Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BL3596

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
10-12-2009
Datum publicatie
25-02-2010
Zaaknummer
70514 / KG ZA 09-224
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zwartepoorte stelt dat [gedaagde] op grond van het arrest van het hof nog een bedrag van € 4.380,30 aan haar verschuldigd zijn, welk bedrag -betreffende verwijderingskosten van twee ondergrondse tanks- zij ten onrechte verrekend hebben met het door hen verschuldigde bedrag. Nu de tanks, die in december 2000 door aannemingsbedrijf Spierings in opdracht van [gedaagde] zijn verwijderd, niet haar eigendom waren, is Zwartepoorte van mening dat de betreffende verwijderingskosten volledig voor rekening van [gedaagde] dienen te blijven.

[gedaagde] stellen dat zij volledig aan hun verplichtingen ten opzichte van Zwartepoorte hebben voldaan door betaling van het bedrag van € 60.616,53. Zij zijn van mening dat de tanks die door aannemingsbedrijf Spierings zijn verwijderd eigendom waren van Zwartepoorte, zodat hij, gelet op het bepaalde in artikel XI d van de huurovereenkomst, gehouden is de met de verwijdering van de tanks gemoeide kosten te dragen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

70514 / KG ZA 09-22416 december 2009

Sector civiel recht,

voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 70514 / KG ZA 09-224

Vonnis van 10 december 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZWARTEPOORTE B.V.,

gevestigd te Goes,

gedaagde,

advocaat mr. H. van Es,

tegen

[gedaagde],

laatstelijk gewoond hebbende te Lagoa (Portugal),

gedaagde,

advocaat mr. J.M. de Jonge.

Partijen zullen hierna Zwartepoorte en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het inleidende stuk met producties van de deurwaarder M. Rave,

- de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 8 december 2009 door mr. Van Es overgelegde pleitnota.

De feiten

Het gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft bij arrest d.d. 22 mei 2008 het tussen partijen gewezen vonnis van deze rechtbank, sector kanton, d.d. 27 november 2006 vernietigd en opnieuw rechtdoende [gedaagde] veroordeeld tot betaling aan Zwartepoorte van een bedrag van € 54.666,79, vermeerderd met rente en kosten.

Voornoemd arrest is op 5 september 2008 aan [gedaagde] betekend met gelijktijdig bevel tot betaling. [gedaagde] hebben op 8 september 2008 een bedrag voldaan van

€ 60.616,53. Op het in totaal door hen te betalen bedrag hebben zij een bedrag in mindering gebracht en zij beroepen zich daarbij op verrekening.

De heer M. Rave heeft als deurwaarder in opdracht van Zwartepoorte aan [gedaagde] een aankondiging gedaan waarbij executoriale beslagmaatregelen zijn aangezegd tegen 21 september 2009 voor wat betreft de restantvordering. Namens [gedaagde] is hiertegen bezwaar gemaakt.

Het geschil en de beoordeling daarvan

Gelet op het tussen partijen gerezen executiegeschil heeft de deurwaarder de onderhavige procedure ex artikel 438 lid 4 Rv aangespannen. Hij verzoekt met name te bepalen welk bedrag door [gedaagde] nog aan Zwartepoorte betaald dient te worden.

Zwartepoorte stelt dat [gedaagde] op grond van het arrest van het hof nog een bedrag van € 4.380,30 aan haar verschuldigd zijn, welk bedrag -betreffende verwijderingskosten van twee ondergrondse tanks- zij ten onrechte verrekend hebben met het door hen verschuldigde bedrag. Nu de tanks, die in december 2000 door aannemingsbedrijf Spierings in opdracht van [gedaagde] zijn verwijderd, niet haar eigendom waren, is Zwartepoorte van mening dat de betreffende verwijderingskosten volledig voor rekening van [gedaagde] dienen te blijven.

[gedaagde] stellen dat zij volledig aan hun verplichtingen ten opzichte van Zwartepoorte hebben voldaan door betaling van het bedrag van € 60.616,53. Zij zijn van mening dat de tanks die door aannemingsbedrijf Spierings zijn verwijderd eigendom waren van Zwartepoorte, zodat hij, gelet op het bepaalde in artikel XI d van de huurovereenkomst, gehouden is de met de verwijdering van de tanks gemoeide kosten te dragen.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

Uit de bij de stukken overgelegde brief van mr. Van Es d.d. 23 september 2008 begrijpt de voorzieningenrechter dat het bedrag waar door Zwartepoorte in september 2008 aanspraak op werd gemaakt deels ook zag op nakosten en een verschil in rente. Nu dat aspect in het onderhavige kort geding niet aan de orde is gesteld en de voorzieningenrechter niet over voldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of deze kwestie nog speelt en zo ja, welke bedragen dit precies betrof, laat hij dit aspect bij de onderhavige beoordeling buiten beschouwing. In het navolgende zal dan ook slechts de kwestie van de verrekening van de verwijderingskosten van de tanks aan de orde komen.

Voor de beoordeling van het geschil is van belang dat (voorshands) vast komt te staan of de twee tanks die aannemingsbedrijf Spierings in december 2000 heeft verwijderd al dan niet eigendom waren van Zwartepoorte.

Uit de factuur van Spierings volgt dat een benzinetank van 5000 liter en een afgewerkte olietank van 6000 liter zijn verwijderd. De voorzieningenrechter is gelet op de overgelegde stukken, waaronder met name de inventarislijst, waarop de destijds door Zwartepoorte overgenomen zaken staan vermeld, voorshands van oordeel dat Zwartepoorte de afgewerkte olietank heeft overgenomen. Ten aanzien van de benzinetank van 5000 liter staat vooralsnog onvoldoende vast dat deze door Zwartepoorte is overgenomen, nu zulks niet duidelijk volgt uit de inventarislijst. Tussen partijen is niet in geschil dat Zwartepoorte gehouden was om de bij aanvang van de huurovereenkomst door hem overgenomen zaken bij het einde van de huur te (laten) verwijderen en dat [gedaagde] bij gebreke daarvan op grond van artikel XI d van de huurovereenkomst gerechtigd was de verwijdering daarvan op kosten van Zwartepoorte te laten plaatsvinden. Uit de overgelegde overzichtstekeningen blijkt dat de betreffende tanks zich zowel bij aanvang als bij het einde van de huur in de grond van het gehuurde bevonden. De stelling van Zwartepoorte dat hij de afgewerkte olietank in het kader van de actie tankslag kort na aanvang van de huur in 1989 heeft laten verwijderen strookt niet met de situatie zoals aangegeven op de overzichtstekeningen. Nu deze stelling bovendien op geen enkele wijze is onderbouwd gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij. De conclusie luidt dan ook dat Zwartepoorte de kosten van verwijdering van die tank dient te dragen. Nu de factuur van Spierings betrekking had op verwijdering van twee tanks, begroot de voorzieningenrechter de kosten van verwijdering van 1 tank in redelijkheid op de helft van dat bedrag.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde], indien zij een vordering uit hoofde van de huurovereenkomst hebben op Zwartepoorte, gerechtigd zijn deze te verrekenen. Gelet op het vorenstaande waren [gedaagde] niet gerechtigd het gehele bedrag van de factuur van Spierings te verrekenen, maar kwam hen die bevoegdheid slechts voor de helft van dat bedrag toe. Ten aanzien van de eventueel over dit bedrag verschuldigde rente hebben partijen zich niet uitgelaten, zodat de voorzieningenrechter daaromtrent thans geen oordeel kan geven. Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter als volgt beslissen.

Nu beide partijen deels in het (on)gelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter

bepaalt dat partijen ieder de helft van de verwijderingskosten van de tanks dienen te dragen, hetgeen betekent dat door [gedaagde] thans nog een bedrag van € 1.468,17 aan Zwartepoorte dient te worden voldaan;

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2009.