Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BL0189

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
21-01-2010
Zaaknummer
66585 / HA ZA 09-87
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het geschil

[eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het onder 2.4 genoemde dwangbevel zal vernietigen, met veroordeling van de gemeente in de kosten van dit geding. Hij stelt dat hij door de gemeente ten onrechte als overtreder is aangemerkt. Hij was – zoals ook bij de gemeente bekend is – slechts verhuurder van de panden en had geen kennis van of betrokkenheid bij de daarin (kennelijk) uitgeoefende hennepkweek. De feitelijke huurders exploiteerden de kwekerijen; zij zijn in verband daarmee door de strafrechter veroordeeld. Zij – en niet [eiser] – dienen door de gemeente als overtreders te worden aangesproken voor de kosten van de bestuursdwang. [eiser] stelt zelf niet in verband met de onderhavige hennepkweek te zijn veroordeeld. Omdat hij vanaf midden december 2007 tot midden januari 2008 voorlopige hechtenis onderging, is hij niet tijdig toegekomen aan het maken van bezwaar tegen het besluit van de gemeente van 27 november 2007.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

2

66585 / HA ZA 09-87

11 november 2009

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

66585 / HA ZA 09-8711 november 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66585 / HA ZA 09-87

Vonnis van 11 november 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te Zierikzee,

eiser,

advocaat mr. E.F. Sandijck,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND,

zetelend te Zierikzee,

gedaagde,

advocaat mr. J.P.G. van Roeyen.

Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 6 mei 2009

het proces-verbaal van comparitie van 29 september 2009.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[eiser] beheert en verhuurt professioneel ongeveer dertig panden in en om Zierikzee. Hij is eigenaar van (onder meer) de panden [adres] en [adres2] te Zierikzee; die panden waren in november 2007 verhuurd. Op 26 november 2007 is in die panden door/namens de gemeente een controle uitgeoefend. Daarbij is geconstateerd dat hennepkwekerijen in de panden waren aangelegd en in gebruik genomen.

2.2. Bij besluit van 27 november 2007 (verzonden 29 november 2007) heeft de gemeente aan [eiser] medegedeeld dat was geconstateerd (a) dat de panden ten behoeve van een hennepkwekerij werden gebruikt hetgeen in strijd is met het geldende bestemmingsplan, (b) dat de panden geen veilige voorziening voor elektriciteit hadden en niet voldeden aan de ministeriële regeling ter zake, zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2003 en (c) dat in de panden een brandgevaarlijke situatie bestond, strijdig met de Bouwverordening Schouwen-Duiveland 2007. De gemeente heeft in genoemd besluit [eiser] als eigenaar van de – blijkens haar administratie niet bewoonde – panden als overtreder aangemerkt. Zij heeft [eiser] voorts medegedeeld dat zij met toepassing van haar bestuursdwangbevoegdheid op 26 november 2007 de brandonveilige situatie ter plaatse had beëindigd en de hennepkwekerijen had ontmanteld en afgevoerd. Tenslotte heeft de gemeente [eiser] medegedeeld dat zij de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening brengt van [eiser].

2.3. Tegen het onder 2.2 genoemde besluit heeft [eiser] op 2 april 2008 bezwaar gemaakt. De gemeente heeft hem daarin niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. [eiser] is tegen die beslissing in beroep gegaan bij deze rechtbank, sector bestuursrecht; ook in beroep is [eiser] niet-ontvankelijk verklaard. Van die laatste beslissing is geen hoger beroep ingesteld.

2.4. De gemeente heeft [eiser] verzocht en gesommeerd de in het besluit van 27 november 2007 genoemde kosten van de bestuursdwang, vastgesteld op € 4.517,54, te betalen. [eiser] heeft dat niet gedaan. Op 5 december 2008 heeft de gemeente ter invordering van die kosten een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 16 december 2008 aan [eiser] is betekend.

Het geschil

[eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het onder 2.4 genoemde dwangbevel zal vernietigen, met veroordeling van de gemeente in de kosten van dit geding. Hij stelt dat hij door de gemeente ten onrechte als overtreder is aangemerkt. Hij was – zoals ook bij de gemeente bekend is – slechts verhuurder van de panden en had geen kennis van of betrokkenheid bij de daarin (kennelijk) uitgeoefende hennepkweek. De feitelijke huurders exploiteerden de kwekerijen; zij zijn in verband daarmee door de strafrechter veroordeeld. Zij – en niet [eiser] – dienen door de gemeente als overtreders te worden aangesproken voor de kosten van de bestuursdwang. [eiser] stelt zelf niet in verband met de onderhavige hennepkweek te zijn veroordeeld. Omdat hij vanaf midden december 2007 tot midden januari 2008 voorlopige hechtenis onderging, is hij niet tijdig toegekomen aan het maken van bezwaar tegen het besluit van de gemeente van 27 november 2007.

3.2. De gemeente stelt primair dat het besluit van 27 november 2007 formele rechtskracht heeft gekregen, zodat van de rechtmatigheid van dat besluit – en de daarin gedane vaststelling dat [eiser] overtreder was – moet worden uitgegaan. In de onderhavige procedure kan de vraag of [eiser] terecht als overtreder is aangemerkt niet meer aan de orde komen. Subsidiair stelt de gemeente dat zij [eiser] terecht als overtreder heeft aangemerkt. Als verhuurder heeft [eiser] de panden voor de hennepteelt, en aldus in strijd met het geldende bestemmingsplan, gebruikt of laten gebruiken. Hij is ook zelf veroordeeld voor handelen in strijd met de Opiumwet. Overigens is naar het oordeel van de gemeente niet relevant of [eiser] van de hennepkwekerijen wist; verwijtbaarheid speelt geen rol bij de vraag of iemand als overtreder van een wettelijk voorschrift kan worden aangemerkt.

De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat [eiser] bij het onder 2.2 genoemde besluit van de gemeente als overtreder is aangemerkt. Dat besluit is – nadat [eiser] zowel in bezwaar als in beroep niet-ontvankelijk was verklaard en hij tegen die laatste beslissing geen hoger beroep heeft ingesteld – onherroepelijk geworden en heeft formele rechtskracht gekregen. Dat betekent dat de rechtbank ervan dient uit te gaan dat het besluit rechtmatig is, zowel voor wat betreft de wijze van totstandkoming als naar inhoud. Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank de rechtmatigheid van een besluit alsnog beoordelen, doch dergelijke omstandigheden zijn niet gesteld. Immers, de bezwaren die [eiser] tegen hantering van dit uitgangspunt inbrengt (inhoudend dat hij verschoonbaar te laat bezwaar tegen het besluit van 27 november 2007 heeft ingesteld) had hij al in de (bestuursrechtelijke) procedure in bezwaar en beroep ingebracht en deze zijn noch door de gemeente, noch door de bestuursrechter gehonoreerd. Nu die bezwaren in de bestuursrechtelijke procedure al aan de orde zijn geweest, komt de rechtbank aan toetsing daarvan in de onderhavige procedure niet meer toe. Zij zal van de juistheid van de vaststelling van de gemeente in genoemd besluit dat [eiser] de overtreder was, dienen uit te gaan. Al om die reden dient de vordering van [eiser] te worden afgewezen.

4.2. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] in de kosten van de gemeente worden veroordeeld. Die kosten worden begroot op

vast recht € 262,--

salaris advocaat € 768,-- (2 x tarief I, € 384,--)

totaal: € 1.030,--

De beslissing

De rechtbank

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 1.030,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2009.?