Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2010:BL0305

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
63507 / HA ZA 08-317
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het geschil

Eiser vordert, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis – uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, zijn medewerking te verlenen aan alle handelingen die noodzakelijk zijn om te komen tot effectuering van de koopovereenkomst d.d. 17 augustus 2005, alsmede gedaagde veroordeelt om bij gelegenheid van de notariële levering aan eiser te betalen een bedrag groot € 20.000,-- voor het hekwerk dat is geplaatst op het perceel [adres 2], met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. Eiser stelt daartoe dat hij nog steeds in staat is de koopovereenkomst met gedaagde na te komen. De overdracht aan [betrokkene 1] was een soort zekerheidsoverdracht; hij is hem het bedrag van € 30.000,-- nog steeds schuldig. [betrokkene 1] zal op zijn eerste verzoek meewerken aan teruglevering van het perceel. Gedaagde is in gebreke gebleven de koopovereenkomst met eiser na te komen. Naast de schriftelijke koopovereenkomst betreffende het perceel grond, hebben partijen ook een mondelinge koopovereenkomst gesloten, waarbij eiser aan gedaagde een hekwerk op het perceel voor € 20.000,-- heeft verkocht. Eiser vordert hier eveneens nakoming van.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

2

63507 / HA ZA 08-317

13 januari 2010

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

63507 / HA ZA 08-31717 februari 2010

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 63507 / HA ZA 08-317

Vonnis van 13 januari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te Wevelgem, België,

eiser,

advocaat mr. R.R.E. Nobus,

tegen

[gedaagde],

wonende te IJzendijke,

gedaagde,

advocaat mr. drs. J.J. Brugge.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 3 september 2008

het proces-verbaal van comparitie van 21 januari 2009

de akte van vermeerdering van eis van eiser

de antwoordakte van gedaagde.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

2.1. Partijen zijn broers. Eiser was eigenaar van twee percelen: het perceel met opstallen aan [adres 1]) en het naastgelegen perceel [adres 2] hierna: [adres 2]. Hij heeft op 27 september 2004 een koopovereenkomst gesloten waarbij hij beide percelen aan [betrokkene 1] heeft verkocht. [betrokkene 1] heeft € 30.000,-- aanbetaald. Wegens financiële problemen kon eiser niet aan zijn leveringsplicht voldoen en bleef hij [betrokkene 1] € 30.000,-- schuldig.

2.2. In 2005 heeft eiser, na een door de bank aangezegde executoriale verkoop, het perceel met opstallen [adres 1] aan gedaagde verkocht en geleverd. Eiser bleef eigenaar van het naastgelegen perceel [adres 2]. Gedaagde heeft eiser toegezegd hem te willen helpen zijn schuld aan [betrokkene 1] te voldoen. In dit kader zijn partijen overeengekomen dat gedaagde het perceel [adres 2] van eiser zou kopen voor een bedrag van € 30.000,--, k.k. Zij hebben de overeenkomst schriftelijk vastgelegd in een op 18 augustus 2005 gedateerd “voorlopig koopcontract”. De levering heeft niet plaatsgevonden.

2.3. Op 21 maart 2007 heeft eiser het perceel [adres 2] aan [betrokkene 1] in eigendom overgedragen. In de notariële akte is opgenomen dat de verkoopprijs van € 30.000,-- middels verrekening is voldaan.

Het geschil

Eiser vordert, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis – uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, zijn medewerking te verlenen aan alle handelingen die noodzakelijk zijn om te komen tot effectuering van de koopovereenkomst d.d. 17 augustus 2005, alsmede gedaagde veroordeelt om bij gelegenheid van de notariële levering aan eiser te betalen een bedrag groot € 20.000,-- voor het hekwerk dat is geplaatst op het perceel [adres 2], met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. Eiser stelt daartoe dat hij nog steeds in staat is de koopovereenkomst met gedaagde na te komen. De overdracht aan [betrokkene 1] was een soort zekerheidsoverdracht; hij is hem het bedrag van € 30.000,-- nog steeds schuldig. [betrokkene 1] zal op zijn eerste verzoek meewerken aan teruglevering van het perceel. Gedaagde is in gebreke gebleven de koopovereenkomst met eiser na te komen. Naast de schriftelijke koopovereenkomst betreffende het perceel grond, hebben partijen ook een mondelinge koopovereenkomst gesloten, waarbij eiser aan gedaagde een hekwerk op het perceel voor € 20.000,-- heeft verkocht. Eiser vordert hier eveneens nakoming van.

3.2. Gedaagde stelt dat de koopovereenkomst met eiser reeds eind augustus/september 2005 is ontbonden. Eiser heeft gedaagde rond die tijd verzocht een voorschot te betalen van € 20.000,--, met de mededeling dat eiser van de verkoop zou afzien, indien dat niet werd betaald. Gedaagde heeft het voorschot niet betaald en geruime tijd nadien niets van eiser vernomen. Hij ging er daarom van uit dat de koopovereenkomst was ontbonden. Subsidiair stelt gedaagde dat eiser geen belang meer heeft bij zijn vordering. De koopovereenkomst is gesloten met als doel eiser in staat te stellen zijn schuld aan [betrokkene 1] af te lossen. De schuld aan [betrokkene 1] is inmiddels door verrekening voldaan. Meer subsidiair beroept gedaagde zich op rechtsverwerking. Gedaagde stelt dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn eisvermeerdering, althans dat de vermeerdering dient te worden afgewezen. De eisvermeerdering is in strijd met de ter comparitie gemaakte afspraken. Gedaagde zou aanvankelijk ook het hekwerk van eiser kopen, maar dit is niet doorgegaan. Partijen zijn uiteindelijk alleen overeengekomen dat gedaagde het perceel zou kopen voor € 30.000,--. Gedaagde heeft een door eiser opgestelde overeenkomst met betrekking tot het hekwerk niet ondertekend.

De beoordeling

De rechtank zal inhoudelijk op de vermeerderde eis beslissen. Partijen zijn bevoegd hun eis te vermeerderen zolang er geen eindvonnis is gewezen. De verwijzing ter comparitie naar de rol voor uitlaten doorhaling dan wel het vragen van vonnis, sluit die bevoegdheid niet uit. Gesteld noch gebleken is dat partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat eiser zijn eis niet zou vermeerderen. Evenmin is gesteld of gebleken dat de vermeerdering van eis in strijd is met de eisen van goede procesorde.

Het perceel [adres 2]

4.2. De rechtbank verwerpt het verweer van gedaagde dat hij erop mocht vertrouwen dat de koopovereenkomst met betrekking tot het perceel [adres 2] gelet op de uitlatingen van eiser was ontbonden. Ontbinding van een overeenkomst kan alleen door middel van een schriftelijke verklaring aan de wederpartij of bij rechterlijke uitspraak plaatsvinden. Gesteld noch gebleken is dat één der partijen de overeenkomst schriftelijk heeft ontbonden. Evenmin is in deze procedure de ontbinding van de overeenkomst gevorderd. De koopovereenkomst tussen partijen is dan ook in stand gebleven.

4.3. Ook het verweer van gedaagde dat eiser geen belang meer zou hebben bij zijn vordering, wordt verworpen. Eiser heeft onbetwist gesteld dat hij, ondanks de overdracht van het perceel [adres 2], nog steeds € 30.000,-- aan [betrokkene 1] schuldig is en dat het perceel op zijn eerste verzoek door [betrokkene 1] aan hem zal worden teruggeleverd. Eiser heeft dus nog wel degelijk belang bij levering van het perceel aan gedaagde en ontvangst van de koopsom van € 30.000,--.

4.4. Evenmin komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van rechtsverwerking aan de zijde van eiser. Het enkele feit dat eiser gedaagde pas op 23 juni 2006 heeft gedagvaard en de zaak pas weer op 13 augustus 2008 voor conclusie van antwoord op de rol heeft laten zetten, is onvoldoende om te concluderen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat eiser zijn recht op nakoming alsnog geldend maakt. De bijkomende omstandigheid dat eiser het perceel [adres 2] inmiddels heeft verkocht en geleverd aan [betrokkene 1] maakt dit oordeel niet anders. Zoals hiervoor is overwogen, heeft eiser nog steeds belang bij zijn vordering. Dit belang moet ook bij gedaagde bekend zijn geweest, aangezien het perceel [adres 2] met name een waarde vertegenwoordigt in combinatie met het naastgelegen perceel met opstallen, dat thans in eigendom van gedaagde is. Het lag dus voor de hand dat de eigendomsoverdracht van het perceel [adres 2] aan [betrokkene 1] zou worden teruggedraaid, zodra gedaagde alsnog tot nakoming van de koopovereenkomst zou overgaan.

4.5. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering met betrekking tot het perceel [adres 2] toewijzen. Het hekwerk 4.6. Eiser baseert zijn stelling dat sprake is van een mondelinge koopovereenkomst met betrekking tot het hekwerk mede op de verklaring van gedaagde ter comparitie. Gedaagde stelt dat uit het proces-verbaal van de comparitie blijkt dat de koop van het hekwerk niet door is gegaan. Blijkens het proces-verbaal van de comparitie heeft gedaagde verklaard: “Mijn broer had destijds € 30.000,-- nodig en ik wilde hem wel helpen. Hij vroeg € 50.000,- voor het perceel inclusief het hekwerk. Voor die prijs zijn we tot overeenstemming gekomen, mits mijn broer de kosten van de notaris zou betalen. Later kwam hij echter met twee briefjes die ik zou moeten ondertekenen. Het ene briefje had betrekking op het hekwerk ad € 20.000,-- en het andere briefje op de grond ad € 30.000,-. Dat was echter niet volgens onze afspraak. Ik heb er een paar dagen over nagedacht en toen alleen het briefje met betrekking tot de grond getekend. Ik wilde echter geen € 20.000,-- voor het hek betalen, want ik koop geen hek dat op grond staat die niet voor mij is. (…)”. De rechtbank leidt uit deze verklaring niet af dat partijen overeen zijn gekomen dat gedaagde het hekwerk voor € 20.000,-- zou kopen. Volgens de verklaring van gedaagde hebben partijen, na de aanvankelijke overeenstemming van € 50.000,-- voor het perceel met hekwerk en notariskosten voor eiser, een nadere overeenkomst gesloten met betrekking tot de verkoop van alleen het perceel voor € 30.000,--, k.k. Over het hekwerk zijn zij niets nader overeengekomen. Nu gedaagde de stellingen van eiser op dit punt betwist en eiser geen bewijs heeft aangeboden, zal de rechtbank het deel van de vordering dat betrekking heeft op het hekwerk, afwijzen. Proceskosten

4.7. Aangezien beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De rechtbank

- veroordeelt gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan alle handelingen die noodzakelijk zijn om te komen tot effectuering van de koopovereenkomst d.d. 17 augustus 2005, welke overeenkomst strekt tot levering aan gedaagde van het perceel [adres 2] tegen betaling door gedaagde van een bedrag van € 30.000,--, k.k.;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert tussen partijen de proceskosten, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2010.