Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BL1701

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
Awb 09/636
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

parkeerbelasting;weersomstandigheden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-0356
Belastingblad 2010/324

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht, enkelvoudige

belastingkamer

Procedurenummer: AWB 09/636

Uitspraakdatum: 21 januari 2010

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[Naam], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde [naam] te Hulst

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hulst,

verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiseres op 28 juni 2009 een naheffingsaanslag parkeerbelasting (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, ten bedrage van € 38,-- (hierna: de aanslag).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 17 juli 2009 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 17 augustus 2009 beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2009 te Middelburg. Eiseres is verschenen bij gemachtigde. Namens verweerder is verschenen E.L.N. Fabry. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

2. Feiten

De aanslag is opgelegd nadat een parkeercontroleur op 28 juni 2009 om 14:53 uur op locatie De Statie te Hulst had geconstateerd dat er voor het voertuig van eiseres (kenteken: [nummer]) geen parkeerbelasting op aangifte was voldaan. Er was volgens de controleur geen bewijs van betaling van parkeerbelasting zichtbaar in het voertuig aanwezig. Op deze locatie is op grond van de Verordening parkeerbelastingen 2007 van de gemeente Hulst (verder: de Verordening) parkeerbelasting verschuldigd. Eiseres was ten tijde van de naheffingsaanslag in het bezit van een parkeervergunning (bewonersvergunning), waarmee zij op genoemde plaats en genoemd tijdstip mocht parkeren.

3. Geschil

In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd.

Eiseres is van mening dat de aanslag ten onrechte is opgelegd. Eiseres is in het bezit van een geldige parkeervergunning voor bewoners van de binnenstad. De vergunning was volgens de voorschriften tegen de voorruit van de auto bevestigd met de door verweerder verstrekte parkeerkaarthanger met zuignap. De auto stond op de betreffende middag volop in de zon geparkeerd. Bij zowel de auto van eiseres als bij een auto die ernaast stond, was de parkeerkaarthanger met parkeervergunning, waarschijnlijk door de warmte, losgelaten en van het dashboard gevallen. Het kan geen toeval zijn dat bij twee auto’s met een parkeervergunning, de vergunning van het dashboard is gevallen en beiden een bekeuring kregen. De aan de vergunning verbonden voorwaarden zijn nooit verstrekt. Verweerder heeft een ondeugdelijke bevestiging bij de vergunning verstrekt die bij wat extremere temperaturen en hoge luchtvochtigheid van de voorruit kan vallen. Volgens de voorwaarden mag de door verweerder verstrekte vergunning alleen met de door verweerder verstrekte parkeerkaarthanger en met de zuignap worden bevestigd. De hoorplicht is geschonden.

Volgens verweerder is de aanslag terecht opgelegd. Niet wordt betwist dat eiseres beschikt over een parkeervergunning voor het parkeren voor binnenstadbewoners. Eén van de voorwaarden die aan een parkeervergunning zijn verbonden, is echter dat de vergunning duidelijk leesbaar achter de voorruit moet zijn geplaatst. Tijdens de controle heeft de controleur op het tijdstip van de aanslag geen geldige parkeervergunning achter de voorruit waargenomen. Indien de parkeervergunning niet of niet duidelijk leesbaar achter de voorruit wordt aangetroffen, is niet voldaan aan de voorschriften verbonden aan de parkeervergunning en dit wordt aangemerkt als parkeren zonder vergunning. Eiseres had de vergunning ook zonder bevestigingszuignap kunnen plaatsen. Niet is gebleken dat, in verband met het loslaten van de zuignap, onevenredig veel bezwaarschriften worden ingediend. Bij de eerste verstrekking van de parkeervergunning worden tevens de daaraan verbonden voorwaarden verstrekt. De hoorplicht is niet geschonden omdat alleen op verzoek wordt gehoord.

4. Beoordeling van het geschil

Ingevolge artikel 2 van de Verordening worden onder de naam ‘parkeerbelastingen’ de volgende belastingen geheven:

- een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen, door burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

- een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in de die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Volgens de voorschriften die horen bij de parkeervergunning mag de parkeervergunning alleen gevoerd worden door middel van de verstrekte parkeerkaarthanger. Deze dient met de zuignap zodanig tegen en achter de voorruit van de auto te worden aangebracht dat de voorzijde van de parkeerkaart van buitenaf duidelijk zicht- en leesbaar is.

Niet in geschil is dat eiseres in het bezit is van een parkeervergunning voor binnenstadbewoners en geldig was op de locatie De Statie te Hulst.

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van hetgeen door eiseres is gesteld, namelijk dat de parkeervergunning bij aanvang van het parkeren in de parkeerkaarthouder met de daartoe verstrekte zuignap tegen en achter de voorruit is geplaatst. Dit is volgens de voorschriften. Door verweerder is niet betwist dat de zuignap bij hogere temperaturen en bij een hoge luchtvochtigheid los kan laten van het raam. De rechtbank acht in dit geval aannemelijk dat zuignap, als gevolg van de warmte op de bewuste dag, heeft losgelaten waardoor de parkeervergunning voor de passagiersstoel is gevallen. Daarvan uitgaande is niet ondenkbaar dat de parkeercontroleur de parkeervergunning over het hoofd heeft gezien.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres aldus bij aanvang van het parkeren voldaan aan de voorschriften die aan de parkeervergunning zijn verbonden. Het is aan burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst het te voeren parkeerbeleid vast te stellen. De rechter kan in dat verband slechts marginaal toetsen en kan in een geval als dit slechts tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar komen indien bijzondere omstandigheden tot een afwijken van dat beleid nopen. Naar het oordeel van de rechtbank is het feit dat de zuignap als gevolg van de warmte na aanvang van het parkeren heeft losgelaten een bijzondere omstandigheid welke voor verweerder aanleiding had moeten zijn om het bezwaar gegrond te verklaren.

De conclusie is dan ook dat de aanslag ten onrechte is opgelegd. Het beroep is gegrond en de uitspraak op bezwaar zal worden vernietigd. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien door de aanslag te herroepen. Dit houdt in dat de aanslag wordt geacht te zijn vernietigd.

5. Proceskosten

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 17 juli 2009;

- herroept de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [nummer];

- gelast dat de gemeente Hulst het griffierecht van € 41,-- (eenenveertig euro) aan eiseres vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. Nomes, in tegenwoordigheid van F.L. Blok, griffier, en op 21 januari 2010 in het openbaar uitgesproken.

Afschrift aangetekend

verzonden aan partijen op: 21 januari 2010.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.