Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2009:BK9198

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
66852 / HA ZA 09-132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen € 30.898,74 vermeerderd met de wettelijke rente over € 28.755,52 tot aan de dag der voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. Hij is het met de door [gedaagde] berekende courtage niet eens. Uitgangspunt was dat [eiser] en [persoon] ieder met de eigen adviseur zou afrekenen, [eiser] met [gedaagde] en [persoon] met Overwater. [gedaagde] had voor haar bemiddeling aanspraak op een courtage van 1.35% van de verkoopprijs van de aan [eiser] in eigendom toebehorende percelen en over de door [eiser] ontvangen vergoeding voor het afstand doen van de pacht en derhalve op € 12.358,46 inclusief BTW in plaats van op € 41.113,98. [gedaagde] heeft derhalve teveel gerekend en is ongerechtvaardigd verrijkt voor het bedrag van € 28.755,46. [eiser] heeft daarnaast aanspraak op de door hem betaalde buitengerechtelijke invorderingskosten van € 2.143,22.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

66852 / HA ZA 09-13230 september 2009

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66852 / HA ZA 09-132

Vonnis van 30 september 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te Sommelsdijk,

eiser,

advocaat mr. J. Verbeeke te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde],

gevestigd te Ellemeet,

gedaagde,

advocaat mr. W. de Jong te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 20 mei 2009

het proces-verbaal van comparitie van 20 augustus 2009.

De feiten

[eiser] had aan de [adres] te Den Bommel een perceel van 45.47.25 ha landbouwgrond in pacht van [persoon]. In hetzelfde gebied had [eiser] 7.62.35 ha landbouwgrond in eigendom. [eiser] en [persoon] hebben met elkaar overleg gevoerd over het pachtvrij maken van het pachtland en verkoop van de landbouwgronden aan Genubo B.V.. In het overleg tussen [eiser] en [persoon] en vervolgens bij de verkoop aan Genuba B.V. werd [eiser] bijgestaan door [gedaagde] en [persoon] door Overwater Rentmeesterskantoor B.V.. [eiser] heeft daartoe als opdrachtgever de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde “Overeenkomst tot dienstverlening” ondertekend. Deze overeenkomst luidt voor zover hier van belang als volgt:

Opdrachtgever heeft op 29 mei 2007 aan Rentmeesterskantoor [gedaagde] [adres] Ellemeet (hierna Opdrachtnemer) een door deze laatste aanvaarde opdracht verstrekt tot het verlenen van diensten bij de verkoop van het akkerbouwbedrijf gelegen aan de [adres] 2 te Den Bommel.

Kadastraal bekend onder:

Kadastrale sectie nummer grootte

Gemeente ha.a.ca.

Den Bommel F 222 45.47.25

Den Bommel F 225 00.78.70

Den Bommel F 226 01.64.10

Den Bommel F 228 (ged.) 00.33.75

Den Bommel F 229 04.85.80

Totaal 53.09.60

(…)

2. Opdrachtgever verbindt zich tot het nakomen van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen en verklaart zich bereid tot het betalen van:

een courtage ter hoogte van : 1,35% van de verkoopprijs van het object (excl. BTW)

De onderhandelingen hebben geleid tot de ondertekening op 2 augustus 2007 van de als productie 3 bij dagvaarding overgelegde “Koopakte registergoed”. Op 25 september 2007 heeft [gedaagde] aan de notaris een aan [eiser] geadresseerde factuur, gedateerd 25 september 2007, voor een totaal bedrag van € 41.113,98 toegezonden. De notaris heeft de factuur met de concept-leveringakte aan [eiser] toegezonden. De levering heeft plaatsgevonden bij notariële akte verleden op 1 november 2007. De notaris heeft vervolgens, nadat de akte was gepasseerd, de verkoopopbrengst onder aftrek van de factuur van [gedaagde] naar [eiser] overgemaakt.

Het geschil

[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen € 30.898,74 vermeerderd met de wettelijke rente over € 28.755,52 tot aan de dag der voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. [eiser] legt het volgende aan zijn vordering ten grondslag. Hij is het met de door [gedaagde] berekende courtage niet eens. Uitgangspunt was dat [eiser] en [persoon] ieder met de eigen adviseur zou afrekenen, [eiser] met [gedaagde] en [persoon] met Overwater. [gedaagde] had voor haar bemiddeling aanspraak op een courtage van 1.35% van de verkoopprijs van de aan [eiser] in eigendom toebehorende percelen en over de door [eiser] ontvangen vergoeding voor het afstand doen van de pacht en derhalve op € 12.358,46 inclusief BTW in plaats van op € 41.113,98. [gedaagde] heeft derhalve teveel gerekend en is ongerechtvaardigd verrijkt voor het bedrag van € 28.755,46. [eiser] heeft daarnaast aanspraak op de door hem betaalde buitengerechtelijke invorderingskosten van € 2.143,22.

[gedaagde] voert verweer. Op de tussen partijen gesloten overeenkomst van dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van [gedaagde] toepasselijk. [eiser] heeft niet binnen de tussen partijen overeengekomen termijn geklaagd en is derhalve niet ontvankelijk. Het in het overzicht opgenomen perceel nummer 222 was eigendom van [persoon]. De overige in het overzicht genoemde percelen waren eigendom van [eiser]. Aanvankelijk was het de bedoeling dat [eiser] de percelen van [persoon] zou kopen om deze met de aan hem in eigendom toebehorende percelen door te verkopen. [gedaagde] is bij dat traject betrokken geweest. Zij heeft met [eiser] afgesproken dat zij voor dat traject geen nota zou sturen maar dat zij haar werkzaamheden zou verrekenen met de courtage over het verkoopbedrag. Zij heeft aanvankelijk voorgesteld de courtage vast te stellen op 1.5 % . Uiteindelijk is [gedaagde] met [eiser] de courtage overeengekomen van 1.35% over het geheel. [eiser] was het daarmee eens en hij heeft zijn handtekening onder de opdracht gezet. [eiser] heeft al met de concept-leveringakte een nota van afrekening ontvangen. [eiser] is na de levering nog verschillende keren op het kantoor van [gedaagde] geweest en heeft toen niets gezegd over de courtage of over de factuur. Eerst acht maanden later ontving [gedaagde] een brief van een deurwaarder waarin hij schrijft dat [eiser] het niet eens was met de declaratie.

De beoordeling

Tussen partijen staat vast dat [eiser] de als productie 2 aan de dagvaarding gehechte “Overeenkomst tot Dienstverlening” heeft ondertekend. In de overeenkomst is vastgelegd dat [gedaagde] aanspraak heeft op een courtage 1.35% van de verkoopprijs van het object. De overeenkomst vermeldt naast de aan [eiser] in eigendom toebehorende gronden ook de verkoop van de gronden van [persoon] als onderdeel van de opdracht. Namens [gedaagde] heeft [gedaagde] ter gelegenheid van de comparitie van partijen toegelicht dat zijn werkzaamheden meer hebben omvat dan de bemiddeling bij de verkoop van de gronden van [eiser] en dat hij namens [eiser] ook heeft onderhandeld met [persoon] over de aanvankelijke bedoeling van [eiser] om de gronden van [persoon] over te nemen om die vervolgens met zijn gronden te verkopen en dat hij met [eiser] heeft afgesproken dat voor hij dat traject geen nota zou sturen, maar dat hij zijn werkzaamheden zou verrekenen met de courtage over het verkoopbedrag. [eiser] heeft de toelichting van [gedaagde] niet betwist. [eiser] heeft de declaratie van [gedaagde] zonder protest behouden en ermee ingestemd dat die declaratie door de notaris zou worden ingehouden op de te ontvangen koopsom. Nu gesteld, noch gebleken is dat [gedaagde] in de uitvoering van haar werkzaamheden toerekenbaar te kort is geschoten is [eiser] aan de inhoud van de overeenkomst gebonden. [eiser] heeft derhalve niet teveel betaald en [gedaagde] is niet ongerechtvaardigd verrijkt. De rechtbank zal de vordering van [eiser] derhalve afwijzen.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht € 680,00

- salaris procureur € 1.158,00 (2 punt × tarief € 579,00)

Totaal € 1.838,00

De beslissing

De rechtbank

wijst de vordering af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.838,00,

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2009.