Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK9797

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-11-2009
Datum publicatie
19-01-2010
Zaaknummer
188944
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding huurovereenovk. Hennep. Onwetendheid huurder voorkomt ontbinding niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

zaak/rolnr.: 09-4079 blad 2

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector kanton

145397 06-2552

Locatie Middelburg

zaak/rolnr.: 188944/09-4079

vonnis van de kantonrechter d.d. 30 november 2009

in de zaak van

de stichting

Stichting L'Escaut Woonservice,

gevestigd te [adres],

eisende partij,

verder te noemen: L'Escaut,

gemachtigde: mr. M.W. Dieleman,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. C.J. de Wit.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

dagvaarding van 3 juli 2009,

conclusies van antwoord, repliek en dupliek.

de beoordeling van de zaak

1. [gedaagde] huurt van L'Escaut [een woning]. Niet betwist is dat op de huurovereenkomst de algemene voorwaarden van L'Escaut van toepassing zijn. Artikel 6.4 van die voorwaarden bevat de verplichting van de huurder het gehuurde overeenkomstig de woonbestemming te gebruiken en art. 6.7 bepaalt dat het niet toegestaan is in de woning hennep te kweken. Tussen partijen staat vast dat in de door [gedaagde] gehuurde woning [in] 2009 een hennepkwekerij is aangetroffen, die niet gericht was op kweken voor eigen gebruik. De kwekerij is met bestuursdwang ontmanteld.

2. L'Escaut vordert de ontbinding van de huurovereenkomst met bevel aan [gedaagde] tot ontruiming van de woning, aangezien zij heeft gehandeld in strijd met haar verplichting om het gehuurde als goed huurder te gebruiken. L'Escaut wijst er verder op dat het gebruik van de woning als hennepkwekerij contractueel verboden is. Bovendien levert het exploiteren van een hennepkwekerij gevaarlijke situaties en overlast voor de buren op. Indien, zoals [gedaagde] stelt, een derde de kwekerij heeft opgericht, doet dat aan de wanprestatie van [gedaagde] niet af, aangezien zij als huurster verantwoordelijk is voor hetgeen zich in haar woning afspeelt.

3. [gedaagde] heeft bij antwoord verklaard dat het ontdekken van de hennepkwekerij voor haar een verrassing was. Zij had een kennis tijdelijk onderdak verleend door hem een kamer van haar woning in gebruik te geven. Die kennis heeft op de vliering van de woning van [gedaagde], zo is [gedaagde] duidelijk geworden, een kwekerij opgericht en daarbij elektriciteitsdraden van de kamer die hij gebruikte doorgetrokken. De kwekerij is buiten medeweten van [gedaagde] opgericht en het enkele aantreffen van de kwekerij is onvoldoende om wanprestatie aan haar zijde aan te nemen.

4. De kantonrechter constateert dat [gedaagde] niet betwist dat het aantreffen van een hennepkwekerij in een huurwoning op zich grond kan opleveren de huurovereenkomst met de betrokken huurder te ontbinden. Het verweer van [gedaagde] dat haar in casu geen verwijt treft, moet worden verworpen. Op grond van art. 7:219 BW is [gedaagde] als huurster aansprakelijk voor gedragingen van derden die met haar goedvinden het gehuurde gebruiken. De kantonrechter verwijst daarbij ook naar het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2009, WR 2009, 92. Het feit dat er in de woning van [gedaagde] een hennepkwekerij werd geëxploiteerd levert een aan [gedaagde] toerekenbare tekortkoming in de naleving van de huurovereenkomst op.

5. De volgende vraag is of de tekortkoming van [gedaagde] zo ernstig is dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Voor de beoordeling van de vraag neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat [gedaagde] niet op de hoogte was van de hennepkwekerij in haar woning. Tegenover de betwisting daarvan heeft L'Escaut onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat [gedaagde] op de hoogte was van de kwekerij. Die onwetendheid brengt echter niet met zich, dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Van [gedaagde] had als goed huurster verwacht mogen worden dat zij een oogje in het zeil hield. Door, zoals zij zelf heeft aangegeven, veelvuldig niet in de door haar gehuurde woning aanwezig te zijn, heeft zij het over zichzelf afgeroepen dat er in haar woning onoorbare dingen gebeurden. L'Escaut heeft er verder belang bij om de teelt van hennep in door haar verhuurde woningen tegen te gaan en daar consequent tegen op te treden met als gevolg een ontruiming van de verhuurde woning. Dit is een beleid dat door de Zeeuwse woningcoöperaties in samenwerking met de Zeeuwse gemeenten en het openbaar ministerie gevoerd wordt en algemeen bekend mag worden geacht. De door [gedaagde] geschetste persoonlijke omstandigheden doen aan dat belang niet af. Het feit dat zij financieel slachtoffer is geworden als gevolg van de daden van haar kamergebruiker is ondergeschikt aan het belang van L'Escaut om hennepkwekerijen in de door haar verhuurde woningen tegen te gaan. Wat haar schade betreft zal [gedaagde] zich eventueel moeten verstaan met degene aan wie zij een kamer in gebruik heeft gegeven. Verder heeft L'Escaut bij repliek onbetwist gesteld dat [gedaagde] bij haar vriend kan verblijven, zodat ook daar geen belang ligt van [gedaagde] bij het in stand houden van de huurovereenkomst. Het gevolg van het hiervoor overwogene is dat de ernst van de door [gedaagde] gepleegde tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst zodanig zwaar is dat het belang van [gedaagde] bij het behoud van de gehuurde woning niet opweegt tegen het belang van L'Escaut bij beëindiging van de huurovereenkomst. De vordering tot ontbinding van de overeenkomst met bevel tot ontruiming van het gehuurde zal worden toegewezen. De mede gevorderde dwangsom voor het geval [gedaagde] in gebreke mocht blijven met de ontruiming van de woning zal niet worden toegewezen, nu L'Escaut machtiging krijgt de ontruiming desnoods te bewerkstelligen met de hulp van de sterke arm van politie en justitie.

6. L'Escaut heeft ook gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van

€ 5.000,00 als voorschot op de kosten van een gerechtelijke ontruiming en mutatiekosten. Die vordering wordt afgewezen, omdat thans niet reeds vastgesteld kan worden dat [gedaagde] schadeplichtig is.

7. [gedaagde] wordt als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij verwezen in de proceskosten.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt heden de huurovereenkomst tussen partijen;

veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis die is voorgeschreven bij art. 430 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder te noemen Rv.), te verlaten en te ontruimen met al de haren en het hare en door overgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van L'Escaut te stellen;

en voor het geval niet tijdig en volledig aan deze veroordeling tot ontruiming wordt voldaan:

machtigt de deurwaarder die in opdracht van L'Escaut dit vonnis uitvoert om die ontruiming zonodig zelf te bewerkstelligen, mits die gedwongen ontruiming tijdig is aangezegd, zoals is voorgeschreven bij art. 555 Rv.;

en voor het geval tevens de deuren gesloten zijn of de opening wordt geweigerd:

machtigt de deurwaarder tevens om binnen te treden met behulp van de sterke arm van politie en justitie, doch uitsluitend op de wijze als geregeld in art. 444 Rv.;

en voorts onvoorwaardelijk:

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van L'Escaut en tot op heden begroot op € 682,98 waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 wegens salaris voor de gemachtigde van L'Escaut;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.