Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BL6418

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
185054
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een als windbestendig verkochte terrasoverkapping bij een restaurant raakt door geringe wind (4 Bft) beschadigd. Het baat de verkoper niet dat de prijs hoger zou zijn uitgevallen, wanneer aanstonds voor stormbuizen zou zijn gekozen. Koper heeft niet een hoeveelheid onderdelen gekocht, maar een windbestendige overkapping. Koper is de mogelijkheid ontnomen om elders tegen een lagere prijs een wel windbestendige overkapping te kopen. De vordering van verkoper tot betaling van het later leveren en plaatsen stormbuizen wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

zaak/rolnr.: 185054 / 09/847 blad 2

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

[Zaaknummer] [Rolnummer]

Locatie Terneuzen

zaak/rolnr.: 185054 / 09/847

vonnis van de kantonrechter d.d. 11 november 2009

in de zaak van

de rechtspersoon naar [buitenlands] recht

de naamloze vennootschap

[X],

gevestigd te [adres],

eisende partij,

verder te noemen: [partij X],

gemachtigde: mr. E. de Best,

t e g e n :

de besloten vennootschap

[Y],

gevestigd te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [partij Y],

gemachtigde: mr. I.P. de Groot.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 14 april 2009,

- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.

de beoordeling van de zaak

1.1. [Partij X] levert windbestendige terrasoverkappingen, genaamd patiola’s, langs de gehele [buitenlandse] kust. Zo ook heeft [partij X] in mei 2006 op basis van een koop/aannemings-overeenkomst een patiola geleverd en geplaatst bij het clubgebouw van [partij Y] te [adres]. Dat staat bloot aan rechtstreeks van zee afkomstige wind. De factuur ad € 18.900,- is op 28 juni 2006 door [partij Y] aan [partij X] voldaan.

1.2. De patiola is door wind beschadigd. Het doek scheurde en een bezoeker kreeg een deel van de constructie op zijn hoofd. [Partij X] heeft het gescheurde doek kostenloos vervangen en heeft een versteviging van de constructie aangebracht in de vorm van vier stormrollen met bovengoten. [Partij X] heeft voor het leveren en plaatsen daarvan aan [partij Y] een factuur d.d. 31 mei 2008 gezonden ad € 2.246,52. [Partij Y] heeft niet betaald.

2. [Partij X] heeft de betaling gevorderd van de factuur, verhoogd met rente en incassokosten, totaal € 2.829,83. [Partij Y] heeft aangevoerd:

De patiola zonder stormbuizen, die aanvankelijk is geleverd, voldeed niet aan de overeen-komst. Pas door het alsnog plaatsen van de stormbuizen is [partij X] behoorlijk nagekomen. Daarom behoeft [partij Y] niet te betalen.

3.1. Partijen gaan kennelijk uit van de toepasselijkheid van Nederlands recht en de kantonrechter volgt hen daarin.

3.2. [Partij X] heeft erkend dat zij de patiola als windbestendig aan [partij Y] heeft verkocht. Maar [partij X] heeft gesteld dat er pas na enige tijd een scheuring is ontstaan bij een zeer zware storm. [Partij Y] heeft dat betwist en gesteld dat reeds op 26 augustus 2006 de windschade is ontstaan bij een geringe windkracht. [Partij Y] heeft hierbij weergegevens van het KNMI overgelegd van 25, 26 en 27 augustus 2006 en gesteld dat windstoten op 26 augustus 2006 een maximale kracht hadden van 4 Bft. [partij X] heeft vervolgens bij gebrek aan wetenschap betwist dat de schade is ontstaan op een van die dagen en dat er toen een geringe wind stond.

3.3. Hierin kan de kantonrechter [partij X] niet volgen. Aangezien [partij X] bij gebrek aan wetenschap betwist, weet zij kennelijk niet op welke dag de windschade is ontstaan. Maar dan rijst onmiddellijk de vraag hoe zij dan weet dat de schade is ontstaan bij een zeer zware storm (11 Bft). Gelet daarop passeert de kantonrechter de betwisting door [partij X] die slechts bij gebrek aan wetenschap is opgeworpen. Overigens heeft [partij Y] met de handgeschreven verklaring van mevrouw [Z], [medewerkster] van het restaurant in het clubgebouw van [partij Y], voldoende aangetoond dat de schade is ontstaan in het weekend van 26 en 27 augustus. [Partij X] is op deze verklaring niet ingegaan, zodat wordt aangenomen dat deze verklaring naar waarheid is. Hetzelfde geldt voor de weergegevens die [partij Y] in het geding heeft gebracht.

3.4. Vastgesteld wordt dat de schade reeds op of omstreeks 26 augustus 2006 is ontstaan bij een geringe wind met windstoten van maximaal 4 Bft. Reeds hieruit volgt dat de door [partij X] in mei 2006 geplaatste patiola niet voldoende windbestendig was voor de omstandigheden ter plaatse. De conclusie is dat de aanvankelijk geplaatste patiola niet zo windbestendig was als [partij Y] mocht verwachten.

3.5. [Partij X] heeft nog gesteld dat de vertegenwoordiger van [partij X] na onderzoek ter plaatse samen met [partij Y] heeft geoordeeld dat stormbuizen niet nodig waren en heeft aangeboden dit te bewijzen. Maar dit baat [partij X] niet. Zelfs al zou [partij X] kunnen bewijzen dat [partij Y] heeft ingestemd met het achterwege laten van stormbuizen – [partij Y] heeft dat betwist en stelt een geheel andere versie van de gang van zaken – dan nog kan [partij X] dat niet aan [partij Y] tegenwerpen, omdat [partij X] in dit geval de expertise had of diende te hebben op het gebied van windbestendigheid en [partij Y] niet. Het is [partij X] toe te rekenen dat niet aanstonds een patiola met stormbuizen is geadviseerd en geplaatst.

3.6. Daarom ook baat het [partij X] niet dat de prijs hoger zou zijn uitgevallen, wanneer aanstonds voor stormbuizen zou zijn gekozen. [Partij Y] heeft niet een hoeveelheid onderdelen gekocht voor het plaatsen van een patiola, maar heeft een windbestendige patiola gekocht en mocht die dus ook verwachten. [Partij Y] heeft terecht opgemerkt dat haar de mogelijkheid is ontnomen om elders tegen een lagere prijs een voor de locatie wel geschikte patiola te kopen.

3.7. Dat [partij Y] geen offerte heeft afgewacht voor het leveren en plaatsen van de stormbuizen, pleit juist in haar voordeel. Want zij stelde zich op het standpunt dat zij daar niet voor moest betalen. Ook het feit dat het gescheurde doek door [partij X] kostenloos is vervangen pleit in het voordeel van [partij Y].

4. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van [partij X] moet worden afgewezen. [Partij X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [partij X] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [partij Y] tot op heden worden begroot op € 350,- wegens salaris van de gemachtigde van [partij Y].

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.