Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BL3580

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
11-02-2010
Zaaknummer
66855 / HA ZA 09-135
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ter Kade vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - voor recht verklaart dat Rabobank onrechtmatig heeft gehandeld en ter zake schadeplichtig is;

- voor recht verklaart dat Rabobank toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon en ter zake schadeplichtig is;

- Rabobank veroordeelt tot vergoeding van de schade ad € 23.297,23 met wettelijke rente;

- Rabobank veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten. Ter Kade stelt zich op het standpunt dat Rabobank als assurantietussenpersoon heeft gehandeld in strijd met de op basis van ondermeer de Wet financiële dienstverlening rustende zorgplicht. [naam] had Ter Kade namelijk nooit mogen adviseren over te stappen op de WAO Eigenbeheer daggeld polis. Assurantiën Versluijs was namelijk op de hoogte van de ziekte van mevrouw [werkneemster] en het feit dat haar dienstverband per 31 december 2003 was geëindigd. Desondanks heeft [naam] Ter Kade geadviseerd om over te stappen, aangezien op dat moment geen sprake was van enige zieke werknemer. Assurantiën Versluijs heeft nagelaten Ter Kade er op te wijzen dat de nieuwe verzekering geen dekking bood voor op dat moment zieke of arbeidsongeschikte ex-werknemers. Indien Ter Kade hierover wel was geïnformeerd, had zij de overstap niet gemaakt. Assurantiën Versluijs had gelet op haar wetenschap Ter Kade niet eens tot de overstap mogen bewegen. 3.2. Rabobank betwist dat zij op enigerlei wijze tekortgeschoten is c.q. onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij stelt dat in het gesprek tussen de heer [naam] en mevrouw[bestuurster], uitdrukkelijk de vraag aan de orde is geweest of er sprake was van zieke en/of arbeidsongeschikte (ex-)werknemers. Het is haar niet bekend of specifiek over mevrouw [werkneemster] is gesproken. Mevrouw [bestuurster] heeft tijdens dit gesprek te kennen gegeven dat er geen zieke of arbeidsongeschikte (ex-)werknemers waren. Uit de brief van 28 november 2006 aan het UWV blijkt dat Ter Kade er op 24 maart 2004 van uit ging dat mevrouw [werkneemster] inmiddels was hersteld. Rabobank betwist dat zij op de hoogte was van de werkelijke situatie van mevrouw [werkneemster]. Indien Ter Kade niet van de werkelijke situatie van haar (ex-)werkneemster op de hoogte was, ligt dat in haar risicosfeer. Het belang hiervan is tijdens de adviesgesprekken en op het aanvraagformulier uitdrukkelijk onder de aandacht gebracht. Tussen haar handelwijze en het feit dat Nationale Nederlanden geen dekking biedt voor de schade van Ter Kade bestaat dan ook geen oorzakelijk verband.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 401
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2010/58

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

66855 / HA ZA 09-13524 februari 2010

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66855 / HA ZA 09-135

Vonnis van 27 januari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GRAND CAFÉ TER KADE B.V.,

gevestigd te Sluis,

eiseres,

advocaat mr. L.E. van Hevele,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK WEST ZEEUWS VLAANDEREN U.A.,

gevestigd te Sluis,

gedaagde,

advocaat mr. C.J. IJdema.

Partijen zullen hierna Ter Kade en Rabobank genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 6 mei 2009

het proces-verbaal van comparitie van 8 september 2009.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Rabobank is de rechtsopvolger van assurantietussenpersoon Assurantiën Versluijs. Ter Kade, een horecaonderneming, was tot 1 juli 2004 via Assurantiën Versluijs bij Nationale Nederlanden verzekerd voor de risico’s van arbeidsongeschiktheid van haar werknemers krachtens een Ziekengeld polis met daggelddekking.

2.2. Op 1 januari 2003 is mevrouw [werkn[werkneemster] voor bepaalde tijd, tot 31 december 2003, bij Ter Kade in dienst getreden. Zij heeft zich op 22 juni 2003 ziek gemeld. Ter Kade heeft hiervan op 16 juli 2003 en 8 januari 2004 melding gedaan bij Assurantiën Versluijs door middel van schadeaangifteformulieren. Op het formulier van 8 januari 2004 is de code E, voor: einde dienstverband, ingevuld. 2.3. Na een gesprek op 24 maart 2004 tussen de heer [naam], toenmalig medewerker van Assurantiën Versluijs, en mevrouw [bestuurster], bestuurster van Ter Kade, heeft Ter Kade een aanvraagformulier ondertekend voor een WAO Eigenbeheer Daggeld Polis bij Nationale Nederlanden. Op dit formulier staat vermeld:

“De aanvraag is alleen bestemd voor bedrijven die sinds 1 juli 1999 geen WAO-instroom hebben (denk ook aan ex-werknemers) en geen werknemers in dienst hebben (die) op het moment van de aanvragen ziek zijn.” en “Ziektegevallen die ontstaan zijn voor of op de ontvangstdatum van het aanvraagformulier zijn uitgesloten van de dekking.” De verzekering is op 1 juli 2004 ingegaan. Ter Kade bespaarde daarmee een aanzienlijk bedrag aan premies (0,88% in plaats van 2,02 % van de totale loonsom), maar werd vanaf dat moment eigen risicodrager voor WAO-uitkeringen. 2.4. Bij brief van 2 februari 2005 heeft het UWV aan Ter Kade medegedeeld dat aan mevrouw [werkneemster] met ingang van 20 juni 2004 een WAO uitkering is toegekend en dat Ter Kade, nu zij per 1 juli 2004 eigen risicodrager was geworden, de arbeidsongeschiktheidsuitkering van € 44,44 bruto per dag aan haar dient te betalen. Bij brief van 11 oktober 2006 heeft het UWV aan Ter Kade medegedeeld dat zij de door het UWV over de periode 1 juli 2004 tot 13 februari 2006 aan mevrouw [werkneemster] betaalde bedrag van € 23.297,86 voor 22 november 2006 dient terug te betalen. Nationale Nederlanden heeft geweigerd dit bedrag aan Ter Kade te vergoeden omdat het ziektegeval niet onder de dekking van de verzekering viel. 2.5. Op een verzoek van Ter Kade om alsnog met terugwerkende kracht opgenomen te worden in het publieke bestel, heeft het UWV afwijzend beslist. Tegen deze beslissing heeft Ter Kade bij brief van 28 november 2006 bezwaar gemaakt. Ter Kade schrijft daarin: “Wij zijn er bij onze afweging voor het eigen risicodragerschap eind maart 2004, dan ook met recht en in goed vertrouwen van uit gegaan, dat mevrouw [werkneemster], waarvan de arbeidsovereenkomst met ons bedrijf per 1 januari 2004 was beëindigd, inmiddels was hersteld. (maart 2004)”

Het geschil

Ter Kade vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: - voor recht verklaart dat Rabobank onrechtmatig heeft gehandeld en ter zake schadeplichtig is;

- voor recht verklaart dat Rabobank toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen als assurantietussenpersoon en ter zake schadeplichtig is;

- Rabobank veroordeelt tot vergoeding van de schade ad € 23.297,23 met wettelijke rente;

- Rabobank veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten. Ter Kade stelt zich op het standpunt dat Rabobank als assurantietussenpersoon heeft gehandeld in strijd met de op basis van ondermeer de Wet financiële dienstverlening rustende zorgplicht. [naam] had Ter Kade namelijk nooit mogen adviseren over te stappen op de WAO Eigenbeheer daggeld polis. Assurantiën Versluijs was namelijk op de hoogte van de ziekte van mevrouw [werkneemster] en het feit dat haar dienstverband per 31 december 2003 was geëindigd. Desondanks heeft [naam] Ter Kade geadviseerd om over te stappen, aangezien op dat moment geen sprake was van enige zieke werknemer. Assurantiën Versluijs heeft nagelaten Ter Kade er op te wijzen dat de nieuwe verzekering geen dekking bood voor op dat moment zieke of arbeidsongeschikte ex-werknemers. Indien Ter Kade hierover wel was geïnformeerd, had zij de overstap niet gemaakt. Assurantiën Versluijs had gelet op haar wetenschap Ter Kade niet eens tot de overstap mogen bewegen. 3.2. Rabobank betwist dat zij op enigerlei wijze tekortgeschoten is c.q. onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij stelt dat in het gesprek tussen de heer [naam] en mevrouw[bestuurster], uitdrukkelijk de vraag aan de orde is geweest of er sprake was van zieke en/of arbeidsongeschikte (ex-)werknemers. Het is haar niet bekend of specifiek over mevrouw [werkneemster] is gesproken. Mevrouw [bestuurster] heeft tijdens dit gesprek te kennen gegeven dat er geen zieke of arbeidsongeschikte (ex-)werknemers waren. Uit de brief van 28 november 2006 aan het UWV blijkt dat Ter Kade er op 24 maart 2004 van uit ging dat mevrouw [werkneemster] inmiddels was hersteld. Rabobank betwist dat zij op de hoogte was van de werkelijke situatie van mevrouw [werkneemster]. Indien Ter Kade niet van de werkelijke situatie van haar (ex-)werkneemster op de hoogte was, ligt dat in haar risicosfeer. Het belang hiervan is tijdens de adviesgesprekken en op het aanvraagformulier uitdrukkelijk onder de aandacht gebracht. Tussen haar handelwijze en het feit dat Nationale Nederlanden geen dekking biedt voor de schade van Ter Kade bestaat dan ook geen oorzakelijk verband.

De beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat een assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever de zorg dient te betrachten die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot mag worden verwacht. Het is zijn taak te waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Deze zorgplicht brengt onder meer mee dat een tussenpersoon bij de advisering ten aanzien van het afsluiten van een nieuwe of andere verzekering de opdrachtgever niet alleen op de voordelen wijst, maar ook op de mogelijke risico’s die aan het afsluiten verbonden zijn, bijvoorbeeld een ontoereikende dekking. Daarbij dient hij alle hem bekende relevante informatie te betrekken en – indien daartoe aanleiding is – relevante informatie te verzamelen. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat de vermeldingen op het aanvraagformulier voor de WAO Eigenbeheer Daggeld Polis Assurantiën Versluijs in dit geval niet ontsloegen van haar verplichting om uitdrukkelijk na te gaan of bij Ter Kade een risico bestond wegens zieke of arbeidsongeschikte werknemers of ex-werknemers in het algemeen en wegens de situatie van mevrouw [werkneemster] in het bijzonder. Die vermeldingen laten onverlet dat het voor Ter Kade wellicht niet duidelijk was dat bij doorlopende arbeidsongeschiktheid van deze (ex-) werknemer na 1 juli 2004, het risico geheel bij Ter Kade zou komen te liggen indien zij eigenrisicodrager werd. Mevrouw [werkneemster] was immers niet meer in dienst en ook nog niet in de WAO gestroomd. Assurantiën Versluijs was via de schadeaangifteformulieren die Ter Kade bij haar had ingediend op de hoogte van het feit dat mevrouw [werkneemster] ziek was en dat het dienstverband per 1 januari 2004 was geëindigd. Het was bij uitstek de taak van Assurantiën Versluijs als assurantietussenpersoon om Ter Kade op dit risico te wijzen en naar de situatie van mevrouw [werkneemster] te informeren. Rabobank heeft wel gesteld dat tijdens het gesprek op 24 maart 2004 in algemene zin is gesproken over zieke of arbeidsongeschikte (ex-)werknemers, maar niet dat ook specifiek over de situatie van mevrouw [werkneemster] is gesproken. De rechtbank leidt daaruit af dat Assurantiën Versluijs heeft nagelaten expliciet naar de situatie van mevrouw [werkneemster] te informeren en op de risico’s van haar eventuele voortdurende arbeidsongeschiktheid te wijzen op het moment dat zij Ter Kade adviseerde omtrent het afsluiten van de WAO Eigenbeheer Daggeld Polis. Naar het oordeel van de rechtbank heeft zij daarmee haar zorgplicht als assurantietussenpersoon geschonden en is zij daarmee toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenis uit hoofde van de overeenkomst van opdracht met Ter Kade. Dat Ter Kade in de brief van 28 november 2008 aan het UWV heeft geschreven dat zij er eind maart 2004 van uit ging dat mevrouw [werkneemster] inmiddels was hersteld, maakt het voorgaande niet anders. Rabobank heeft niet gesteld dat dit ook tijdens het gesprek op 24 maart 2004 van de zijde van Ter Kade naar voren is gebracht. Bovendien hadden expliciete vragen van Assurantiën Versluijs naar de situatie van mevrouw [werkneemster] Ter Kade toe kunnen leiden alsnog nadere informatie over diens arbeidsongeschiktheid op te vragen. 4.3. Rabobank heeft niet bestreden dat Ter Kade, indien Assurantiën Versluijs wel bij haar naar de situatie van mevrouw [werkneemster] had geïnformeerd en haar op de risico’s van eventuele voortdurende arbeidsongeschiktheid had gewezen, de overstap naar de nieuwe verzekering niet had gemaakt. Rabobank is daarom naar het oordeel van de rechtbank aansprakelijk voor de schade die Ter Kade als gevolg van de tekortkoming door Assurantiën Versluijs heeft geleden. Zij heeft de hoogte van de door Ter Kade gestelde schade niet betwist, zodat de vordering tot schadevergoeding, inclusief de tevens gevorderde wettelijke rente toewijsbaar is. In het midden kan blijven of Rabobank onrechtmatig heeft gehandeld. Nu Ter Kade gelet op het voorgaande geen belang meer heeft bij dit deel van de vordering, zal dit worden afgewezen. 4.4. Rabobank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ter Kade worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vastrecht € 515,--

- salaris advocaat € 1.158,-- (2 x tarief III € 579,--)

Totaal € 1.745,25

De beslissing

De rechtbank

- verklaart voor recht dat (de rechtsvoorgangster van) Rabobank toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen die zij als assurantietussenpersoon jegens Ter Kade in acht diende te nemen en dat zij ter zake schadeplichtig is; - veroordeelt Rabobank tot vergoeding van de schade, een bedrag groot € 23.297,23, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2009 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding welke aan de zijde van Ter Kade tot aan dit moment worden begroot op € 1.745,25;

- veroordeelt gedaagden in de nakosten, volgens het toepasselijke liquidatietarief begroot op een bedrag van € 131,00, en, indien en voor zover gedaagden niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf bedoelde termijn van voldoening; - verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2010.