Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BL0311

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
65257 / HA ZA 08-536
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het geschil

[gedaagden] betwisten het door Avereest ter zake van het gebruik van de bedrijfsloods aan [adres] gevorderde bedrag verschuldigd te zijn.

Zij stellen daartoe het navolgende.

Volgens [gedaagden]. zijn er problemen met de hemelwaterafvoer van de loods waardoor er op de achterplaats van de loods, het overdekte gedeelte, en op de vloer van de loods, plassen ontstaan wanneer het regent. Ook is sprake van een lekke rioleringsbuis onder het gebouw waardoor er met het regenwater zand onder de vloer wegspoelt. Door het wegspoelen van het zand is de vloer verzakt. De loods voldoet volgens [gedaagden]., gelet op het vorenstaande, niet aan hetgeen zij op grond van de koopovereenkomst mochten verwachten.

Ondanks het feit dat [gedaagden]. Avereest meerdere malen op de hoogte hebben gesteld van de door hen geconstateerde gebreken en verzocht hebben deze te herstellen, is Avereest daarmee in gebreke gebleven.

[gedaagden]. stellen gemotiveerd door genoemde problemen schade te hebben geleden.

[gedaagden]. zijn van mening dat de gebruiksvergoeding, overeengekomen voor de periode vanaf datum ingebruikname tot de levering, gelet op het vorenstaande, met ingang van 1 januari 2007 vastgesteld dient te worden op een bedrag van € 600,-- exclusief BTW.

[gedaagde sub. 1] erkennen derhalve ter zake van het gebruik van de bedrijfsloods tot 1 januari 2008, per welke datum zij het gebruik van de loods beëindigd hebben, een bedrag verschuldigd te zijn van € 7.200,-- exclusief BTW. Daarop dient het ter zake van het gebruik betaalde bedrag van € 3.750,-- in mindering te worden gebracht zodat zij ter zake van het gebruik een bedrag verschuldigd zijn van € 3.450,-- exclusief BTW. [gedaagden]. beroepen zich op verrekening. Zij willen dit bedrag verrekenen met het aan hen ter zake van schadevergoeding toekomende bedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

2

65257 / HA ZA 08-536

1 april 2009

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

65257 / HA ZA 08-5361 april 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 65257 / HA ZA 08-536

Vonnis van 1 april 2009

in de zaak van

De besloten vennootschap BOUWONTWIKKELING AVEREEST ZUID-WEST BEHEER B.V.,

gevestigd te Kapelle,

eiseres,

advocaat mr. F.W. van Vloten,

tegen

1. De vennootschap onder firma [gedaagde sub. 1],

wonende te Hansweert,

gedaagde,

2. [gedaagde sub. 2],

wonende te Hansweert,

gedaagde,

3. [gedaagde sub. 3],

wonende te Hansweert,

gedaagden,

advocaat: mr. W.T.J. Schieman.

Partijen zullen hierna Avereest en [gedaagden] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

vonnis van 10 november 2008 van de sector kanton van de rechtbank waarbij de zaak naar

de sector civiel recht is verwezen;

Ten slotte is vonnis bepaald.

Het geschil

[gedaagden] betwisten het door Avereest ter zake van het gebruik van de bedrijfsloods aan [adres] gevorderde bedrag verschuldigd te zijn.

Zij stellen daartoe het navolgende.

Volgens [gedaagden]. zijn er problemen met de hemelwaterafvoer van de loods waardoor er op de achterplaats van de loods, het overdekte gedeelte, en op de vloer van de loods, plassen ontstaan wanneer het regent. Ook is sprake van een lekke rioleringsbuis onder het gebouw waardoor er met het regenwater zand onder de vloer wegspoelt. Door het wegspoelen van het zand is de vloer verzakt. De loods voldoet volgens [gedaagden]., gelet op het vorenstaande, niet aan hetgeen zij op grond van de koopovereenkomst mochten verwachten.

Ondanks het feit dat [gedaagden]. Avereest meerdere malen op de hoogte hebben gesteld van de door hen geconstateerde gebreken en verzocht hebben deze te herstellen, is Avereest daarmee in gebreke gebleven.

[gedaagden]. stellen gemotiveerd door genoemde problemen schade te hebben geleden.

[gedaagden]. zijn van mening dat de gebruiksvergoeding, overeengekomen voor de periode vanaf datum ingebruikname tot de levering, gelet op het vorenstaande, met ingang van 1 januari 2007 vastgesteld dient te worden op een bedrag van € 600,-- exclusief BTW.

[gedaagde sub. 1] erkennen derhalve ter zake van het gebruik van de bedrijfsloods tot 1 januari 2008, per welke datum zij het gebruik van de loods beëindigd hebben, een bedrag verschuldigd te zijn van € 7.200,-- exclusief BTW. Daarop dient het ter zake van het gebruik betaalde bedrag van € 3.750,-- in mindering te worden gebracht zodat zij ter zake van het gebruik een bedrag verschuldigd zijn van € 3.450,-- exclusief BTW. [gedaagden]. beroepen zich op verrekening. Zij willen dit bedrag verrekenen met het aan hen ter zake van schadevergoeding toekomende bedrag.

[gedaagden]. betwisten voorts te kort gekomen te zijn in de voor hun op grond van de koopovereenkomst bestaande verbintenis tot afname van de bedrijfsloods. Nu hen gebleken was dat sprake was van non-conformiteit kunnen zij niet geacht worden, voordat de door hen geconstateerde gebreken door Avereest zouden zijn hersteld, aan de levering van de loods mee te werken. Nu Avereest aan zichzelf te wijten heeft dat de akte van levering nog niet is verleden zijn [gedaagden]. het bedrag van de door Avereest op grond van de koopovereenkomst gevorderde boete ten bedrage van € 12.000,-- niet verschuldigd. [gedaagden]. zijn door Avereest ook nog niet in gebreke gesteld.

[gedaagden]. betwisten de gevorderde rente en incassokosten. Zij beroepen zich wat betreft de betaling van de gebruiksvergoeding op hun opschortingsrecht. De gebruiksvergoeding is ingevolge artikel 21 van de koopovereenkomst eerst verschuldigd bij het passeren van de akte van levering. Die is, door toedoen van Avereest, nog niet gepasseerd zodat het ter zake van de gebruiksvergoeding te betalen bedrag niet opeisbaar is.

[gedaagden]. betwisten aansprakelijk te zijn voor de door Avereest ter zake van de reparatie aan de riolering gemaakte en nog te maken kosten. Zij betwisten dat zij aan de achterzijde van loods [nummerr] bestrating weg hebben gehaald, een gat hebben gegraven en dat zij leidingen hebben afgezaagd en/of afgesloten. Volgens [gedaagden]. heeft de firma Lacor dat gedaan in opdracht van Avereest.

[gedaagden]. betwisten dat de koopovereenkomst moet worden ontbonden. Zij wensen deze na te komen op voorwaarde dat de gebreken aan het gekochte worden hersteld.

Zij bestrijden dat indien de koopovereenkomst in stand blijft de overeengekomen koopprijs dient te worden verhoogd met het stijgingspercentage van de marktprijs.

De beoordeling

Als onweersproken staat vast dat [gedaagden]. de voor hen uit de met Avereest gesloten koopovereenkomst ter zake van de aankoop van een bedrijfsloods aan [adres] bestaande verbintenis mee te werken aan de levering van die loods niet zijn nagekomen. [gedaagden]. zijn derhalve tekort gekomen in de nakoming van de koopovereenkomst ingevolge welke overeenkomst zij gehouden waren tot afname van de door hen gekochte bedrijfsloods.

Deze tekortkoming in de nakoming door [gedaagden]. rechtvaardigt in beginsel ontbinding van de overeenkomst.

Door [gedaagden]. is aangevoerd dat zij niet tot nakoming gehouden waren omdat de loods niet voldeed aan hetgeen zij op grond van de overeenkomst mochten verwachten nu na regenval sprake was van ernstige wateroverlast welk gebrek Avereest eerst diende te herstellen.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat slechts indien Avereest als schuldeiser zelf, ten aanzien van de verbintenis waarvan zij nakoming vordert in verzuim is, ontbinding niet kan vorderen. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Immers, nog daargelaten dat Avereest stelt dat zij de brieven van [gedaagden]. van 5 februari 2007, 16 april 2007 en 26 juli 2007 niet heeft ontvangen, [gedaagden]. heeft bij die brieven, gelet op de inhoud daarvan, niet meer gedaan dan Avereest wijzen op de omstandigheid dat sprake was van wateroverlast en laatstelijk, bij de brief van 26 juli 2007 slechts gevraagd een oplossing te zoeken. Bij brief van 17 oktober 2007 is van de zijde van [gedaagden]. vervolgens aangegeven dat zij voornemens waren de bedrijfsloods leeg op te leveren. De rechtbank acht dit onvoldoende voor het intreden van schuldeisersverzuim bij Avereest. De rechtbank zal de gevorderde ontbinding dan ook toewijzen.

Ingevolge artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst verbeurt de nalatige partij in die gevallen waarin het verzuim dat tot ontbinding leidt betrekking heeft op het meewerken aan, voor zover hier van belang, de juridische levering, ten behoeve van de wederpartij een boete ter hoogte van tien procent van de totale koopprijs.

De rechtbank zal het door Avereest op grond van vorenstaand artikel gevorderde bedrag van € 12.000,-- dan ook toewijzen en [gedaagden]. veroordelen tot betaling aan Avereest van een bedrag van € 12.000,--.

Met het door Avereest ter zake van de overeengekomen vergoeding voor het gebruik van de loods door [gedaagden]. gevorderde bedrag overweegt de rechtbank het navolgende.

Bij wijze van verweer is door [gedaagden] betoogd dat de gebruiksvergoeding in plaats van het overeengekomen bedrag gesteld dient te worden op € 600,-- per maand. De rechtbank gaat ervan uit dat met dit verweer is bedoeld teweeg te brengen dat de gevolgen van de overeenkomst worden gewijzigd. Een vordering daartoe ontbreekt evenwel. Al om deze reden kan op dit verweer niet worden ingegaan. Overigens stelt de rechtbank (ten overvloede) vast dat [gedaagden]. hun verweer onvoldoende feitelijk hebben onderbouwd.

Ingevolge artikel 21 van de koopovereenkomst is de gebruiksvergoeding verschuldigd met ingang van 1 december 2006. [gedaagden]. stellen de sleutels van de bedrijfsloods in de eerste week van januari 2008 ingeleverd te hebben bij notariskantoor Meijling-Sarneel te Kapelle. Hieruit volgt dat de loods niet per 1 januari 2008 ter vrije beschikking van Avereest stond, zodat [gedaagden]. ook over de maand januari 2008 de maandelijks overeengekomen gebruiksvergoeding verschuldigd zijn.

[gedaagden]. zijn dus dertien keer de overeengekomen gebruiksvergoeding van

€ 1.250,-- per maand, € 1.487,50 inclusief BTW, verschuldigd, totaal € 19.337,50. Hierop dient in mindering te worden gebracht een bedrag van € 4.462,50 ter zake van de over de maanden december 2006 tot en met februari 2007 door [gedaagden]. betaalde gebruiksvergoeding. [gedaagden]. zullen derhalve worden veroordeeld om aan Avereest nog te voldoen een bedrag van € 14.875,-- ter zake van het gebruik van de loods over de maanden maart 2007 tot en met januari 2008.

De rechtbank passeert het door [gedaagden]. bij wijze van verweer gedane beroep op verrekening met het bedrag ter zake van schade die zij stellen te hebben geleden. [gedaagden]. zijn door de kantonrechter in hun vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard. [gedaagden]. hebben dan ook geen vordering op Avereest die voor verrekening in aanmerking komt.

Met betrekking tot de door Avereest gevorderde wettelijke rente overweegt de rechtbank het navolgende.

De wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment dat de schuldenaar met het betalen van de geldsom in verzuim is.

Partijen zijn overeengekomen dat de vergoeding voor het gebruik van de bedrijfsloods door [gedaagden] voldaan diende te worden bij het passeren van de akte van levering. De levering heeft ten gevolge van een aan [gedaagden]. toerekenbare tekortkoming niet plaatsgevonden. De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat per de datum dat [gedaagden]. in verzuim waren mee te werken aan de levering het ter zake van de gebruiksvergoeding door [gedaagden]. te betalen bedrag geacht moet worden opeisbaar te zijn. [gedaagden]. zijn bij brief van 4 januari 2008 gesommeerd om uiterlijk 15 januari 2008 aan de levering op grond van de koopovereenkomst van 15 december 2006 mee te werken en de verschuldigde gebruiksvergoeding te voldoen. De rechtbank zal de wettelijke rente over het door [gedaagden]. ter zake van de gebruiksvergoeding verschuldigde bedrag derhalve toewijzen met ingang van 16 januari 2008.

Avereest heeft een bedrag van € 1.000,-- aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Avereest hebben weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten moet daarom worden afgewezen.

Door [gedaagden]. wordt betwist dat zij de riolering bij loods [nummerr] hebben afgezaagd of laten afzagen en/of afgesloten en gehouden te zijn de door Avereest voor de reparatie daarvan gemaakte en nog te maken kosten te betalen.

De rechtbank zal Avereest, gelet op de betwisting door [gedaagden]., in de gelegenheid stellen door middel van getuigen te bewijzen dat [gedaagden]. bij loods [nummerr] de riolering hebben afgezaagd of laten afzagen.

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4. De beslissing

De rechtbank

stelt Avereest in de gelegenheid te bewijzen dat [gedaagden]. de riolering bij loods [nummerr] hebben afgezaagd of laten afzagen,

bepaalt dat het getuigenverhoor zal worden gehouden op een nader te bepalen tijdstip in het gerechtsgebouw te Middelburg aan de Kousteensedijk 2 tegenover mr. S.M.J. van Dijk,

verwijst de zaak naar de rolzitting van deze rechtbank van woensdag 15 april 2009 voor dagbepaling enquête,

bepaalt dat Avereest indien mogelijk tevoren per brief aan de griffie van de rechtbank, maar uiterlijk op genoemde rolzitting, de verhinderdata van alle betrokkenen dient op te geven alsmede het aantal getuigen dat zij voornemens is te doen horen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.