Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BL1007

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
53124 / HA ZA 06-291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij tussenvonnis van 29 oktober 2008 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld hun stellingen en weren aan te passen aan het Belgische recht. Partijen zijn het er over eens dat de overeenkomst ook naar Belgisch recht moet worden aangemerkt als een overeenkomst van aanneming van werk. Ook volgens Belgisch recht geldt dat indien de aannemer het werk niet volgens de regels van de kunst het werk uitvoert, zijn contractuele aansprakelijkheid in het gedrang komt en dat de opdrachtgever de aannemer in gebreke dient te stellen tenzij sprake is van een fatale termijn. De eerste vraag die voor ligt is derhalve of de tussen partijen overeengekomen bouwtijd moet worden aangemerkt als een fatale termijn zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Uit niets blijkt immers dat partijen op het moment van het verstrijken van de afgesproken bouwtermijn daar (juridische) consequenties aan hebben verbonden en die termijn als een fatale termijn hebben beschouwd. Zo had volgens de overeenkomst van aanneming van werk het werk opgeleverd moeten worden in week 24 van 2005, maar heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] pas eind maart 2006 het vertrouwen in [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] opgezegd. Nu gesteld, noch gebleken is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in gebreke heeft gesteld, is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet in verzuim geraakt. De door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding heeft derhalve niet het beoogde effect gehad. De rechtbank zal de verzochte verklaring voor recht dat door overschrijding van de tussen partijen overeengekomen bouwtermijn [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van rechtswege in verzuim is komen te verkeren derhalve afwijzen. Nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen niet in verzuim is geraakt, is zij ook niet aansprakelijk voor de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gederfde inkomsten uit de opslag van goederen voor derden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

53124 / HA ZA 06-29116 september 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 53124 / HA ZA 06-291

Vonnis van 28 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

gevestigd te Sas van Gent,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. van Arkel te Terneuzen,

tegen

naar naamloze vennootschap naar buitenlands recht

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],

gevestigd te Zedelgem, België,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.A. Platteeuw te Middelburg.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 29 oktober 2008

de conclusie na tussenvonnis aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

de conclusie na tussenvonnis aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],

de akte uitlating producties aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

de akte aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie].

De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

Bij tussenvonnis van 29 oktober 2008 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld hun stellingen en weren aan te passen aan het Belgische recht. Partijen zijn het er over eens dat de overeenkomst ook naar Belgisch recht moet worden aangemerkt als een overeenkomst van aanneming van werk. Ook volgens Belgisch recht geldt dat indien de aannemer het werk niet volgens de regels van de kunst het werk uitvoert, zijn contractuele aansprakelijkheid in het gedrang komt en dat de opdrachtgever de aannemer in gebreke dient te stellen tenzij sprake is van een fatale termijn. De eerste vraag die voor ligt is derhalve of de tussen partijen overeengekomen bouwtijd moet worden aangemerkt als een fatale termijn zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Uit niets blijkt immers dat partijen op het moment van het verstrijken van de afgesproken bouwtermijn daar (juridische) consequenties aan hebben verbonden en die termijn als een fatale termijn hebben beschouwd. Zo had volgens de overeenkomst van aanneming van werk het werk opgeleverd moeten worden in week 24 van 2005, maar heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] pas eind maart 2006 het vertrouwen in [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] opgezegd. Nu gesteld, noch gebleken is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in gebreke heeft gesteld, is [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet in verzuim geraakt. De door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding heeft derhalve niet het beoogde effect gehad. De rechtbank zal de verzochte verklaring voor recht dat door overschrijding van de tussen partijen overeengekomen bouwtermijn [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van rechtswege in verzuim is komen te verkeren derhalve afwijzen. Nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen niet in verzuim is geraakt, is zij ook niet aansprakelijk voor de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gederfde inkomsten uit de opslag van goederen voor derden.

Bij aanvaarding van het werk of, zoals in dit geval door ingebruikneming van de schuur, is de aansprakelijkheid van de aannemer voor lichte zichtbare gebreken gedekt. Aanvaarding van het werk door de opdrachtgever ontslaat de aannemer echter niet uit de aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken. De aannemer is bovendien gedurende tien jaar aansprakelijk voor gebreken die de stevigheid van een gebouw aantasten, ook indien die gebreken bij de aanvaarding van het werk zichtbaar waren. De rechtbank komt daarmee toe aan de bespreking van het door Grontmij Nederland B.V. op 5 juni 2007 uitgebrachte deskundigenrapport. De deskundige heeft vastgesteld dat constructietekeningen ontbreken, dat zij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] herhaaldelijk (tevergeefs) om constructieberekeningen heeft gevraagd, dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ook niet in staat is gebleken om een rekenkundige onderbouwing te geven en dat zij op basis van een eigen berekening ernstige twijfels heeft over de deugdelijkheid en de constructieve veiligheid van de hoofddraagconstructie en er vanuit gaat dat de constructie niet aan de regelgeving voldoet. De deskundige heeft verder vastgesteld dat de funderingsvoeten niet zijn aangegoten, dat de topgevel niet een hoogte heeft van 4 meter, maar van 3.80 meter, dat drie sectionaldeuren met een kleinere afmeting zijn aangebracht dan in de overeenkomst staat aangegeven en tenslotte dat de bardage niet is uitgevoerd in de kleur RAL 5009. De rechtbank is op grond van het deskundigenbericht van oordeel dat de loods niet beantwoordt aan de tussen partijen gesloten overeenkomst en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] toerekenbaar tekort is geschoten. De deskundige heeft de kosten van herstel begroot op € 30.769,22. Op dit bedrag dienen de door de deskundige begrote kosten in verband met de branddeur (een bedrag van € 7.500,00) in mindering te worden gebracht nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dit bedrag op de factuur d.d. 30 maart 2006 (productie 4 nr. 00060044) heeft gecrediteerd. De rechtbank zal derhalve een bedrag van € 23.269,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding toewijzen. Gegeven het resultaat van het deskundigenonderzoek is de rechtbank van oordeel dat ook de kosten van dat onderzoek, € 7.225,00 met de wettelijke rente als gevorderd voor rekening van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] komen alsmede de kosten van het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gelegde beslag van € 576,73.

De rechtbank passeert het beroep op verrekening nu de vorderingen over en weer niet eenvoudig zijn vast te stellen.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft niet gespecificeerd aangegeven dat de buitengerechtelijke kosten -niet zijnde de kosten ter voorbereiding en instructie van de zaak - zijn gemaakt. De rechtbank zal overeenkomstig het Rapport van de Werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak inzake de buitengerechtelijke kosten van november 2000 (Rapport Voorwerk II), het ter zake gevorderde bedrag afwijzen.

Nu ieder van partijen voor een deel in het ongelijk wordt gesteld zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in reconventie

De vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] strekt tot betaling van € 63.932,66, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 15 november 2006 tot de datum van voldoening, nader gespecificeerd als volgt:

factuurnummer 050229 d.d. 3 november 2005 € 28.870,15

factuurnummer 050297 d.d. 30 december 2005 € 15.000,00

factuurnummer 060044 d.d. 30 maart 2006 € 3.685,00

factuurnummer 060045 d.d. 30 maart 2006 € 5.500,00

rente t/m 15 november 2006 € 4.883,41

incassokosten € 1.788,00

kosten in verband met incasso [naam] € 4.206,10

De rechtbank passeert het verweer van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat de loods niet gereed is gekomen en dat zij derhalve tot geen enkele betaling aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gehouden is. Tussen partijen staat immers vast dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de loods in gebruik heeft genomen, volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in oktober 2005 en volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in december 2005. Daarmee moet [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geacht worden de loods (onder voorbehoud) te hebben aanvaard. Dat brengt met zich dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de aanneemsom verschuldigd is geworden. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de facturen d.d. 3 november 2005 en 30 december 2005 niet inhoudelijk betwist. Derhalve is [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het bedrag van € 43.870,15 verschuldigd. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de factuur d.d. 30 maart 2005 (productie 4 nr. 00060044) betwist. Volgens deze factuur is het bedrag van € 3.685,00 het saldo van een reeks posten, onder andere voor “supplementen”. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de posten supplement poorten ad € 905,00, stormketting ad € 180,00 en bardage ad € 3.579,40 aanvankelijk weersproken. Nadat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] deze posten bij repliek in reconventie nader had toegelicht is [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daar niet meer op teruggekomen. De rechtbank zal dat onderdeel van de vordering derhalve toewijzen. De rechtbank komt vervolgens toe aan de posten “Schuifpoort nog te plaatsen” en “Aftrek montage schuifpoort”. Naar de rechtbank begrijpt heeft die post betrekking op de branddeur. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] die branddeur niet heeft geleverd. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] daarvoor een bedrag van € 7.500, 00 gecrediteerd (productie 4 nr. 00060044). De factuur d.d. 30 maart 2006 (productie 4 nr. 00060045) ad € 5.500,00 heeft volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betrekking op dezelfde branddeur. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is daar niet meer op teruggekomen. De rechtbank zal dat onderdeel derhalve afwijzen.

Resteert de vordering in verband met de incasso van de vordering op [naam] ad € 4.206,10. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft zij, omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] met betaling aan [naam] in gebreke bleef, aan [naam] € 32.000,00 moeten betalen terwijl de oorspronkelijke factuur € 28.870,15 bedroeg en heeft zij voorts nog een bedrag van € 1.076,25 moeten voldoen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de inhoud van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] als productie 6 overgelegde brief van [naam] niet weersproken. Evenmin heeft zij betwist dat zij het in die brief genoemde bedrag niet aan [naam] heeft betaald. Een reden heeft zij daar niet voor gegeven. Uit de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] overgelegde producties 8a en 8b blijkt genoegzaam dat [naam] vervolgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft aangesproken en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] uit dien hoofde kosten heeft moeten maken. Gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken, zoals uit de eerder genoemde brief blijkt, is de rechtbank van oordeel dat die kosten voor rekening van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dienen te komen. De rechtbank zal de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] derhalve toewijzen tot een bedrag van € 51.761, 25 vermeerderd met de wettelijke handelsrente rente over een bedrag van € 28.870,15 met ingang van 11 november 2005, over € 15.000,00 met ingang van 27 januari 2006 en over € 3.685,00 met ingang van 7 april 2006, telkens tot de dag der voldoening. De rechtbank heeft vastgesteld dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geen rente heeft gevorderd over de kosten in verband met de incasso [naam].

Nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet gespecificeerd heeft aangegeven dat zij incassokosten - niet zijnde de kosten ter voorbereiding en instructie van de zaak - heeft gemaakt, zal de rechtbank overeenkomstig het Rapport van de Werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak inzake de buitengerechtelijke kosten van november 2000 (Rapport Voorwerk II), het ter zake gevorderde bedrag van € 1.788,00 afwijzen.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] worden begroot op:

- vastrecht € 410,00

- salaris advocaat € 5.364,00 (6 x tarief € 894,00)

_____________

Totaal € 5.774,00

De beslissing

De rechtbank

In conventie

verklaart voor recht dat indien vast komt te staan dat de constructie van de loods zodanig ondeugdelijk is dat deze niet beantwoordt aan de overeenkomst tussen partijen, dienaangaande sprake zal zijn van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de nakoming van haar contractuele verplichtingen tegenover [eiseres in conventie, verweerster in reconventie];

verklaart voor recht dat indien vast komt te staan dat de wandpanelen van de loods zodanig ondeugdelijk zijn dat deze niet beantwoorden aan de overeenkomst tussen partijen, dienaangaande sprake zal zijn van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de nakoming van haar contractuele verplichtingen tegenover [eiseres in conventie, verweerster in reconventie];

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van € 23.269,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de voldoening;

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van € 7.225,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2006 tot aan de voldoening;

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot betaling van een bedrag van € 576,73 ter zake de beslagkosten;

verklaart het vonnis met betrekking tot de toegewezen bedragen uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert tussen partijen de proceskosten, zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tegen kwijting te betalen de som van € 51.761, 25 vermeerderd met de wettelijke handelsrente rente over een bedrag van € 28.870,15 met ingang van 11 november 2005, over € 15.000,00 met ingang van 27 januari 2006 en over € 3.685,00 met ingang van 7 april 2006, telkens tot de dag der voldoening;

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de kosten van het geding welke aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot aan dit moment worden begroot op € 410,00 wegens griffierecht en € 5774,00 wegens salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis;

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2009.