Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BL0972

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
63499 / HA ZA 08-3161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Heros vordert dat de rechtbank Sagro veroordeelt tot betaling van € 590.460,--, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 6 juni 2003 (de datum van aansprakelijkstelling) tot de dag der algehele voldoening – althans een in goede justitie te bepalen bedrag – en tot betaling van € 5.160,--, als vergoeding voor (gelet op het tijdsverloop waarin een minnelijke regeling is beproefd, daadwerkelijk gemaakte) buitengerechtelijke kosten, berekend overeenkomstig Voorwerk II, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 26 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Sagro in de kosten van de procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

63499 / HA ZA 08-31614 oktober 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 63499 / HA ZA 08-316

Vonnis van 6 januari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEROS SLUISKIL B.V.,

gevestigd te Sluiskil,

eiseres,

advocaat mr. K.P.T.G. Flos te Middelburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAGRO ZEEUWS VLAANDEREN B.V.,

gevestigd te Sluiskil,

gedaagde,

advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg.

Partijen zullen hierna Heros en Sagro genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

Het vonnis in incident van 3 december 2008

de conclusie van antwoord

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek

de akte uitlaten producties.

De feiten

Heros voert een onderneming in de vervaardiging van en de handel in hergebruikte bouwstoffen voor onder meer wegenbouw. Sagro exploiteert (onder meer) een sloopbedrijf, onder de handelsnaam Vermeulen Breskens B.V..

2.2. Heros is eigenaar van een fabrieksterrein te Sluiskil; in het verleden is op dat terrein een cokesfabriek (ACZC) gevestigd geweest. Heros heeft Sagro bij brief van 13 maart 2003 opdracht gegeven tot sloop op haar terrein; het betrof de achtste fase van de sloopwerkzaamheden ter plaatse en omvatte (onder meer) de sloop van de voormalige cokesovens en van kolentoren 3. De opdracht bevatte onder meer de navolgende bepaling:

“Voordat de sloopwerkzaamheden aanvangen zijn de nog voor Heros bruikbare onderdelen verwijderd. (..) Sloop vindt plaats tot een niveau van ca. 3,00 m + maaiveld, bordeshoogte. De centrale elektriciteitsruimte is van grote waarden en wordt door Vermeulen beschermd zodat geen schade kan ontstaan aan deze installaties. Het bordesdek wordt vlak afgesloopt waarbij ontstane schade tijdens de sloop achteraf worden gerepareerd door Vermeulen.”

2.3. Sagro heeft de opdracht aanvaard en deze – in onderaanneming – uitbesteed aan Euro Demolition B.V. te Beverwijk. Bij de sloopwerkzaamheden is de kolentoren 3 ingestort en daarbij is de daaronder gelegen centrale elektriciteitsruimte met de daarin aanwezige apparatuur verloren gegaan.

Het geschil

Heros vordert dat de rechtbank Sagro veroordeelt tot betaling van € 590.460,--, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 6 juni 2003 (de datum van aansprakelijkstelling) tot de dag der algehele voldoening – althans een in goede justitie te bepalen bedrag – en tot betaling van € 5.160,--, als vergoeding voor (gelet op het tijdsverloop waarin een minnelijke regeling is beproefd, daadwerkelijk gemaakte) buitengerechtelijke kosten, berekend overeenkomstig Voorwerk II, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 26 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Sagro in de kosten van de procedure.

3.2.1 Zij stelt daartoe het volgende. Sagro is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de onder 2.2 genoemde overeenkomst: zij heeft nagelaten de elektriciteitsruimte te beschermen. Voorts komt zij haar reparatieverplichting niet na. Bovendien heeft zij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van Heros. Zij is dus aansprakelijk voor de door Heros geleden schade.

3.2.2. Heros dient in de positie te worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd als het schadeveroorzakend voorval niet had plaatsgevonden; de schade is gelijk aan de waardevermindering van de electriciteitsruimte. Heros maakt aanspraak op vergoeding van de kosten van herbouw van de elektriciteitsruimte. De aldus abstract – onafhankelijk van de vraag of daadwerkelijk wordt herbouwd – te berekenen schade is de minimale vergoeding. Van dat uitgangspunt kan niet snel worden afgeweken. De stelling van Sagro dat de ruimte voor Heros geen waarde had, is irrelevant en onjuist. Heros heeft expliciet gevraagd de ruimte te sparen; deze had gebruiksmogelijkheden, kreeg in de plannen met het terrein een bestemming en had dus waarde. Dat de ruimte (nog) niet is herbouwd maakt dat niet anders. Door vergoeding van herbouwkosten wordt Heros niet bevoordeeld. Er is evenmin grond om (slechts) van de marktwaarde uit te gaan. Sagro stelt ongemotiveerd dat Heros geen elektriciteitsruimte nodig had. Heros was niet voornemens te verkopen; verkoop van de onlosmakelijk deel van het fabrieksterrein uitmakende ruimte is ook niet mogelijk. Heros wilde fabrieksterrein met elektriciteitsruimte zelf te gaan gebruiken. Herbouw is economisch verantwoord. Heros was niet verplicht te onderzoeken of herbouw op een andere plaats op het terrein goedkoper zou zijn; zij hoeft niet voor de goedkoopste oplossing te kiezen.

3.2.3. De omvang van de schade beloopt – zo blijkt uit het expertiserapport van 14 juni 2007, in overleg tussen (de experts van) beide partijen opgemaakt door Arntz|Van Helden Expertisebureau – € 590.460,--. Ook als het rapport als partijrapportage wordt gezien, is het, gelet op de wijze van totstandkoming, objectief en van doorslaggevende (bewijs-)waarde. Voor de schade aan de inrichting is uitgegaan van gegevens van de vorige eigenaar (die de ruimte in 1998/1999 heeft gerenoveerd); rekening is gehouden met nieuw-voor-oud en met prijsstijgingen, als stelpost zijn kosten voor klimaatregeling opgenomen. Voor “herstel en aansluiting grondkabels” – uit oogpunt van veiligheid noodzakelijk – is een offerte opgevraagd; de kosten voor graafwerkzaamheden zijn geraamd. Voor de bouwkundige schade is aansluiting gezocht bij een in 2002 ten behoeve van de brandverzekering uitgevoerde taxatie. Een geprefabriceerde traforuimte – zoals door Sagro voorgesteld – is geen reëel alternatief, gelet op de vorm en afmetingen van de verloren gegane ruimte. Voor “engineering” en “begeleiding” zijn stelposten opgenomen. De schadeopstelling is vervolgens vergeleken met opgevraagde offertes en bleek daarmee overeen te stemmen. Tenslotte is voor goedkopere trafo’s een correctie opgenomen, is indexering toegepast en zijn de expertisekosten (gespecificeerd) vastgesteld. De schade is aldus voldoende inzichtelijk gemaakt. 3.2.4. Heros betwist gehouden te zijn de door Sagro in de vrijwaringsprocedure gemaakte kosten te vergoeden.

3.3.1 Sagro voert verweer. Zij erkent de door Heros gestelde tekortkoming. De door Heros genoemde reparatieverplichting betrof niet de elektriciteitsruimte, zodat die verplichting hier niet aan de orde is. Sagro betwist ook overigens schadeplichtig te zijn.

3.3.2. Primair stelt Sagro dat Heros geen voor vergoeding in aanmerking komende schade heeft geleden. De elektriciteitsruimte en de daarin aanwezige apparatuur hadden voor Heros ten tijde van het schadeveroorzakend voorval binnen haar bedrijfsvoering geen relevante economische (gebruiks-)waarde. Gelet op de bedrijfsactiviteiten van Heros heeft zij immers een eigen elektriciteitsruimte niet nodig. Aanvankelijk zou de ruimte gesloopt worden; later is dat kennelijk gewijzigd, maar Heros heeft de apparatuur kennelijk niet bruikbaar geacht, want zij heeft die niet voor de sloop verwijderd. Dat de ruimte geen functie had blijkt ook uit het feit dat ze niet is hersteld en dat evenmin (terwijl al meer dan 5 jaar is verlopen sinds het schadevoorval) een andere voorziening is getroffen. Bij vergoeding van herbouwwaarde zou Heros dan ook onredelijk profiteren.

3.3.3. Subsidiair stelt Sagro dat het niet redelijk en verantwoord is tot herstel over te gaan. De ruimte had voor Heros geen functie en zou die ook niet gaan vervullen. Daarnaast is van belang dat Heros zich rekenschap behoort te geven van mogelijke alternatieve locaties op haar terrein en andersoortige voorzieningen (zoals een geprefabriceerde ruimte) voor een elektriciteitsruimte. Schadevergoeding op basis van volledige herstelkosten is dan (economisch) onverantwoord en zou de ernst van het nadeel – de feitelijke waardevermindering – ruimschoots overstijgen. Ter vaststelling van de waardevermindering dient aansluiting te worden gezocht bij de verkoop-/marktwaarde van de ruimte ten tijde van de sloopwerkzaamheden. Gesteld noch gebleken is dat er een dergelijke waarde was. In elk geval was de ruimte zelf, gelegen op het bedrijfsterrein van Heros, niet voor verkoop geschikt; hooguit had de apparatuur erin enige marktwaarde.

3.3.4. Meer subsidiair betwist Sagro de door Heros gestelde schadeomvang. Het overgelegde expertiserapport is eenzijdig opgesteld. Het rapport kan niet als uitgangspunt gelden. Sagro heeft bezwaren tegen de inhoud en wijze van totstandkoming ervan. De rekensom in het rapport klopt niet. Voorts is de schade onvoldoende inzichtelijk gemaakt. De door een vorige eigenaar gemaakte renovatiekosten bewijzen de schade van Heros niet. Heros exploiteert een ander bedrijf dan haar voorganger en verbouwing was onvermijdelijk geweest; zouden de renovatiekosten als uitgangspunt gelden, dan wordt Heros onredelijk bevoordeeld. De overgelegde taxatie is onvoldoende om de gestelde bouwkundige schade te onderbouwen; die taxatie gaat uit van een met de kolentoren verbonden ruimte, die meer omvat dan de elektriciteitsruimte en de controlekamer. Verder is relevant dat ter vervanging van de elektriciteitsruimte een goedkoper alternatief (een geprefabriceerde ruimte) voorhanden is. De kosten voor aanleg van voedingskabels komt niet voor vergoeding in aanmerking, nu niet blijkt dat die kabels waren aangetast. Voorts is het opgevoerde bedrag niet inzichtelijk. De kosten van een klimaatregeling, die er ten tijde van het schadevoorval niet was, kunnen niet als schade worden opgevoerd. Die kosten zijn bovendien niet inzichtelijk gemaakt. De aan het rapport gehechte offertes kunnen niet tot bewijs dienen nu zij niet concurrerend zijn opgevraagd. Er dient nog een aftrek nieuw-voor-oud – van 50% – te worden toegepast; de apparatuur was 5 jaar oud en had een levensduur van 10 jaar en het gebouw was al 45 jaar oud. Heros heeft haar schade onvoldoende beperkt. Zij heeft een elektriciteitsruimte, althans één van de omvang als die welke verloren is gegaan, niet nodig. Zij dient, als zij herbouwt, dat elders op haar terrein te doen nu dat economisch voordeliger is. Tenslotte is van belang dat haar goedkope bruikbare traforuimtes zijn aangeboden, op welk aanbod zij niet is ingegaan.

3.3.5. De gestelde buitengerechtelijke kosten kunnen de dubbele redelijkheidstoets niet doorstaan. De kosten zijn niet gespecificeerd. Dat geldt ook voor de in het schadebedrag vervatte expertisekosten. Tenslotte stelt Sagro dat als de vordering wordt afgewezen, Heros ook in de kosten van de door Sagro in deze zaak begonnen vrijwaringsprocedure (waarin zij Euro Demolition B.V. in vrijwaring heeft opgeroepen) dient te worden veroordeeld.

De beoordeling

Kern van het geschil is de vraag of Heros als gevolg van het verloren gaan van de elektriciteitsruimte op haar terrein schade heeft geleden. Vooropgesteld dient te worden dat de eigenaar van een gebouw door beschadiging of volledig verlies daarvan, onafhankelijk van herstel, in zijn vermogen een nadeel lijdt, gelijk aan de waardevermindering van dat gebouw, welke waardevermindering in het algemeen – in geval herbouw mogelijk en verantwoord is – kan worden gesteld op een geldbedrag gelijk aan de naar objectieve maatstaven berekende kosten die met die herbouw zijn gemoeid.

4.2. Van vorenstaand uitgangspunt kan niet te snel worden afgeweken. Dat betekent dat in geval de kosten van herbouw van het verloren gegane gebouw het bedrag van de als gevolg van de schade opgetreden waardevermindering overtreffen, niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat die herbouw onverantwoord is. Of in dat geval die herbouw onverantwoord is, hangt af van de omstandigheden van het geval; in elk geval dient dan in overweging te worden genomen (a) de functie van het gebouw voor de eigenaar, (b) de mogelijkheid om, aangenomen dat herbouw ter plaatse in verband met de kosten niet in aanmerking komt, elders een zaak te verwerven die voor wat betreft gebruiksmogelijkheden, ligging, prijs en andere relevante factoren als gelijkwaardig aan het gebouw voordat de schade werd toegebracht kan worden beschouwd, en (c) de mate waarin de kosten van herbouw de waardevermindering overtreffen. In geval echter de verloren gegane zaak er een is, die geen eigen individuele kenmerken heeft en waarvoor een voor het publiek toegankelijke markt bestaat, geldt het bovenstaande niet; in dat geval zal het nadeel dat de eigenaar door het verlies van die zaak in zijn vermogen lijdt, in zijn algemeenheid moeten worden gesteld op de waarde van die zaak in het economische verkeer op het moment van

het verlies.

4.3. De discussie tussen partijen heeft zich toegespitst op de vraag of de hiervoor in 4.2 onder (a) en (b) genoemde omstandigheden in het onderhavige geval met zich behoren te brengen dat niet van de kosten van herbouw als bedrag van de schade wordt uitgegaan. Kennelijk zijn partijen het erover eens, dat de herbouwkosten de als gevolg van de schade opgetreden waardevermindering overtreffen. De rechtbank zal daar ook vanuit gaan.

4.4. Met betrekking tot de vraag of in verband met de functie van de elektriciteitsruimte moet worden afgeweken van het uitgangspunt dat herbouwkosten worden vergoed, is het volgende van belang. Het feit dat het gebouw op het moment dat het verloren ging niet werd gebruikt en dat het tot op heden niet is herbouwd (en er evenmin op een andere locatie op het terrein van Heros een elektriciteitsruimte is gebouwd), leidt niet tot het oordeel dat het gebouw geen functie en (dus) geen gebruikswaarde voor Heros had. Immers, dat tot op heden niet is herbouwd betekent niet dat Heros de elektriciteitsruimte niet in gebruik zou hebben genomen als deze niet verloren was gegaan. Slechts in het geval dat het gebouw ten tijde van het schadeveroorzakend voorval niet werd gebruikt en toen al vast stond dat het ook niet meer in gebruik zou worden genomen, zal kunnen worden gezegd dat het gebouw voor Heros geen functie (en dus geen waarde) had. Die situatie doet zich niet voor. Heros had aanvankelijk het plan de elektriciteitsruimte te slopen, maar heeft dat plan herzien en vervolgens uitdrukkelijk gevraagd de ruimte te sparen. Zij heeft de ruimte intact gelaten, dat wil zeggen de inrichting als elektriciteitsruimte die een vorige eigenaar had aangebracht in de ruimte gelaten. Het was dus niet zo, zoals Sagro stelt, dat Heros aan die inrichting kennelijk geen waarde hechtte. Dat zou slechts het geval zijn als er een inrichting was achtergelaten in een gebouw waarvan was gevraagd het te slopen. In die zin dient ook de in 2.2 als eerste geciteerde zin uit de sloopopdracht te worden verstaan. Heros lijkt met het intact laten van de inrichting juist te hebben willen vooruitlopen op eigen gebruik van de ruimte na sloop van de toren erboven. Het is niet aan Sagro om te beoordelen of gebruik in het kader van de bedrijfsvoering van Heros economisch waardevol was. Een dergelijke beoordeling is subjectief en verdraagt zich niet met de in dit geval toepasselijke abstracte wijze van schadeberekening. Bij die berekening is het voldoende dat objectief vast staat dat er gebruik was voorgenomen. Dat dat zo is, is op grond van het vorenstaande aannemelijk en voorts onvoldoende betwist. In de functie van het gebouw voor Heros had ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat Heros recht heeft op vergoeding van herbouwkosten.

4.5. Dan komt de vraag aan de orde of zich de in 3.2 onder (b) bedoelde situatie zich voordoet. Daarvoor dient allereerst vast te staan dat herbouw op de oude locatie wegens de kosten ervan niet in aanmerking komt. Daarover heeft Sagro niets gesteld. Zij stelt wel dat herbouw op een andere locatie (en met toepassing van ander bouwmethoden; ze spreekt over geprefabriceerde traforuimtes, waarvan elders gebruikte exemplaren op de markt zijn) mogelijk en (aanzienlijk) goedkoper is dan herbouw van de oude ruimte. Zij verliest daarbij uit het oog dat Heros beschikte over een bepaald gebouw, in gebruik als elektriciteitsruimte, en dat Heros er in beginsel recht op heeft dat zij een met dat bepaalde gebouw gelijkwaardig gebouw terugkrijgt. Het gaat hier niet om een zaak zonder bijzondere eigenschappen, waarvan een vergelijkbaar exemplaar eenvoudig te verkrijgen is. De enkele omstandigheid dat de (beoogde) functie van dat bepaalde gebouw ook op een andere, goedkopere wijze – namelijk door het plaatsen van een geprefabriceerde ruimte – kan worden uitgeoefend, betekent niet dat Heros met een de bij die goedkopere werkwijze behorende ruimte genoegen behoort te nemen. Daarmee verkrijgt zij immers niet een gebouw, gelijkwaardig aan het gebouw dat zij had, en wordt zij niet in de positie gebracht waarin zij voor het schadetoebrengende voorval plaatsvond, verkeerde. De rechtbank is van oordeel dat er geen grond is om aan te nemen dat zich omstandigheden genoemd in 4.2, onder (b) voordoen, die met zich behoren te brengen dat van vergoeding van herbouwkosten behoort te worden afgezien.

4.6. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat Heros terecht aanspraak maakt op vergoeding van herbouwkosten. Nu geen sprake is van een zaak, waarvoor een markt bestaat (zodat Heros door aanschaf tegen marktwaarde een nieuwe zaak zou kunnen hebben) kan en behoeft ook geen aanknoping te worden gezocht bij een marktwaarde. Aan de hand van de kosten, die met het herstel van de (verloren gegane) elektriciteitsruimte en haar inrichting gemoeid zijn, dient de omvang van de schade – en daarmee de hoogte van de schadevergoedingsplicht van Sagro – te worden vastgesteld.

4.7.1. Heros heeft voor die schadeomvang verwezen naar een expertiserapport. Nu Sagro betwist dat dat rapport in samenspraak met haar is opgemaakt en het rapport zelf vermeldt dat het in opdracht van Heros is opgemaakt, moet gesproken worden van partijrapportage. Een dergelijk rapport kan bewijswaarde hebben, doch dan dient in ieder geval voldaan te zijn aan de eis dat op essentiële punten Heros invloed heeft gehad op de inhoud en de wijze van totstandkoming van het rapport. 4.7.2. Het rapport is opgemaakt door de expert, verbonden aan de (aansprakelijkheids-) verzekeraar van Heros. Onbetwist is dat Sagro op de benoeming van de expert geen invloed heeft gehad. Uit het rapport blijkt dat ook (de verzekeraar van) Sagro en (die van) Euro Demolition B.V. experts hadden benoemd. Op welke wijze deze experts bij de totstandkoming van de vraagstelling, in het onderzoek en in de totstandkoming van de conclusies betrokken zijn geweest, blijkt niet uit het rapport. Wel is als bijlage bij het rapport correspondentie gevoegd met deze experts. Uit die correspondentie blijkt dat er geen overeenstemming was over de grondslag van de schadeberekening en dat de expert van Sagro behoefte had aan nadere informatie. Kennelijk omdat de door de expert van Heros gehanteerde grondslag door de expert van Sagro betwist bleef, is er over de diverse schadeposten niet inhoudelijk gecorrespondeerd, althans dergelijke correspondentie is niet bij het rapportage gevoegd. Onder die omstandigheden kan met het rapport de door Heros gestelde omvang van de schade niet worden bewezen. Daarvoor is een nieuw onderzoek noodzakelijk. De rechtbank zal de zaak aanhouden en naar de rol verwijzen, opdat partijen zich (zo mogelijk, na overleg, eenstemmig) bij akte kunnen uitlaten over de vraag hoeveel (één of drie) deskundigen dienen te worden benoemd, voorstellen te doen over wie kan/kunnen worden benoemde en de door hen gewenste vraagstelling aan die deskundige(n) te formuleren. De rechtbank overweegt reeds nu dat, nu het onderzoek nodig is ten bewijze van de door Heros gestelde schadeomvang, zij voornemens is Heros te belasten met de betaling van een voorschot in de kosten van het deskundigenonderzoek.

4.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 3 februari 2010 voor het nemen van akten door beide partijen, zoals nader weergegeven onder 4.7;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2010.