Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BL3065

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
09-02-2010
Zaaknummer
185657
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer reed op bedrijfsterrein met bedrijfsbus met daarop niet vastgemaakte zware stalen balken. Bij het remmen gingen de balken schuiven waardoor gevaar ontstond voor werknemer en zijn collega en schade aan de bedrijfsbus. Werkgever gaf ontslag op staande voet. Uitspraak: geen dringende reden. Gevaar en schade zijn niet opzettelijk of na waarschuwing roekeloos veroorzaakt. Werknemer is een leerling zonder geldig rijbewijs. Van hem mag minder worden verwacht de ernst van het gevaar en de kans op schade in te zien dan van een volleerde werknemer met geldig rijbewijs. Hij is niet vooraf gewaarschuwd. Het ontslag is terecht vernietigd. De vordering tot vergoeding van schade wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

zaak/rolnr.: 185657 / 09-956 blad 2

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

185657 09-956

Locatie Terneuzen

zaak/rolnr.: 185657 / 09-956

vonnis van de kantonrechter d.d. 30 september 2009

in de zaak van

[X],

wonende te [adres],

eisende partij in conventie,

gedaagde partij in voorwaardelijke reconventie,

verder te noemen: [partij X],

gemachtigde: mr. J.P.G. van Roeyen,

t e g e n :

[Y],

wonende te [adres],

handelende onder de naam

[bedrijf Y],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

verder te noemen: [partij Y],

in persoon.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 28 april 2009,

- conclusies van antwoord, repliek en dupliek in conventie, respectievelijk tevens van eis, antwoord en repliek in voorwaardelijke reconventie,

- conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie.

de beoordeling van de zaak

in conventie en in voorwaardelijke reconventie:

1. [Partij X] is geboren [in] 1989. Hij heeft met [een school] een zogeheten beroepspraktijkvormingsovereenkomst gesloten voor de periode van 7 januari 2008 tot 31 juli 2009. Voor diezelfde periode werd een arbeidsovereenkomst voor leerlingen gesloten tussen [partij X] en [partij Y]. Het salaris bedroeg € 688,15 bruto per vier weken.

2. Op 11 december 2008 kregen [partij X] en een andere leerling, [Z] genaamd, de opdracht om met de bedrijfsbus stalen balken op te halen, deze in een andere loods op het bedrijfsterrein op maat te zagen en daarna weer terug te brengen. [Partij X] en [Z] beschikten niet over een geldig rijbewijs. Terwijl [partij X] de tekeningen ophaalde met daarop de maten waarin de balken moesten worden gezaagd, legde [Z] de stalen balken met een heftruck op de bedrijfsbus. [Partij X] is met de bedrijfsbus weggereden. Hij remde bij de loods. De balken, die 600 kilo per stuk wegen, waren niet vastgemaakt aan de bedrijfsbus en zijn toen gaan schuiven. Daarbij is schade ontstaan aan de bedrijfsbus.

3. Op 11 december 2008 ontsloeg [partij Y] [partij X] op staande voet. Volgens [partij Y]s brief van 12 december 2008 is de dringende reden "... het dusdanig omgaan met bedrijfsmiddelen dat u een gevaar vormt voor uzelf en uw medewerkers. Wij gaan er van uit dat u door de bij ons gevolgde cursus V.C.A. basisveiligheid, dusdanig op de hoogte was van de veiligheidsvoorwaarden in ons bedrijf dat wij uw werkwijze niet kunnen toestaan. Tevens wijzen wij u erop dat door uw nalatigheid t.a.v. het vastzetten van de lading een economische schade van € 1966,- excl BTW is ontstaan ...". Bij brief van 17 maart 2009 werd namens [partij X] de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen.

in conventie:

4. Na vermeerdering van eis vordert [partij X]:

a. de verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet terecht is vernietigd en de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd per 12 december 2008,

b. de veroordeling van [partij Y] tot betaling van:

- het salaris van € 688,15 bruto per vier weken vanaf 12 december 2008 tot het rechtsgeldige einde van de dienstbetrekking,

- de wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling van dit salaris,

- de vakantiebijslag vanaf 12 december 2008 tot het rechtsgeldige einde van de dienstbetrekking,

- de wettelijke rente over het gevorderde,

c. de veroordeling van [partij Y] in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de (na)kosten.

5. [Partij X] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij en [Z] wellicht een beoordelingsfout hebben gemaakt maar dat dit geen dringende reden is voor een ontslag op staande voet. Hij was als leerling in dienst. [Partij Y] had niet mogen toestaan dat twee leerlingen zonder rijbewijs de opdracht kregen stalen balken op te halen met de bedrijfsbus. Verder had er toezicht moeten zijn op de uitvoering van de werkzaamheden door de leerlingen. Dat toezicht ontbrak. Omdat het ontslag terecht is vernietigd, eindigde de arbeidsovereenkomst daardoor niet en heeft [partij X] recht op doorbetaling van het salaris en de vakantiebijslag.

6. Het verweer van [partij Y] komt op het volgende neer. Het ontslag is terecht gegeven. De dringende reden is dat [partij X] opzettelijk, of ondanks waarschuwing roekeloos, eigendom van de werkgever beschadigt of aan ernstig gevaar blootstelt dan wel zich zelf of anderen aan ernstig gevaar blootstelt (artikel 7: 678 lid 2 aanhef en onder g en h BW). Hij heeft de stalen balken bewust niet vastgezet op de bedrijfsbus voordat hij ging rijden. Dit is levensgevaarlijk en [partij X] had dit moeten begrijpen. Naar hij voor het ontslag verklaarde, dacht hij dat het wel zou gaan. [Partij X] vormt in de uitoefening van zijn werkzaamheden een ernstig gevaar voor zich zelf en voor anderen door de veiligheidsverplichtingen niet in acht te nemen. [Partij X] heeft de VCA-cursus bij [partij Y] met goed gevolg afgesloten en is gecertificeerd op 13 mei 2008. Hij was dus op de hoogte van de veiligheidsvoorschriften van [partij Y]. Op de laadbak van de bedrijfsbus waren twee spanbanden aanwezig die [partij X] bijna wekelijks wel moest gebruiken om spullen vast te zetten die naar klanten gebracht moesten worden. Bij hem was sprake van opzet of roekeloosheid. In de periode van 12 december 2008 tot 17 maart 2009 spande [partij X] zich niet in om inkomen te verwerven en hield hij zich niet beschikbaar voor werk.

7. De kantonrechter overweegt dat [partij Y] liever een uitspraak wenst dan dat bij een comparitie van partijen wordt getracht tot een minnelijke regeling te komen. Daarom ziet de kantonrechter af van een comparitie. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen in hun onderling verband en samenhang. Hierbij dienen de aard en de ernst van de dringende reden die ten grondslag ligt aan het ontslag worden afgewogen tegen de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de werknemer. De reden moet voldoende dringend zijn om het ontslag te rechtvaardigen.

8. [Partij X] heeft eigendom van [partij Y] beschadigd en zich zelf en een ander aan gevaar blootgesteld door met de bedrijfsbus te gaan rijden terwijl op de laadbak daarvan zware stalen balken lagen die niet waren vastgemaakt. Van een dringende reden is pas sprake als [partij X] de schade of het gevaar opzettelijk of ondanks waarschuwing roekeloos veroorzaakte. Opzet doet zich niet voor. Gelet op zijn verklaring dat hij dacht dat het wel zou gaan, was [partij X] zich bewust van de mogelijkheid van gevaar of schade. Dat is onvoldoende om opzet aan te nemen. Daarvoor is nodig dat de schade of het gevaar willens en wetens is veroorzaakt. [Partij Y] stelde onvoldoende waaruit dat opzet van [partij X] zou kunnen worden afgeleid.

9. De stelling dat de schade of het gevaar is veroorzaakt door roekeloosheid van [partij X] kan het ontslag evenmin dragen. Voor roekeloosheid is vereist dat [partij X] zich bij zijn handelen bewust was of dat behoorde te zijn van het roekeloze karakter van dat handelen en dus van de grote kans dat het mis zou gaan. De gedachte dat het wel zou gaan, brengt niet zonder meer met zich mee dat [partij X] zich bewust was van roekeloosheid of dat behoorde te zijn. Bij deze beoordeling is van belang dat [partij X] een leerling was zonder geldig rijbewijs, zodat van hem minder kon worden verwacht de ernst van het gevaar en de kans op schade in te zien dan van een volleerde werknemer in het bezit van een geldig rijbewijs. Bovendien levert schade of gevaar, veroorzaakt door roekeloosheid, volgens de wet pas een dringende reden voor ontslag op als vooraf is gewaarschuwd. [Partij Y] stelt niet dat [partij X] is gewaarschuwd om niet met de bedrijfsbus te gaan rijden met onbevestigde stalen balken. De verwijzing naar de gevolgde VCA-cursus, de certificering van [partij X], het bedrijfsreglement en de veiligheidsvoorschriften schieten daarvoor te kort. [Partij Y] stelt namelijk niet dat deze een dergelijke waarschuwing bevatten.

10. De dringende reden kan het ontslag op staande voet niet dragen. Dit betekent dat terecht namens [partij X] de vernietigbaarheid daarvan is ingeroepen en de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd per 12 december 2008. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht uitspreken. Doordat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, behield [partij X] in beginsel op en na 12 december 2008 het recht op loon met vakantiebijslag. Hij hoefde zich niet in te spannen om ander inkomen te verwerven om dat recht te behouden. Ook het verweer dat hij zich niet beschikbaar hield voor werk gaat niet op. [Partij Y] stelt onvoldoende om te kunnen concluderen dat [partij X] niet op eerste oproep bereid was de overeengekomen arbeid te verrichten. Dat hij niet werkte vindt in de eerste plaats zijn oorzaak in het ontslag dat [partij Y] hem gaf. Bij brief van 17 maart 2009 werd namens [partij X] geschreven dat hij zich beschikbaar hield voor zijn werk. Desondanks riep [partij Y] hem niet op te komen werken. Vanaf 12 december 2008 werkte [partij X] niet door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van [partij Y] behoort te komen. De vordering tot betaling van het salaris en de vakantiebijslag is daarom toewijsbaar.

11. De wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling van het salaris is niet toewijsbaar. De verhoging wordt beperkt tot nihil omdat dit de kantonrechter billijk voorkomt met het oog op de omstandigheden. Tot die omstandigheden behoort dat [partij X] is gaan rijden met de bedrijfsbus terwijl de stalen balken niet waren vastgemaakt en hoewel hij zich ervan bewust was dat dit gevaarlijk was.

in voorwaardelijke reconventie:

13. Voor het geval het ontslag op staande voet terecht is vernietigd, vordert [partij Y] de veroordeling van [partij X] tot betaling van de schade aan de bedrijfsbus en de opleidingskosten die circa € 3.000,-- per jaar bedragen. De voorwaarde waaronder de vordering is ingesteld is vervuld, zodat die moet worden beoordeeld.

14. Volgens [partij Y] behoren de schade aan de bedrijfsbus en de opleidingskosten voor rekening van [partij X] te komen op grond van de wet, de arbeidsovereenkomst en het bedrijfsreglement. [Partij X] betwist dit.

15. De kantonrechter overweegt dat volgens artikel 7: 661 BW de werknemer die bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst schade toebrengt aan de werkgever niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid of uit de omstandigheden van het geval anders voortvloeit. Afwijking daarvan ten nadele van de werknemer is slechts mogelijk bij schriftelijke overeenkomst en voor zover de werknemer daarvoor verzekerd is. Uit de omstandigheden van het geval vloeit niet voort dat [partij X] aansprakelijk is voor schade, ook als die niet het gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. De arbeidsovereenkomst bepaalt dat hij verplicht is een jaar na het examen in dienst van [partij Y] te blijven. Als hij de dienstbetrekking eerder beëindigt, is hij schadeplichtig. Omdat [partij X] de arbeidsovereenkomst niet heeft beëindigd, is hij niet schadeplichtig wegens te vroege beëindiging. Het bedrijfsreglement van [partij Y] is niet een schriftelijke overeenkomst die een afwijking van de hoofdregel van artikel 7: 661 BW ten nadele van [partij X] mogelijk maakt.

16. Uit de overwegingen in conventie volgt dat de schade aan de bedrijfsbus niet het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [partij X]. De vordering van [partij Y] zal daarom worden afgewezen.

in conventie en in voorwaardelijke reconventie:

17. [Partij Y] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld, en wel op voet van artikel 243 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering aangezien [partij X] toevoeging heeft aangevraagd. Voor na de uitspraak ontstane kosten voorziet artikel 237 lid 5 dit wetboek in een afzonderlijke rechtsgang. De proceskosten zullen daarom nu niet worden vermeerderd met de zogeheten nakosten. Voor toewijzing van de wettelijke rente over de proceskosten bestaat in dit geval geen grond.

de beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

verklaart voor recht dat het ontslag op staande voet terecht is vernietigd en de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd per 12 december 2008,

veroordeelt [partij Y] om tegen bewijs van kwijting aan [partij X] te betalen een bedrag van € 688,15 bruto per vier weken als salaris vanaf 12 december 2008 tot het rechtsgeldige einde van de dienstbetrekking vermeerderd met de vakantiebijslag en met de wettelijke rente over het salaris en de vakantiebijslag vanaf de vervaldata tot aan de dag van voldoening;

in conventie en in voorwaardelijke reconventie:

verwijst [partij Y] in de kosten van het geding welke aan de zijde van [partij X] tot op heden worden begroot op € 593,98 en veroordeelt mitsdien [partij Y] om dit bedrag te betalen:

aan de griffier van de rechtbank Middelburg op bankrekening nummer 19.23.25.876 t.n.v. MVJ Arrondissement Middelburg (543)

met welke bedrag de griffier met inachtneming van de wettelijke bepalingen zal verrekenen:

€ 208,-- wegens vast recht,

€ 300,-- wegens salaris van de gemachtigde van [partij X], waaronder begrepen de eigen bijdrage van [partij X],

€ 85,98 wegens de kosten van dagvaarding van de gerechtsdeurwaarder;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.