Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK9803

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
19-01-2010
Zaaknummer
67884
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het geschil in het incident

United International vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart ten aanzien van de vordering in het petitum van de dagvaarding geformuleerd onder C., althans [eiser] in die vordering niet-ontvankelijk verklaart, althans meer subsidiair die vordering afwijst. UIOGMP stelt daartoe dat de vraag of [eiser] al dan niet mede (hoofdelijk) aansprakelijk is voor de schade is voorgelegd aan/aanhangig is bij de Franse rechter zodat de Nederlandse rechter wat betreft de onder 2.3. genoemde vordering onbevoegd is, althans [eiser] niet-ontvankelijk moet verklaren, althans meer subsidiair die vordering moet afwij[eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

2

67884 / HA ZA 09-273

21 oktober 2009

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

67884 / HA ZA 09-27314 oktober 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 67884 / HA ZA 09-273

Vonnis in incident van 21 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser],

gevestigd te Middelburg,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procesadvocaat mr. C.J. IJdema, te Middelburg,

tegen

De vennootschap naar Frans recht

UNITED INTERNATIONAL OIL AND GAS MATERIAL PICTURES S.A.R.L.,

gevestigd te Condrieu, Frankrijk,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procesadvocaat mr.drs. J.P.M. Borsboom, te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en UIOGMP genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de conclusie van antwoord

conclusie van antwoord in het onbevoegdheidsincident, tevens conclusie van repliek.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

De feiten in het incident

[eiser] drijft een onderneming die zich voornamelijk bezighoudt met de handel in tweedehands of afgekeurde (tweede keus) stalen buizen.

Op 14 april 2003 heeft UIOGMP aan [eiser] een offerte gevraagd voor de levering van onder meer 400 meter buizen, nieuwe staat, diameter 508 x 16 mm 11/13 meter zonder coating. Naar aanleiding van de door [eiser] gedane offerte heeft UIOGMP een bestelling geplaatst. [eiser] heeft in drie deelleveringen stalen buizen van de afmetingen

508 x 16 mm aan UIOGMP geleverd.

Op 5 of 6 september 2003 heeft in Soultz, Frankrijk, bij een project van Groupement Europeen D’Interet Economique Explotation Miniere de La Chaleur – EMC – met stalen pijpen bij een boorput een ongeval plaatsgevonden. De stalen pijpen waren door UIOGMP geleverd en hadden de afmetingen 508 x 16 mm. Door EMC en haar verzekeraar is voor het Tribunal de Commerce van Nanterre, Frankrijk, een procedure gestart tegen UIOGMP en haar verzekeraar Aviva Assurances – verder Aviva – waarin vergoeding van de door EMC als gevolg van het ongeval geleden schade wordt gevorderd. Aviva heeft geweigerd dekking te verlenen.

Op 2 oktober 2008 heeft Aviva [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Nanterre. Het betreft een vrijwaringsverzoek in het kader van welke procedure Aviva, voor het geval Aviva gehouden zou zijn aan EMC en haar verzekeraar een schadevergoeding te betalen, vordert [eiser] te veroordelen haar te vrijwaren voor alle veroordelingen die tegen haar worden uitgesproken.

[eiser] vordert in de hoofdzaak onder meer te verklaren voor recht dat [eiser] op grond van haar overeenkomst met UIOGMP voor de levering van de 508 x 16 mm buizen jegens UIOGMP niet aansprakelijk is voor de eventueel als gevolg van het ongeval te Soultz door UIOGMP geleden, althans aan derden te vergoeden schade.

Het geschil in het incident

United International vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart ten aanzien van de vordering in het petitum van de dagvaarding geformuleerd onder C., althans [eiser] in die vordering niet-ontvankelijk verklaart, althans meer subsidiair die vordering afwijst. UIOGMP stelt daartoe dat de vraag of [eiser] al dan niet mede (hoofdelijk) aansprakelijk is voor de schade is voorgelegd aan/aanhangig is bij de Franse rechter zodat de Nederlandse rechter wat betreft de onder 2.3. genoemde vordering onbevoegd is, althans [eiser] niet-ontvankelijk moet verklaren, althans meer subsidiair die vordering moet afwij[eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling in het incident

Van toepassing is, nu beide partijen op het grondgebied van een andere lidstaat gevestigd zijn, de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken – verder EEX-Vo..

UIOGMP beroept zicht kennelijk op artikel 27 EEX-Vo. Ingevolge dat artikel

houdt het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak ambtshalve aan totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht vaststaat wanneer voor gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten. Wanneer de bevoegdheid van het eerste gerecht waarbij de zaak is aangebracht vaststaat, verklaart het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zich onbevoegd.

De voor het Tribunal de Commerce van Nanterre aanhangige zaak is niet tussen dezelfde partijen aanhangig; [eiser] is gedagvaard door de verzekeraar van UIOGMP. In Frankrijk is geen procedure tussen [eiser] en UIOGMP aanhangig. In het onderhavige geval zijn geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aangenomen moet worden dat Aviva en UIOGMP als een en dezelfde partij moeten worden beschouwd. Aviva heeft dekking geweigerd en is niet gesubrogeerd in de rechten van UIOGMP en zij procedeert ook niet voor of namens UIOGMP. Artikel 27 EEX-Vo. is mitsdien niet van toepassing.

Voor zover UIOGMP zich ook heeft willen beroepen op artikel 28 EEX-Vo. geldt het volgende.

Ingevolge artikel 28 EEX-Vo. kan het gerecht waarbij een zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak aanhouden wanneer samenhangende vorderingen aanhangig zijn voor gerechten van verschillende lidstaten.

Indien en voor zover sprake zou zijn van samenhang in de zin van artikel 28 EEX-Vo. kan dat niet leiden tot toewijzing van het door UIOGMP gevorderde. De rechtbank zal dan ook niet onderzoeken of sprake is van samenhang in de zin van artikel 28 EEX-Vo.

De rechtbank zal gelet op het vorenstaande de vordering afwijzen. UIOGMP zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 452,-- (1,0 punt x tarief € 452,--).

De beslissing

De rechtbank

in het incident

verklaart zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen;

veroordeelt UIOGMP in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 452,--;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rolzitting van 18 november 2009 voor het nemen van de conclusie van dupliek door UIOGMP.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2009.