. De officier van justitie rekent het verdachte zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van de slachtoffers en de kwetsbare positie qua leeftijd en ontwikkeling waarin zij zich bevonden. Niet alleen was er sprake van een groot leeftijdsverschil en overwicht tussen verdachte en zijn slachtoffers maar de slachtoffers bevonden zich vaak ook door hun problematische thuissituatie die verdachte bekend was in een kwetsbare positie.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gelet op de door hem bepleite vrijspraken bepleit de eis van de officier van justitie te matigen. Tevens heeft hij verzocht bij de strafmaat rekening te houden met het feit dat de verhouding tot [slachtoffer 1] bepalend is geweest voor het ontwikkelen van de vervolgcontacten.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de psychiater en psycholoog hebben geconstateerd in hun rapport dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn voor pedofilie of een seksuele deviatie. Ook heeft hij verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte alles is kwijtgeraakt. Verdachte heeft besef van en neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen en is bereid zijn medewerking te verlenen aan de geadviseerde poliklinische behandeling.

Tevens heeft de raadsman gewezen op het feit dat verdachte bij een gedeeltelijke voorwaardelijke straf geen recht heeft op V.I. en de gehele onvoorwaardelijke straf zal dienen te ondergaan waarbij de detentie reeds aanmerkelijk zwaarder voor hem is dan voor de gemiddelde gedetineerde samenhangende met de bejegening door medegedetineerden.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld.

Tevens heeft verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door middel van het aanbieden van geld en/of goederen bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen met hem terwijl zijn nog niet de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt. De rechtbank acht het laakbaar dat verdachte de voornoemde twee minderjarige meisjes heeft verleid door in te spelen op hun financiële situatie.

Tevens rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij de bevrediging van zijn lusten keer op keer heeft laten prevaleren boven het besef dat minderjarigen die op zo’n jonge leeftijd en vanwege de kwetsbare positie worden betrokken bij dit soort seksuele handelingen, grote psychische, lichamelijke en emotionele schade kunnen oplopen, die hun verdere ontwikkeling ernstig kan belemmeren.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het maken van een gewoonte van het vervaardigen en in het bezit hebben van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die kinderporno verzamelen. Verdachte moet nu hij de kinderporno zelf heeft vervaardigd echter tevens verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de leeftijd van de kinderen, de aard van de handelingen zoals hierboven beschreven, en met het feit dat verdachte de afgelopen vijf jaren niet in contact is gekomen met politie en justitie voor soortgelijke feiten. Daarnaast heeft zij rekening gehouden met het feit dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Uit de onder 5 genoemde rapporten van de deskundigen komt onder andere naar voren dat de deskundigen de kans op recidive niet uitsluiten. Om de kans op recidive te verminderen adviseren zij aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringstoezicht ook als dat inhoudt dat hij zich onder behandeling dient te stellen bij een forensische instelling zoals De Grote Beek. De psychiater heeft hieraan toegevoegd dat het feit dat het bij verdachte ontbreekt aan probleembesef en het ontbreken van lijdensdruk waar het het eigen functioneren betreft, het lijkt alsof verdachte tamelijk resistent is tegen therapeutische interventies.

De reclassering heeft in haar rapport d.d. 1 februari 2010 geschreven dat verdachte bovengemiddeld intelligent en sociaal vaardig is maar de gevoelens van anderen niet goed kan herkennen en erkennen. Gelet op de gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis en het feit dat verdachte wegens onderhavige delicten de meeste basisbehoeften en sociale contacten is kwijtgeraakt, acht de reclassering een laaggemiddelde kans op recidive aanwezig. Verdachte heeft van onderhavige delicten geleerd en zal niet snel weer seksueel contact met minderjarigen hebben. Door de persoonlijkheidsstoornis wordt een andere vorm van recidive zoals bedreiging wel aanwezig geacht. Om die reden acht de reclassering een toezicht met behandeling door een forensische polikliniek geïndiceerd.

De officier van justitie is bij zijn eis uitgegaan van een bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde. Nu de rechtbank slechts bewezen acht het onder 1, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 5 ten laste gelegde, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Alles afwegend is zij van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Op grond van het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen. De recidivekans op soortgelijke delicten wordt door de deskundigen als laag geschat. Een behandeling zoals voorgestaan in de rapportages kan naar het oordeel van de rechtbank om die reden dan ook achterwege blijven. Hierbij heeft de rechtbank tevens acht geslagen op het feit dat verdachte wel in aanmerking komt voor de V.I. regeling en de in dat kader mogelijke differentiatie.

7 De benadeelde partijen

Feit 1:

De benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres], vordert ten aanzien van dit feit een schadevergoeding van € 3.181,24 waarvan € 181,24 wegens materiële schade en € 3.000,- wegens immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen nu deze voldoende onderbouwd is en er tevens causaal verband is tussen het feit en de gevorderde schade. Bovendien is het volgens hem een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen voor de slachtoffers in zedenzaken nog lang kunnen doorwerken.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering beperkt dient te worden tot € 1.500,- nu er onmiskenbaar leed is aangericht maar verdachte alles kwijt is geraakt en niets meer heeft.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.681,24 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 181,24 ter zake van materiële schade en € 1.500,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

Feit 2:

De benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [adres], vordert ten aanzien van dit feit een schadevergoeding van € 2.700,- wegens immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen nu deze voldoende onderbouwd is en er tevens causaal verband is tussen het feit en de gevorderde schade. Bovendien is het volgens hem een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen voor de slachtoffers in zedenzaken nog lang kunnen doorwerken.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering beperkt dient te worden tot € 1.500,- nu er onmiskenbaar leed is aangericht maar verdachte alles kwijt is geraakt en niets heeft.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.500,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

Feit 3:

De benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [adres], vordert ter zake van dit feit een schadevergoeding van € 2.256,24 waarvan € 6,24 wegens materiele schade en € 2.250,- wegens immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen nu deze voldoende onderbouwd is en er tevens causaal verband is tussen het feit en de gevorderde schade. Bovendien is het volgens hem een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen voor de slachtoffers in zedenzaken nog lang kunnen doorwerken.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering beperkt dient te worden tot € 1.000,- nu er onmiskenbaar leed is aangericht maar zij aanzienlijk minder seksuele contacten met verdachte heeft gehad dan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Bovendien is verdachte alles kwijt geraakt en heeft niets meer.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.506,24 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 6,24 ter zake van materiële schade en € 1.500,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. Immers bij dergelijke feiten is de schade reeds opgelopen na enkele gebeurtenissen. Zij zal de vordering daarom ook tot hetzelfde bedrag toewijzen als voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

Feit 4:

De benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [adres], vordert ten aanzien van dit feit een schadevergoeding van € 500,- wegens immateriële schade.

Tevens vordert [slachtoffer 6], wonende te [adres] ten aanzien van dit feit een schadevergoeding van € 585,- waarvan € 300,- wegens immateriële schade en € 285,- wegens materiele schade.

De officier van justitie heeft gelet op hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd deze vorderingen toe te wijzen.

De raadsman van verdachte heeft zich gelet op de door hem bepleite vrijspraak op het standpunt gesteld deze vorderingen af te wijzen dan wel de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat het feit is begaan met deze voorwerpen, dan wel deze voorwerpen tot het begaan van het feit zijn vervaardigd, gebezigd of bestemd zijn geweest. Verder zijn de voorwerpen van zodanige aard geworden dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang mede omdat de harde schijven niet meer volledig kunnen worden geschoond. De rechtbank zal daarom alle op de lijst vermelde goederen onttrekken aan het verkeer.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 36f, 240b, 245 en 248a van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair, 3 primair en het onder 4 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 2: Door giften of beloften van geld of goed/misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen/van hem te dulden, meermalen gepleegd.

feit 3: Door giften of beloften van geld of goed/misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen/van hem te dulden, meermalen gepleegd.

feit 5: Een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 1.1, 1.2, 1A13, 1A16, 1A29, 1A31, 1A11, 1A12, 1A15 en 1A17.

Benadeelde partijen

1. [slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres] van € 1.681,24, waarvan € 181,24 ter zake van materiële schade en € 1.500,- ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], € 1.681,24 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 33 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

2. [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 1.500,- ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], € 1.500,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

3. [slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van € 1.506,24 waarvan € 6,24 ter zake van materiele schade en € 1.500,- ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], € 1.506,24 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

4. [slachtoffer 4]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

5. [slachtoffer 6]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. Woltring, voorzitter, mr. Van de Poll en mr. Sutorius, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 februari 2010.

Mr. Sutorius is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.