Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK9707

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
18-01-2010
Zaaknummer
65749
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De feiten

[eiser in conventie] heeft advies gegeven, werkzaamheden verricht en producten geleverd ten behoeve van de bodem van de rijbak van RSV.

Bij factuur d.d. 15 december 2004 is door [eiser in conventie] een bedrag van € 9.559,75 in rekening gebracht aan RSV voor werkzaamheden verricht in november 2004.

Ter voldoening van de factuur zijn twee deelbetalingen gedaan, namelijk € 5.000,00 op 31 januari 2005 en € 2.500,00 op 1 maart 2005. De factuur is voor een bedrag van € 2.059,75 onbetaald gebleven.

Bij factuur d.d. 22 november 2006 is door [eiser in conventie] een bedrag van € 3.099,11 in rekening gebracht aan RSV voor de in de maanden maart en mei 2005 uitgevoerde werkzaamheden en voor de in oktober 2005 geleverde kunststof snippers ten behoeve van de rijbak. De totale kosten bedroegen € 6.198,22, waarvan [eiser in conventie] de helft voor eigen rekening heeft genomen. Het aan RSV gefactureerde bedrag van € 3.099,11 is onbetaald gebleven.

[eiser in conventie] heeft bij brief d.d. 2 november 2007 en bij brief d.d. 19 november 2007 RSV verzocht het nog openstaande bedrag van de facturen te voldoen.

Het geschil

in conventie

[eiser in conventie] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RSV en Slikkenburg hoofdelijk veroordeelt des dat de één betalende, de ander zal zijn gekweten, tot betaling van het nog openstaande bedrag van beide facturen, in totaal € 5.158,86, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke (handels)rente over een bedrag van € 2.059,75 vanaf 15 januari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening en over € 3.099,11 vanaf 22 december 2006 eveneens tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een forfaitaire vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ter grootte van € 750,00, een en ander te vermeerderen met de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

2

65749 / HA ZA 08-599

12 augustus 2009

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

65749 / HA ZA 08-59929 juli 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 65749 / HA ZA 08-599

Vonnis van 12 augustus 2009

in de zaak van

[eiser in conventie]

gevestigd te Waverveen, gemeente De Ronde Venen,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. Y.M.G. van den Heerik te Mijdrecht,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

RUITERSPORTVERENIGING AXEL (RSV),

gevestigd en kantoorhoudende te Axel,

2. de stichting

STICHTING SLIKKENBURG,

statutair gevestigd te Axel,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. A.I. Cambier te Axel.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie], RSV en Slikkenburg genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 1 april 2009,

het proces-verbaal van de op 16 juni 2009 gehouden comparitie van partijen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[eiser in conventie] heeft advies gegeven, werkzaamheden verricht en producten geleverd ten behoeve van de bodem van de rijbak van RSV.

Bij factuur d.d. 15 december 2004 is door [eiser in conventie] een bedrag van € 9.559,75 in rekening gebracht aan RSV voor werkzaamheden verricht in november 2004.

Ter voldoening van de factuur zijn twee deelbetalingen gedaan, namelijk € 5.000,00 op 31 januari 2005 en € 2.500,00 op 1 maart 2005. De factuur is voor een bedrag van € 2.059,75 onbetaald gebleven.

Bij factuur d.d. 22 november 2006 is door [eiser in conventie] een bedrag van € 3.099,11 in rekening gebracht aan RSV voor de in de maanden maart en mei 2005 uitgevoerde werkzaamheden en voor de in oktober 2005 geleverde kunststof snippers ten behoeve van de rijbak. De totale kosten bedroegen € 6.198,22, waarvan [eiser in conventie] de helft voor eigen rekening heeft genomen. Het aan RSV gefactureerde bedrag van € 3.099,11 is onbetaald gebleven.

[eiser in conventie] heeft bij brief d.d. 2 november 2007 en bij brief d.d. 19 november 2007 RSV verzocht het nog openstaande bedrag van de facturen te voldoen.

Het geschil

in conventie

[eiser in conventie] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RSV en Slikkenburg hoofdelijk veroordeelt des dat de één betalende, de ander zal zijn gekweten, tot betaling van het nog openstaande bedrag van beide facturen, in totaal € 5.158,86, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke (handels)rente over een bedrag van € 2.059,75 vanaf 15 januari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening en over € 3.099,11 vanaf 22 december 2006 eveneens tot aan de dag der algehele voldoening, vermeerderd met een forfaitaire vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ter grootte van € 750,00, een en ander te vermeerderen met de proceskosten.

[eiser in conventie] heeft daartoe het navolgende aangevoerd. Hij heeft in november 2004 getracht door bijmenging van Geopad de bodem van de rijhal te verbeteren. Daarna is, omdat RSV vond dat de bijmenging niet had geleid tot de door haar gewenste kwaliteit van de rijbakbodem, de bodem in maart en mei 2005 geëgaliseerd en zijn in mei en oktober 2005 kunststof snippers door de bodem gemengd. Vanwege de problemen met de bodem heeft [eiser in conventie] de helft van de kosten betreffende de werkzaamheden in de periode mei tot en met oktober 2005 voor eigen rekening genomen. De andere helft van de kosten is bij factuur d.d. 22 november 2006 in rekening gebracht bij RSV. Ondanks herhaalde mondelinge en schriftelijke aanmaningen, heeft [eiser in conventie] daarna niets meer van Slikkenburg of RSV vernomen, noch is de restantbetaling op de facturen ontvangen. Wel is hem bij brief d.d. 27 december 2007 en bij brief d.d. 10 februari 2008 te kennen gegeven dat de facturen niet betaald zouden worden, omdat hij niet aan zijn verplichtingen had voldaan. [eiser in conventie] heeft aangevoerd dat hij niet akkoord kan gaan met reclames die hem twee jaar na een laatste levering worden gemeld. Overigens is het verbeteren van een intensief gebruikte bodem minimaal jaarlijks noodzakelijk. Dit zijn onderhoudskosten. Derhalve kan het niet zo zijn dat hij voor werkzaamheden uitgevoerd in 2004 jarenlang kan worden aangesproken.

[eiser in conventie] heeft gesteld dat zowel door een incassobureau als door zijn advocaat de nodige werkzaamheden zijn verricht om te trachten de vordering te innen, hetgeen heeft geleid tot buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 750,00.

RSV en Slikkenburg hebben verweer gevoerd. Ze hebben aangevoerd dat de vordering tegen RSV dient te worden afgewezen. RSV is geen partij bij de overeenkomst met [eiser in conventie]. Slikkenburg is de onderhavige overeenkomst aangegaan. Slikkenburg is eigenaar van de rijhal en RSV is (mede)gebruiker van de hal. Slikkenburg heeft aan [eiser in conventie] betalingen verricht, waartegen niet is geprotesteerd. Evenmin is geprotesteerd tegen de brieven die Slikkenburg op 27 december 2007 en 10 februari 2008 aan [eiser in conventie] c.q. zijn gemachtigde heeft verzonden. Met name in de brief d.d. 10 februari 2008 is erop gewezen dat de facturen en de brieven onjuist zijn geadresseerd.

[eiser in conventie] is ingeschakeld omdat de rijbakbodem verbeterd diende te worden. [eiser in conventie] heeft eind 2004 met eigen materieel de bovenlaag voorzien van Geopad, nadat vrijwilligers van Slikkenburg de door hem geadviseerde voorbereidende werkzaamheden hadden uitgevoerd. Het resultaat was niet bevredigend. In maart/april 2005 is vervolgens met [eiser in conventie] overleg gevoerd. Vervolgens heeft [eiser in conventie] een extra laag snippers aangebracht nadat op zijn advies eerst extra zand was aangebracht. Door [eiser in conventie] is gezegd dat over de kosten van deze extra werkzaamheden nog gesproken zou worden als de bodem aan de verwachtingen zou voldoen. Resultaat bleef echter uit met als gevolg dat regelmatig telefonisch contact is opgenomen met [eiser in conventie] voor het plegen van overleg nu de bodem er niet beter op was geworden. Ondanks die reclamaties heeft [eiser in conventie] geen aandacht meer aan de bodem besteed. In september/oktober 2005 is de bodem grotendeels verwijderd en zand van een ander soort aangebracht. De bodem is nu goed.

RSV en Slikkenburg hebben betwist dat er sprake is van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW. Alleen [eiser in conventie] heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bedrijf. Slikkenburg, noch RSV, houden er een bedrijf op na. De overeenkomst is ook niet gesloten tussen rechtspersonen, maar tussen [eiser in conventie] als natuurlijk persoon en Slikkenburg als rechtspersoon. Subsidiair hebben RSV en Slikkenburg gesteld dat overeenkomstig artikel 6:119a lid 4 BW geen wettelijke rente is verschuldigd, omdat

[eiser in conventie] in verzuim is.

RSV en Slikkenburg hebben aangevoerd dat [eiser in conventie] onvoldoende heeft gesteld op grond waarvan een forfaitaire vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 750,00 aan [eiser in conventie] verschuldigd zou zijn.

in reconventie

RSV en Slikkenburg vorderen dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, geheel of gedeeltelijk de overeenkomst ontbindt tussen Slikkenburg danwel RSV enerzijds en [eiser in conventie] anderzijds gesloten met betrekking tot de aanleg van de bodem in de rijhal van Slikkenburg te [adres] en voorts [eiser in conventie] veroordeelt om aan Slikkenburg en/of RSV te betalen een (schade)bedrag van primair € 12.345,00, subsidiair € 7.500,00, meer subsidiair € 4.845,00, telkens vermeerderd met de wettelijke (handels)-rente vanaf 27 december 2007, subsidiair vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiser in conventie] in de kosten van de procedure.

De vordering in reconventie gaat primair uit van Slikkenburg. De vordering wordt (mede) ingediend door de RSV, voorzover zij in plaats van Slikkenburg geacht mocht worden partij te zijn bij de overeenkomst met [eiser in conventie].

RSV en Slikkenburg hebben ten aanzien van hun vorderingen het navolgende aangevoerd. [eiser in conventie] verkeert in schuldeisersverzuim, hetgeen ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. Primair, omdat er sprake is van een resultaatsverbintenis en het resultaat, een goede bodem geschikt voor de paardensport, uit is gebleven. Subsidiair, omdat [eiser in conventie] tenminste een inspanningsverbintenis had om te bereiken dat de door hem uitgevoerde werkzaamheden en het door hem geleverde product een goed resultaat zouden opleveren. Dat is niet gebeurd. Behalve het eenmalig aanvullen van snippers een klein half jaar na de eerste werkzaamheden, heeft [eiser in conventie] zich niet meer om de rijhal bekommerd, ondanks vele telefonische klachten dat de bodem nog steeds niet goed was.

[eiser in conventie] dient derhalve het reeds betaalde bedrag van € 7.500,00 terug te betalen en de geleden schade ten bedrage van € 4.845,00 voor het laten uitvoeren van werkzaamheden en het leveren van materiaal om de bodem wel in goede conditie te brengen, te vergoeden.

[eiser in conventie] heeft verweer gevoerd. Indien RSV niet als gedaagde aangemerkt kan worden heeft dit volgens hem eveneens gevolgen voor de ingestelde vordering in reconventie, omdat uit die vordering niet duidelijk blijkt wie wat heeft gedaan.

[eiser in conventie] stelt dat er geen sprake is van een resultaatsverbintenis. Hij heeft advies gegeven over het opbrengen van zand. Dit advies is niet goed opgevolgd door vrijwilligers van RSV en Slikkenburg. Dat komt niet voor zijn risico. Zelf heeft [eiser in conventie] Geopad gemengd door de aanwezige bodem en getracht een zo goed mogelijk resultaat te bereiken.

Ten aanzien van de door RSV en Slikkenburg gestelde inspanningsverplichting heeft [eiser in conventie] aangevoerd dat de door hem uitgevoerde werkzaamheden bestaande uit het leveren en doormengen van Geopad, een goed resultaat hebben opgeleverd, namelijk een verbetering van de rijbodem. [eiser in conventie] heeft dienaangaande nimmer klachten ontvangen.

Voorts heeft [eiser in conventie] aangevoerd dat hij een bedrijf uitoefent en het hem onduidelijk is waarom er geen handelsovereenkomst tussen partijen tot stand zou zijn gekomen. Slikkenburg stelt immers dat zij een rijhal exploiteert. Slikkenburg is daarnaast ook een rechtspersoon, zodat artikel 6:119a BW wel degelijk van toepassing is.

Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten heeft [eiser in conventie] aangevoerd dat, nu de door hem gestelde werkzaamheden ter inning van de vordering door het incassobureau en zijn advocate niet worden ontkend, vaststaat dat die werkzaamheden ook zijn uitgevoerd.

[eiser in conventie] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, RSV en Slikkenburg in hun vordering(en) niet-ontvankelijk verklaart, althans hen deze vordering(en) ontzegt en hen zowel in conventie als in reconventie veroordeelt in de kosten van deze procedure.

De beoordeling

in conventie en reconventie

De rechtbank is van oordeel dat in het licht van de omstandigheden waaronder partijen zaken met elkaar hebben gedaan, de door RSV en Slikkenburg ingestelde vordering in reconventie en het briefhoofd van de aan [eiser in conventie] gestuurde brieven d.d. 27 december 2007 en d.d. 10 februari 2008 waarop zowel RSV als Slikkenburg staan vermeld, het voor [eiser in conventie] niet duidelijk was of hij afspraken had gemaakt met RSV danwel met Slikkenburg. Aangezien RSV en Slikkenburg deze verwarring hebben doen ontstaan, komt dit voor hun rekening. [eiser in conventie] kan derhalve zowel RSV als Slikkenburg in het geding betrekken.

in conventie

De facturen gericht aan RSV voor het verrichten van de werkzaamheden en het leveren van kunststof snippers ten behoeve van de rijbak zijn behouden en ten aanzien van de factuur d.d. 15 december 2004 is een bedrag van € 7.500 betaald. Nadat [eiser in conventie] RSV had aangemaand de openstaande facturen te voldoen is hem bij brief d.d. 27 december 2007 en bij brief d.d. 10 februari 2008 te kennen gegeven dat de openstaande facturen niet zouden worden betaald, omdat hij niet aan zijn verplichtingen had voldaan. De rechtbank is van oordeel dat een protest ruim twee jaar na het verrichten van de werkzaamheden gelet op de aard van de werkzaamheden in redelijkheid te laat is.

Bij brief d.d. 22 november 2007 heeft [eiser in conventie] RSV in gebreke gesteld en een termijn van tien dagen voor nakoming van de verplichting tot betaling van de facturen gesteld. Het openstaande bedrag van de facturen is echter niet binnen de gestelde termijn betaald, waardoor het verzuim is ingetreden en er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de verbintenis. Het restant van de factuur d.d. 15 december 2004 en de factuur d.d. 22 november 2006 zullen dus alsnog betaald moeten worden.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke handelsrente toewijzen. Er is sprake van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, omdat het in onderhavige zaak een overeenkomst om baat betreft die een of meer van de partijen verplicht iets te geven of te doen en die tot stand is gekomen tussen een of meer natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf of rechtspersonen. Nu geen uiterste dag van betaling is overeengekomen, is de wettelijke rente verschuldigd vanaf dertig dagen na aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen. Derhalve zal over het factuurbedrag van € 2.059,75 vanaf 15 januari 2005 en over het factuurbedrag van € 3.099,11 vanaf 22 december 2006 wettelijke handelsrente tot aan de dag der algehele voldoening verschuldigd zijn.

De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten afwijzen. [eiser in conventie] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat hij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

RSV en Slikkenburg zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,44

- vast recht 303,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten x tarief € 384,00)

Totaal EUR 1.156,44

in reconventie

Ten aanzien van de terugvordering van het reeds aan [eiser in conventie] betaalde bedrag van € 7.500,00, verwijst de rechtbank naar hetgeen in conventie is overwogen. Gelet daarop zal de rechtbank dit deel van de vordering afwijzen.

Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding ten bedrage van € 4.845,00 overweegt de rechtbank het navolgende. Niet gesteld noch gebleken is dat [eiser in conventie] schriftelijk in gebreke is gesteld. Aan [eiser in conventie] is ruim twee jaar na het verrichten van zijn eerste werkzaamheden ten behoeve van de rijbak van RSV bij brief d.d. 27 december 2007 en bij brief d.d. 10 februari 2008 gemeld dat de bodem van de rijbak niet aan de gestelde eisen voldeed. In plaats van [eiser in conventie] schriftelijk aan te manen en hem een redelijke termijn te stellen voor nakoming, is hem toen verteld dat de opdracht om de rijbak het gewenste kwaliteitsniveau te geven inmiddels aan een derde was vergeven en [eiser in conventie] aansprakelijk werd gesteld voor de gemaakte kosten om de bodem alsnog in goede conditie te krijgen. Deze brieven kunnen niet worden aangemerkt als een ingebrekestelling. Het ontbreken van de ingebrekestelling heeft tot gevolg dat het verzuim niet is ingetreden. De gevorderde schadevergoeding ten bedrage van € 4.845,00 zal derhalve worden afgewezen.

RSV en Slikkenburg zullen als de in het ongelijk gesteld partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie] wordt begroot op:

- salaris advocaat 192,00 (0,5 punt x tarief € 384,00)

Totaal EUR 192,00

De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt Slikkenburg en RSV hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [eiser in conventie] te betalen een bedrag van EUR 5.158,86 (vijfduizendéénhonderdachtenvijftig euro en zesentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6: 119a BW over het bedrag van € 2.059,00 vanaf 15 januari 2005 en over het bedrag van € 3.099,11 vanaf 22 december 2006, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt RSV en Slikkenburg hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie] tot op heden begroot op EUR 1.156,44,

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

wijst de vorderingen af,

veroordeelt RSV en Slikkenburg in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie] tot op heden begroot op EUR 192,00,

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op

12 augustus 2009.